Ad Valvas 1981-1982 - pagina 273
AD VALVAS — 26 FEBRUARI 1982
5
'Verantwoordelijkheidsbesef CvB zou groter moeten zijn' Vervolg op pag. 1 deze gegevens. Hoeveel formatie er dus is overgegaan is moelijk te berekenen. Mogeltjk is de ASBVA-schattlng wat aan de pessimistische kant maar dat laat het hoofdbezwaar van de ABVA dat er geen spijkerharde garanties zyn gevraagd onverlet. Het Hjkt er trouwens een beetje op dat er met cijfers wordt gegoocheld. Naar de indruk van Yvette van de Eerde, de coördinatrice van de taallessen die dagelijks met de schoonmakers te maken heeft zijn er hooguit zes GOMmedewerkers overgenomen. 'Ik zie steeds weer andere cijfers en kan er niet goed hoogte van krijgen'. Ook heeft zü de indruk dat het aantal parttimers hoger is dan vroeger. Haar taallessen in het hoofdgebouw heeft ze gestaakt omdat ze eerst meer duidelijkheid wU hebben over de faciliteiten voor de schoonmakers om die te volgen. Sinds de overname is hierover veel onduidelijkheid ontstaan. Bij de ABVA kende men de nu door het CvB verstrekte cijfers niet. Daar heerst verbazing omdat het CvB vroeger niet eens wist hoeveel schoonmakers er precies bij de GOM werkten. Men zet nu vraagtekens bij de cijfers.En als ze al mee zouden vallen is dat niet dankzij het CvB-beleid maar berust dat meer op toeval. De bedriJÊswissellng heeft er bovendien toe geleid dat er nu overwegend met parttimers wordt gewerkt die grotendeels bulten de normale VU-uren schoonmaken. Kontakten tussen schoonmakers en VU-personeel zijn hierdoor vrijwel onmogelijk geworden, stelt de ABVA.
Ontduiking De voorkeur bij CEMSTO voor parttime arbeid heeft waarschijnlijk te maken met de grotere mogelijkheden die daardoor ontstaan om arbeidskontrakten van minder dan 13 1 / 3 uur af te sluiten, waardoor de wet op het minimumloon kan worden ontdoken. Als je onder een bepaald aantal werkuren komt kan de werkgever namelijk terugvallen op het basisuurloontarief dat lager is dan het minimumloon Molukse Praatgroep Amsterdam De Molukse praatgroep in Amsterdam gaat weer van start. De eerste bijeenkomst vindt plaats op 26 februari. Thema is „de Molukse trek naar de stad" (het uitwisselen van ervaringen). Plaats: PH'31, Prins Hendriklaan 31 te Amsterdam (bereikbaar met tram 2 en 16, halte Valeriusplein). Aanvang 20.00 uur. Inlichtingen bii Udy, 020-739950. Advertentie
tarief Er zijn aanwijzingen dat de CEMSTO de thans bestaande verhouding fulltimers-parttimers wil opvijzelen in de richtir^ van nog meer parttimers. ABVA-voordvoerder Noé van Hulst: „Je hoort zelfs dat er ook wel meerdere kontrakten per schooimiaker worden afgesloten om zo het minimumloon te ontwijken." Ook schoonmaakbedrijf ISO heeft vrijwel geen personeel overgenomen van schoonmaakbedrijf Visser. ISO schijnt de personeelsleden van Visser die bij de SSH werkten wel een „aanbod" gedaan te hebben, maar dit was voor het personeel niet acceptabel omdat men zowel een lager uurloon (Viser betaalde zijn personeel relatief goed) als een verkorting van de arbeidstijd (van 40 naar ca. 30 uur per week)- een aanzienlijke inkomensdaling dus- kreeg „geoffreerd". ISO werkt uitsluitend met parttimers die grotendeels bulten de normale werktijden schooimiaken. Het vereist volgens de ABVA weinig fantasie om te veronderstellen dat ook biJ dit schoorunaakbedrijf van de minder dan 13 1/3 uur-kontrakten gebruik zal worden gemaakt. De ABVA/KABO-groep vindt deze gang van zaken onverkwikkelijk, met name voor de betrokken schoonmakers zelf die na een maandenlang durende onzekerheid en een aanhoudende geruchtenstroom alsnog het veld moesten ruimen, nadat zij vaak jarenlang bü VU of SSH hadden gewerkt. De ABVA/KABO meent dat deze affaire opnieuw laat zien dat het CvB dient te komen tot een veel groter verantwoordelijkheidsbesef voor de schoonmakers. Alleen een In eigen beheer nemen van schooimiaakwerkzaamheden vormt een structurele oplossing voor de gehele schoonmaakproblematiek. Niettemin vindt de ABVA/KABO-VU dat het CvB zelfs in de huidige situatie van uitbesteding van schoonmaakwerk een groter verantwoordelijkheidsbesef op dit punt zou kunnen en moeten tonen, vooral daar waar het gaat om het beleid inzake „overgangen". Zü stelt voor „overgangen" voortaan te omgeven met een aantal strikte randvoorwaarden. Alvorens die op te sommen eerst even iets over de geschiedenis van enkele „overgangen".
Voorgeschiedenis. Afgelopen zomer werd duidelijk dat het CvB besloten had om voor de schooiunaak van het hoofdgebouw
over te schakelen van GOM op CEMSTO met ingang van 1 januari 1982. Als voornaamste reden gaf het CvB op dat de CEMSTO bereid was het takenpalcket goedkoper uit te voeren. In de zomermaanden was dit pakket al flink ingekrompen door de taken opnieuw te formuleren. De GOM zou dit nieuwe pakket in 15 procent minder arbeidsuren kuimen uitvoeren, de CEMSTO in wel 20 procent minder tijd. Omdat er voor 1982 10 procent gekort zou worden op het schoonmaakbudget ging de VU toen met de CEMSTO in zee. Bovendien was het, zoals CvB-secretaris Hoogenkamp ons toen zei, ook goed om na zoveel jaren eens van schoonmaakbedrijf te verwisselen. Anders dreigt er verstarring waardoor je geen van belde meer helder zicht hebt op de meest wenselijke gang van zaken". Het IBD-hoofd G.J. Buis voegde daar aan toe: „Je krijgt het gevaar van indutten." Ook zou naar zijn Indruk het sociaal beleid bij CEMSTO er wat gunstiger uitzien. Ten aanzien van de personele gevolgen van de overgang werden door het CvB geen voorwaarden gesteld aan de betrokken bedrijven. Het college nam genoegen met de bereidverklaring van de CEMSTO, zoveel mogelijk personeel van de GOM op de VU over te nemen. Verder zouden GOM en CEMSTO te zijner tijd de VU schriftelijk rapporteren aan de VU over de realisatie van de overgang. Toen deze in het nsuaar in de Commissie van Overleg met de bonden werd besproken had de ABVA/KABO-VU al stevige kritiek op het CvB-beleld terzake. De bond was erg bezorgd over het ontbreken van voorwaarden en garanties op belangrijke punten als overname van personeel, geen gedwongen ontslagen, regeling van werktijden, deelname aan Nederlandse taallessen e.d. Eind 1981 werd plotseling duidelijk dat óók de SSH per 1 januari wilde overstappen naar een ander schoonmaakbedrijf: van Visser naar ISO. De achtergrond daarvan, zo bleek ons bij de SSH, was dat Visser in het verleden niet altijd de sociale verzekeringspremies en belastingen afdroeg aan het RiJk, reden waarom de SSH op een gegeven moment stringente afepraken met Visser maakte, waaraan deze zich echter niet precies hield. Waarschijnlijk hield de redelijk goede beloning door Visser enig verband met het niet altijd nakomen van wettelijke verpUchtingen. De lagere belo-
ning die ISO geeft was er mede oorzaak van dat de schoonmakers van Visser zelf niet „over" wilden, ook al had dat wel gekund. Van Hulst: "Overname hoort altijd tegen de geldende arbeidsvoorwaarden te gebeuren. Dat de overgang hier ook met Inkrimping gepaard ging was volgens I-ammes „toevallig". Inkrimping had net zo goed onder Visser kimnen plaatsvinden, zy houdt verband met de sterke stijging van de service-kosten, zodat de SSH op zoek ging naar bezuinigingen. Omdat schooiunaker ISO nu met eigen personeel is gaan werken weet Lanmies niet precies of er alleen met parttimers wordt gewerkt en of er veel 13 1 / 3 kontrakten zijn.
Randvoorwaarden Het verloop van de diverse „overgangen" bracht de ABVA / KABO ertoe een aantal randvoorwaarden te eisen waaraan voldaan moet worden. Een overgang zou in de eerste plaats ruim voordat zij feitelijk wordt gerealiseerd door het CvB inhoudelijk moeten worden beargumenteerd in een notitie, die in de daartoe geëigende organen wordt besproken zodat de bonden niet meer- zoals bijvoorbeeld bij de overgang van Visser naar ISOworden overvallen. Verder mag een overgang niet gelijktijdig plaatsvinden met een reduktie in het uit te voeren schoonmaakpakket. Noé van Hulst: „Zo'n overgang is natuurlijk hét moment om ongemerkt mensen te laten afvloeien, maar zo raken wij wel het overzicht kwijt." Als reduktie echt nodig is dan moet dat via natuurlijk verloop(gezien het grote verloop onder schoonmakers heus niet zo moeilijk) en zonder gedwongen ontslagen. Een nieuw bedrijf dat mensen overneemt dient voorts dat te doen tegen de geldende arbeidsvoorwaarden. De praktijk van de overgang Visser-ISO leert dat dit zeker nodig is. Wat de Nederlandse taallessen betreft- een punt waar de VU een goede traditie heeft- moeten parttimers net zo goed als fulltimers in de gelegenheid worden gesteld die te volgen. Verder moeten met een nieuw schoonmaakbedrijf bij kontrakt voorwaarden worden vastgelegd inzake de naleving van de CAO-schoonmaakwezen, het te voeren personeelsbeleid en de controle van de VU op beide.
Normale menselijice kontalOen Tenslotte dienen de schoonmaakwerkzaamheden door het nieuwe bedrijf verricht te worden binnen de normale werkuren zodat normale
menselijke kontakten mogelijk zijn tussen VU-personeel en schoonmakers. Het CvB zou de schoonmaakbedn ven bij kontrakt moeten binden aar deze Iflst van randvoorwaarden. Hieimee krijgt men greep op het verloop van een overgang en wordt tegelijketijd een kader geschapen waarbinne men handen en voeten kan geven at een groter verantwoordelijkheidsbf sef jegens het schoonmaakpersoneel Dat laatste zou natuurlijk het be; gestalte krijgen als de VU de problmen écht zou oplossen door c' schoonmakers in VU-dlenst te nemer maar door een stringent voorwas.' denstellend beleid kunnen ook al hewat onverkwikkelijke situaties wo. den voorkomen. Het CvB, dat om een schriftelijk reaktie op de ABVA-notitie is ge vraagd, heeft die nog niet klaar en w,' die bovendien eerst in de Commissi, van Overleg inbrengen. Wel gaf de heer De Jager van het Cvi: als zijn eerste reaktie dat er door he' college veel meer aandacht aan d. hele problematiek is besteed dan i de notitie wordt gesuggereerd. Er uitvoerig overlegd tussen GOM e CEMSTO over het overnemen va personeel en de cijfers die de ABV geeft kloppen niet. In feite zou de hel van het GOM-personeel door de CEl STO zijn overgenomen. De ABVA hi die gegevens eens eerst moeten opvr, gen. En wat het in dienst nemen va het schoonmaakpersoneel betreft: dat. station is intussen gepasseerd, het is wat flauw om daar steeds weer op terug te komen; die tendens om uit te besteden zie je trouwens in de meeste overheidsinstellingen. Noé van Hulst van de ABVA: "Vocons is het in elk geval geen gepasseeni station, kyk maar naar het landelrK aktieprogramma van ABVA / KABO De VU wil altijd anders zijn, maar b dit soort zaken moet opeens de land; lijke trend worden gevolgd".
Utrechtse crisis Het Utrechtse universiteitsbestuur i.« in een volledige crisis geraakt. Na vele interne en externe trubbels stelde minister Van Kemenade een onderzoekscommissie in, die onlangs met een vernietigend rapport voor het Utrechtse CvB kwam. De minister vroeg het voltalUge CvB af te treden, wat men inmiddels gedaan heeft. Volgens de onderzoekscommissie schortte het in Utrecht zowel aan doeltreffende structuren als aan een duidelijk en doelbewust beleid van het CvB. Binnen die situatie bleken ambtenaren vaak in de praktijk zelf het heft in de hand te nemen en de leemtes in het beleid op te vullen.
Mentaliteitsverandering gebruiker
VU is steeds zuiniger met energie Sinds een aantal jaren staat Nederland bol van de aktiviteiten op het gebied van de energiebezuinigingen. De overheid dringt aan op het zorgvuldig omspringen met gas, water en elektra. Autofabrikanten beconcurrprpn p ] k A 9 r met Tnf>f stf^pHe reren elkaar steeds 'minlvs^r zuiniger 911automobielen. Naar de stuurgroep van dhr. De Brauw kan men energiescenario's opsturen en zo zijn er nog talloze voorbeelden te noemen. Terecht doet de VU ook mee aan de bezuinigingen op energie. Onlangs maakte het College van Bestuur de verbruikscijfers van 1981 bekend. Over die resultaten van het vorig jaar spraken wij met dhr. Johse, hoofd van bet energiebeheer. „Uit de rapportage blijkt dat het totale verbruik van bijvoorbeeld aardgas, elektra en water lager ligt dan was begroot. Mogen we daaruit concluderen dat er succesvol is bezuinigd?" „In zekere zin is elke bezuiniging een stukje succes. De vraag is natuurlijk of dat succes groot genoeg is voor de problemen waarvoor we staan. Als we nu kijken naar de gasequivalent - dat is de eenheid waarin we al onze energieverbruil^en omrekenen - daij zien we dat dezp 80 m' per vierkante meter geweest is. Nu is dat getal zo'n 15% lager. Dit tegen de achtergrond dat
het aantal vierkante vlerkante meters gebouw vanaf '77 met ongeveer 11% is toegenomen. Ruwweg kun Je steUen dat er dus 26% is bezuinigd in de afgelopen vier Jaar. jaar. Daar moet ik verder nog bij zeggen dat we dit met elkaar zonder investeringen hebben weten Inve.stf^rineren wet^Mi te t.e hpreibereiken. Aan de ene kant is de individuele gebruiker zorgvuldiger met energie om gaan springen. Wat dit betreft constateren wij een stulqe mentaliteitsverandering. Aan de andere kant hebben de mensen die er beroepsmatig mee bezig zijn belangrijke verbeteringen, onder andere op het gebied van de bedrijfsvoering, doorgevoerd. Dus op de vraag of de VU wat bereikt heeft zeg ik ja, er is niet onaanzienlijk bezuinigd. Het had misschien nog wel wat meer gekund maar we zijn niet ontevreden". „Ondanks dit resultaat is er vorig jaar 147.000 gulden meer uitgegeven aan energiekosten dan men aanvankelijk had gepland. Wat is daarvan de oorzaak?" „Ja dat heeft alles met de prijsontwikkeling te maken. In dezelfde grafiek waarin we zien dat het energieverbruik per vlerkante meter zakt, zien we tegelijkertijd dat de energiekosten I)er vierkante meter schrikbarend snel zijn gestegen. Globaal van 20 gulden per vierkante meter gebouw in
'77, naar 42 gulden voor dit jaar. Dat is5 een stijging van 217%. Je moet hierdoor natuurlijk niet ontmoedigd raken maar het is wel een groot probleem. Want als je nu kijkt naar hetb effect van deze prijsontwikkeling op) de totale energiekosten krijg je hett volgende te zien. In '77 heeft de VU in1 totaliteit 20,5 miijoen m^ gasequivalent verbruikt. Voor dit jaar is dat 20) miljoen m^ Dat is dus een half miljoen1 minder ondanks het feit dat de ruimte; is uitgebreid. Hiermee kuimen we alsi het ware de hele campus laten functioneren. Op zich is zo'n bezuinigingf verheugend, matu: kijk dan eens naar de prijs. In '77 betaalde de VU 5,2! miljoen voor haar energie; in '82 zal[ het 12,5 miljoen gaan kosten." ,^an er naar uw mening nog meer bezuirögd worden?" „Ja dat geloof ik zeker. Aan bet plafond zitten we nog niet. Er zijn nog; heel wat dingen te bedenken en uit te! voeren die een gunstige invloed hebben op het energieverbruik. Er zijni
bijvoorbeeld een aantal bezuinlgingsjnaatregelen waarvoor we zullen moeten investeren. Dat vereist nog wel wat onderzoekswerk en berekeningen maar daar wordt aan gewerkt. Aan zaken als bedrijfsvoering, bezettingstijd en bezettingsgraad kunnen we nog het nodige doen. Ook zullen we nogmaals de technische installaties kritisch bekijken en aanpassen waar dat nodig is. Omdat de isolatienormen en mogelijkheden sinds het gereedkomen van de gebouwen nogal veranderd zijn, gaan we per gebouw na in hoeverre het in deze opzichten nog voldoet. En zo zijn er nog talloze andere ideeën in dit verband te noemen. Het is niet zo dat we niet weten waar we het moeten zoeken of dat er niets meer is te halen. Alleen hebben we nu eenmaal te maken met een beperkte mankracht en niet veel beschikbare tijd. Het gaat er dakrom om in goede samenwerking het maximaal mogelijke eruit te halen", (P.v£.}
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981
Ad Valvas | 434 Pagina's