Ad Valvas 1980-1981 - pagina 185
AD VALVAS — 5 DECEMBER 1980
Bewoners becijferen in nota:
Studentenhuisvesting te duur De officiële studentenhuisvesting in Amsterdam is voor degenen die er gebruik van maken bijna een onbetaalbare zaak geworden. De huur- en servicekostenverhogingen die het afgelopen jaar zijn doorgevoerd worden om die reden dan ook al enige tijd door de bewoners geboycot. Uit bittere financiële noodzaak, maar ook als noodsignaal. De'studentenbewoners hopen als boycotters de aandacht te trekken die ze naar hun zeggen eerder niet kregen; Klachten over hoog oplopende nood werden tot nu toe van het ene ministerie naar het andere doorgeschoven, of in de prullenbak gedeponeerd omdat de schatkist van het koninkrijk te leeg is voor de voorgestelde oplossingen. Het Algemeen Bewoners Overleg (ABO), de organisatie van bewoners van panden van de SSH-UvA, heeft nu zeer onlangs de nood trachten te kwantificeren in cijfers, histogrammen en tabellen. Met het resultaat, de nota 'bewoners in woonlasten', in de hand zijn eind november besprekingen gevoerd met leden van de kamerfrakties yan CDA, CPN, D'66, PPR, PSP en PvdA in de hoop 'dat de volksvertegenwoordiging niet dezelfde onverschilligheid aan de dag zal leggen die de betrokken bewindslieden zo kenmerkt.' De cijfers en histogrammen brengen niet alleen de UvA-problemen in beeld. Ook Vü-Uilenstede figureert in de berekeningen. Het aldaar optredende 'aktiekomité tegen de huurverhoging' heeft de nota dan ook opgestuurd naar de universiteitsraad van de VU, waar overigens nog steeds een motie ter ondersteuning van de (huur) eisen van de Uilenstede-bewoners ter tafel ligt. Het Uilensteedse aktiekomité heeft zich tevens geschaard achter de aanbevelingen en standpunten waarmee het ABO zijn cijfermateriaal heeft omgeven. De woonkosten van studenten mogen een schrijnende aanvulling genoemd worden op het weinig opwekkende beeld dat de laatste weken van deze kategorie Nederlanders is geschetst. NIPO-onderzoek bracht onlangs (zie Ad Valvas van 28 november) al aan het licht dat negentig procent van de Nederlandse studenten met het inkomen onder het bestaansminimum van alleenstaanden zit. Na dertien jaar filosoferen is er van regeringswege nog steeds geen bevredigend voorstel tot regeling van de studiefinanciering gekomen. Een eigen nota van Minister Pais (zie elders in dit nummer) zal naar alle waarschijnlijkheid het renteloos voorschotgedeelte van de beurs doen vervangen voor een rentedragende lening. En het kollegegeld gaat mogelijk naar ƒ 750.—. In het licht van deze achterblijvende inkomensontwikkeling doen de stijgende woonlasten extra treurig aan, aldus de nota. Servicekosten rijzen vooral de laatste jaren de pan uit, onder Invloed van de energieprijzen. De kale huren van de studentenkamers zijn te hoog, vooral in relatie tot de kwaUteit van het geboden onderdak. De regeling individuele huursubsidie biedt geen oplossing voor de problemen omdat inkomens onder het bijstandswetminimum gewoon niet erkend lijken te worden, j Frappant is dat de verhogingen van de servicekosten (voor oud-Uilenstede bijvoorbeeld van / 31,20 per maand in 1972 naar / 94,70 in 1980) tegenover een licht dalende tendens in het verbruik staan. De prijzen van de energiedragers stijgen te scherp om de matigingen van de bewoners enig resultaat te laten hebben. In de nota wordt benadrukt dat de verbruikskosten nog eens negatief worden beïnvloed door de zeer slechte isolatie van de panden. In de tijd dat de meeste studentenflats werden opgetrokken, zo tussen 1965 en 1972, waren warmte-isolerende maatregelen blijkbaar niet zo populair. Resultaat: zeer lage stichtingskosten, maar grote warmteverliezen, onekonomische verwarming en de onmogelijkheid om het persoonlijk verbruik te reguleren en te kontroleren. Verlaging van de energieprijzen is niet te verwachten. De enige mogelijkheid om de prijsstijgingen op te vangen ligt volgens het ABO dan ook in het scherp terugbrengen van het verbruik. Met klem wordt aangedrongen op substantiële energiebesparende maatregelen, zoals daken bodemisolatie en dubbele begla-
Margreet Onrust zing. Het geld voor dergelijke maatregelen denkt het ABO te halen uit het potje dat zal ontstaan als de kale huur van de woningen wordt teruggebracht tot het in de nota als redelijk becijferde peil.
Van Dam
Het verhogen van de huren met percentages die overeenkomen met die van de 'normale' volkshuisvesting kan onmogelijk gezien worden als een juiste methode van huurprijsvaststeling. De kwaliteit van de woning wordt daarbij namelijk niet in aanmerking genomen, en het is juist de stelling van het ABO dat deze kwaliteit een duidelijk verschil aanbrengt tussen gewone en studentenhuisvesting. Om dit aannemelijk te maken is men op het idee gekomen een vergelijking te maken met vormen van huivesting voor alleenstaanden en tweepersoonshuishoudens die vallen onder de zogenaamde Van Damregeling. Deze regeling voorziet in een budgetteringssleutel waarbij de verhouding tussen kwaliteit, stichtingskosten en huurprijs wordt afgeleid van al eerder gerealiseerde meerkamerwoningen in de woningwetsektor. De bestaande studentenhuisvesting komt volgens het ABO in gro-
te lijnen overeen met het type huisvesting dat in ambtelijke taal wordt aangeduid met 'Woningen met vier wooneenheden met gemeenschappelijke voorzieningen voor vier alleenstaanden. Totaal woonoppervlak ca. 88 m". Een vergelijking van dit type met een eenpersoonsstudentenkamer Iaat zien dat waar een 'gewone' alleenstaande 22 vierkante meter wooneenheid tot zijn beschikking heeft, waarbij zij of hij de voorzieningen met nog drie anderen moet delen, dit alles voor de studerenden veel minder aangenaam geregeld is. De studentenhuisvesting verstrekt slechts 10 tot 15 vierkante meters, met voorzieningen die door tien tot twintig huisgenoten moeten worden gedeeld. Een essentieel niet voldoen aan de minimale eisen, stelt het ABO. Een reduktiefaktor zou vastgesteld moeten worden die de huur van de studentenhuisvesting in overeenstemming brengt met de kwaliteit (dat wil zeggen duidelijk verlaagt). In felle kleuren schildert het ABO in zijn nota tenslotte het achterblijven van de ontwikkeling van het inkomen van de student by de algemeen aanvaarde sociale minima en bij het minimumloon. Het is niet moeilijk in te zien dat bij een laag inkomen en hoge woonlasten het deel van het inkomen dat aan wonen wordt besteed zeer hoog uitvalt. In dat soort situaties kunnen mensen in aanmerking komen voor individuele huursubsidies. Pijnlijk voor de studenten is echter dat het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, waar de studentenhuisvesting sinds enige tijd onder ressorteert, bij het vaststellen van een dergelijke subsidie begint te rekenen bij een inkomen van ƒ 12.000 per jaar. Met andere woorden, het miinisterie beschouwt alle inkomens onder de twaalfduizend
V/at Uilenstedebewoners van de laatst aangekondigde huurverhoging vonden schreven se in duidelijke taal op straat. De Stichting Studenten Hutsvesting VU beraadt sich half december over wat se verder met de huurboycotters aan moet. gulden als even hoog, namelijk als twEialfduizend gulden. Gezien het feit dat de maximum rijksstudietoelage, waar lang niet alle studenten van mogen genieten, voor 1980 nog geen / 10.000,— bedraagt kan veilig worden aangenomen dat veel studenten, en ook HBO'ers en werkende jongeren, zich onder de inkomensgrens van ƒ 12.000,— bevinden. Wat dat voor de individuele huursubsidies betekent laten de ABO histogrammen uitgebreid äen; uitgaande van een jaarlijks opT« brengen huur van ƒ 1704,-- zal de normhuurquote (voor de bepaling van het recht op huursubsidie) bij een inkomen van /12.000,— op 14,2% liggen. Bij een inkomen van ƒ 8.500,— zit dat percentage echter al op 20.11, en bij een inkomen van ƒ 6.500,-- (nog steeds een reëel studenteninkomen) bedraagt het 26.22%. Een individuele huursubsidie in de huidige stijl biedt derhalve geen soelaas voor de allerlaagste inkomens. De laatste aanbeveling uit de nota 'bewoners in woonlasten' is dan ook om de laagste inkomens niet te ontkennen, maar te verwerken in de tabellen voor de individuele huursubsidie door middel
Oproep voor diskussie over de VU endebezuinigingen Aanstaande maandag, 8 december, vindt er een forumdiskussie plaats over 'De universiteit uit het bezuinigingsmoeras' (zaal lA-05 hoofdgebouw VU, 20.00 uur). We kondigden het vorige week al aan: een konfrontatie tussen verschillende opvattingen aan de VU over de vraag, hoe te reageren op de nijpende bezuinigingen die onze universiteit het volgend jaar zo'n honderd arbeidsplaatsen zullen gaan kosten. Aan het forum nemen in ieder geval deel: Arie Verhagen, lid van het ABVA/KABO-hoofdgroepsbestuur
wetenschappelijk onderwijs; prof. dr. Joh. Blok, hoogleraar natuurkunde; en Theo van Tilburg, vorig jaar lid van de UR voor de PKV. De NCBO zal waarschijnlijk ook een spreker leveren, maar by het ter perse gaan van dit nummer was nog niet bekend wie. Ook het Alternatief Ambtenaren Aktiecomité is gevraagd met een spreker te komen, het is echter nog" niet zeker dat dit zal lukken. (Overigens vertegenwoordigt prof. Joh. Blok, hoewel niet namens het AAAC sprekend en ook niet als zodanig gevraagd, toch
De Von Munchausen-oplossing: Jeself uit het moeras trekken ..
wel opvattingen die nauw tegen die van de alternatieve ambtenaren aanliggen.) Ook CvB-voorzitter drs. H.J. Brinkman is door de organisatoren verzocht om aan het forum deel te nemen; deze vond echter de vraagstelling te weinig toegespitst op de konkrete kwesties waar het universiteitsbestuur op dit moment mee te maken heeft. De CvB-voorzitter zal echter maandagavond wel in de zaal aanwezig zyn om eventueel een bydrage aan de diskussie te leveren. De volgende oproep is uitgegaan om aan de avond deel te nemen: 'Over de vraag hoe de universiteit moet reageren op de bezuinigingen
van vaststelling van rechtvaardige normhuurquotes voor deze bodeminkomens. Wordt het nu gevoerde beleid doorgezet, voorspelt het ABO, dan zullen het ministerie van VRO, de stichtingen van studentenhuisvesting en ook de woningbouwverenigingen in toenemende mate gekonfronteerd worden met noodgedwongen aktievoerende bewoners. Hoe met name de stichtingen de op dit moment gevoerde boycots zullen doorstaan is nog niet helemaal duidelijk. Zowel de SSH van de UvA als die van de VU heeft tot nu toe begrip getoond voor de moeilijke positie van de bewoners en aangekondigd tot het begin van het volgende jaar in ieder geval geen maatregelen tegen de boykotiers te treffen. Wat er daarna gebeurt zal voor wat betreft de VU afhangen van de beslissingen die het dagelijks en algemeen bestuur van de SSH half december zullen nemen. Het aktiekomité tegen de huurverhoging is van plan om aan te dringen op het doortrekken van de tot nu toe gehanteerde begripvolle gedragslijn. Of de SSH-VU hiertoe ook financieel in staat zal zijn is nog niet bekend.
wordt al langer gesproken. Soms lykt het of de diskussie niet erg vruchtbaar is, weinig opening geeft naar wezenlyk nieuw beleid. Intussen neemt wel de bezuinigingsdnik hand over hand toe: volgend jaar worden we op de VU gekonfronteerd met een verlies van meer dan honderd arbeidsplaatsen. Onder die omstandigheden dreigt een verstarde situatie te ontstaan, waarin bestaande verhoudingen onveranderd biy ven en nieuwe initiatieven doodlopen op een algeheel ge oei van malaise. Het is belangrijk dat dit wordt voorkomen. Verschillende groeperingen en instanties op de VU moeten elkaar zien te vinden in een gemeenschappeiyke opstelling, die recht doet aan de verantwoordeiy kheid van de VU, als instelling van wetenschappeiyk onderwys en onderzoek, en als werkgever. Het overwinnen van bestaande barrières zal het mogeiyk maken een kreatief, beleidsmatig antwoord op de bezuinigingen te geven. De snel groter geworden pressie van de bezuinigingen vraagt om een nieuwe impuls voor een open en fundamentele diskussie over deze zaken. Ondergetekenden roepen daarom allen die op de VU werken en studeren op hieraan waar mogelyk een bydrage te leveren. In het bijzonder roepen zy op voor de avond over het thema "De universiteit uit het bezuinigingsmoeras" die georganiseerd wordt op maandag 8 december aanstaande.' Deze oproep betekent overigens niet dat alle ondergetekenden de stellingname van het initiatiefkomitee (ABVA/PKV) onderschrijven. Onder die ondertekenaars treffen we onder meer aan de huidige universiteitsraadsvoorzitter dr. H.J. van Alphen en zyn opvolger prof. dr. L. Viy m, het bestuur van de subfakulteit sociaal-kulturele wetenschappen, het SRVU-voorzittersoverleg, de ABVA-VU, de PKVfraktie, J. Bijlenga, E. Ryks, drs. G.J. van Reenen (abactis subfak. Tandheelkunde), drs. J.G. Westra, drs. J.R. Kraan en vele anderen met name uit UR- en vakbondskringen.
^^r-^^S TrTT.^tw^c
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980
Ad Valvas | 466 Pagina's