Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 173

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 173

8 minuten leestijd

AD VALVAS — 4 DECEMBER 1981

HBO'ers echte kansarmen op Amsterdamse woningmarkt

Studentenflats raken uit de gratie studenten willen niet meer op traditionele studentenflats wonen. Dat is één van de uitkomsten van een onderzoek van de Dienst Studentenhuisvesting van de Universiteit van Amsterdam. Tachtig procent van de bewoners van studentenflats wil binnen twee jaar verhuizen, liefst naar een eigen etage in en rond het centrum van de stad. Maar als dat niet kan neemt 33% van degenen die weg willen genoegen met woonruimte op de zogenaamde tussenmarkt. Dat zijn nog nauweUjks bestaande wooneenheden voor jongeren, die in het kader van de Van Dam-regeling gebouwd moeten worden. Maar studenten wülen daar alleen naar toe, als ze niet gedwongen zijn voorzieningen als keuken, douche en wc te delen met andere bewoners. Want dat is het hoofdbezwaar tegen de studentenflats: gedwongen wonen met anderen. Daar staat tegenover dat een onverwacht hoog percentage studenten (16%) wel in een woongroep wil, als men maar zelf kan uitkiezen met wie men gaat samenwonen. „Opvallend is niet dat zoveel mensen een zelfstandige woonruimte willen, want daar komen alle onderzoeken op uit, maar dat er toch nog een grote groep is, die met eenjongereneenheid of iets dergelijks genoegen neemt." zegt Dave Barre, één van de drie onderzoekers, die twee jaar bezig zijn geweest met het in kaart brengen van de woonsituatie van studenten aan de gemeente-universiteit. Het zal geen nieuws zijn dat die situatie over het algemeen niet zo rooskleurig is in een stad met 60.000 geregistreerde woningzoekenden. Maar toch heeft de helft van de studenten een zelfstandige woonruimte gevonden. Dat gaat meestal echter wel via weinig ofBciele kanalen als vrienden, bekenden, lUegaal verhurende makelaars en nu en dan door middel van het kraken van een pand. Een kwart van de studenten, die een zelfstandige woonruimte heeft woont op één of andere wijze iUegaal. Uit het onderzoek blijkt dan ook dat studenten vri) vaak weer van hun etage afgemieterd worden en opnieuw gedwongen zijn ergens op kamers te gaan wonen. Maar twintig procent van de zelfstandig gehuisvesten is via de gemeentelijke distributie aan een etage gekomen en dat zijn meestal iets oudere studenten die samenwonen. Echt kraken doen studenten niet zo veel. Slechts drie procent zegt kraker te zijn. Het traditionele beeld van de student op kamers bij een hospita bestaat echter ook nauwelijks meer. Maar acht procent van de studenten woont nog, vaak zeer ontevreden, op die wijze. Ook nog eens acht procent heeft een kamer in een pand zonder hospita, vaak met meerdere bewoners. Meestal zijn dat panden, die te typeren ziJn als commerciële studentenhuizen. Veertien procent van de studerenden woont nog thuis. Ook zij willen vaak weg vanwege gebrek aan privacy. De rest (19%) moet zich behelpen met een plekje in het bestand van studentenhuisvestmg. Dat zijn over het algemeen jongerejaars, die hun kans afwachten om iets anders te vinden.

Dirk de Hoog jaars studenten. Een steeds groter percentage eerstejaars heeft al woonruimte in of vlakbij Amsterdam als zij gaan studeren als gevolg van een tweetal tendensen. De gemiddelde leeftijd van (eerstejaars) studenten gaat omhoog, doordat een steeds groter percentage tweede kansers naar de umversiteit komt. Uit dit onderzoek bleek dat de gemiddelde leeftijd van de student 25 jaar is. Al een kwart van de studenten heeft een eigen woonruimte op het moment dat ze gaan studeren. De tweede waarneembare tendens is de regionaUsering van de universiteit. Daardoor komen minder studenten van zeer ver weg, die gedwongen zijn een beroep te doen op studentenflats. Als er voldoende doorstroommogelijkheden zouden bestaan in andere huisvestingsmogelijkheden, verwachten de onderzoekers dat een deel van het SSH-bestand afgestoten of verbouwd tot meer aantrekkelijke kamers zou kunnen worden. Het probleem blijft echter vooralsnog dat de mogelijkheden voor doorstroming vrij gering zijn. Hoewel de meeste flatbewoners weg willen, blijkt de bewoningsduur van de flats steeds langer te worden. Gemiddeld blijven studenten nu zo'n drie jaar. Een belangrijke randvoorwaarde voor het wonen is het inkomen van studenten.

HOGEWOONQUOTE Hoewel het gemiddelde inkomen van alleenstaanden ƒ 13.000,— is, blijft 63% van de studenten onder de dui-

zend gulden per maand. Zü betalen gemiddeld een kwart van hun inkomen aan woonlasten. Het onderzoeksrapport concludeert dan ook dat ziJ een onaanvaardbaar hoge woonquote hebben, gezien hun inkomen. Samenwonenden hebben het een stuk makkelijker, althans financieel. Met z'n tweeën hebben ze een gemiddeld inkomen van ƒ 27.000,— waarvan ze 17% aan woonlasten betalen. De tweepersoonshuishoudens vormen een kwart van alle studenten. Wel blijkt dat veel studenten een baantje hebben om aan een redelijk inkomen te komen. Een kwart van de studenten verdient uit losse baantjes bijna een derde van him inkomen. De onderzoekers wijzen in dit verband op de mogelijke gevolgen van de tweefasenstruktuur voor de huisvestingssituatie. Door het opvoeren van de studiedruk wordt het voor de meesten onmogeUjk om by te verdienen en daardoor worden de woonlasten een nog groter probleem dan ze nu al zyn. Overigens blijkt dat studenten wel bereid zijn iets meer te gaan betalen als ze een betere kamer kunnen krijgen. De oppervlakte is meestal het belangrijkste knterium, gevolgd door ligging, privacy en woonlasten. Volgens Fons Voragen, medewerker aan het onderzoek, wordt de keuze voor andere woonruimte negatief bepaald. „De kamer waar ze nu zitten is de belangrijkste referentie voor wat ze

vjillen."

Opvallend vinden de onderzoekers het grote percentage (16%) studenten, die in een woongroep willen wonen. De onderzoekers beschouwen dit getal als een hard gegeven, omdat ze alleen maar mensen meegeteld hebben, die al stappen ondernomen hebben om een woongroep te vormen, zoals het op zoek zijn naar mensen om een groep te vormen. Op dit moment bestaat echter nauwelijks woonruimte voor deze categorie studenten. Voor de statistici zij nog vermeld dat toch nog maar Uefst 12% van de studenten in het bezit is van een eigen, dus gekocht, huis.

HBO Omdat sinds de overgang van de studentenhuisvesting van het ministerie van Onderwijs naar Volkshuisvesting de studentenflats steeds meer opengesteld zullen gaan worden voor anderen dan WO-studenten, is ook een onderzoek gehouden naar de woonsituatie van HBO-studenten in Amsterdam. Hun situatie is nog een

WOONWENSEN Het hoofdbezwaar van studentenflatbewoners is het gedwongen samenwonen op een eenheid. Ook vinden velen de woonlasten veel te hoog in verhouding tot de woonruimte die ze hebben. De kamers worden vaak te klein gevonden. De onderzoekers concluderen, dat het kamerbestand van de SSH's geen goede woonruimte oplevert. Alleen voor opvang van nieuwkomers in de stad is er een duidelijke behoefte aan de flats. Zij constateren echter ook een verandering in het woongedrag van eerste-

l * ^ *

stuk moeilijker dan de WO-studenten. „HBO-studenten, die niet samenwonen met een kansrijke partner, moeten hun toevlucht nemen tot illegale of tijdelijke konstrukties om toch aan een „knap womnkie" te komen", concludeert het onderzoek. Voor HBO-studenten, bestaan geen aparte voorzieningen op huisvestingsgebied. Alleen de studenten aan universitaire gelieerde instellingen als de lerarenopleidingen, hebben een beperkte toegang tot de studentenflats. Vaak bestaat nog het beeld van de HBO'er als een vergevorderde middelbare scholier. Dat beeld doet echter steeds meer geweld aan de werkelijkheid. Zo blijkt 60% van de HBO'ers niet meer bij de ouders te wonen en komt 42% van buiten de Amsterdamse regio. Hun kansen op de woonmarkt zijn een stuk minder dan WO-studenten. Hun gemiddelde leeftijd is ruim 21 jaar, waardoor ze voor de gemeentelijke distributie volstrekt kansloos zijn, omdat pas op 23-jarige leeftijd een volwaardig urgentiebewijs te krijgen IS als men dan al minstens twee jaar in de stad woont. Ook het gemiddeld inkomen is zo'n tweeduizend gulden lager. Meer dan de heUt van de HBO-studenten wil nog tijdens de studie andere woonruimte zien te vinden. Hun problematische situatie wordt wel aangegeven door het feit, dat de bij de WO-studenten uit de gratie zynde studentenflats voor 62% van de HBO'ers, die verhuizen willen, een aantrekkelijk alternatief vormen. Van de HBO'ers die al een zelfstandige woonruimte hebben (26%) blijkt 30% illegaal te wonen waarvan byna tweederde in een kraakpand.

De onderzoekers verwachten dat in de toekomst het woonbeeld van WO-studenten wel eens veel zou kunnen gaan lijken op dat van de HBO'er als, door de twee- fasenwet, de mogelijkheden om met woonruimte en met inkomen te scharrelen zal afnemen. De afnemende belangstelling voor studentenflats zou dan ook wel eens van tijdelijke aard kunnen zijn.

'n Gasstel, boeken of meubels verkopen? Met 'n Adje kan dat goedkoop en snel geregeld zijn.

TABEL 2: verdeling naar huisvestingstype

Twee van de onderzoekers, Fons Voragen en Dave Barre, verklaren de onderzoeksgegevens.

TABEL I: verschuivingen in woonvormen WO-studenten (%)

woonvorm

huisvestmgstype

ouderlijk huis kamers

ouderlijk huis kamer bij hospita kamer zonder hospita kamer van SSH huurwoningen onder huurprijsgrens huurwoningen in de „vrije sektor" koopwoningen

WOstudenten 14% 8% 8% 19% 30%

HBOstudenten 42% 12% 8% 6% 15%

2%

3%

12%

3%

Andere

3% 4%

5% 6%

totaal

100%

100%

zelfstandige woonruimtes

Woonvorm ouderlijk

1968/ 69

69/70

70/71

75/76

76/77

1980/'81

huis kamers zelÊstandige woningen

29 49 22

27 49 24

23 45 33

19 42 39

18 38 44

14 35 51

totaal

100

100

101

100

100

100

gekraakte woonruimte

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981

Ad Valvas | 434 Pagina's

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 173

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981

Ad Valvas | 434 Pagina's