Ad Valvas 1981-1982 - pagina 263
A^B
lAOI
1Q«9
't Plakboek van Folia
[pveren hun positie, studenten gaan *ier gewoon studeren en houden als imme koeien hun mond. :et Maagdenhuis was niet meer ge :est dan een opvallend incident: in atisch opzicht een hoogtepunt, het demokratiseringsproces een ine lawine die overal voor stroom snellingen doet zorgen." e aktivisten van toen zijn intussen es mgevoegd als ambtenaar of Itenschapper. Dat was dan weer ; Jong heeft de demokratiserings Ud willen relativeren door er een |ital ontwikkelingen naast te zet Hi] geeft een beschry ving van een
beetje te cru, maar het is een ^everschynsel. In die zin dat je het nt vergelijken met het vragen om ger loon door de vakbeweging in Ben dat het goed gaat. Het zijn f alprodukten van een maatschappij we veroordelen. Gaat het slecht kan ook de vakbeweging niet lei doen dan tegenspartelen. Je | e t erkennen dat alle welvaart, alle zorgingsstaatzaken afvalproduk van het kapitalisme zyn." Ipraten verder over het boek. „Het ft of de studenten maar iets hoefden
mtsen en het werd geaccepteerd." T)u zomaar ging het met. Het ge trde met veel dramatiek erin. Maar I n is in die tijd heel snel door de |een gegaan. En dat klmkt nogal nstig. Maar er was een aantal nsen m de oude vorm van de uni Isiteit van Amsterdam die sterk pstonden voor de wensen van stu ften Ze vinden dat studenten het ht hebben om mee te praten. Maar 1 kon niet meegaan met de vorm nn die wensen werden verwerke | t Ze haakten af en werden vervol s fel bestreden door de studenten Jj'eging Het werd puur vechten om tbehoud. Word je als hoogleraar in Tiachtspositie aangetast, dat wordt
De redaktie van Folia C ivitatis heefl ook een bijdrage geleverd aan het herdenkingsfeest van de UvA. Onder de titel 350 jaar wetenschap in Am sterdam IS een honderdtal bladzijden op Haagse Post formaat gewijd aan opvallende zaken over de Universiteit van Amsterdam. Net als moeders die over hun kind een album aanleggen met het eerste tand je, het eerste woordje, de eerste keer dat ie schoenmaat 43 koopt, heeft de redaktie van Folia o.a. de eerste ge neeskundige van wereldformaat, de vroegste klaplopers, de eerste medi sche veelverdiener, het eerste verzet tegen bijbaantjes, de eerste vrouwe" lijk hoogleraar, de eerste socialisten en de eerste rector na de oorlog. De tegenwoordige universiteit van Amsterdam begint in 1632 aan de Oude Zijdsvoorburgwal. Toen nchtte men het Atheneum Illustre op dat in de Agnietenkapel, het eerste gebouw, ondergebracht werd. Pas in 1877 mocht het Atheneum de titel universi teit gaan voeren. Het gebouw staat er nog steeds. Op de zolderverdieping zit nu de historische verzameling van de UvA. Op de eerste verdieping is een gehoorzaal waar destijds Vossius en Barleus, de eerste hoogleraren, hun oraties hielden Deze ruimte wordt nog steeds gebruikt. Het idee om op zoek te gaan naar de eerste klaploper, andere dan op de subfakulteit sociologie in '82, deed de redaktie van Folia belanden bij Joan
nes C abeljauw, geboren in de buurt van 1600. Betreffend figuur verdiepte zich in Romeins recht en verrichtte „literaire studieen". Promotie op 24 jange leeftijd brengt hem ertoe iedere keer als er een hoogleraarschap ter beschikking komt, er op te duiken. Na Dordrecht en Leiden, waar men hem met moest, evenmin als in Utrecht en opnieuw Leiden, eindelijkeen benoe ming aan het Atheneum. Het is dan 1640. Het duurde maar kort, want hoewel aangesteld in de rechten, was hij zozeer bevlogen door de literaire studiën dat studenten zich afvroegen
aantal periodes waarin onder andere studenten wat deden. In alle relative ring is het boek toch geconcentreerd rond '68. Het vervolg lijkt allemaal daar op terug te voeren en brengt niks vemieuwends. Het voorafgaande kristalliseert zich in '68 uit. In '68 hebben studenten medebeslis smgsrecht gekregen in het bestuurs apparaat (evenals de tas). Door de aandacht voor dat resultaat wekt De Jong te veel de indruk dat de demokratiseringsstrijd vooral ging om (de totstandkormng van) een orga nisatiemodel van de imiversiteit. Dat het studenten alleen maar ging om een stoel in het ambtenarenappa raat of in een bestuurskollege
Van het administratieve apparaat is bekend dat dit altijd het heftigst rea geert op bezettingen. Zo vertellen de heren J. de Haan en H.L. Kleijn resp. funktionaris van het C ollege van Be stuur en hoofd FinancieelEconomi sche zaken: In '63 werd de hal van het Maagdenhuis voor het eerst bezet. Op dat moment zaten er naast wat dien sten ook enkele fakulteiten in het gebouw. Die zijn er bij de eerste bezet ting meteen uitgegaan. De heer De Haan zegt daarover. „Iedereen was er zenuwachtig van, alle deuren wer den afgesloten. Dat was nog voor de grote Maagdenhuis bezetting en 's avonds gingen ze allemaal weer braaf naar huis. Maar toen wilde het Presidium (het bestuur destijds), geen studenten meer in het gebouw. Alle studieboeken gingen eruit. Dat weet ik nog wel. De hele rotzooi is m eén weekend naar de Keizersgracht of Herengracht overgebracht." En dhr. Kleijn vult aan: „Ook de studentenad ministratie is om die reden naar de Jodenbreestraat gegaan. Zodat er geen reden meer was voor studenten om hier in het gebouw te zijn. Want de kanselierdirekteur die schrok zich rot als ie een student zag." Het ambtenarenapparaat op de VU vindt 'van de kollega's op de UvA dat ze er een zootje van maken. Begroten kunnen ze niet, afspraken komen ze nauwelijks na, het beleid zwabbert
je in je eer aangetast en dat is haast je ziel." „Het boek gaat tot ongeveer '76. Waarom bent u toen opgehouden'^" „Het voornaamste is dan wel gezegd voor mij. Watje kunt vertellen van na '76 is een patroon, een herhalmg van het voorafgaande. Je kunt het in een paar woorden weergeven, h e t i s met meer interessant." „/fc bedoel vooral de opkomst van de vrouwenbeweging." „Ja, die komt er nauwelijks in voor. Het heeft ook nauwelyks met univer sitaire problemen als zodamg te ma ken. Het boek gaat over demokratise rlng." „Dat is toch ook een soort demokrati senng?" „Het is inhoudelijk wel van belang, maar het is toch een zaak die buiten de universiteit leeft. In de jaren '60 was de jongerenkultuur in de rest van de maatschappij duidelijk de opmaat voor de beweging op de universiteit. Dat is hierbij niet zo." „Zou je de aanpak van de vrouwenbe weging op de universiteit met kunnen zien als reaktie op het strakke demo kratisch centralisme van de studen tenbeweging. Veel aktivistes vinden dat er over hen heengelopen is " „Dat zou kunnen. Die gedachte dat men zich vanuit het femmisme tegen een democratisch centralistisch mo del gaat verzetten daar moet ik nog eens over nadenken." „Het valt me op de VU en de SRVU helemaal niet in uw boek voorko men." „Ik heb ze niet meegenomen, omdat ze in het kader van het boek, dat steeds smaller is geworden, niet pas ten. Ik had er rustig nog meer jaren aan kunnen wijden dat geef ik toe " ,filaar Nijmegen en Tilburg behandelt u, wel." „Ik heb meer aandacht besteed aan de begiqjaren van de demokratise nngsstnjd. Ik heb waarschijnlijk toe gegeven aan de algemene fout van historici om breed uit te wijden over een begm en daardoor de rest laten zitten. Ik zie dat altijd bij iemand anders, maar nou doe ik het zelf ook. Dit als een soort excuusje."
heen en weer. Het is daar veel te demokratisch, kort gezegd. In het in terview met de beide tassers klinkt iets door van de reden waarom deze indruk bestaat. Het stamt uit de tijd van de groei van de universiteit. Dhr. Kleijn zegt daarover „De rijksover heid ging ons sterk stimuleren, want onder de gemeente Amsterdam, (waar de UvA eerst onder viel), waren we nogal achtergebleven, die had nooit kunnen betalen. De eerste vijf, zes jaar konden we jaarlijks met zo'n 200 arbeidsplaatsen groeien. En dat uitgaande van nog geen dui zend arbeidsplaatsen. Dat is een jaar lijkse uitbreiding van 20 procent. Dat kon je gewoon niet waarmaken. We moesten sneller van O W, want Financien had natuurlijk in de gaten dat wij met 1200 man deden waar ze elders 2000 mensen voor nodig had den. We gingen toen alle hoogleraren af, er waren er altijd wel die niet wisten dat er geld te halen viel. Als de fakulteiten meer mensen hebben die het centrale apparaat bestoken, dan moeten wij meer mensen aanstellen om terug te stoken."
Ook De Haan heeft een voorbeeld dat tekenend is voor het ambtenarenap paraat van de UvA. Het stamt uit zijn begintijd, dat wel. Sinds '59 werkt hij aan de UvA In het begin had hij de funktie Onderzoek en Documentatie
Maar, zoals hij in Folia zegt, „Dat was nog niks. De dag dat ik kwam, stapte ik naar kanselierdirekteur Bender. Die zou wel het een en ander voor me hebben dacht ik. Nou die had niets, alleen een begroting van de gemeente. Hij gaf me die en zei,: ziet u maar eens. Dat heb ik ook gedaan. Ik heb nog een map uit die tijd daar staat op ZUM, dat betekent Ziet U Maar." RM
wat zijn colleges met hen te maken hadden en die bleven dus maar weg. De Amsterdamse vroedschap ont sloeg hem in 1645 want: „er werd gansch geene dienst alhier te stede van zijne professie getrocken " Folia heeft ook een gesprek met de eerste tassers Het verhaal bestrijkt de periode 5982 en geeft zo een beeld van de groei van het ondersteunend apparaat van een universiteit. Het administratieve apparaat zit in het Maagdenhuis.
dankzij
keihairde aKtie tot een
as¥i Y Sifercö,0'
Een van de illustraties uit ,filacht en Inspraak" beurzenplan van minister Diepenhorst in 1967.
Met de ASVA tegen het
De Evangelische Studentengemeinde uit Hamburg op bezoek bij het studentenpastoraat van de VU De Hamburgse studentengemeente is erg aktiefm de vredesbeweging en was bijvoorbeeld sterk betrokken bij de vredesmanifestatie op de Kirchentag vongjaar De groep heeft deze week onder meer gesproken met de IKVkem aan de VU over mogelijkheden voor samenwerking op vredesgebied.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981
Ad Valvas | 434 Pagina's