Ad Valvas 1980-1981 - pagina 255
3
AD VALVAS — 6 FEBRUARI 1981
VU-crèche nog geen stap dichterbij Volgens een van de stellingen van de kersverse VUdoctor M. Kiewiet de Jonge is het waarschijnlijker dat MVV het landskampioenschap behaalt, dan dat het kardiologenkonflikt in het St. Annadal Ziekenhuis wordt opgelost. Of het in gebruik nemen van de VUcrèche ditzelfde landskampioenschap voor zal kunnen blijven is zo langzamerhand een vraag die evenzeer gesteld zou kunnen worden. Te spreken over een zware bevalling zou wat al te veel voor de hand liggen, maar duidelijk is wel dat de realisering van deze voorziening zeer moeizaam verloopt. Nadat de door het College van Bestuur ingestelde werkgroep Kinderopvang in juni 1980 zijn eindrapportage door de UR voor kennisgeving aanvaard zag, leek het er op dat deze al jaren slepende zaak nu een snelle afronding zou krijgen. Zowel College van Bestuur als direktie van het AZVU stelden zich positief op tegenover het realiseren van kinderopvang, en zaken als financiering en behuizing leken in de ambtelijke sfeer tot een goede oplossing te kunnen worden gebracht. Eind november 1980 werd duidelijk dat de problemen nog hoog opgestapeld lagen. Behuizing voor de crèche bleek moeilijk te vinden op de VU-campus, zeker nadat de dienst GITM het door de werkgroep Kinderopvang uitverkoren veldje in bebouwing had genomen ten behoeve van een bomentuin voor de subfakulteit Biologie en de Hortus. Een tijdelijk alternatief (voor de hopelijk vaste huisvesting in de Meander over vijf ä zes jaar) werd gevonden in de vorm van de barak Kindergeneeskunde die na gereedkoming van het Transitorium I zal worden ontruimd. De heer C. de Niet, portefeuillehouder in het College van Bestuur,
meldde echter in antwoord op vragen uit de universiteitsraad dat over deze zaak nog uitvoerig overleg met de direktie van het AZVU nodig zou zijn. Problematisch was ook de financiering van de VU-crèche. 2k)wel voor de inrichting ervan, als het opvangen van het voorziene exploitatietekort leken er, blijkens de suggesties van de werkgroep Kinderopvang, mogelijkheden aanwezig. Toch moest er, aldus de heer De Niet nog heel wat worden geregeld en besproken voordat die • mogelijkheden geëffektueerd zouden kunnen worden. Hij zegde de Universiteitsraad en de Commissie van Overleg toe deze zaken ter hand te nemen door in de eerste plaats de gedechargeerde werkgroep Kinderopvang weer nieuw leven in te blazen. Navraag leert ondertussen dat zelfs deze eerste stap nauwelijks, of eigenlijk niet gezet is. De werkgroep Kinderopvang is nog niet herrezen. Wel zijn de leden afgelopen maand telefonisch gepolsd over hun eventuele bereidheid om weer aan de slag te gaan, maar pas aan het begin van de maand februari zal het samenroepen metterdaad ter hand worden genomen. Eerder kon dat niet gebeuren, volgens de heer De Niet, in verband met de tijdelijke afwezigheid van de voorzitter van de werkgroep, mevr. M. HazelzetDaniëls. Deze was de afgelopen drie maanden met zwangerschapsverlof. Nader overleg over de financiële problemen is in de tussentijd dus achterwege gebleven, en omdat ook het AZVU te kennen gaf dat overleg over de barak Kindergeneeskunde pas in februari mogelijk was, is de algemene situatie sinds november 1980 niet wezenlijk veranderd. De enige vooruitgang die de heer De Niet op dit moment kan melden is een tijdelijke vergunning van de brandweer voor de overgangsbehuizing. Overigens is men in kringen van de te herrijzen werkgroep Kinderopvang niet zonder meer van zins de werkzaamheden te hervatten. De mening overheerst dat een nieuwe start voor de werkgroep heel nuttig kan zijn, maar niet zo direkt in de oude konstruktie. De diverse mogelijkheden en moeilijkheden zijn nauwkeurig afgetast, en neergelegd
In memoriam mr. dr. J . Donner Aan de vooravond van zijn 90e verjaardag overleed maandag 2 februari in zijn woonplaats Den Haag Mr. Dr. J. Donner, oud president-curator van de Vrije Universiteit. Van 1945 tot 1966 diende hij in deze functie de universtiteit. In deze periode - door Prof. Mr. W.P. de Gaay Portman eens de 'Donner-periode' genoemd - groeide de universiteit snel en verkreeg zij in toenemende mate Rijkssubsidie. In een nota van zijn hand had Mr. Donner aan de discussies rondom deze subsidie een belangrijke bijdrage geleverd. Het was van grote betekenis voor de universiteit in die tijd zo lang deze president-curator te hebben. Mr. Donner promoveerde in 1912 in Utrecht in de rechtsgeleerdheid en in 1919 in Leiden in de staatswetenschappen. Van 1926-1933 was hij Minister van Justitie. In die periode kwam ondermeer de Ambtenarenwet (1929) tot stand. Van 1946 tot 1961 - het jaar waarin hij 70 werd was Mr. Donner president van de Hoge Raad, het college dat hij daarvoor gedurende 13 jaar als raadsheer diende. Sinds 1971 was hij Minister van Staat. Naast deze functies heeft hij vele taken in het maastschappelijk leven op zich genomen en vervuld. Deze markante persoonlijkheid en bestuurder van uitzonderlijke kwaliteiten heeft zo velen met zijn grote wijsheid, inzet en vasthoudenheid gediend. Ook de VU, die hem om zijn grote verdiensten van deze universiteit zeer verpücht is. De vaste plaats van dit erelid van het CoUege van Dekanen - eerder van de Senaat - zal nog lange tijd voor velen een lege plaats blijven. Wij bewaren
de herinnering aan een presidentcurator die zich tot zijn dood sterk verbonden voelde met onze universiteit en aan de realisering van haar doelstelling inspirerend bijdroeg. Wij gedenken hem - die God nu tot zich nam - in dankbaarheid. H. Verheul, Rector Magnificus
in de eindrapportage van de werkgroep. Het komt er nu op aan een aantal knopen door te hakken, en met voorstellen te komen aan de universiteitsraad. In verband daarmee zou het sterk de voorkeur verdienen als de werkgroep weer van start zou gaan onder voorzitterschap van de CvB verantwoordelijke voor deze zaak, de heer De Niet. Op zo'n manier zou de werkgroep in de ambtelijke sfeer het werk voort kunnen zetten, en ook inderdaad konkrete voorstellen kunnen gaan formuleren. Dat het neerzetten van een crèche op de vu-campus, of vlak daarbuiten, een tijdrovende kwestie is, is met dit alles wel duidelijk. Van somberheid wil de heer De Niet desondanks nog niet horen: 'Houdt goede moed, meisje'. (M.O.)
Literatuurkring BC over Gerrit Krol
• Prof. M.C. Brands (UvA) in NRCHandelsblad: 'Verdienen andere groeperingen niet méér hun eigen "bijsondere" instellingen dan zij die naar eigen zeggen al geèmancipeerd nijnT • Anonymus in Aardweek (Instituut Aardwetenschappen VU): 'Waarom doet u thuis wel een lamp van 60 watt uit als u een kamer verlaat, maar laat u in bijvoorbeeld collegezaal F103 wel 48 tl. balken van elk 40 watt (totaal 1920 watt) branden als u deze zaal verlaat?' Geen prijsvraag, wel een vraag om het nadenken over de prijs te stimuleren.
De literatuurkring van het Bezinningscentrum komt op maandag 16 februari bijeen in zaal JO-11 van Provisorium III. Op deze bijeenkomst zal aandacht besteed worden aan twee verhalen van Gerrit Krol. Dit zijn de verhalen: 'De zoon van de levende stad' en 'Pinlcsteren'. Ze staan allebei in de bundel 'Halte opgeheven'. Het gesprek begint om 17.00 uur en duurt uiterlijk tot 18.30 uur.
Drie universiteitsbladen verlaten samenwerkingsverband boos
Scheuring in GU PD Drie van de elf in de stichting Gemeenschappelijke Universitaire Pers Dienst (GUPD) samenwerkende universiteits bladen zijn boos opgestapt De vertegenwoordigers in het GUPD-bestuur voor Folia Civitatis (Universiteit van Amsterdam), Quod Novum (Erasmus-universiteit, R'dam) en Mare (Leidse universiteit) namen dit besluit staande de vergadering van vorige week vrijdag in Utrecht, toen een voorgestelde wijziging van de stichtingsstatuten niet de vereiste tweederde meerderheid van alle GUPD-Ieden kreeg. De wijziging was nodig om een in december met een kleine meerderheid aanvaarde motie van Folia Civitatis te kunnen effectueren. De motie behelsde strakkere voorwaarden voor deelneming aan het samenwerkingsverband, waardoor sommige bladen de kans zouden lopen te worden buitengesloten. Het nu gehavende GUPDbestuur zal zich in maart op de ontstane situatie beraden. Al enige tijd rommelt het in de uit 1974 daterende stichting GUPD, waartoe het Nijmeegse universiteitsblad nimmer toetrad omdat het een andere opvatting van redaktionele onafhankelijkheid huldigt en waaruit de Groningse universiteitskrant vorig jaar na een konflikt eigener beweging vertrok omdat de redaktle ervan tot een zelfde konklusie kwam. De stichting, die als doelstelling heeft het bevorderen en in stand houden van een redaktioneel onafhankelijke universitaire pers, paste daarom een informele toetsing toe op leden en adspirantleden. Bladen die die toetsing niet doorstonden verdwenen of werden geen lid. Meningsverschillen over het begrip 'redaktlonele onafhankelijkheid' zijn immer in openheid doorgesproken. Collegialiteit was steeds het uitgangspunt, ook al gezien de verschillen in ontwikkeling bij de bladen. Kleinere en grotere bladen trokken zoveel mogelijk gezamenlijk op. De laatste tijd functioneerde de GUPD praktisch niet zo opperbest Tneer. Sommige leden onttrokken zich aan de wekelijkse telefonische
De taal van de stukken Zij; Mijnheer! Wij zouden gaarne van u een verslag ontvangen over de werkzaamheden van het verlopen dagdeel. Hij.' Dat verslag kan kort zijn. Er was sprake van een breed scala van activiteiten, waarvan het verloop tot tevredenheid kan stemmen. Zij; Er is hier een misverstand. In tegenstelling tot hetgeen eertijds gebruikelijk was, dient een dergelijk verslag thans de belangrijkste elementen te bevatten van het gevoerde beleid, een opsomming van de thema's die aan de orde waren, en van de resultaten die werden geboekt. Hij; Het beleid is er op gericht geweest de bilaterale ontmoetingen te verrijken met steeds nieuwe elementen. Belangrijke thema's waren het natuurlijk verloop en de verantwoorde opheffing van bestaande belemmeringen, terwijl de mogelijkheden van wederzijdse doorstroming in toenemende mate de aandacht vroegen. Zij; Het zou interessant zijn te vernemen of de inspanningen van de afgelopen periode reeds vruchten hebben afgeworpen. Hij; Nog daargelaten dat vruchten eerst op de middellange termijn kunnen worden verwacht, zijn die ook niet direct hetgeen met deze ontmoetingen wordt beoogd, aangezien zij het afsprakenpatroon voor lange tijd zouden vastleggen. Het betreft hier zaken die een snelle en slagvaardige besluitvorming vereisen en waarbij initiatief en indiening flexibel geregeld moeten zijn. Zij; Het is te begrijpen dat deze projecten voor onervaren werknemers een zekere aantrekking hebben. Immers betreft het hier veelal verkenningen van de infrastructuur en het aftasten van openingen voor nieuwe impulsen. Voor medewerkers in vaste dienst echter moeten zij als minder opportuun worden beschouwd, aangezien door het weinig planmatig karakter en de korte looptijd de resultaten doorgaans teleurstellend zijn. Hij; Dit is zeker niet altijd het geval. Bij het onderhavige project was in incidentele contacten belangrijk voorbereidend werk verricht. De ontmoetingen
vergaderingen, waarop kopij werd uitgewisseld. Oktober vorig jaar kondigde Folia Civitatis, een van de grotere bladen, een 'slapend lid' te zullen worden. De Folia-redaktie, die zich feitelijk al een poos niet veel meer aantrok van de GUPD, gaf als reden op 'dat wij aan de GUPD hoegenaamd niets hebben', terwijl de eigen artikelen wel door andere bladen werden overgenomen. Polia Civitatis doet veel aan landelijk nieuws, iets waar de kleine bladen weinig mogelijkheden voor bezitten. Bovendien vond de Folia-redaktie dat er bladen in de GUPD zitten die er niet in thuishoren, zoals het kort tevoren toegelaten en pas bestaande 'Observant' van de Limburgse universiteit, waar de voorlichtingsdienst nog een belangrijke stem in het kapittel heeft. Een onverantwoorde beslissing om 'Observant' toe te laten, riep de Folia-redaktie, temeer omdat de motivering ervoor voortkwam uit de overweging dat toelating weigeren zou inhouden dat een groot deel van de GUPDleden dan ook maar eens aan kritisch zelfonderzoek zou moeten gaan doen.
Deze knuppel in het hoenderhok was goed voor een aantal roerige vergaderingen met moties en modellen voor een betere GUPD. Sommigen kritiseerden de Folia-houding en meenden dat het blad de stichtingstent beter kon verlaten. Anderen twijfelden. Enkele grotere bladen, tevens Folia-vrienden, lieten sympathie blijken. In december resulteerde de opschudding in de bovengenoemde Folia-motie, die met vier stemmen voor, twee tegen en twee onthoudingen over de streep kwam. Alleen bladen die voldoen aan nader op te stellen kriteria van strikte journalistieke onafhankelijkheid en kwaliteitsnormen zouden in de toekomst nog deel van de GUPD mogen uitmaken. Bladen, die daar na ongeveer een jaar niet aan zouden voldoen, zouden uit de boot vallen. Op die basis zou er weer konstruktief aan de GUPD kunnen worden gesleuteld. De koersverandering die uit de motie bleek - van een vrij open stichting naar een gesloten, exclusievere - maakte een statutaire wijziging noodzakelijk. De bevordering van redaktioneel zelfstandige bladen zou uit de stichtingsdoelstelling moeten worden geschrapt. Het in stand houden ervan zou er in blijven staan. Er waren er acht nodig. De stichtingsbestuurders voor Ad Valvas en het Eindhovense THBenchten stemden tegen. De (afwezige) vertegenwoordigers van de bladen van de TH's Delft en Twente zouden ook tegen hebben gestemd. Ad Valvas verklaarde zich tegen omdat het meent dat het niet van collegiale intentie getuigt goedwillende bladen, zoals het Maastrichtse 'Observant', eventueel te willen wippen als GUPD-lid om buiten hen vallende oorzaken (bijv. gering budget, onwillige universiteitsbesturen). Want dat zou tenslotte de consequentie moeten zijn. (J.v.d. V.)
UR-impressies droegen een wederzijds stimulerend karakter, en hetgeen in de voorlaatste planningsronde was voorgenomen kon reeds voor het einde van de verslagperiode ten uitvoer worden gelegd. Zij; De vraag moet worden gesteld of hiermede niet een te zwaar beroep is gedaan op de beschikbare middelen. Deze vraag klemt te meer daar in het recente verleden deze middelen bij herhaling ontoereikend bleken voor de uitvoering van de in het kader van de interne meerjarenafspraak overeengekomen werkzaamheden. In het licht van dit gegeven moet betwijfeld ivorden of het opportuun is thans nieuwe gebieden van activiteit aan te horen. Hij; De gedachte dat in tijden van schaarste van innovatie moet worden afgezien is in zijn algemeenheid onjuist. In zulke tijden dreigt immers het gevaar van verslapping. Juist innoverende activiteit en grensverleggend onderzoek kunnen nieuwe impulsen leveren en wellicht nieuwe bronnen ontsluiten Zij; Dtt neemt niet weg dat intern in toenemende mate gestuurd zal moeten worden volgens een degressieve lijn. Op den duur zal dan aan een bijstelling van de meerjarenafspraak niet te ontkomen zijn. Te denken valt aan een temporisering van de werkzaamheden in de verzorgende sector. In het uiterste geval zou de hier beschikbare arbeidskracht moeten worden ingezet voor innovaties in andere richting. Hij; Dergelijke noodmaatregelen zouden thans voorbarig zijn. Zij; Met betrekking tot de externe activiteiten moet trouwens worden opgemerkt dat de hiervoor bestede middelen geoormerkt zijn, en dus niet zonder voorafgaand bilateraal bestuurlijk overleg elders mogen worden aangewend. Hij; Zoals reeds terloops aangeduid is de interne voorziening in genen dele in gevaar. Zij; Veel zal er van afhangen of dit hard te maken is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980
Ad Valvas | 466 Pagina's