Ad Valvas 1981-1982 - pagina 205
AD VALVAS — 15 JANUARI 1982
Minister wil afbouw van faculteiten, studierichtingen of bijvakken
Van Kemenade: 'Nadruk in mijn beleid niet primair op wetenschappelijl( onderwijs' (door Bert Groenman en Martin Broesterhuizen) Dat de universiteiten en hogescholen beduidend méér moeten bezuinigen dan Pais, toen die minister was, in zijn begroting had aangegeven, is niet zo vreemd. Pais zette de instellingen wel fors op de nullijn, maar insnijdingen tot op het bot bleven uit. De huidige bewindsman Jos van Kemenade geen econoom maar onderwijskundige, maakt er veel minder een geheim van politieke keuzes te willen maken. Dat bleek nog eens uit zijn bezuinigingsbrief van medio november, die een spoor van verbijstering trok door de Alma Mater. De universiteiten moeten hxm taken onderling maar eens goed op elkaar afstemmen, het onderwijs kan best wat minder intensief, dor hout moet gekapt worden ten gunste van nieuwe ontwikkelingen en probeer de pijn maar te verzachten met vacaturestops. Het is de taal waar Van Kemenade zich van bedient om aan te geven dat de universiteiten en hogescholen hun beste financiële jaren hebben gehad en dat andere vormen van onderwijs nu aan de beurt zijn. De bewindsman is daar duidelijk over: „Neem de situatie in de grote binnensteden met sdiolen waar twaalf verschillende talen worden gesproken. Als je aan die problematiek iets meer wilt doen dan nu gebeurt zul je elders moeten bezuinigen". Deze maand praten de dertien instellingen met de minister over de effecten van de nieuwe bezuinigingen. Aan de vooravond daarvan had de redaktie van ons Enschedese zusterblad THT-Nieuws een gesprek met hem. Het is één van de eerste ontmoetingen op dit vlak, want erg scheutig was Van Kemenade tot nu toe niet met interviews. - Die taakverdeling, kunt u daar wat concreter over zijn. Overal vallen termen als ,j}endelen" en uitwisselen van personeelVan Kemenade: „Pendelen, nou dat hoeft niet zonder meer. Ik kan daar niet veel concreter over zijn omdat we eerst nog een taakverdelmgsgesprek met de instellingen moeten voeren. Maar het gaat dus om het leggen van zwaartepunten. Je kunt je bijvoorbeeld afvragen of het nog wel gewenst is al die vormen van onderzoek en onderwas m de letterenfaculteiten te handhaven. Ik denk dat je keuzes moet gaan maken en dat de letterenfaculteiten alleen him zeer specifieke elementen moeten behouden." - En de rest zou geschrapt moeten worden? Van Kemenade: „Ja, de rest zou geschrapt moeten worden." - U zegt dus bij wijze van spreken gewoon, die en die faculteit moet maar ophouden te bestaan? Van Kemenade: „Faculteit, studienehting of bijvakken, ja." - Dat zou dan wel een novum zijn voor het Nederlandse universitaire bestel. Van Kemenade: „Ja, maar kijk eens, aan de andere kant pleiten de universiteiten niet ten onrechte voor nieuwe ontwikkelingen. Een nieuwe opleiding als bijvoorbeeld informatika speelt nu al een belangrijke rol. Het is toch ondenkbaar dat er in een ttjd van noodzakelijke beperkingen van rijksuitgaven uitsluitend nieuwe ontwikkelmgen worden gecreëerd, zonder dat je kritisch kijkt naar de oude, alsof die eeuwigheidswaarde hebben?" - Hebt u nog meer voorbeelden bij de hand van studies die afgebouwd kunnen worden. Van Kemenade: „Die heb ik wel, maar daar begm ik nu niet aan. Dat moet in een gesprek met de instellingen aan de orde komen, zy en de Academische Raad kunnen mij veel wijzere suggesties aan de hand doen dan ik zou kunnen bedenken. Ik kan niet het gehele terrein overzien. Maar er zjjn zeker elementen, waarvan je kunt zeggen daar moet je mee stoppen. Dat zal, dat besef ik, niet eenvoudig zijn. Afbouw vereist tal van organisatorische en zeer ingrijpende personele maatregelen. Maar ik verwacht van de universiteiten, zoals mij ook "al is gebleken in de gesprekken met de colleges van bestuur, een constructieve opstelling. Zij zien ook wel in dat, als er niet bewust keuzes worden gemaakt, er voor mij mets anders op zit dan ongestuurde en buitengewoon
doen. Ik had eigenlijk een groter bedrag willen reserveren, maar de universiteiten hadden dat geld hever meteen zelf. Ik begrijp him problemen wel. In Uquiditeit verschillen de universiteiten en hogescholen nogal van elkaar. Ik zou er geen enkel bezwaar tegen hebben als de instellingen elkaar onderling helpen in de liquiditeitspositie. Maar dan moeten ze het wel zelf willen, ik kan 't ze niet opleggen." - De instellingen kunnen dus elkaar onderling geld „toeschuiven"? Van Kemenade: „Ja, wanneer de ene universiteit wat ruimer zit in haar middelen en de andere juist moeilijk, dan is het denkbaar dat er overdrachten komen. Niet dat zoiets nu erg veel soelaas biedt, maar het is een mogelijkheid. Kijk, maatregelen in de rechtspositionele sfeer zijn nu nog niet mogelijk. Er ligt een nota hierover, ingediend door rmjn voorganger. Aan de hand van discussies erover wil ik zo snel mogelijk tot beleidsmaatregelen ko-
Van Kemenade: „Er zijn inderdaad maatregelen nodig in de sfeer van studentenvoorzieningen. Ik heb daarvoor een pro memorie bedrag opgevoerd. Je moet geen voorzlenmgen aantasten zoals medische zorg, waardoor hele groepen te lijden krijgen. Maar je moet stoppen met het creëren van bijvoorbeeld sportvoorzieningen voor studenten, alsof dat een apart soort hoogwaardige categone is. Ga maar naar de volleyclub van de gemeente. De universitaire student zit niet meer in een uitzonderingspositie zoals we vroeger meenden. Ik krijg bneven van HBO-studenten die geen gebruik kunnen maken van een sporthal omdat ze daarvoor een inschrijvingskaart van de umversiteit nodig hebben. Wat een onzin. Al deze voorzieningen moet je opnemen in een totaal van recreatief en sportbeleid van de gemeente." - Het studiefinancieringsplan van de Academische Raad, acht u dat een plan dat u zou willen uitvoeren? Van Kemenade: „Het gaat me te ver
vervelende en beleidsmatig onjuiste maatregelen voor te stellen." - Als de instellingen dus niet meewerken met het doen van keuzes, dan grijpt u in? Van Kemenade: „Voorzover ik daa toe de bevoegdheid heb, ja." - Die bezuinigingsmaatregelen die u i november openbaarde komen har aan. Had die bnef eigenlijk niet al ee jaar of acht geleden verstuurd moete zijn? Van Kemenade: „Zeker. Maar vo( een deel is toen al de basis gelegd voc bezuinigingen in het wetenschappi lijk onderwijs. In samenwerking m( staatssecretaris Klein zyn toen i plannmgs- en nieuwe bekostiging mechanismen ontwikkeld met hf oog op afspraken over plannini zwaartepunten en taakverdf' 's; Toen is ook het Algemeen Fuiahc-Ccl Schema opgezet. Alleen: het besef en de noodzaak om fundamenteel in te grijpen en tot reorgamsatie en herordening te komen was acht jaar geleden minder ontwikkeld dan nu."
Jointventure
Ontslagen - In uw bezuinigingsbrief zegt u dat er de komende jaren arbeidsplaatsen verloren zullen gaan en dat het zeer wel mogelijk is dat er ontslagen zullen vallen. Concreet: wanneer valt nou dat eerste ontslag'' Van Kemenade: „Dat weet ik niet. Ik kan daar niet regelend in optreden. Het is de autonomie van de universiteiten om met de ryksb« dragen beleid te voeren. Ik heb aanbevolen om dat met name te doen via vacaturestops en verder waar nodig voorlopig kroondocentenplaatsen niet onmiddellijk op te vullen met mensen op het niveau van schaal 152 /154, maar met hoofdmedewerkers op een lager niveau. Dan zullen er wel arbeidsplaatsen verloren gaan, maar hoeven er geen ontslagen te vallen. - U denkt nog steeds dat op die manier ontslagen zijn te voorkomen? Van Kemenade: „Nee, het zal zo niet helemaal kunnen. Voor een belangrijk deel echter wel, al zal dat per universiteit verschUlen. Er zullen waarschijnlijk wel ontslagen vallen, maar je kunt ze beperken door je stringent aan de vacaturemaatregelen te houden." - Die arbeidsplaatsen vervallen op dit moment nog op toevallige plekken binnen de organisatie. Van Kemenade' „Dat is juist. Er is een bedrag van zes miljoen gereserveerd om knelpunten op te lossen. Als er ergens iets helemaal vastloopt zouden we daar met dät geld iets aan moeten
Van Kemenade: „De reacties van de instellingen op de voorstellen heb ik nog niet binnen, daar wacht ik op. Dat de doorstroom beperkt zal zijn, dat staat als een paal boven water " - Denkt u dat er bij de studenten wel voldoende belangstelling zal zijn voor een opleiding in de tweede fase? Van Kemenade: „Hé, die vraag heb ik nog nooit gehoord. Wel het omgekeerde. In de discussies heette het dat iedereen door wil. Dat kan dus met. Ik kan natuurlijk geen kofBedlk kijken, maar misschien tekent zich wel de ontwikkeling af dat jongeren na acht jaar basisonderwijs, na zes jaar voortgezet onderwijs en maximaal zes jaar universiteit, dus in totaal twintig jaar onderwijs, wel eens de behoefte zouden kurmen hebben om eerst maar 'es te gaan werken. Veel hangt natuurUjk af van de maatschappelijke effecten en waardenng van de eerste- en tweede fase-opleidingen." - En wat zou u willen doen om overtekening van de tweede fase te voorkomen? Van Kemenade: „Ik zou willen komen tot een landelijk geüniformeerd en geobjectiveerd stelsel van doorstroomcritena Vergelijkbare criteria. Het moet mogelijk worden dat een student de eerste fase bijvoorbeeld in Groningen doet en de tweede fase bij een andere universiteit. Dat verhoogt de mobihteit. Je moet objectiverende normen van toelating hebben, bijvoorbeeld een gewogen lotmg. Alleen moetje dan wel weten welke wegmgsfactoren je in het gedmg brengt. Dat wordt onderzocht. Zo'n systeem is ook rechtvaardiger dan dat de betrokken faculteit of instelling hun eigen critena bedenken. Het moet natuurlijk niet kunnen gebeuren dat een student in Utrecht na de eerste fase niet tot de tweede fase wordt toegelaten, maar m Nijmegen wel terecht kan voor zo'n vervolgstudie."
men, waardoor het verlies aan arbeidsplaatsen kan worden beperkt. Die maatregelen hebben betrekking op het met automatisch doorstromen van medewerkers naar schaal 149/ 149a, op de salariëring van hoogleraren, terwijl verder de pensioengerechtigde leeftijd van hoogleraren wordt gesteld op 65. Dat laatste hou ik overigens buiten de discussie en voer ik per 1 augustus m " - In uw bezumigingspogingen zoekt u het o.a. in extensivering van het onderwijs. Dat kan kennelijk met de minste pijn? Van Kemenade: „Ja, er is gewoon geen geld meer voor intensief onderwijs met allerlei werkgroepen, participatie en ga zo maar door. De studenten van nu zullen zelfstandiger moeten studeren, uit kostenbeheersing. Dat IS helemaal met vies. Je zult meemaken dat we de grens de komende tien, vyftien jaar nog veel harder moeten trekken."
om daar in detail op in te gaan. Ik ben bezig met de voorbereiding van een wet op de studiefinanciering, die zeker niet eerder dan eind 1982 zal worden ingediend. Maar het systeem van een basisbeurs voor iedereen en een extra bedrag in de vorm van - zeg maar - een beurs voor de minstdraagkrachtigen en daarboven leningscapaciteit en terugbetalingsregelingen, onderschriJfik in hoofdlijnen Maar de verdere uitwerking ervan, daar laat ik me nog niet over uit. - Het collegegeld gaat dit jaar niet omhoog? Van Kemenade: „Nee hoor. Ik heb de Kamer gezegd dat het me verstandig lijkt om de ontwikkelmg van het collegegeld in het WO en het HBO niet los te zien van de indiening van het systeem van studiefinanciering."
Twee fasen
- In hoeverre denkt u de door uw voorganger voorgestelde doorstroompercentages studenten van de eerste - Door bijvoorbeeld ook voorzieningen naar de tweede studiefase, overeind te houden? als sport en mensa weg te snijden?
- Het heeft er alle schyn van dat de autonomie van de instellingen door al die bezuinigingen die ook personele consequenties hebben, wordt aangetast. Dat vindt u ook? Van Kemenade: „Als je het hebt over het afbouwen van bepaalde studierichtingen, dan kom je aan personeelsbeleid dat door heel Nederland loopt. Ik vind eigenlijk dat we moeten nagaan of we met de dertien instellmgen van universitair onderwijs wellicht een gezamenlijk personeelsbeleid kunnen voeren op dit vlak. Die bereidheid is er denk ik wel. Er is een gemeenschappelijk belang. Het gaat natuurlijk niet aan om te zeggen, dit mstituut of die richting wordt de komende jaren afgebouwd en daarna fris in het rond te kijken. We moeten gezamenlyk kijken naar de consequenties van afbouw en eventueel gedwongen ontslagen. Ik vmd ook dat autonomie van de instellingen zijn beperkmgen moet kennen als we 't hebben over hele kostbare apparatuur, van tientallen miljoenen guldens. Als zoiets ergens wordt neergezet IS het redelijk dat meer dan één universiteit er gebruik van gaat maken. Dat is te regelen m bijvoorbeeld een joint venture. Daar is nu nog veel te weinig sprake van - Die meerjarenafspraken, hoe hard zijn die eigenlijk nu nog? Van Kemenade: „Ik sluit niet uit dat ze gewijzigd zullen worden door het Kabinet. In relatie tot de begroting 1983 kan ik hier geen mtspraken over doen. Ik heb tegen de mstellmgen m november gezegd: het is zeker met de laatste keer dat we elkaar de komende jaren zullen zien. Er zijn economische problemen: ik ga me met via meerjarenafspraken vastleggen voor de komende vier jaar, althans met boven wat nu aan de orde is geweest Als ik me wel vastleg op dit punt en ik
Eigen sport wat 'n onzin
Vervolg op pag. 6
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981
Ad Valvas | 434 Pagina's