Ad Valvas 1980-1981 - pagina 97
AD VALVAS — 17 OKTOBER 1980
Abma: "VU moet zich losmaken van Abraham Kuyper"
„Kuypet's angst voor de staat koudwatervreesn 'Geloof en politiek; Confessionele partijvorming in Friesland' is de titel van het proefschrift waarop G. Abma 9 oktober aan de VU promoveerde. Een Fries inderdaad, toneelkritikus van het Friesch Dagblad en schrijver van vier friestalige romans. Geen aanhanger van de Friese 'taalkundige minderheidsbevireging' evenwel, getuige één van zijn stellingen en zijn besluit om het boek niet in de Friese taal te schrijven. Abma's motivatie voor dit laatste, waarin de termen 'minder betamelijk' en 'ietwat onnatuurlijk' waren geslopen, kwam hem op zijn promotie te staan op een 'Maar ook zij die van Ph.J. Hoedemaker niet weten en van K. Marx destemeer, beseffen dat de in de vorige eeuw zo hoog geprezen gedachte van de "neutraliteit" in feite niet bestaat, slechts bestaan kan in dienst van een heersende ideologie - in dit geval de 19de-eeuwse liberale - en onder aanprijzing van bepaalde godsdienstige waarheden van één groep die van andere doelbewust en zeer weloverwogen uitsluit. Het zal in het verloop van deze studie ook blijken: bepaalde, voor sommigen zeer wezenlijke waarheden werden onder het mom van neutraliteit verzwegen en als het uitkwam geloochend, andere daarentegen, door genen met afschuw verworpen, luidkeels gehuldigd'. Abma schenkt in zijn dissertatie klare wijn over de positiekeuze yan Groen van Prinsterer en - in zijn voetspoor - Kuyper op het vraagstuk van de taak van de overheid. Was er over de leer van de Goddelijke grondslag van de staajt"en het geheiligd gezag van de overheid geen onenigheid, Kuyper en Groen vonden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Hoedemaker, dat met deze beginselen een op praktische punten neutrale staat in overeenstemming kon zijn. Voor Groen betekende deze opvatting overigens een ommezwaai, veroorzaakt door politieke schermutselingen. Abma: 'Je had in die tijd te maken met een onverdraagzame houding van de liberalen tegenover godsdienstig onderwijs op de scholen. De confessionelen wisten niet helemaal wat voor houding ze daar precies tegenover moesten zetten. In 1857 kwam minister Van der Brugghen met een ontwerp van wet voor het onderwijs, waarin bij wijze van compromis tussen de diverse standpunten een openbare, christelijk gestempelde, gemengde school werd voorgesteld, mét mogelijkheden tot het stichten van bijzondere scholen. In de parlementaire behandeling lichtte Van der Brugghen dit toe door te zeggen dat dat christelijke dan wel gedacht moest worden in de Ujn van de Christelijk-humanistische traditie: 'Christendom boven geloofsverdeeldheid' zei hij, en zo'n opvatting van christelijk vond Groen heiligschennis. Zijn voorkeur lag bil een onderverdeling van de openbare staatsschool in protestantse, rooms-katholieke en joodse scholen.
Groen boos
Toen de wet-Van der Brugghen in de Tweede Kamer werd aangenomen liep Groen boos weg - een weinig glorieus moment vind ik. Hij wijdde zich daarna volledig aan de oprichting van bijzondere scholen, die door de mensen zelf betaald moesten worden en waarvoor, zeker
forse aanvaring met één van de geachte opponenten, de frisiste A. Feitsma - wel aktief in genoemde beweging. Het gezag van rector magnificus H. Verheul voorkwam nog n e t een omzetting van de akademische plechtigheid in een debat. Overigens droeg Verheul zelf evenzeer bij a a n de levendigheid van de promotie door een indringende oppositie tegen Abma's stelling elf ('wanneer er in een volkskerk als de Ned. Hervormde niet vooral vanuit het oudtestamentische Godsbegrip wordt gepreekt en wanneer de gemeenschapsgedachte in liturgie en dienstbeleving
ll/largreet
Onrust
in Friesland, veel geofferd en hard gestreden is. Maar evenzeer werkte hy aan het verbannen van de bijbel van de openbare staatsscholen in de stijl van Van der Brugghen.' Geen godsdienstige opvoeding op de openbare scholen dus als het niet kon worden toegesneden op de eigen groep. De staatsschool moest neutraal zijn, en dat betekende goddeloos.
G. Abma promoveerde op 'geloof en politiek' Omdat de wet-Van der Bmgghen minder had opgeleverd dan Groen had gehoopt maakte hij zich in de praktijk samen met de liberalen sterk voor een godsdienstloze staatsschool. De christenen van die dagen waren doodsbang voor misbruik van de bijbel door andere
niet meer inhoud krijgt, bestaat er menselijkerwijs gesproken weinig hoop voor de toekomst van dit kerkgenootschap'). De dissertatie geeft inzage in een opmerkelijk stukje Friese geschiedenis, vol godsdienstige, politieke maar ook sociale verwikkelingen; godsdienstige opleving ('Frysk Reveil') maar ook modernisme, partijvorming en ook scheuring. Hoewel dit alles zich afspeelt in het midden van de vorige eeuw verzuimt Abma niet wat lijnen n a a r de aktualiteit van vandaag (CDA) te leggen. 'Nu er een moment van samensmelting aangegroepen christenen. Ze gunden elkaar de bijbel niet. Groen heeft op dat vuurtje olie gegooid in plaats van het te blussen, en zo is er van de christelijke gemengde school van Van der Brugghen in de prak„tijk niets terecht gekomen. Ik vind dat een gemiste kans. Want wat kreeg je zo? De kinderen op de staatsschool mochten niets meer horen, bijvoorbeeld, over Jonas in de walvis, want dat was toch onzin, dat kon zo letterlijk niet waar zijn. Maar wat wél onderwezen mocht worden, en ook werd, was dat het onzin was.'
Meesters'twijfel
Een frappant voorbeeld van de zo ontstane situatie levert Abma nog met het verhaal van schoolmeester van Braam uit Oosteriittens, die het waagde op de neutrale staatsschool iets te doen aan godsdienstige vorming, en prompt in moeilijkheden raakte door klachten van zijn dertienjarige leerling Oepke de Roos. Naar mag worden aangenomen gesouffleerd door vader de Roos en confessioneel Oosteriittens kwam het tot een officieel klaagschrift over gekrenkte geloofsovertuiging. Meester had namelijk wat twijfel uitgesproken over de letterlykheid waarmee de kleine Oepke zijn opstelonderwerp - de duivelen in het land der Gadarenen die in de wilde zwijnen voeren - wilde opvatten.
G. Abma: 'Die christelijke gemengde school een gemiste kans'
broken is en bij de fusie heel wat van ieders zelfstandige identiteit overboord moet is het belangrijk het verleden te kennen. Dat bindt samen en geeft geestelijke en ideologische inspiratie'. Of zoals in het boek te lezen valt, een groepering die het eigen verleden niet kent 'loopt het gevaar zowel inwendig als n a a r buiten weinig overtuigingskracht te bezitten en voor de toekomst weinig vertrouwen te wekken. Een dergelijke groepering is "ta weismiten keard".' Een belangrijke motivatie achter het proefschrift is Abma's affiniteit met de Friese Christelijk-Historische groeAbma: 'Groen is met zijn opstelling wel een katalysator geweest voor de confessionele partijvorming, maar daar gaat het toch niet om. Het gaat niet om een sterke partij, het gaat om geloofsgetuigenis. En nogmaals, neutraliteit bestaat niet, een neutrale school is niet voor iedereen, maar voor slechts één groepering, de godsdienstlozen. En dit geldt ook voor de wetenschap'. Kuyper vond dat wetenschap souverein in eigen kring moest zijn, vrij van staatsbemoeienis maar ook van kerkelijke curatele.
De slang Dat zijn frases, formuleringen waar men zich een eeuw aan ophangt. Ik kan er niet mee uit de voeten. Bij Kuyper stond de wetenschap wel degelijk onder curatele van de opvattingen van een aantal theologen aan de VU. Wel los van de staat, maar geen vrijheid voor modem bijbelonderzoek - neem de kwestie rond het spreken van de slang -, veeleer een sterker gebonden zijn dan waar ook aan uitleggingen van bepaalde benard denkende mensen met een kleine geringe horizon. En afsluiting overal voor; voor kuituur, ontwikkelingen in de wetenschap, enzovoorts. Hoedemaker had een veel bredere horizon, een veel wijdser perspektief. Hij heeft de VU helpen stichten omdat hij het met Kuyper eens wat dat de toestand in de kerk zorgelijk was, 'de kerk is ziek' heette het toen, en omdat hij niet ten onrechte bang was voor indoktrinatie. De onver-
pering (later opgegaan in de Unie) en niet minder met de inspirator van de toen in die kringen heersende theokratische gedachte, de theoloog Ph.J. Hoedemaker. Deze was met zijn principe van de 'belijdende staat' een verklaard tegenstander van Abraham Kuyper in een tijd waarin juist de scheiding tussen kerk en staat de 'neutraliteit' zijn beslag kreeg. Voor Hoedemaker - één van de oprichters van de VU maar een luttel aantal jaren later n a de Doleantie als hoogleraar afgetreden -, de neutraliteit en de 'schoolkwestie' op deze pagina wat meer aandacht. draagzaamheid van de liberalen was er wel naar. Wat de kerk betreft, Kuyper zei de kerk zegt me niks, als hy me niet bevalt ga ik eruit en sticht ik een nieuwe. Hoedemaker vond dat de genezing van binnen uit moest komen. Bij de Doleantie barstte toen de bom en Hoedemaker ging eruit. Maar in feite voelde hij zich cp de VU al een aantal jaren niet thuis, door de benarde sfeer.
VU moet los van Kuyper 'U kunt er van uitgaan, op het theologische vlak, alles wat Kuyper zegt daar ben ik het niet mee eens. Hij heeft alleen maar gepolariseerd. Het losmaken van de kerk was fout. Je moet daar juist voortdurend voeling mee houden. Die angst voor de staat vind ik voor een groot gedeelte koudwatervrees, zeker toch in een demokratie. Voor mij blijft staan het ideaal van de christelijke staat, een getuigende overheid. En het openbreken van het isolement. De confessionele partij moet de binding met de kerk weer weten te leggen. Niet in de vorm van konkrete politiek, maar zo dat men weet te getuigen en ook openstaat voor de wereld. Mijn pleidooi is er één voor openheid én getuigenis, ook in de wetenschap. Wat dat betreft moet de VU ook los raken van Kuyper, maar dat gebeurt al, dacht ik. Het doet me plezier dat ik juist nu de VU honderd jaar bestaat Hoedemaker, die er toch, onparlementair gezegd, uitgegooid is, weer de VU binnensmokkel, en aan het woord laat'.
De kerk van Vinet
Dat laatste gebeurt het kernachtigst m stelling twaalf, waarin Abma konstateert dat het honderdjarig bestaan van de VU in 1980 met kan worden gevierd zonder droefheid over de kerkscheuring die met de oprichting in verband staat, en ook niet zonder de erkenning dat zowel de oprichting van de VU als de kerkscheuring van zes jaar later in feite geschiedden onder de vlag van het beginsel van de neutraliteit. Hy citeert daarby uit een brief van Hoedemaker aan De Savomin Lohman, na het aftreden als hoogleraar. (...) 'Maar ik beweer dat gy u hebt schuldig gemaakt aan een ontzagiyk husteron proteron in het belang uwer Vrije Kerk, de Kerk niet van onze Gereformeerde vaderen, maar van Vinet, naar de tyden gewyzigd van De Labadie en van Schleiermacher, toen gy gebruik hebt gemaakt van den abnormalen toestand, om Kerk en School uit elkander te rukken, ten einde des te beter ook Kerk en Staat, Theologie en Staatswetenschap uiteen te doen vallen (...)'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1980
Ad Valvas | 466 Pagina's