Ad Valvas 1980-1981 - pagina 182
. AD VALVAS — 5 DECEMBER 1980
Brieven Houd uw reakties kort. Over bijdragen langer dan 300 woorden is kontakt met de redaktie nodig. De redaktie kan bijdragen bekorten.
Interview met prof. Pinedo Prof. dr. H.M. Pinedo schrijft ons: 'Gaarne wil ik in deze rubriek enkele onjuiste interpretaties, weergegeven in het vorige week gepubliceerde interview, corrigeren. 1. Wanneer men de groep kankerpatiënten afzonderlijk beschouwt, overlijdt 55% nog aan hun aandoening. 2. Na mijn opleiding werkte ik in het academisch ziekenhuis van Utrecht als chef de clinique van de afdeling interne geneeskunde (en niet als hoofd van deze afdeling) 3. Ik ben beoemd tot bijzonder hoogleraar aan de Vrije Universiteit vanwege het Nederlands Kanker Instituut (en niet vanwege de "Kanker Stichting"). 4. Het verschil tussen de benadering van de kankerpatiënt in Nederland en die in de Verenigde Staten werd zwart-wit weergegeven. Men zou kunnen stellen, dat men in de Verenigde Staten minä«5 neigt de psychosociale problemen van de patient bij de begeleiding te betrekken. 5. Als laatste zou ik willen zeggen, dat het accent van mijn werkzaamheden in het Nederlands Kanker Instituut vooral in het laboratorium aldaar ligt en dat mijn werkzaamheden niet in het bijzonder bestaan uit het zoeken naar betere wijzen van voorlichting van het publiek. Deze laatste activiteit is een taak van de oncologen in beide instituten (V.U. en N.K.I.). In het Nederlands Kanker Instituut wordt daaraan reeds bijzondere aandacht besteed.'
Is dit Nederlands? Naar aanleiding van het artikel over de slechte schrijfstijl van studenten dat een tijdje geleden in Ad Valvas verscheen, schrijft Hinne Krolis: 'Een paar dagen geleden kreeg ik een brief van het Bureau Studentenadministratie. Ik stelde me in op een brief in feilloos, helder, duidelijk en beknopt Nederlands. Maar zie hier: Geachte heer/mevrouw, Op verzoek van de steller van de enquête of het onderzoek worden bijgaande stukken u toegestuurd door het Bureau Studentenadministratie van de Vrije Universiteit. Deze vorm van toezending is gekozen op grond van bescherming van de door u aan ons bureau verstrekte gegevens. Indien u op het verzoek niet reageert, blijven uw'gegevens geheim. Hoogachtend, Bureau Studentenadministratie. Toen ik de brief gelezen had, dacht ik eerst aan een goede grap. Nu ben ik heel wat wetenschappelijke taal gewend, maar dit was écht onbegrijpelijk. Dat de brief wel degelijk serieus bedoeld was, bleek uit de bijlage. Laten wij de eerste volzin aan een nadere beschouwing onderwerpen.
Geen enkele inleiding nog uitleg is er te ontdekken. Stijl is ver te zoeken. Logica is er niet. Zelfs ik heb door dat deze brief van het Bureau Studentenadministratie komt: het staat er met grote letters boven. Het woord enquête schrijf je nog altijd met een "dakje", in deftig Nederlands ook wel accent circonflexe genoemd. Steller van de brief had klaarblijkelijk net een Engels boek gelezen of met zijn zus in Canada getelefoneerd: de enquête of het onderzoek. Al diep onder de indruk van dit fraaie taalgebruik gaan we over naar de volgende zin. Deze zin munt ook al uit in duidelijkheid. In de eerste plaats: deze vorm van toezending is gekozen. Welke andere manier had men dan willen kiezen: de Rector Magnificus himself die op zijn fietsje alle VU-studenten afgaat, of uitdelen aan de "uitgang"? Helemaal is het niet te begrijpen in verband met het tweede gedeelte van de zin op g r o n d . . . gegevens. Naar mijn weten heb ik het Bureau nooit iets over de onderhavige materie (= onderzoek van de belangenvereniging gymnasiale vorming) verteld. En al was dat wel zo, dan is de hele procedure nog vreemd. Stelt U zich eens voor: de enquêteur: "Ik zou graag gegevens hebben over onderwerp dat en dat." Het Bureau: "Neen, wij hebben wel gegevens over dat onderwerp en die zijn héél interessant, vooral voor U, maar we geven ze U toch lekker niet. Wü adviseren U die en die student aan te schrijven, want daar zit wel iets voor U bij, denken we." Moet ik me zo voorstellen dat met onze hooggeëerde vrijheid wordt omgesprongen door het Bureau? De laatste zin: My is geen verzoek gedaan. Met mijn geringe intelligentie begrijp ik dat het bijgevoegde vragenformulier ingevuld dient te worden. Maar goed. En dan, dit slaat werkelijk alles op het gebied van logisch taalgebruik.
stijl etc., etc.: Blijven Uw gegevens geheim. Als ik wel reageer door de enquête te beantwoorden, zal het Bureau mijn gegevens publiceren! Sprakeloos verscheurde ik het papier. Tenslotte, en dat heb ik nog wel geleerd, behoor je een brief altijd te sluiten met een zin als "Bij voorbaat dank voor Uw medewerking etc." Hier niet. Mag ik uit deze brief concluderen dat studenten weliswaar niet kunnen schrijven, maar het Bureau Studentenadministratie helemaal niet? Of heeft een student dit geschreven? Dat zou natuurlijk ook nog kunnen!'
In memoriam Klaas de Jong Op 18 noTember 1980 is Klaas de Jong overleden. Hij werd 48 jaar. Klaas de Jong, econ. drs., was als wetenschappelijk ambtenaar I werkzaam bij de vakgroep Organisatie en Leiding in de faculteit der economische wetenschappen. Tijdens zijn leven een noeste werker.JEen naast zijn vrouw Hermien en voor hun jonge zoon Anton levende man en vader. Wars van grote woorden en over wat hem ten diepste bewoog terughoudend. Klaas de Jong heeft zichzelf, met de onverzettelijkheid van zijn friese karakter, tijdens zijn ziekte-jaren niet ontzien. Hij veronachtzaamde zichzelf om als het maar enigszins mogelijk was op de faculteit aanwezig te zijn om zijn werk te doen. Het verzorgen van een deel van de kandidaatscolleges, het afnemen van kandidaats- en doctoraal tentamens en het coördineren van het bedrijfspracticum waren voor hem levensaders. Met bewondering voor de moed waarmee hij zijn slopende ziekte heeft gedragen, hebben wij tijdens onze laatste bezoeken afscheid van Klaas mogen nemen, men. Dankbaar gedenken wij Klaas de Jong en de bijdrage die hij in al deze jaren aan het werk in onze faculteit en in onze vakgroep heeft gegeven. Namens de faculteit der economische wetenschappen en het bestuur van de vakgroep Organisati" en Leiding, D. Keuning, secretaris.
Bezinningscentrum VU ontwikkelt zich als ontmoetingsplaats Het Bezinningscentrum is in april 1979 opgericht. Tot de taken van het centrum behoren het initiëren stimuleren, respectievelijk coördineren van inspanningen die pogen zicht te krijgen op de consequenties van de doelstelling van de VU, gegeven haar taak - als universiteit wetenschap te beoefenen. Het is een ontmoetingsplaats voor personen van verschillende geledingen en levensbeschouwelijke richtingen rond vragen op het terrein van wetenschap en levensbeschouwing. In de afgelopen periode zijn er verschillende activiteiten georganiseerd. Er waren themagroepen voor het eeuwfeestcongres 'Concern about Science'. Deze groepen hielden zich bezig met; de relatie tussen wetenschappelijk kennen en andere vormen van kennen, ethische aspecten van wetenschapsbeoefening en de mogelijkheid en de wenselijkheid om de richting van de wetenschapsbeoefening te sturen. Daarnaast waren er nog andere gespreksgroepen. Hier kwamen o.a. thema's aan de orde zoals: het lezen en verstaan van het evangelie van Johannes en een keuze te maken uit een veelheid van bestaande interpretaties. Daarnaast zijn er nog diverse andere groepen die zich be-
zig houden met verschillende onderwerpen. Een van de belangrijkste doeleinden van het centrum is het uitgeven van publicaties. Men heeft het voornemen twee publicatiereeksen op te zetten, een wetenschappelijke- en een populaire reeks. In dit studiejaar zullen er enkele nieuwe gespreks- en studiegroepen gestart worden. Daarnaast zal er een zgn. 'stromingsonderzoek' plaats vinden als vervolg op de studiedag 'V.U. tussen twee VUren'. In het eerste halfjaar van 1981 organiseert het centrum een lezingencyclus over de psycho-religieuze aanpak van Bhagwan Shree Rajneesh. 'Gezien hef verloop van de aanloopfase kan men dit tweede jaar met vertrouwen tegemoet zien. Het grote probleem zal ongetwijfeld zijn of er in de faculteiten mensen bereid en in staat gevonden worden om een deel van hun tijd af te zonderen voor deelname aan studiegroepen, en voor het schrijven van publicaties. Alleen dan kan het Bezinningscentrum zich ontwikkelen tot wat het beoogt te zijn: een ontmoetingsplaats voor de faculteiten', volgens de evaluatie van het centrum na een jaar werken. (CHE.)
In memoriam
Bij de dood van Jos Wegman Jos is dood. Jos is begraven. Het heeft veel indruk op ons gemaakt. Het is niet gebruikelijk afkeurend of misprijzend over een dode te schrijven, ook niet in 't geval het iemand betreft, die nu niet bepaald je beste vriend genoemd kon worden of duidelijk een tegenstander was. Het is echter niet eens zo -45elangrijk hoe e m u over Jos geschreven, gesproken of zelfs maar gedacht wordt. Wat telt is hoe onze opstelling tegenover Jos tijdens zijn leven was. wy herinneren ons Jos niet alleen als iemand van woorden en gedachten. Hij was zich meer dan wie ook bewust dat onze ideeën slechts dan enig belang kunnen hebben als daaruit systematisch de praktische consequenties getrokken worden. Jos gaf zijn leven vorm door inderdaad handelend op te treden en daarbij ook steeds zijn keuzes te maken. Daarom ook was hij niet btj iedereen even geliefd; zijn woorden wekten vaak hilariteit op en door menigeen werd hij niet serieus genomen. Maar daarmee was men niet van hem af; in de aktie kregen de opponenten toch met Jos te maken en liet hij niet zomaar de vloer met zich aanvegen. Jaren heeft 't ons gekost om de van gangbare patronen afwijkende wijze van werken van Jos volledig te leren aanvaarden en waarderen. Begonnen in de jaargroep, werd hij op een gegeven moment een soort manusje van alles in het MFVU-
bestuur: opruim-, stencil-, en archiefwerk was aanvankelijk zijn zichtbare aandeel in de aktie. Allengs werd het terrein waarop hij zich bewoog groter. Het volgende jaar werd hy penningmeester en secretaris sociaal in het MPVUbestuur. Op de sociaal-economische positie van studenten bleef voor hem het accent in zijn werk Uggen, ook het jaar daarna in het SRVU-bestuur. Deskundig was hij op 't gebied van studiefinanciering, huisvesting, studentengezondheidszorg en alles wat valt onder het hoofdje studentenvoorzieningen. Hij werd voor de MPVÜ in de faculteitsraad gekozen. Toen hy stierf zat hij voor de PKVindeUR. Door te handelen, te schrijven en te praten, in deze volgorde, werkte Jos mee aan de verwerkelijking van de progressieve ideeën, die luj met velen gemeen had binnen en buiten de universiteit. Hij week daarbij niet terug voor de gemaakte keuze, maar kwam er voor uit en zette zich aan de taken welke uit die keuze voortvloeiden. Door velen werd hem dat niet in dank afgenomen. Ons leerde hij er telkens weer door, dat ook in deze wereld woorden te kort schieten, dat keuzes gemaakt en daden verricht moeten worden. Jos was nog jong. Jong en plotseling sterven is absurd. En voor hen die dood gaan en voor hen die verder leven. (Medische faculteitsvereniging MFVU)
Nederlandse ambtenaren niet'in'voor EEG-baan Nederland is sterk ondervertegenwoordigd in het ambtenaren-apparaat van de EEG. Bij de Europese Commissie zou ons land recht hebben op negen procent van de banen, terwijl er maar zes procent door Nederlanders is bezet. Het tekort aan Nederlanders doet zich ook bij andere internationale organisaties voelen, maar is 'alarmerend' bij de EEG. Deze gegevens zijn afkomstig uit een onderzoek dat de 'Europese Beweging' heeft laten doen naar de bijdrage van Nederlanders in het beleid van de EEG. De ondervertegenwoordiging wordt nog ernstiger als men bedenkt dat Nederlands ambtenarencorps in internationale dienst aan een enorme vergrijzing onderhevig is. De onderzoekscommissie van de Europese beweging heeft zich bezig gehouden met de oorzaken van de ondervertegenwoordiging. Bij de ministeries zou men de waarde van uitzending naar Brussel nauwelijks onderkennen; er wordt weinig aandacht besteed aan de werving van bekwame ambtenaren voor deze posten. Ook zijn er lacunes in het onderwijs. Met name de beheersing van het Frans laat te wensen over. -Een onderzoeksgroep onder leiding van prof. Verloren van Themaat meent dat ook de taalbeheersing en uitdrukkingsvaardigheid in de eigen taal te wensen overlaat. Verder meent de groep dat 'in Nederland een zekere mentaliteit van zelfvoldaanheid en gemakzucht heerst: Nederland is een naar binnen gericht land geworden'.
Referaten In het rapport van de groep valt te lezen dat 'de aanhangige hervormingen van het middelbaar en universitair onderwijs in Nederland in toenemende mate het vermogen van Nederlanders om zich mondeling en schriftelijk nauwkeurig en logisch uit te drukken bedreigen'. Afgestudeerde juristen zouden minder met dit probleem te kampen hebben dan bijvoorbeeld economen. Van de laatste groep bleek het taalgebruik 'doorgaans niet van het niveau dat men van een afgestudeerd econoom kan en mag verwachten'. Een remedie voor dit probleem vindt de groep het blijvend aandacht schenken aan het bijbrengen van uitdruk-
kingsvaardigheid. Er zouden meer referaten gehouden moeten worden en er zou meer aandacht moeten worden geschonken aan het schrijven van goed opgebouwde opstellen en apdere werkstukken. Met name aan het Frans zou meer aandacht besteed moeten worden, omdat dat dé belangrijkste voertaal in Brussel is. Afgezien van het onderwijs zijn er voor Nederlandse belangstellenden problemen dat een paar jaar Brussel niet in de carrièreplanning kan worden opgenomen. Het lijkt er zelfs op dat een verblijf bij de EEG eerder negatief dan positief wordt beoordeeld. (Het ministerie van landbouw en visserij is een uitzondering op deze regel). In andere landen hecht men veel meer waarde aaij 'Brusselse ervaring' bij ambtenaren; het wordt bewust ingebouwd in de carrièreplanning van topambtenaren.
Weinig belangstelling Al deze 'technische' problemen ten spyt kan de Europese beweging er niet omheen dat de belangstelling onder Nederlandse academici voor een baan by de EEG byzonder gering is. Aan het vergeiykend examen werd door slechts tweehonderd kandidaten uit Nederland deelgenomen, waarvan er elf slaagden. Via een voorlichtingscampagne moet dit probleem opgelost worden. Voor het begin volgend jaar te houden examen zyn inmiddels al vierhonderd belangstellenden. Om het tekort in Brussel echter enigszins in te lopen zouden dat er echter minstens duizend moeten zyn. (GUPD, Wageningen)
Redaktie: J a n van der Veen (hoofdredakteur). J a a p Kamerling, Margreet Onrust, M a r i a n n e Creutzberg (redaktie-assistente). Redaktie-adres: De Boelelaan 1105 of postbus 7161, 1007 MC Amsterdam; tel. 020548 4330, b.g.g. 548 6930. Bedaktiebureel; k a m e r OD-01, hoofdgebouw VU.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980
Ad Valvas | 466 Pagina's