Ad Valvas 1980-1981 - pagina 291
7
AD VALVAS — 27 FEBRUARI 1981
j^egering wil rem op medicijnen licijnen ondanks 'schreeuwend telcort aann specialisten' De komende maanden kunnen een interessant gevecht gaan opleveren rond de kapaciteit van de medische studierichtingen. Een zware advieskommissie heeft de overheid onlangs aangeraden de kapaciteit 'zo spoedig mogelijk' met twintig procent te verlagen om een dreigend overschot aan artsen te voorkomen. De Landelijke Vereniging van AssistentGeneeskundigen is daarentegen van mening dat de opleidingskapaciteit op zijn minst gehandhaafd moet worden. Volgens de vereniging is er voorlopig nog een schreeuwend gebrek a a n specialisten. De overheid lijkt echter op beperkingen aan te willen sturen, al was het alleen maar uit budgettaire overwegingen. Eind januari bracht de Advieskommissie Opleidingen Geneeskundigen haar rapport uit. De kommissie, die bestond uit vertegenwoordigers van ministeries, Akademische Raad en de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering van de Geneeskunst, was in 1977 door de overheid ingesteld om de totale artsenopleiding (universitaire basisopleiding, beroepsopleiding en nascholing) onder de loep te nemen. Als er niets aan de bestaande opleidingskapaciteit verandert, zou volgens de kommissie in 1990 al een overschot van minstens 3000 artsen ontstaan. In 2000 zou dat overschot oplopen tot 6000. Daarbij is dan al rekening gehouden met een verkleining van de huisartsenpraktijk, van 2600 inwoners per huisarts nu, naar 2000 in het jaar 2000. Alleen bij de kategorie sociaal-geneeskundigen zouden voorlopig nog tekorten blijven bestaan. Met het oog op deze dreigende overschotten bepleit de kommissie een beperking van de numerus fixus bij medicijnen tot tachtig procent van het huidige aantal. De kommissie wil de beperking al meteen in het begin van de universitaire basisopleiding aanbrengen om te voorkomen dat in volgende opleidingsfasen grote aantallen studenten moeten afvallen, die dan geen kant meer op kunnen. De Advieskommissie Opleidingen Geneeskundigen wil een eind maken aan de zogenaamde omnivalentie van het artsdiploma, dat aan het eind van de initiële universitaire opleiding wordt verstrekt. Een zekere specialisatie na het doktoraal examen wordt noodzakelijk geacht. Het volgen van zo'n differentiatie Voorts acht de kommissie het noodzakelijk dat de opleiding tot huisarts verlengd wordt tot twee jaar. Er zal dan meer ruimte komen voor het volgen van stages en bovendien krijgt de assistentarts de mogelijkheid om meer ervaring op te doen met vooral somatische afwijkingen.
Adverteer in dit blad Advertenties opgeven bij J. G. Duyker, postbus 40, Noordwolde (Fr.). Tel. 05612-541
in de postdoktorale fase geeft echter nog geen recht op het volgen van de daarop aansluitende beroepsopleiding. Ook daarvoor zullen numeri fixi moeten worden ingesteld, aldus de kommissie.
Walhalla Het rapport is aan minister Pais van onderwijs en staatssekretaris Veder-Smit van volksgezondheid i.t.ngeboden. Het is bekend dat zij een belangrijk deel van de konklusies onderschrijven. Eind vorig jaar heeft Veder-Smit al laten weten 'dat het kabinet een verdere beperking voorbereidt van de opleidingskapaciteit voor medici met ingang van het studiejaar 1981/1982'. De staatssekretaris zag overigens nog meer mogelijkheden om te selekteren. De tweefasenstruktuur zal tot gevolg hebben dat ook bij medicijnen studenten niet automatisch van de eerste naar de tweede fase doorstromen. Weliswaar beslist het college van bestuur over de toelating tot de tweede fase, maar daarbij zullen ook 'algemene richtlijnen' gelden. Daarbij 'zal onder andere een taxatie van de behoeften van de arbeidsmarkt worden betrokken', aldus Veder-Smit. Daarna komt er dan nog eens een regulering van de kapaciteit in de voortgezette beroepsopleiding en uiteraard is in die opleiding ook nog een afsluitend examen. Het kan echter nog bonter. Volgens de Landelijke Vereniging van Assistent-Geneeskundigen, waarin de specialisten-in-spe zijn georganiseerd, bestaat er een plan bij een of meerdere artsenorganisatie om een apart exemen in te stellen dat volwaardige afgestudeerde artsen zullen moeten afleggen om tot het Walhalla van de praktijk toe te kunnen treden. In totaal zou de aspirant-arts dus over vijf drempels moeten klauteren.
Vragen Bij de overgang van basisopleiding naar beroepsopleiding zijn overigens ook nü al grote problemen. Bij de meeste huisartsenopleidingen
Overuren
bestaan alsmaar groeiende wachtlijsten. In Utrecht staan bijna 200 mensen op een wachtlijst; anderhalfjaar wachten is geen uitzondering. De selektieve werking hiervan is evident. Een grote groep mensen haakt tijdens die wachtperiode af, bevestigt een medewerker van het Instituut voor Huisartsgeneeskunde. Hoe groot dat percentage is en wat die mensen gaan doen, is daar echter niet bekend. 'Toevallig is het gisteren ter sprake gekomen. Tijdens de theepauze zei iemand dat dat toch eigenlijk eens een keer onderzocht zou moeten worden', aldus een medewerker. Over de wachtlijsten hebben CDAKamerleden herhaaldelijk vragen gesteld. Begin vorig jaar kon minister Pais daar niet op antwoorden omdat hij geen inzage had in de problematiek. Hij heeft daartoe overigens ook geen pogingen ondernomen. Inmiddels hebben Nijmeegse studenten een uitgebreid onderzoek naar de wachtlijsten ingesteld. Zij deden ook suggesties om via een nauwere samenwerking tussen de opleidingen (en dus een zekere aantasting van de heilige autonomie)
de ergste pijn te verhelpen. Het onderzoek was aanleiding tot nieuwe Kamervragen, waarop eveneens een onbevredigend antwoord kwam. Tekenend was wel dat Pais op 7 januari van dit jaar antwoordde dat het rapport van de Advieskommissie Opleidingen Geneeskundigen nog in de loop'van 1980 zou verschijnen. Zoals reeds gemeld ziet de Landelijke Vereniging van Assistent-Geneeskundigen geen enkele reden tot een beperking van de kapaciteit van de medische opleidingen. Als van de bestaande situatie zou worden uitgegaan, is een overschot van medisch specialisten m de toekomst inderdaad onontkoombaar. De bestaande situatie is echter allerminst rooskleurig. Een recent onderzoek van de LVAG en de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband heeft uitgewezen dat assistent-geneeskundigen die een opleiding volgen tot specialist, zwaar worden uitgebuit. De gemiddelde werkweek van assistent-geneeskundigen bedraagt momenteel meer dan zeventig uur. Deze situatie is overigens niet van vandaag of gisteren, maar duurt al minstens vijfentwintig jaar.
Vereniging moet pluriformer worden'
Vereniging bleef bij VU achter in ontwiléeling De VU heeft zich de afgelopen decennia in pluriforme richting ontwikkeld maar de Vereniging waarvan de VU uitgaat is in die ontwikkeling achter gebleven. Ook zij zou daarom een breder karakter moeten krijgen. Dat is in grote lijnen de uitslag van het informele beraad dat vorige week door een groot aantal UR-leden werd gehouden over de toekomst van de Vereniging. De resultaten van deze brainstorming waaraan men op persoonlijke titel deelnam gaan nu n a a r de kommissie voor onderwijs en onderzoek voor verdere bespreking. Op 17 maart zal de raad zijn advies over deze zaak definitief opstellen. Als men 'niets' doet is de Vereniging waarschijnlijk gedoemd om uit te sterven, zo luidde de taxatie en daarom is het gewenst dat de Vereniging (die overigens op dit moment nog steeds het woord 'gereformeerd' in zijn naam voert*) verandert.
Het onderzoek leverde nog een aantal andere interessante illustraties op van het sociale karakter van de Nederlandse gezondheidszorg. Na dit gegeven wekt het uiteraard geen verwondering dat meer dan de helft van de partikuliere ziekenhuizen de wettelijk voorgeschreven CAO-bepalingen ontduiken. Sommige specialisten blijken zelfs een speciale vergoeding waarop de assistent-geneeskundigen recht heeft, niet aan hem uit te betalen. Vaak worden van dat geld kongressen en kursussen gefinancierd. Het komt ook nog wel eens voor dat een assistent op een klus gezet wordt die voor zijn specialist-opleider een lukratieve bron van inkomsten betekent, maar uit het oogpunt van opleiding geen enkele waarde heeft.
De VU staat in de Joods-Christelijke traditie wat zijn betekenis heeft voor wetenschap en onderwijs vooral met het oog op de samenleving. Die levensbeschouwing dient weliswaar geëxpliciteerd te worden maar dat mag geen 'uitsluitend' maar 'wervend' effect hebben. De Vereniging zou meer herkenbaar moeten zijn voor hen die er zo over denken. Het wervende aspect is vooral van belang voor het toenemend aantal studenten dat niet uit de Joods-Christelijke traditie afkomstig is dan wel daar afstand van neemt. Zij zien de funktie van de VU meer in de dialoog met andere levensbeschouwingen en zijn slechts vanuit die optiek geïnteresseerd in de Vereniging. De Vereniging zou, zo werkten enkele raadsleden die gedachte verder uit, ten behoeve van die dialoog een meer representatief kader voor de universiteit moeten gaan vormen. Wat de struktuur van de Vereniging betreft gingen er nogal wat stemmen op om de Vereniging niet meer boven (als werkgever) maar naast de universiteit te laten staan. De universiteit immers is zo gecompliceerd dat de Vereniging niet anders dan in de marge in staat is bestuurlijke leiding te geven. Ze dient dan ook niet zoals bij benoemingen te pretenderen 'gezag' uit te oefenen. Overwogen zou daarom kunnen worden de universiteit ten opzichte van de Vereniging te verzelfstandigen en de laatste een nevenschikkende funktie te geven.
Vanuit die positie zou de VU kunnen worden gevoed en de Vereniging zelf haar impulsen uit de VU kunnen krijgen. Na afloop spraken we nog even met het raadslid prof. J.G. Knol wiens zowel principiële als pragmatische kijk op de zaak nogal opviel. Knol: 'Iedereen wilde meer de oecumenische nchting op behalve ik. Dat hele verhaal over die evangelische inspiratie vind ik zo volmaakt onduidelijk. Met de relatie geloof en wetenschap kan ik in feite geen kant op. Ja wel een ändere kant maar die wordt door al die positivistisch denkende mensen in mijn faculteit en in de Vereniging niet erkend. Wat heb ik nou aan een Vereniging met mensen die gereformeerd zijn maar wel positivistisch (meer gericht op feiten dan dieperliggende samenhangen red.) denken. Ik heb liever niet-Christenen die meedenken over echt fundamentele zaken. Wat ik dus wil is dat de VU voor een duidelijk ändere wetenschapsoptiek kiest en iedereen die zich daardoor voelt aangesproken kan dan lid worden van de Vereniging. Op die manier kan de VU in een open dialoog door een Vereniging worden gesteund. Iedereen die interesse heeft in wat er op de VU gebeurt kan daaraan meedoen. De huidige christelijke grondslag vindt Knol een farce. 'De enige vent van nivo, Dooyeweerd, kreeg z'n reputatie vooral buiten de VU. Dat wetenschapsbeoefening christelijk is is niet zo van belang, wél dat het
Overigens worden ook door de specialisten zelf nog knap wat overuren gemaakt. Zij blijken een gemiddelde werkweek van 54 uur te maken. Als deze uitwassen verdwijnen, ziet de behoefte aan artsen, c.q. medisch specialisten er heel anders uit. Als de huidige opleidingskapaciteit Voor specialisten zou worden gehandhaafd en de gemiddelde werkweek wordt teruggebracht tot vijftig uur zou er in 1990 een tekort van bijna 600 specialisten bestaan. Als de werkweek wordt teruggebracht tot veertig uur, loopt het tekort zelfs op tot meer dan 4500 specialisten. Na 1990 lopen die tekorten nog verder op, als de huidige opleidingskapaciteit alleen al zou worden gehandhaafd. Dit alles "biykt uit berekeningen van Frans Jaspers, de voorzitter van de LVAG, in het blad Medisch Contact. Bij die berekeningen is dus nog geen rekening gehouden met het streven van de Nederlandse vakbeweging om te komen tot een verkorting van de werkweek. Evenmin is rekening gehouden met de groeiende behoefte aan part-time banen voor specialisten. De huidige werkbelasting van de assistenten verklaart waarom zij allerminst te spreken waren over plannen van de overheid om de aanvangssalarissen voor assistentgeneeskundigen (bruto gemiddeld 3800 gulden per maand) te verlagen. De regering dacht aan een verlaging met zo'n twaalf procent per 1 januari. De assistenten reageerden zo furieus en het kabinet had al zoveel problemen met de salarissen van de echte specialisten, dat het plan uiteindelijk niet doorging. (Utrechts U-blad, GUPD) andere wetenschapsbeoefening is. Wat gelovige wetenschap is weet ik niet, wèl wat die andere wetenschap is. Dat is: achter de verschijnselen zoeken naar het wezen, de fundamentele wetmatigheden. Zoeken naar wat Marx noemt de maatschappelijke bewegingswetten of wat Dooyeweerd de grondmotieven noemt. Winst kun je op die manier zien als verschijningsvorm van meerwaarde. De traditionele economie zal alleen naar het winstbegrip kijken, ik óók naar de meerwaarde. Bij mij speelt het geloof een rol in dié zin dat ik zeg: je moet met de mensheid bezig zijn, ontmaskerend bezig zijn. (Knol wil dus de achterliggende ontwikkelingen van de samenleving als geheel bestuderen en dus verder kijken dan de feiten zoals de positivisten die naast elkaar zetten). 'Ook ik ben christelijk geïnspireerd maar dan anders dan op de manier van het ethicisme. Wat op de VU gebeurt is positivistisch naar ethische normen zo van: "Gij zult niet fietsen op zondag" of "Gij zult geen atoomwapens gooien". Maar ik kan aantonen dat de kernwapen- en bewapeningsindustrie voortvloeit uit spanningen binnen het kapitalistisch systeem. Voor tachtig procent althans. Aldus prof. Knol die we spraken een uurtje of wat vóórdat hij een praatje over dit thema zou houden voor het Bezinningscentrum. (J.K.) *In het slot van het artikel in-de vorige AV 'Het strenge christelijke geweten van de CIF' is helaas een foutje geslopen. De rethorische vraag 'Had de Vereniging met onlangs het woordje gereformeerd uit haar naam geschrapt' moet op dit moment nog met nee worden beantwoord. Een werkgroep uit de Verentging gevormd had dit onder meer voorgesteld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980
Ad Valvas | 466 Pagina's