Ad Valvas 1981-1982 - pagina 328
AD VALVAS — 2 APRIL 1982
Binnen de subfakulteit Pedagogische en Andragogische Wetenschappen lijkt een kleine sexe-strijd ontbrand te zgn. Doctorandus Jan W. Steutel had de euvele moed bij zijn proefschrift een stelling op te nemen, die enige vraagtekens plaatst bij het verschijnsel vrouwenstudies. Op de promotie werd hij prompt aan de tand gevoeld door mevrouw professor Willy van Stegeren over de inmiddels beruchte stelling negen. ,ßij de introductie van vrouwenstudies m de pedagogiek dient men nauwgezet te overwegen in hoeverre het oogmerk van dergelijk onderzoek in strijd is met het grondbeginsel van de opvoedkunde' de erkenning en behartiging van de belangen van het kind," luidt de steen des aanstoots. De eerste poging om telefonisch enige opheldering over Steutels opvattingen te krijgen strandt. Nadat onmiskenbaar zijn vrouw de telefoon opgenomen heeft klinkt lange tijd doordringend kindergehuil, waarna de doctor zelf aan de lijn komt met het voorstel op een later tijdstip terug te bellen „Omdat er momenteel een kind is, dat nogal veel lawaai maakt" Dan maar eerst te rade bij de oppositie. Cynthia Pel, assistente vrouwenstu-
dies op de betrokken subfakulteit: „Ik vind het een belachelijke stelling." Verder heeft ze geen tijd. Later nog een poging: „We willen best wel een verhaal over hoe we bezig zijn met vrouwenstudies, maar niet aan de hand van zo'n stelling. Dat is gewoon te veel eer voor de heer Steutel". Prof. Van Stegeren: „De stelling kan aanleiding geven tot misverstanden. Je kunt eruit opmaken dat de heer Steutel zich gereserveerd opstelt tegenover vrouwenstudies, in ieder geval met betrekking tot de subfakulteit PAW. Ik vraag me af, of, als je vrouwenstudies ziet als een bijdrage aan de bevrijding van vrouwen uit afhankelyksheidsrelaties. dat ooit ten koste zou gaan van kinderen, wat de stelling min of meer suggereert". „Of ik een bevredigend antwoord heb gekregen van de heer Steutel? Nou ja, je knjgt natuurlijk nooit volledige antwoorden, maar in ieder geval heeft hij wel ztjn bedoelingen duidelijk gemaakt". Monica de Waal van het subfakultair vrouwenoverleg: „Het verband zoals hij dat legt, kan volgens mij niet. Je kunt niet zeggen, dat als je vrouwenstudies invoert je bezig moet zijn in het belang van het kind. Dat is kompleet belachelijk. Het achterliggende idee is dat vrouwen voor kinderen moeten zorgen. Overigens wordt er nooit bij gezegd wat dan wel het belang van het kind is. Het zou juist heel goed kunnen, dat als je met vrouwenstudies bezig bent, je ook bezig gaat met hoe je zelf tegenover kinderen staat. Wat je doet met de belangen van een kind, als je als
Mensen van de VU "Zo'n 7 jaar geleden ben ik aan het VU-orkest gekomen doordat ik een keer solo heb gespeeld met het orkest als hoboist. Toen er een dingentenplaats vrijkwam heeft men mij gevraagd om dit te gaan doen. Ik ben begonnen met ongeveer 15 mensen per repetitie terwyl we nu 80 mensen op de ledenlijst hebben staan. Er zijn dus behoorlijk wat mensen bijgekomen m de afgelopen paar jaar. Dat is een erg prettige ontwikkeling want bij het eerste concert kon ik in feite alleen maar beschikken over wat strijkers. Ik kan op dit moment veel meer met het orkest doen".
Daan Admiraal, dirigent i/U-or/cest Daan Admiraal. Dirigent VU-orkest Heeft aan het conservatorium in Amsterdam hobo gestudeerd. Speelde daarna enige jaren als free-lance hoboist bij verschillende gerenommeerde orkesten. Wilde het daar niet bij laten en is daarom orkestdirectie gaan studeren. Momenteel geeft Daan wel privé hoboles maar de meeste tijd is hij bezig met het dirigeren van orkesten en gezelschappen, waaronder het VU-orkest. Hoe kijkt hij als beroepsmusicus tegen de prestaties van deze ACC-kring aan? Op die vraag antwoordt Daan in dit intervieuw.
de VU zelf. We hebben daarom afgesproken dat als we kunnen kiezen tussen een VU-student en een student van buitenaf, de VU-student voor gaat Als we kunnen kiezen tussen een student en een niet^student dan gaat de student voor. En als we dan nog niemand voor een bepaald instrument kunnen vinden dan nemen we iemand van buitenaf'. "Overigens wordt er geauditeerd dus je komt er niet zo maar In In principe bepaal ik wie er in komt of niet. Als dirigent heb je m dit opzicht een dictatoriale positie. Van die audities van nieuwe orkestleden heeft het bestuur weleens gezegd dat ze daar eigenlijk wel bij wilden zijn. Ik heb toen gezegd dat ze daar de mensen die voor moeten spelen alleen maar zenuwachtiger mee maken. En die zitten toch al met een bibbertoontje en bibberende handjes te spelen. Als het even kan doe ik het daarom bij me thuis dan kan ik ze wat gerust stellen. Ze stellen zich er ook vaak veel meer van voor dan het in werkelijkheid is. Want Ik zie meestal al aan de manier waarop iemand zijn viool uit de kist pakt of de klarinet in elkaar schroeft wat het zal worden, mensen die ik afwijs en die geen les hebben probeer ik altijd aan een leraar te helpen en ik vraag ze bovendien om het jaar daarop terug te komen. Dan stimuleer je ze om er zelf wat aan te doen. Wat ik ook wel doe is dat ik mensen onder voorbehoud drie maanden mee laat doen en ze dan het weekend voor de uitvoering hun partij voor laat spelen. Dat IS tot nog toe prima bevallen". "Ik vmd het leuk dat ook dit jaar weer een aanzienlijk deel van de nieuwe aanmeldingen uit studenten van de VU bestaat. Daarentegen is het jammer dat er hier een aantal goede strijkers rondlopen die met m het VU-orkest spelen. Ik zou die mensen erg goed kunnen gebruiken maar ik denk dat zij zich niet willen binden aan een vaste club. Nu is het ook inderdaad wel zo dat het veel tijd kost
(DdH) om m dit orkest goed mee te draalen. We zijn namelijk best ambitieus bezig. Ieder jaar komen er weer nieuwe plannen bij en het is daarom absoluut noodzakelijk dat we één avond in de week reperteren. Op die woensdagavond zorg ik ervoor dat iedereen goed wordt aangepakt en als je een hele dag hebt gestudeerd of gewerkt is dat een behoorlijke belasting". "We hebben d n e concertprogramma's per jaar Nu we echt moeilijke stukken spelen is dat eigenlijk op het randje. In september begiimen we maar dat is door het aanmelden van nieuwe leden en het terugkomen van vakantie een chaotische maand. Vanaf oktober wordt het orkest langzaam weer een groep. Vervolgens reperteren we twee maanden en eind november hebben we meestal een repetitieweekend. Dat is hard nodig want in december geven we meestal 1 ä 2 concerten. Als je drie maanden voor zo'n programma hebt gestudeerd en daar veel energie in hebt gestoken Is het jammer als je maar één concert kunt geven. Dus we proberen het meestal nog een keer te doen. In een tijd van bezuinigingen wordt dit overigens steeds moeilüker want ja we kosten natuurlijk geld. Aan het huren van een zaal, instrumenten en soUsten ontkom je nu eenmaal niet. Het feit dat het ACC fors moet inleveren is dus voor ons een groot probleem". "Wat het me aan tijd kost zou ik niet precies kunnen zeggen. Maar juist omdat je met studenten werkt -die bijvoorbeeld door hun studie een tijd niet mee kuimen doen- zit er vooral in de personele sfeer veel werk. Gelukkig heb ik de laatste jaren ontzettend geboft met besturen die er erg hard aan trekken zodat ik me zoveel mogelijk tot de artistieke zaken kan beperken. Maar er moet zoveel besproken en geregeld worden dat je er belangrijk meer dan één avond in de week aan kwyt bent. Het Is echter zeer noodzakelijk dat je er veel energie in stopt want als je dat niet doet is het een aflopende zaak. Het kost jaren om het orkest op te bouwen maar om het kapot te maken heb je maar een half Jaar slecht beleid nodig". (PvE)
Galgala
MENEER SOLIDftK M ir joeROEKiÄlEE?
"De orkestleden zijn overwegend studenten maar ik heb vanaf het begin gezegd geen enkele universiteit ter wereld levert een compleet symfonieorkest op Je moet er gewoon vanuit gaan dat wanneer je bijvoorbeeld trombones nodig hebt, datje ze moet aantrekken Dan moetje niet moeUijk doen over de vraag of iemand wel of niet studeert. Wel benadrukt het ACC bestuur dat we een studentenorkest zyn en dat we er dus voor moeten zorgen dat we niet zo selecteren dat het ten koste gaat van de mensen aan
volwassene je überhaupt tegen het belang van dat kind moet aanbe-' moeien". De heer Steutel: „Ik ben gewoon wat verbaasd over de felheid van de reakties. De stelling heeft zeker niet de bedoeling gehad, dat ik zonder meer op grond van zo'n principe tegen vrouwenstudies ben. Het gaat er alleen maar om, dat in principe ieder studieonderdeel vanuit de doelstelling van de pedagogiek, het belang van het kind, moet worden geëvalueerd. Ik heb het toegespitst op vrouwenstudies, omdat dat momenteel nogal in de aandacht staat, maar het geldt net zo goed voor bijvoorbeeld statistiek. Dat ik het toespits op vrouwenstudies is in zoverre niet toevallig, dat vrouwenstudies toch overwegend verbonden zijn met feminisme wat primair in dienst staat van de ontwikkeling van de positie van de vrouw. Dat is zo helder als glas. Daarom denk ik dat het geen kwaad kan mensen die vrouwenstudies willen introduceren op het in de stelling genoemde grondprincipe te unjzen. Als je de stelling goed leest kun je bepaalde vrouwenstudies ermee aanvallen en andere verdedigen. Er zijn vrouwenstudies waarvan je kunt aantonen, dat die eventueel de belangen van het kind behartigen". Denkt u daarbij bijvoorbeeld aan het thema moederschap, waar bij vrouwenstudie onder andere aandacht aan besteed wordt? „Dat zou heel goed kunnen. Ik weet niet eens waar bij vrouwenstudies precies aan gewerkt wordt"
WftTN(5U saLipRß. Mir :?OEROEICWEE ? JE
BENT u i r VB fyfi VENT WE z^^f NOU EVEN BEZI Cr MET E l SAWflDoß .
Amerikaanse impressies
fa/se Harvard University is deze maand embarrassed - zo ongeveer de heftigste emotie mogelijk bü een instelling van stand. Jarenlang gedacht een nieuwe Fleming de Medische Fakulteit te hebben binnengehaald, blijkt deze briljante geleerde achteraf te behoren tot het kleurrijke gilde van akademische jokkebrokken. Vier jaar lang verrichtte dr. John Darsee onder het goedkeurend oog van zijn hooggeleerde laboratoriumhoofden onderzoek op zelfgemaakte data. De resultaten waren uiteraard zeer veelbelovend voor de medische wetenschap en voor dr. Darsee persoonlijk: veel publikaties, veel optredens op kongressen en een vaste aanstelling op Harvard. Helaas voor de jonge onderzoeker kregen een paar laboratoriumassistenten hem in de gaten bij het vervaardigen van een nieuwe reeks opmerkelijke gegevens. Kort daarop bleken bepaalde testresultaten in een nieuw baanbrekend artikel een stabiliteit te bezitten die eenvoudig niet kón. Een klein foutje met grote gevolgen. Gealarmeerde hoogleraren begonnen een onderzoek dat Darsee's researchresultaten van vier jaar als de spreekwoordelijke domino's tegen de vlakte deed slaan. De laatste steen was dr. Darsee zelf: op staande voet de tent uitgegooid. Want, zoals dat heet in het nette Harvard proza, „dishonesty in sciene is a problem of the most serious nature". Heel pijnlijk allemaal, indeed, met publikaties die moeten worden ingetrokken, samenwerkingsverbanden waaruit Harvard zich moet terugtrekken en dergelijke meer. Een smet op het blazoen en een gevoelig verliespunt in de eeuwigdurende strijd om de titel van beste universiteit van Amerika, die wordt uitgevochten met statistieken over wie de meeste Nobelprijswiimaars in huis heeft, wiens afgestudeerden het best hooggekwalificeerd werk vmden, enzovoorts. Konkurrent MIT gaf bijvoorbeeld onmiddellijk een hooggestemde verklaring uit, op de wijze van „Zoiets komt bij ons nooit voor". Het aardige van deze treurige affaire is dat Harvard zich met beperkt heeft tot het stenigen van de zondaar, maar ook nog de hand in eigen boezem wil steken. Men stuurde (de mantel der Uefde is nog niet uitgevonden in de U.S.A.) het officiële rapport over de wandaden van dr. Darsee op naar het Universiteitsblad, met de bedoeling een algemene diskussie op gang te brengen. Thema: zijn de werkomstandigheden op Harvard en in de Amerikaanse akademische wereld m het algemeen misschien medeplichtig aan dit soort individuele misstappen? Het rapport gelooft eigenlijk van wel, en kon daar wel eens gelijk in hebben. Het is een bekend feit dat werken op de „betere" universiteiten lüer een verschrikkelijke stress met zich mee kan brengen, vaak aangeduid met de leuze „publish or perish": publiceer of ga ten onder. Wie zich wil handhaven moet van alle nieuwe ontwikkelingen in zijn vakgebied op de hoogte zijn en minstens eenmaal per jaar zelf een bijdrage daaraan leveren - daar komt het eigenlijk op neer. De zenuwachtigheid bij de nog niet gevestigde medewerkers en onderzoekers is dan ook groot. Wat zal de nieuwe trend worden en hoe spring ik daar in? Tijd voor een beetje reflektie durft bijna niemand te nemen, de angst de mode te missen is te groot. „Je moet ook gewoon maar ophouden met leven", schrift een, bij een onderzoeksprojekt ingeschakelde, doktoraalstudent in een ingezonden brief in het universiteitsblad. Hij is er mee genokt, vond een goeie sociale omgeving belangrijker dan een karrière. Onder dergelijke omstandigheden zijn „onwillige" onderzoeksresultaten, sommen die niet „uitkomen", feiten die niet „kloppen" natuurlijk een nachtmerrie. Kleine aanpassingen worden dan, voor de minder standvastigen, verleidelijke opties. We selekteren mensen onder andere op een ambitieuze insteUing, stelt het rapport, en we eisen succesvolle onderzoeksresultaten. In feite kreeren we werkomstandigheden waarmee we bij sommige mensen oneerlijkheid stimuleren. De auteurs van het rapport willen zelfs een konferentie beleggen, als het even kan van nationale omvang, en ze hebben daarvoor de zegen van het universiteitsbestuur. Ze suggereren dat er gewerkt moet gaan worden aan een evaluatieprocedure voor jonge wetenschappers die gebaseerd is op de kwaliteit van hun werk, en niet, zoals nu vaak het geval is, op het aantal van hun publikaties en hun „quotation rate" - het aantal keren dat hun pubUkaties voorkomen in de literatuurverwijzingen in de artikelen van kollega's. Een dergelijke aanpakzou dan ook moeten worden overgenomen door subsidie- en beurzenverstrekkende instanties. Een ander reinigend voorstel: wetenschappers die hun onderzoeksresultaten versnipperen tot vele publikaties en papers moeten worden bekritiseerd, niet beloond, en programmakommissies van kongressen moeten paal en perk stellen aan meer dan één lezing met dezelfde eerste auteur. Ondertussen geldt al het begrip voor individuele misstappen niet de konkrete dr. John Darsee; in zijn medische toekomst zit weinig muziek meer. Harvard heeft alle universiteiten in den lande ingelicht, en zal dat ook doen met eventuele nieuwe werkgevers voor Darsee. Een wat andere opstelling, tussen haakjes, dan tegenover de anaesthesist van het Academisch Ziekenhuis die vong jaar veroordeeld werd (geldboete) voor het verkrachten van twee verpleegsters en een patiënte. Hij kreeg wèl tot tweemaal toe prachtige aanbevelingsbrieven van dezelfde Medische Fakulteit, waarbij het noemen van zijn faux pas niet „relevant" gevonden werd. Al wie je, kortom, in het kruis mag tasten - niet de trotse Instelling Zelf. Margreet Onrust
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981
Ad Valvas | 434 Pagina's