Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 398

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 398

12 minuten leestijd

12

ADVALVAS — 8 M E I 1981

Verneem ik een paar dagen terug op de redaktie dat er een of andere kandidaat bij de nu lopende verkiesingen op de universiteit sijn hersens pijnigt of hl] wel op sich self kan/mag stemmen. Dat is kennelijk niet geregeld, had de kandidaat ontdekt. Wel vervelend voor hem, omdat hij erover in was gaan sitien, hoewel hij sich groot moet hebben gehouden Verholen werd de redaktie om advies gevraagd. Hi) moet de bescheidenheid selve sijn, iemand ook die tot in sijn vesels voelt dat de liefde voor de democratie minimaal blijken moet uit het invullen van de

stembrief, én so eentje die in dit specifieke geval geen van sijn medestrevende kandidaten op een raadssetel een hoger waarderingscijfer van een royale vier siet scoren (tegen - natuurlijk laag ingeschat ^ een ruime voldoende voor hemself). Gewetenskonflikt optima forma, nietwaar'' Maar blanco stemmen dan? Nou nee, denken se weer so'n sufferd die sijn stembiljet vergat in te vullen Ook is het oneerlijk als je weet dat je self de beste bent. Voyeur vindt' Stem gewoon op uself, beste kandidaat. Eerlijk is eerlijk En het geeft u het selfvertrouwen dat u tenminste over één aanhanger beschikt. Mogelijk komt u dan wat sneller te boven dat u toch niet tot de uitverkorenen behoort. Zo werkt de democratie. Met de positieve diskriminatie op de VU IS het trouwens ook nog steeds allerminst positief gesteld. Waren hier onlangs de verkiesingen voor

Mensen van de VU 'De beelden van de Voyager-1 brachten met name twee verrassende dingen aan het licht, 't Betrof allereerst de draaiing van de ringen om Satumus heen. Er zaten donkere structuren in, de zogenaamde spaken, die lang zichtbaar bleven. Die hadden we met verwacht, omdat volgens de wetten, die gelden voor de rotatie, zulke structuren maar heel kort kunnen leven. En dan was natuurlijk opzienbarend de vervlechting van twee ringen. Zoiets hadden we in de natuur nog nooit gezien. Voor de eerste keer knjgt de mens zoiets te zien terwijl het toch al miljoenen jaren aanwezig is. Kijk, dan word je als wetenschapper toch wel erg enthousiast. Vervolgens komen er horden journalisten op af die een primeur ruiken. Dat gebeurt m een land met grote concurrentie tussen de televisiemaatschappijen en met een volksaard die neigt naar het spectaculaire. Daar moet je als wetenschapper natuurlijk wel erg goed tegen bestand zijn, en dan vooral op een moment dat alle gegevens nog met binnen zijn. Als je de verschijnselen dan op grond van de schaarse gegevens wilt verklaren, dan lukt dat niet altijd. Al die factoren leiden er toe dat sommige deskundigen dan te veel gaan zeggen en reageren met: we begrijpen er niets van; het lijkt wel of andere wetten van toepassing zijn. We zijn nu een flink aantal maanden verder, 't Is wat rustiger geworden en de verzamelde gegevens zijn op een nj gezet. Je hebt dan meer tijd om de meerdere gegevens in de bestaande natuurwetten te stoppen, en om deze allemaal toe te passen zonder dat je een deel weglaat. Wat is nu gebleken? Het magneetveld van Satumus levert extra krachten op. De combinatie van deze krachten met de gewone zwaartekracht kan de verschijnselen zeer waarschijnlijk verklaren, 't Probleem als zodanig is in principe enkele maanden later al opgelost, 'k Zou eerder op het tegendeel willen wijzen van hetgeen door sommige media en door enkele personen uit de theologische en filosofische hoek is gesuggereerd. De ruimtevaart bevestigt juist vaak onze natuurwetenschappelijke methoden en *,echnieken. De natuurwetten van de mechanica en de elektrodynamica zijn op geweldig veel manieren bevestigd door onderzoeken in Advertentie

laboratoria maar zeker ook door de ruimtevaart. We moeten niet zo gauw gaan twijfelen aan de juistheid van die wetten. Vaak hele grote filosofen hebben uitspraken gedaan in de trant van: de mens zal er nooit achter komen wat voor scheikundige stoffen voorkomen op de sterren, 't Is dankzij de ruimtevaart vaak heel bemoedigend dat je ter plekke kunt controleren dat je het aan het juiste eind hebt. Er zijn niet

Joop Hovenier sterrenkundige Sinds begin vorig jaar hoogleraar in de astronomie. Vanaf '62 m dienst van de VU, eerst als assistent en wetenschappelijk medewerker en sinds '71 als lector De sterrenkunde stond eind vorig jaar in het middelpunt van de publieke belangstelling toen de Amerikaanse Voyager-1 beelden naar de aarde seinde van de ringen om de planeet Satumus heen. De vorm en draaiing van dese ringen bleek so opsienbarend te sijn dat het niet te verklaren was aan de hand van de geldende natuurwetten, althans volgens de eerste reakties. Wat segt de eerste hoogleraar aan de VU in een wetenschap, die geldt als de oudste ter wereld, hiervan? zoveel gevallen bekend, waaruit gebleken is dat we de plank misgeslagen hebben. Een beroemd voorbeeld IS de voor velen onvoorstelbaar geachte hoge temperatuur op het oppervlak van Venus, ongeveer 470 graden Celsius. Dat werd vermoed op grond van de radiostraling die is ontvangen. Je kon dat oppervlak nooit zien vanwege dat dichte wolkendek van druppeltjes zwavel-

de sogeheten Kontaktkommissie. Een kommissie die de reorganisaties ten gevolge van de invoering van het financiële informatiesysteem op de VU mag begeleiden. Hoor je dat in de vier kieskringen van de 24 kandidaten één kwart vrouw is. Waarvan er dan slechts ééntje gekosen wordt. In de kieskring faculteiten sit bij seven kandidaten één vrouw. Worden er vier mannen gekosen. Bij de bibliotheek onder de drie kandidaten één vrouw. Niet gekosen. Vrouw wees uw man onderdanig dreunt het immers nog steeds door m die met bijbelteksten geknede gereformeerde hersenen Begint het tenslotte bij de financiële afdeling van de VU te dagen. Maar ja als de vrouwelijke kandidaten so krachtig oprukken kun je er als man ook niet meer^omheen tenminste één vrouw te kiesen. En .. . sijn WIJ calvinisten als het om 't geld gaat niet tóch al haantje de voorste.

zuur. De Russen hebben nu een aantal ruimteschepen met parachutes in de atmosfeer van Venus laten neerdalen. Hoe dieper ze kwamen, hoe hoger de temperatuur werd. Toen is inderdaad gebleken dat de temperatuur van het oppervlak zo hoog was en dat de hypothese bevestigd werd. De klassieke sterrenkunde had vooral aandacht voor de beweging en de posities van de hemellichamen; de moderne sterrenkunde kun je beschouwen als de natuurkunde van het heelal. Zij is eigenlijk natuurkunde in het groot. In de sterrenkunde heb je te maken met hele grote dichtheden per cm= (soms vele tonnen) die je op aarde met kunt maken . . . en met kemreaktiea in sterren die in de "aardse" natuurkunde ook niet voorkomen. Hoe zou je trouwens de relativiteitstheorie moeten testen zonder de sterrenkunde? Ondanks de grote verwantschap tussen natuurkunde en astronomie is er toch een kenmerkend verschil. In de sterrenkunde kun je met echt experimenteren met de objecten zoals je dat wel kunt doen m de natuurkunde, waar je in laboratoria de omstandigheden kunt wijzigen. Je kunt nu eenmaal niet de temperatuur op een planeet opvoeren of een magneetveld aanbrengen. Dat betekent dat je als sterrenkundige het uiterste uit je gegevens moet halen. De ruimte-, vaart heeft ons de laatste decennia natuurlijk wel geholpen in het vergaren van gegevens, maar ons nog niet in staat gesteld alle planeten van dichtbij te zien. Uranus en Neptunus zullen nog in de tachtiger jaren door ruimteschepen bezocht worden, maar Pluto, de verst verwijderde planeet van de zon, staat nog met op het programma. En dan praat ik nog niet eens over de sterren. Die staan nog verder weg. Uit de schaarse gegevens halen sterrekundigen soms dingen waar anderen versteld van staan. Vergelijk het met detectivewerk, 'k Ben wel tevreden met de constructie aan de VU waar sterrenkunde thuishoort bij de subfaculteit natuur- en sterrenkunde. De astronomie is hier geen aparte studierichting maar studenten hebben de mogelijkheid hun natuurkundestudie sterrekundig in te kleuren. Zo heb Ik het zelf ook gedaan: de verwevenheid met natuurkunde gebruiken. Nu nemen zeven studenten deel aan het onderzoek in de vakgroep sterrenkunde. We zijn begonnen by nul. De eerste was een meisje. Dat vond ik moedig van haar, omdat het in het begin pionieren is. De opbouw van zo'n vakgroep heeft een aanloop nodig, en dat vergt veel tijd en energie.'

De correspondentie van doctor Degen Dr. F.M. Degen De Boelelaan HOS Amsterdam

Aan: drs. Frits Degen p/a Instituut voor Germanistiek RU Leiden Amsterdam, 1 mei 1981

Beste Fnts, het is nog maar 13.00 uur, en toch heb ik vandaag al meer dan recht gedaan aan het begrip 'internationale dag van de arbeid'. Ik heb in zegge en schrijve één ochtend weer een titel toegevoegd aan mijn lijstje publikaties voor het wetenschappelijk verslag over 1981. Het betreft hier een antwoord van een halve pagina op een kritiek, die een vriend geschreven heeft op een artikeltje van mijn hand. Ik heb een afspraak met die man, dat wij altijd ingezonden brieven schrijven over eikaars publikaties, zodat we vervolgens ook weer een tegenreactie kunnen publiceren. En, je begrijpt het wel, dat zijn weer even zovele titels op onze autobibliografie. In Amerika is men heel ver gevorderd in het bedenken van gimmicks om op eenvoudige manieren aan indrukwekkende aantallen wetenschappelijke publikaties te komen. In tegenstelling tot Nederland is daar de gedachte al heel lang gangbaar, dat iemands kwaliteit als wetenschapper dient te worden afgemeten aan zijn publikaties. In Nederland speelt dit nog pas sinds korte tijd een rol. Toen de spiksphntemieuwe facultaire onderzoekscommissies in de zeventiger jaren een begin maakten met de inventarisatie van het universitaire onderzoek, ontdekte men tot zijn schrik, dat er hoegenaamd niets viel te inventariseren. Met name professoren schenen niet te weten, hoe men gemeenlijk een pen hanteert. Hoe hoger in de academische hiërarchie, hoe lager de output in letters. In de States ligt dat anders. Daar zit men niet voor het leven vastgebakken aan een leerstoel. Daar wordt men geacht iets te presteren. Kan men na verloop van tijd geen fikse pubükatieproduktie overleggen, dan vliegt men eruit, ook al zou men Newton of Einstein heten. Er valt natuurlijk veel te zeggen voor deze opvatting. Alleen werkte het in de praktijk nogal merkwaardig uit. Alle Amerikaanse wetenschappers zaten namelijk als gekken te schrijven, 't Donderde niet wat, als het maar uit letters bestond. Typistes raakten overspannen. IBM verdiende goud met het vervangen van versleten bolletjes. Boek na boek, artikel na artikel vlogen de deur uit. Om de inhoud bekommerde zich niemand. 'Publish or perish', heette het in die dagen. Men heeft daar van hogerhand echter iets op gevonden. Men hanteert momenteel de zogenaamde Science Citation Index. Dat zijn ellenlange computeruitdraaien, waarin nauwkeurig wordt bijgehouden, hoe vaak iedere auteur door andere auteurs wordt geciteerd of aangehaald! Een eenvoudige doch doeltreffende manier om na te gaan of iemand uit zijn geleerde nek zit te lullen, of echt iets heeft te melden. Helaas, de gemiddelde Amerikaanse wetenschapper is met op zijn achterhoofd gevallen. Men heeft een nieuwe truc uitgedacht. In iedere publikatie verwerkt men nu op een zeer opvallende plaats (het liefst in de summary, of m de flaptekst, of in de inhoudsopgave) een ontzettend stomme fout. Echt een koe van een misser, waarvan iedere boerelul meteen denkt: 'Hé, dat kan met waar zijn'. En, je begrijpt wel, er bestaat geen betere garantie dan deze, om ergens geciteerd te worden. Iedereen wil immers wel graag een fout van een concurrerende collega recht zetten, ook al heeft men dan alleen de flaptekst van de betreffende publikatie onder ogen gehad. Werkt perfekt. Hier in Nederland moeten we ons nog behelpen met minder sophisticated vormen van titelfraude. Zoals bijvoorbeeld dat afspraakje, dat ik met die collega heb. Of wat ook nog wel eens wil lukken, is het zogenaamde autoplagiaat. Mij is het één keer gelukt om een artikel, dat ik geschreven had voor een verzamelbundel, opnieuw te publiceren, maar dan onder een totaal andere titel in een tijdschrift. En ik heb nog nooit gehoord, dat dat iemand is opgevallen. Dat betekent, vrees ik, dat ik niet tot de meest gelezen auteurs op mijn vakgebied behoor. Een tamelijk onschuldige manier van titelfraude is verder het oprichten van een eigen obscuur tijdschriftje, waarvan men zelf de redaktie vormt. Men accepteert alles wat men zelf schrijft, en men weigert, wat concurrenten aanbieden. Steeds meer vakgroepen in Nederland hebben zo een soort huisorgaan, dat niemand leest, maar dat wel een heel duur klinkende naam heeft. Ik ken trouwens een collega in Nijmegen, die regelmatig in zijn verslag naar de onderzoekscommissie van zijn faculteit titels opvoert van niet-bestaande artikelen in door hem uit de duim gezogen tijdschriften, zoals Gents maandschrift voor onderzoek der maatschappelijke gebeurlijkheden, of Annals of the Brighton Society for Social Sciences, of een onbegrijpelijke afkorting als A.A.B.S.S., waarvan niemand durft te bekennen dat dat hem absoluut niets zegt. Heel gangbaar is tenslotte het verknippen van artikelen. Men ziet steeds minder artikelen verschijnen, waarin verslag wordt gedaan van een wetenschappelijk onderzoek. Maar er verschijnen wel 'deelstudies', of 'voortgangsreportages', of 'tussentijdse verslagen' in de vorm van artikelen in wetenschappelijke tijdschriften. Na een tijd lijmt men dan al die stukken weer aan elkaar in een nieuw samenvattend artikel, waarin men ook weer lekker veel naar eigen publikaties kan verwijzen. Met een schaar en een beetje gevarieerde woordenschat, voegt dat toch al gauw weer een titel of drie, vier aan je reportoire toe, zonder dat je extra onderzoek hoeft te doen. Maar ik houd nu op, want ik moet nog een boekbesprekinkje schrijven. Groetjes,

(B.M.) pfiRRA^,'

IK OéNtC , OAT JK. <.eÉK tiMMel?-VééN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980

Ad Valvas | 466 Pagina's

Ad Valvas 1980-1981 - pagina 398

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980

Ad Valvas | 466 Pagina's