Ad Valvas 1981-1982 - pagina 39
ADVALVAS—11 SEPTEMBER 1981
Eenheidsfilosofie werkt niet
Raad Studenten Aangelegenheden verdwijnt na tien jaar Tien jaar na oprichting zal de Raad Studenten Aangelegenheden (RSA) eind dit jaar een zachte dood sterven. Dan is er een einde gekomen aan een voor Nederlandse universiteiten unieke bestuurssituatie. De RSA was namelijk een plek binnen het universitair bestel waar in verregaande mate Studentenzeitbestuur bestaan heeft. Het bestuur van de RSA kende reglementair een meerderheid van studenten. Maar ondanks deze derhokratische bestuursvorm, of misschien juist daardoor, is de tienjarige geschiedenis van de RSA te schrijven via een aaneenschakeling van ruzies en conflikten, intern en met andere instanties op de universiteit. Om de organisatie van de studentenvoorzieningen weer gezond te maken is de universiteitsraad vlak voor de vakantie akkoord gegaan met het opsplitsen van de RSA in een welzijnsdeel, waarbinnen de studentendecanen en psychologen gaan funktioneren en een vormingsdeel, dat bestaat uit het ACC (cultuur), ASVU (sport en VCVU (vorming. De RSA is de bestuurlijke koepel van de verschillende studentenvoorzieningen, zoals de decanen, psychologen, ACC, ASVU en VCVU. Officieel valt ook de SSH, de studentenhuisvesting onder de structuur, maar feitelijk heeft de SSH bijna vanaf het begin als een zelfstandige stichting gefunktioneerd. De RSA is ontstaan met de invoering van de Wet Universitair Bestuur (WUB) in 1972. Uitgangspunt was, dat de studentenvoorzieningen voor een belangrijk deel door de studenten zelf beheerd zouden worden. Het bestuur van de RSA wordt gevormd door zeven studenten, vier leden van het RSA personeel en twee door de universiteitsraad aangewezen leden. Naast het studentenzelfbestuur was een ander belangrijk uitgangspunt van de BSA structuur samenhang te brengen in de verschillende welzijnstaken. Die samenhang heeft de RSA nooit tot stand kunnen krijgen. Een belangrijke oorzaak daarvan is, dat de RSA uit organisaties bestaat, die al lang voor het ontstaan van de RSA zelfstandig funktioneerden. Deze organisaties bleven toch vooral in hun eigen reilen en zeilen geïnteresseerd. Misschien is het ook wel wat idealistisch geweest om te veronderstellen dat een sportorganisatie en een cultuurclub innig in eikaars problemen en toekomstfilosofieën geïnteresseerd zouden raken. Ook kende het RSA bestuur vaak interne verdeeldheid over het te voeren beleid. Een belangrijk element van die verdeeldheid werd veroorzaakt door de (veronderstelde) scheiding tussen vormings- en welzijnswerk. Vanaf ongeveer 1976 hebben de studentendecanen zich min of meer teruggetrokken uit de RSA structuur en zijn gaan üveren voor het tot stand komen van een eigen welzijnsplek binnen het universitaire bestuur. De decanen hadden niet helemaal ten onrechte het gevoel, dat de RSA met de daaronder vallende diensten en taken door velen op de universiteit niet geheel serieus genomen werd en funktioneerde als een speeltuin voor student-bestuurders. Een speeltuin, die de universiteitsraad de studenten graag gunde, op voorwaarde dat de studenten niet al te veel zeurden en eisten op andere beleidsterreinen, want dat was de speeltuin van andere geledingen. Op 30 juni jongstleden ging de universiteitsraad akkoord met een nieuw structuurmodel voor de stu-
Dirk de Hoog dentenvoorzieningen, dat door een universiteitsraadcommissie ontwikkeld was. Belangrijkste element uit dat voorstel is, dat de RSA gesplitst wordt in een vormings- en welzajnsdeel. De decanen en psychologen vormen het welzijnsdeel. Als coördinatiepunt tussen beide bureau's komt een bestuurskommissie, die het globale beleid moet vaststellen. Het beheer van de beide bureau's valt onder het College van Bestuur. In de bestuurskommissie komen vier studenten en vier andere leden uit de universitaire gemeenschap plus een vertegenwoordiger namens het CvB. Voor het ACC, VCVU en ASVU is een soortgelijke struktuur bedacht, maar dan met een gezamenlijke beheersverantwoordelijkheid van het CvB en de universiteitsraad. Hier komen in de bestuurscommissie drie studenten namens de drie organisaties en drie niet-studentleden. Met z'n zessen moet een zevende persoon als voorzitter gezocht worden. De leden in de welzijnskommissie worden door het CvB benoemd, terwijl bij de vormingspoot de universiteitsraad die verantwoordelijkheid knjgt. Onduidelijkheid bestaat nog over de wyze waarop andere taken van de RSA een plaatsje binnen deze structuur moeten knjgen, zoals de gezondheidFzorg, de sociale introductie, de relatie met de studentenhuisvesting, het studentenpastoraat en dergelijke. Deze zaken moeten door de nieuwe bestuurskommissies verder uitgewerkt worden. De RSA wordt als bestuurlijk orgaan opgeheven, evenals de universiteitsraadkommissie voor de sociale introductie. Daarvoor in de plaats gaat de universiteitsraad een nieuwe commissie oprichten met het veel bredere terrein van studentenvoorzieningen. Dit alles zal dan met ingang van 1 januari 1982 van de grond moeten komen.
Uit de boot
De RSA student-bestuurders, die voor een belangrijk deel voortkwamen uit de aktieburelen van de SRVU, hebben" de RSA structuur zeer lang en hard verdedigd uit vrees dat het uit de boot vallen van één van de diensten de hele RSA op de tocht zou kunnen zetten. Daarmee vreesden zij dat de studenten
Advertentie
-:^ „EUROMED" é Medische Instrumenten
Praktijkinrichtingen voor artsen. Roerstraat 46 - Telefoon 020-736195 -1078 LR Amsterdam Schapenmeent 214 - Telefoon 03240-15256 -1357 GV Almere-Haven Medische instrumenten, Snijdozen, Diagnostische apparatuur van Heme en Welch — Allyn, Bloeddrukmeters, Stethoscopen voor gebruik bij volwassenen ook speciale stethoscopen voor gebruik in de kindergeneeskunde. Praktij kinrichtigen
Studenten speciale korting.
invloed wel eens voor een groot deel teruggedraaid zou worden. Mede door de interne beslommeringen, maar ook door gebrek aan financiën, personeel en medewerking van andere universitaire organen zijn een aantal aspekten van het RSA werk nooit zo erg uit de verf gekomen. De studentendecanen van Baamsdonk en Moleveld noemen in een gesprek drie hoofdredenen voor hun vertrek uit de RSA. Volgens hun heeft de RSA een goede start gehad, maar wisten de studentbestuurders na verloop van tijd geen oplossingen te vinden voor gerezen problemen. Beslissingen werden vooruitgeschoven en het personeel, dat onder de BSA koepel moest werken, werd overstemd. Daardoor ontstond bij verschillende bureau's een nonchalante houding tegenover het RSA bestuur, omdat feitelijk de bureau's toch hun eigen gang konden gaan. Hun tweede kritiekpunt richt zich op de eenheidsfilosofie, die in de praktijk niet gewerkt heeft. Achteraf vinden de decanen het een vergissing om alle taken in één organisatie onder te brengen, omdat gebleken is dat werkinhoudelijk de verschillende RSA afdelingen niets met elkaar te maken hebben. Als laatste kritiekpunt noemen de decanen de discontinuïteit van het RSA bestuur, doordat ieder jaar de studentbestuurders wisselden. Volgens hun leidde dat vaak tot een dogmatisch vasthouden aan allerlei principes en idealen in plaats van een deskundig en slagvaardig beleid. Zij betitelen de RSA-werkwijze als een soort van belijdenispolitiek, waar ieder jaar opnieuw dezelfde moties en uitspraken gedaan -worden, zonder dat ooit gekeken wordt naar de praktische uitwerking daarvan.
Patstelling Vanaf 1976 hebben diverse commissies zich gebogen over oplossingen voor de organisatorische problemen van de RSA, maar tot een voor alle partijen bevredigende oplossing kwam het niet. De RSA en in het voetspoor de PKV en een meerderheid van de universiteitsraad bleef vasthouden aan een struktuur waann alle studentenvoorzieningen bij elkaar bleven. Deze patstelling werd pas doorbroken toen in oktober 1980 de RSA
De laatste RSA sekretaris Rob Mtoch: 'Problemen realistisch onder ogen sten!' zelf de eenheidsfilosofie losliet ondanks een meerderheid in de universiteit, die de eenheid wel in stand wilde houden. Volgens Rob Mioch, ambtelijk sekretaris van de RSA en afkomstig uit de SRVU, is deze koerswijziging van de RSA ingegeven door het realistisch onder ogen zien van de al jaren slepende bestuurlijke problemen waarvan de RSA eindelijk verlost moet worden. Als dat niet zou gebeuren zouden volgens hem de andere taken van de RSA in het gedrang komen. In plaats van een ideaal wordt nu dus de alledaagse realiteit tot uitgangspunt van het beleid gemaakt. Voor de goede lezer van het SRVU huisorgaan Pharetra kwam deze koerswending niet onverwacht. Jarenlang is het BSA beleid achter de coulissen van de SRVU aktieburelen gemaakt, maar in 1979 verschenen m Pharetra een tweetal zeer kritische artikelen over de wijze waarop de SRVU met de RSA is omgesprongen in het verleden. Charlotte van der Woude, die lang voor de SRVU in het RSA bestuur heeft gezeten, zegt in een interview in dat jaar onder andere; 'Mijn idee
over de hele kwestie is: binnen de SRVU bestaat er wat betreft de RSA een grote afstand tussen globale politieke ideeën en de konkrete invulling daarvan in het bestuurswerk. Ze laten je aanmodderen waar het gaat om ontwikkeling van strategieën die de globale politieke ideeën moeten realiseren. En achteraf hoor je dan hoe het beter had gekund.' En met deze analyse wordt doorgestoten tot wat de kern van de problematiek van de RSA de afgelopen tien jaar is geweest. Hoe moet een abstrakte filosofie omgezet worden m een hanteerbaar beleid, wat voort moet bouwen op oude organisaties en machtsposities, terwijl studenten formeel een meerderheid hebben, maar als bestuur los van hun achterban staan? Dat alles op een eilandje, omringt door een vijandige wereld bij wiens gratie de BSA al dan met mag bestaan. Vanuit dit perspektief gezien is de geschiedenis van de RSA niet alleen een bericht uit de speeltuin van SRVU bonsjes, maar een leerschool voor een ieder die oprecht streeft naar democratisering van het universitair bestuur.
Wet op de openbaarheid van bestuur
Informatieplicht ook op universiteit De Wet op de openbaarheid van bestuur (WOB) van 9 november 1978 wordt doorgetrokken naar de universiteiten en hogescholen, die daar tot nog toe buiten vielen. De kommissie voor de bestuurshervorming (kommissie-Slagter, voorheen kommissie-Polak) heeft een model-regeling opgesteld, die als hoofdstuk aan de bestuursreglementen kan worden toegevoegd. Deze regeling houdt onder meer in dat colleges van bestuur en fakulteitsbesturen uit eigen beweging informatie verschaffen, zodra dit in het belang is van een goede en demokratische besluitvorming en voor de betrekkingen met de maatschappij. Zij zijn verantwoordelijk voor het openbaar maken en toelichten van beleidsadviezen, die aan besturen of raden zijn uitgebracht. De model-regeling is eind vorige week naar de colleges van bestuur gezonden. De bedoeling is dat de universiteits- en hogeschoolraden, in het belang van de openheid en openbaarheid, nu de bestuursreglementen wijzigen. Het begrip 'informatie' wordt in het model op dezelfde wijze omschreven als m de eerdere wetgeving: 'gege-
vens, neergelegd in dokumenter\'. En dat zijn dan weer 'schriftelijke stukken en ander materiaal dat gegevens bevat die berusten by de universiteit of enig onderdeel daarvan' Deze formulering houdt in dat ook gegevens die m handen zijn van een vakgroep of een individuele onderzoeker, onder de werking van de regeling vallen. Niet als dokumenten worden beschouwd: stukken die zijn of zullen worden verzonden, zolang naar redelijkheid mag worden aangenomen dat ze de geadresseerde nog niet hebben bereikt. Daarna echter weer wel. Een verzoek om informatie wordt gericht tot het college van bestuur of tot het fakulteitsbestuur wanneer het gaat om onderwijs en onderzoek op de betreffende fakulteit. In principe wordt zo'n verzoek ingewilligd binnen redelijke termijn, tenzij de informatie inkompleet is, een vertekend beeld zou geven of de persoonlijke beleidsopvattingen van iemand zou weergeven. Verder gelden de geijkte uitzonderingen, zoals de eenheid van de Kroon of de veiligheid van de staat, die niet geschaad mogen worden. Niet geheel overbodig lijkt de eis dat
de informatie wordt verschaft in begrijpelijke vorm, zo dat zoveel mogelijk mensen worden bereikt en zo vroeg dat hun inzichten kunnen bijdragen aan de besluitvorming. Wanneer informatie wordt geweigerd, is het mogelijk hiertegen bezwaar aan te tekenen; om de klachten te behandelen wordt een advieskommissie inzake de openbaarheid van bestuur ingesteld. In een toelichting merkt de kommissie-Slagter nog op, dat zij het onjuist zou vinden als de universiteiten en hogescholen ten opzichte van njk, provincies en gemeenten m een achterstandsituatie zouden raken wat betreft de openbaarheid van bestuur. Ook de minister van onderwijs en wetenschappen kan zich m deze gedachtengang vinden. Uiteraard zijn de instellingen vry om de model-regeling al of niet over te nemen. De kommissie wil wel landelijk een dokumentatie opbouwen van de regelingen en de toepassingen daarvan die de instellingen zullen hanteren. (UP, Utrechts universiteitsblad)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981
Ad Valvas | 434 Pagina's