Ad Valvas 1980-1981 - pagina 441
3
ADVALVAS —19JUNI 1981
Konklusie theologiestudentes VU na onderzoek 'Vrouwen verzocht?':
G ereformeerden staan niet te springen om vrouwen op de kansel Wekelijks een vrouwelijke predikant op de kansel? De Gereformeerde Kerken van Nederland staan er niet om te springen. Af en toe een preek van een vrouwelijke kandidaatzielzorger kan geen kwaad. Een aanstaande voorganger van 'de andere sekse' op beroep, dus met het oog op een eventuele 'vaste aanstelling', te laten preken komt echter zelden voor. Theologiestudentes die een dergelijke eer te beurt valt, zijn geluksvogels. Dat konkluderen vijf theologiestudentes aan de VU die onderzochten in hoeverre het gerucht - en voor sommigen - de vaste overtuiging dat vrouwelijke ambtsdragers in die kerken minder in tel zijn dan mannelijke, op waarheid berust. De afgelopen dagen brachten ze hun onderzoeksresultaten in een rapport met de prikkelende titel 'Vrouwen verzocht?' naar buiten. De vijf studentes, Riëtte Beurmanjer, Esther de Boer, Nelleke Boonstra, Hanneke Borst en Letty Oosterhof, zagen hun vooronderstelling dat vrouwen in het algemeen weinig preekverzoeken krijgen niet bevestigd. Behalve ingeval van een beroep blijken vrouwen even vaak als mannen te worden gevraagd. Hen wordt echter minder vaak gevraagd nog eens in dezelfde gemeente terug te komen. Uit praktische overwegingen beperkten de studentes de enquête die zij voor hun (kwantitatieve) onderzoek hielden tot de VU-studenten theologie die predikant willen worden in de gereformeerde kerk en preekverlof hebben. Dat bleken er 70 te zijn, waarvan er uiteindelijk 39 meededen. Volgens de onderzoeksters is er geen reden om aan te nemen dat het beeld fors zou afwijken als allen waren geënquêteerd. Een derde van de geënquêteerden was vrouw. Opvallend is dat in het onderzoek slechts preekverzoeken in verband met een beroep aan een vrouwelijke theologiestudent werden gedaan als die getrouwd was met eveneens een theoloog. Bij het preekverzoek werd het uitdrukkelijke verzoek gedaan dat beiden het beroep zouden aannemen. De vijf onderzoeksters vrezen gezien de uitslagen veel moeilijkheden voor het relatief grote aantal vrouwelijke theologiestudenten dat over enkele jaren op de arbeidsmarkt voor predikanten zal verschijn. Riëtte Beurmanjer: 'Wij zijn bang dat de tendens dat vrouwen moeilijk beroepbaar zijn niet zal veranderen.' Sinds de gereformeerde synode in 1968 besloot ook vrouwen tot de kansel toe te laten is het aantal studentes in de godgeleerdheid aan de VU toegenomen. In de naoorlogse periode tot 1972 waren het er in totaal slechts 35, van wie er 20 afstudeerden. Van die 20 werden 10 hulsvrouw en de rest godsdienstlerares of ziekenhuispredikant. Na 1972 stromen jaarlijks gemiddeld 10 vrouwen naar de VU-fakuIteit toe. Ten opzichte van de mannelijke studenten is dat ongeveer een derde van het totaal. In 1978 was het aantal mannelijke en vrouwelijke eerstejaars studenten voor het eerst
Jan van der Vaan gelijk (17-17). De jaren daarna leverden weer het sinds 1972 gebruikelijke beeld op. Omdat na 1978 verscheidene vrouwelijke theologiestudenten van de lichtingen van omstreeks 1972 zover met hun studie zijn gevorderd dat zij uit preken kunnen gaan, stelden de onderzoeksters zich de vraag of zij in de praktijk wel als predikant worden geaccepteerd. Gevoed door de onbehaaglijke gedachte dat theologiestudentes minder preekverzoeken mogen verwachten dan hun mannelijke collega's, besloten de onderzoeksters eind 1978 dat maar eens systematisch uit te zoeken.
Welles-nietes Ze werden in dat besluit gesterkt door een welles-nietes-diskussie, die zich begin 1979 in Trouw ontspon tussen de theologe Dineke Havinga (VU) een theologie-studente met preekverlof en de gereformeerde predikante Margriet PostmaGosker (toen al zes jaar in Heerhugowaard), een van de 'geluksvogels'. Van de ongeveer 1100 in de gereformeerde kerken dienstdoende predikanten is zegge en schrijve één procent vrouw. 'Je biologische staat maakt het je praktisch onmogelijk om predikant te worden,' had Dineke Havinga in het blad 'Voorlopig' in een gramvol artikel onder de kop 'Driedekkers, blauwkousen en manwijven' geschreven. Het werd in Trouw geciteerd en was de aanleiding tot de pennestrijd. In 1911 werd de eerste vrouwelijke predikant in Nederland bevestigd, maar als vrouwen van de theologische fakulteit aan de v u kunnen we ons haast niet voorstellen dat het niet pas gisteren gebeurde, zei ze. Ze vatte de meeste door hen gehoorde bezwaren tegen een vrouw op de preekstoel samen: Ongehuwd? Ze kan verliefd worden en trouwen. Een aanslag op het gemeentewerk. Blijft ze vrijgezel? Gevaar voor verzuren. Slecht voor het pastoraat (gezinsproblematiek). Gehuwd? Kan ze kinderen krijgen. Dus ongeschikt voor haar taak. Oudere gehuwde vrouw? Voordeel is dat ze dan geen zorg meer voor kinderen heeft, maar daarna volgt de reeks overgangsjaren . . . De kerkorde werkt ook niet in het voordeel van de vrouw. Integendeel. Dineke Havinga: 'Geen haan kraait naar artikel 19 waar dingen over vrouwen in het ambt geformuleerd staan die discriminerend zijn en de kansen op een beroep verkleinen. Alleen de kippen kraaien.' De theologiestudente met preekverlof schreef tegen Dineke Havinga in en vond dat boos verklaren dat je geduld als vrouw op is geen pas geeft. Maar ze meende wel dat het de kerken vaak aan goede argumenten ontbreekt als die liever geen vrouwelijke dominee in hun midden zien. En ds. Margriet Gosker had juist het idee dat het proces van aanvaarding van vrouwelijke ambtsdragers in de gereformeerde kerken 'zo ongelooflijk hard' is gegaan. Zelf had ze tenminste niet de ervaring dat biologische faktoren haar een strobreed in de weg hadden gelegd. Wel had zij als eerstejaars aan de Kampense Theologische Hogeschool verwacht later, als ze eenmaal op pad zou kunnen gaan om een plekje op het theologische erf te veroveren, de nodige weerstanden te zullen ontmoeten.
Kampen Aan de Kampense hogeschool naast de VU de andere (en grootste) leverancier van gereformeerde zieleherders - werd in 1979 ook een enquête gehouden. Door een docentencommissie. Mannen krijgen driemaal zoveel preekverzoeken als hun vrouwelijke collega's, luidde de
konklusie... De enquête werd gehouden om redenen als het meermalen gesignaleerde feit dat kandidaat-predikanten geen beroep van kerken kregen omdat ze niet op het CDA stemden. Een reden was ook dat ongehuwden en vrouwen klaarblijkelijk minder gemakkelijk aan een kanselbaan kunnen komen dan anderen. Een van de commissieleden, drs. Joke Scheepstra, zei In het Centraal Weekblad, orgaan van de gereformeerde kerken: 'Het is duidelijk dat het hier gaat om een zaak die goed in de gaten gehouden moet worden.' Ook in Kampen is het aantal vrouwelijke studenten de laatste tien jaar gestegen. Eén op de vijf studenten is er momenteel van vrouwelijke kunne . . . Met hun cijfermateriaal willen de vijf VU-studentes, die samen de aktiegroep binnen de vrouwengroep bij theologie vormen, de kerkelijke wereld (en de eigen fakulteit) wakker schudden opdat 'er iets aan de achterstelling van vrouwen gedaan wordt'. Nelleke Boonstra: 'Ons rapport is in de vrouwengroep besproken. We hebben besloten de ontwikkelingen de komende jaren te zullen bijhouden. Als het nodig blijkt, zullen we verder in aktie komen. Wel gaat er nu een brief van ons over de zaak naar de generale synode.' Wat de 'verdere aktie' betreft zou een kwalitatief vervolgonderzoek interessant zijn. De onderzoeksters
vinden dat voor een totaalplaatje eigenlijk noodzakelijk. Vragen als hoe reageren gemeente, kerkeraad en kandidate op elkaar? Levert dat een andere samenwerkingsverhouding op dan wanneer het een man is? kunnen daarbij een antwoord krijgen. Dat zal meer aan het licht brengen over de positie van de gere-
formeerde vrouw die de pastorie zoekt. Voor geïnteresseerden is het verslag van het onderzoek 'Vrouwen verzocht?' te verkrijgen door storting van ƒ5,-- op gironr. 2772098 t.n.v. CA. Boonstra, Zachanas Jansestraat 27' Amsterdam, onder vermelding van 'Vrouwen verzocht?'. Voor inlichtingen en reacties kan men ook op dit adres terecht tel, 020-948571.
Decanen oproepen toelage af te staan voor leerstoel gerechtigheid
Inzamelingsaktie voor Dom Helder Camera, 50 jaar priester Ter gelegenheid van het 50-jarig priesterschap deze zomer van VU-ere-doctor Dom Helder Camara, bisschop van Recife in Brazilië zal op de VU een inzamelingsaktie worden gehouden waarvan de opbrengst door de bisschop kan worden besteed voor een projekt in Brazilië. Dit idee is geboren in het rectorium na een gesprek met de europees secretaris van Camara de heer Mooren. De aktie zal waarschijnlijk eind augustus van start gaan en het verblijf van de bisschop de eerste helft van oktober in ons land zal mogelijk benut worden om hem het geschenk te overhandigen. De uitwerking van het idee is gedelegeerd aan het rectorium nadat het college van decanen zeer positief op het idee had gereageerd. De secretaris van Camara de heer Mooren denkt dat het geld besteed zal worden voor het werk van de 90 basis gemeenschappen in Recife. Dat zijn centra waar armen en werklozen samenkomen en aan bewustwording wordt gewerkt. Alleen al voor het vervoer naar die centra is geld nodig. Er zijn legio specifieke Projekten mogelijk, zoals bijvoorbeeld volksgezondheidsprojekten. Het gaat steeds om kleine Projekten waar 5000 tot 25000 gulden voor nodig is. Bij overstromingen zijn onlangs gebouwtjes voor basisgemeenschappen weggespoeld. Voor de wederopbouw ervan is geld nodig. Verder doet zich in Recife de schrijnende toestand voor dat armen van hun grond worden verdreven, de grond onteigend wordt zonder schadevergoeding en speculanten vervolgens overgaan tot luxe nieuwbouw. Er is nu een soort rechtswinkel gestart met vier mensen die opkomen voor de verdreven bewoners.
Leerstoel Zoals bekend heeft bisschop Camara vorig jaar tijdens een toespraak ter gelegenheid van de 100-jarige VU een klemmend pleidooi'feehouden voor de instelling op de VU eventueel samen met Nijmegen van
een leerstoel voor gerechtigheid, bevrijding en vrede. De financiering hiervan is echter niet zo makkelijk en de leerstoel laat nog steeds op zich wachten. De europees secretaris van Camara de heer Mooren lanceerde tegenover ons blad het idee op de decanen van de VU een beroep te doen de toelage die zij voor hun decanaat ontvangen of een deel ervan ter beschikking te stellen voor de financiering van de leerstoel. Het rectorium heeft deze suggestie nog niet besproken. De financiering hangt ook af van de keuze tussen een serie voordrachten en een leerstoel. Het laatste is uiteraard duurder. Rector Verheul: 'Er is een lichte voorkeur voor een serie voordrachten omdat je dan verschillende docenten kunt laten spreken.' Het financiële aspect geeft wat hem betreft bij die keuze niet de doorslag. Overigens is er nog geen financieel voorstel, eerst moet er inhoudelijk een goed voorstel worden gemaakt. Verheul heeft daarover materiaal opgevraagd bij een hoogleraar in de Verenigde Staten waar een soortgelijke leerstoel bestaat. Als motivering voor de instelling van een leerstoel voor 'Justice, Uberation and peace' gaf de bisschop vorig jaar het feit dat nog steeds tweederde deel van de mensheid in onmenselijke omstandigheden
leeft. Dat is een zaak van groot onrecht. Dat is niet alleen internationaal aanwezig maar ook binnen Derde Wereld-landen als Brazilië zelf waar eigenlijk nog altijd de slavernij bestaat en sprake is van intem kolonialisme. Een kleine groep van rijken staat er tegenover de rest van de bevolking. De laatste jaren komen in Brazilië multinationale ondernemingen die zijn verbonden met de groep van rijken sterk op. De situatie van de bevolking wordt er echter steeds slechter op. De Derde Wereld-landen raken in de greep van de moderne technologie met haar schone beloften van meer geld, werk en ontwikkeling. De grondstoffen van het land worden echter verspild, de schulden stijgen en de werkloosheid neemt toe. Vroeger onderhielden de katholieke bisschoppen sterke banden met de rijken en de regering en dat met de beste bedoelingen. Dat leek vroeger een normale zaak maar vandaag is het onmogelijk de sociale orde te blijven steunen omdat zij in feite een sociale wanorde is. Het is ons recht en onze plicht politiek te bedrijven uit zorg voor de grote menselijke problemen en de mensenrechten, aldus Camara. Een leerstoel voor gerechtigheid noemde hy ontzettend belangrijk om de ogen van de mensen voor onrecht te openen. Zo'n leerstoel kan de rijke landen helpen tot het inzicht te komen dat gerechtigheid voorwaarde is voor vrede, zo meende Camara. Over het thema bevrijding zei hij nog dat meer en meer arme landen vooral in Latyns-Amerika inzien dat geweld om tot bevrijding te komen een illusie is. Dat is geen echte bevrijding. Ook cubanisering van Latijns Amerika ziet hij niet als oplossing. Cuba denkt vrij te zijn maar staat onder russische invloed zoals andere latijns-amerikaanse landen onder de invloed van de VS staan. De oplossing ziet Camara in een houding van actieve geweldloosheid. (J.K.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980
Ad Valvas | 466 Pagina's