Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 188

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 188

9 minuten leestijd

AD VALVAS — 11 DECEMBER 1981

Categoriale driedeling

Dronken Sint Wiskunde-docent dr. N.P. Dekker moet eerst nog iets gemompeld hebben als: „Nou, die heeft z'n wekker ook wat te laat afgesteld", toen hij donderdag 3 december 's ochtends even na negenen tijdens een college m de langwerpige kastruimte waarach-

ter hij stond deze hoorde afratelen. Hij en de naar schatting 200 eerstejaars in zaal KC-137 van het Wiskundig Seminarium van de VU zagen echter onmiddellijk daarop een Sinterklaas in kennelijke staat langzaam uit de kast oprijzen In een roze bloemetjes-nachthemd en met aangepaste mijter, nl. met daarop het wiskundige integraal-teken De zaal applaudiseerde, want die bestond uit eerste-

Mensen van de VU „Het talenpracticum omvat drie practica die over het algemeen gebruikt worden door studenten vreemde talen aan deze universiteit. Dan spreek je dus over Engels, Frans, Duits, Italiaans, Spaans en Arabisch. Verder wordt het gedeelteUjk gebruikt voor het geven van Nederlands aan buitenlanders Ik rooster de talenpractica voor de verschillende studienchtingen en schrijf de buitenlanders die zich aanmelden in. Die groep mensen

Wi/ffe Riswick medewerkster talenpracticum Heeft een beetje zwerversmentdliteit zoals ze zelf zegt. Vertrok in '58, uit avontuur, naar Australië. Kwam twaalf jaar later terug naar Nederland om vanhieruit meer van Europa te kunnen gaan bekijken. Werkte eerst bij de afdeling talenpracticum van de universiteit van Nijmegen. Na een verhuizing naar het westen werd zij gevraagd - jawel lezers het komt nog voor m deze tijd- om op de VU bij eenzelfde afdeling te komen werken. Willie ging daar op in en na vijfjaar heeft ze daar nog tn het geheel geen spijt van.

valt m twee categorieën uiteen. In de eerste categorie zitten buitenlanders die hier komen werken of studeren en daarom de taal willen leren. Voor die mensen worden er twee keer per jaar zogenaamde „mtensieve cursussen" georganiseerd. Dat is een cursus met een duur van drie weken waarbij zes uur per dag Nederlands wordt gesproken. De andere categorie wordt gevormd door personen die geen enkele bindmg met de universiteit hebben; de buitenstaanders. Daar knjgen we veel aanvragen van. Over het geheel zijn dit buitenlanders die bij een bedryf werken of met een Nederlandse man of vrouw getrouwd zijn. Meestal is het zo dat zfl in hun eigen land een middelbare schoolopleidmg hebben genoten. Voor hen is de drempel van de universiteit niet te hoog Jammer genoeg kimnen we deze mensen alleen in de vorm van zelfstudie tegemoet komen. Voor persoonhjke begeleiding ontbreken ons namelijk de middelen. Van het aparte practicum, d a t we hebben voor studenten die vanuit de studienchtingen met zelfstudie bezig zijn, kunnen deze mensen gebruik maken. Met behulp van het boek en de banden van de intensieve cursus kan men daar dan aan de slag Om dat cursusmateriaal te begrijpen is wel leesvaardigheid m het Engels of Spaans vereist Driekwart van de buitenlanders die hier komen kan dat echter wel. Over het effect van de intensieve cursussen zijn de deelnemers byzonder enthousiast, maar de resultaten van de mensen die het met zelfstudie moeten doen zyn nog vry teleurstellend. Van de tientallen, ja bijna honderdtal-

Galgala EN J E OVEßwEEr NA KÉ-dsT MET J E 5ruDiE TÊ. (CAPPEM

jaars, die zo kort na hun middelbare schooltijd een typische scholierengrap nog best konden waarderen. De docent was wat verbouwereerd. Onder enige 5 december-muziek kwamen fluks twee Pieten met een rolstoel aangerend om de Heüigman af te voeren. Zal de docent hebben gedacht: ach, ik ben ook zo begonnen voor ik aan m'n eerste studentengrap toe was.

len die we inschrijven zijn er maar zeer wemig die regelmatig konien en die zich door de hele cursus heen weten te werken. Nu is dat natuurlijk ook wel begrijpeUjk. Als je met niemand kunt samenwerken en je moet je zonder begeleiding door de lessen heenworstelen, dan wordt het natuurlijk uitermate zwaar. Verder is er de klacht van de buitenlanders dat het moeilijk is om aan Nederlands spreken toe te komen. Op het moment dat wtJ Nederlanders horen dat zij moeilijkheden hebben met de taal, schakelen wij over op het Engels. Ja dan leren zij het natuurlijk nooit. Men is zich nu goed bewust van het feit dat een talenpracticum op zich geen zaligmakend iets is. Het is prima wanneer je het als hulpmiddel gebruikt naast je andere onderwijsvormen. Alleen is het voor de buitenstaanders, voor wie op het moment geen andere onderwijsmogelijkheden bestaan, het enige middel om de taal te leren. Erg'jammer is het dat deze onderwijsvorm in veel gevallen de mist m gaat. Zelf weet ik echter precies hoe moeilijk het is. Toen ik uit Australië terugkwam constateerde ik dat ik van het Frans helemaal niets meer af wist. Dat voel ik nog steeds als een handicap en ik zou graag het opmeuw willen leren. Ik heb 't ook nog even geprobeerd. Maar met vier schoolgaande kinderen en een vierdaagse werkweek waarbij ik meer dan 9 uur van huls weg ben, lukte het me niets. Het werk ervoor opgeven? Nee, dat ben Ik met van plan. Daarvoor werk ik hier met te veel plezier. Het is veel meer dan alleen staatjes of pubücaties typen. Mijn werk is namelijk zeer versnipperd. Het valt te verdelen in werk voor het secretariaat der letteren enerzijds en voor de afdeling talenpracticum en de vakgroep „Toege-

(J-EWOON DOElJ , zou itC ZE6EM pflN SEOIM- JE VoLö-EMO J^fll? OPNIEUW .- .

„De econoom zal in de collegezalen weinig vrouwelijke studiegenoten aantreffen. Hij is vaak ongehuwd en full-time ingeschreven. Zijn leeftijd is aan de jongere kant en hij doet niet langer over zijn. studie dan gebruikelijk. Hü is vaak allochtoon omdat hij met pendelen te veel tijd zou verhezen. Wat zijn inkomen betreft is hij meer afhankelijk ofwel van een studietoelage o ^ e l van zijn ouders die ook vaak zijn ziektekostenverzekering voor hun rekening hebben genomen". Deze verrassend nietszeggende conclusie is aan te treffen in een heus onderzoek, te weten „Studententypen in beeld" van het Onderwijs Research Centrum van de Katholieke Hogeschool Tilburg. Uit het voorwoord: „In de onderwijswetenschappen en ook - maar nog aarzelend - in de praktijk van het onderwijs dringt het inzicht door dat goed onderwijs slechts mogelijk is als de docent zijn studenten door en door kent. Inzicht in de kennis en vaardigheden die studenten reeds bezitten, stelt de docent tn staat, daarop voort te bouwen. Inzicht in de begaafdheden is nodig om de vereiste moeilijkheidsgraad van het onderwijs te bepalen. Inzicht in de motieven en belangstelling van de student tenslotte, leidt ertoe dat het onderwijs de studenten aanspreekt en stimuleert." Prachtig ja, maar laat zo'n docent dan gewoon op coUege zijn ogen en oren openhouden, in plaats van dromerig m extase over quasi wetenschap te staan bazelen. Een uurtje kroeg leert waarschijiüük meer over de motieven en belangsteUing van de student dan een uurtje dit rapport doorworstelen. Deze onderzoeker koos een andere weg om inzicht te verschaffen. Ongetwijfeld een zeer wetenschappelijke: ,ßy de presentatie van meer dan twee categorieën wordt een overzichtelijk beeld verkregen door middel van een driehoeksdiagram. Voordeel hierbij is dat een vrij groot aantal relatieve freqentieverdelingen in dien overeenkomstige concentratiepunten op overzichtelijke ivijze kunnen worden afgeiezen met als minder zwaarwegend nadeel dat deze slechts vanuit een categoriale driedeling kunnen worden bezien." Hartelijk dank, en weer hebben we een stukje meer inzicht dank zij de wetenschap. Echter zoals gebruikelijk, niet zozeer in het onderzochte Objekt, doch in degene die onderzoek meent te doen. Zelfs zonder J.G.F. Terwindt, de auteur, ooit vragenlijsten voorgelegd te hebben, met diepte-interviews zijn ziel te lijf gegaan of hem gedurende enige jaren participerend geobserveerd te hebben, kunnen we een aardig onderzoekstype van hem in beeld brengen. Het is ongetwijfeld een socioloog die langer dan gebruikelijk over zijn studie doet en ook buiten collegezalen weinig vrouwelijke studiegenoten aantreft. Hij is ongehuwd en full-time bezig met cijfermatig voyeurisme onder soortgenoten. Wat ziJn inkomen betreft is hij ofwel afhankelijk van een dik salaris ofwel van de opbrengst van zijn postzegelverzameling. Eh ongetwijfeld bewoont hü een doorzonwomng met ziektekostenverzekering. Wijkt u ook in vrij geringe mate af van de totale studentenpopulatie? Dan bent u dus een jurist die de neiging heeft bij zijn ouders te wonen. Of toch liever een uitgesproken jong figuur? Dat is pech, want ook btj de econometristen ontmoet u nagenoeg geen vrouwelijke studiegenoten. Of voelt u zich ook zo tegenpool? Dan ontstaat uit het geheel van deze elementen een figuur die meerdere trekken van de wat oudere werkstudent vertoont die aan zijn daadwerkelijk functioneren in de maatschappij een kritische inhoud wil geven. Goed geraden, u bent socioloog. Meer voorkeur voor een studie die aantrekkelijk is voor de vrouw die zich het emancipatieproces bewust wil eigen maken, maar voor zover waarneembaar de huwelijkse staat niet in de hand werkt? Ga psychologie doen! Bent u vaak gehuwd, zijn er veel ovei;eenkomsten met sociologen en is derhalve onduidelijk hoe uw studie gefinancierd wordt? U bent, zonder het zelf te weten, een theoloog die een huurkamer verkiest. En weer heeft de wetenschap in sneltreinvaart (de gegevens zijn verzameld in '78 / '79) relevante inzichten opgeleverd „die elementen aandragen voor een nadere beleidsvoering". Bij economie meer vrouwen voor de klas, voor theologen meer huurkamers en voor sociologen meer werk. Dit alles „geprojecteerd tegen de doelstelling die iedere student heeft, nameüjk: het binnen redelijke tijd afstuderen." De meest relevante informatie van dit rapport komt uit de colofon; „Het manuscript werd op bladen van het A4 formaat getypt, waarbij het lettertype IBM Courier 12 werd gebruikt. De bladen werden vervolgens overgedragen aan de Drukkerij en volgens-het offset-procédé op houtvrij offset-papier (80g) in een oplage van 350 exemplaren vermenigvuldigd." Dan weet je tenminste wat je de prullenmand in mietert. (DdH).

paste Taal Wetenschap" anderzijds. Overigens laat dit Zich uitstekend combineren, mede omdat de mensen voor wie ik werk zich hienn zeer flexibel opstellen. Ook functioneer ik af en toe als sociaal werkster waimeer buitenlanders naar je toe komen met problemen die op dat moment voor hun erg belangrijk zijn. Soms klampen deze mensen zich ontzettend aan je vast, een andere keer spreek je een tijd met ze en zie je ze daarna nooit meer terug. Ik vind het spijtig dat ik voor probleemgevallen, buitenlanders

, . . £N o?

HEB

JB

DE SruDiE

EEN J f l f l R INGELOPEN

met alleen lagere school, niet veel meer kan doen dan ze doorverwijzen naar instanties die wel op hun niveau bezig zyn. Wij zijn er immers in eerste instantie om de mensen die aan de universiteit zijn verbonden te helpen Ook van een „Open Universiteit" verwacht ik niet al te veel op dit terrein Daar zal, denk ik, maar een kleine groep gebruik van maken. Voor veel mensen heeft het woord „universiteit" namelijk nog een heel magische klank."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981

Ad Valvas | 434 Pagina's

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 188

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981

Ad Valvas | 434 Pagina's