Ad Valvas 1981-1982 - pagina 394
ADVALVAS —11 JUN11982
Brieven Houd uw reakties kort. Over bijdragen langer dan 300 woorden is kontakt met de redaktie nodig. De redaktie kan bijdragen bekorten.
Door de mand „Psychologen vallen door de mand", schreef Rob Mioch in Ad Valvas van 7 mei. Dit naar aanleiding van een symposium van de vakgroep Theoretische Psychologie aan de VV en een Interview met de psycholoog P.A. Vroon over onder andere de problematische verhouding tussen de psychologie en de andragogiek. Op dit artikel plaatste Ad Valvas op 28 mei een reaktie van dr. L.KA. Eisenga, die eerder de journalistiek dan de psychologie door de mand gevallen vond. PA. Vroon vindt in onderstaande brief echter Eisenga door de mand vallen: In het vorige nummer van Ad Valvas
Formulier vóór 15 ju ni invullen
Vakantiegeld per kind In het bericht in Ad Valvas van vrijdag 28 mei jl. over het vakantiegeld per kind, is een nare fout geslopen. Het formulier dat moet worden ingeviild en naar de dienst personeelszaken moet worden teruggestuurd om het vakantiegeld per kind als het even kan gelijktijdig met het salaris over de maand juli a.s. uitbetaald te krijgen, moet niet vóór 15 juli a.s., maar vóór 15 juni a.s. worden teruggestuurd. De vakantie-uitkering wordt uitbetaald, geüjktijdig met de salarisbetaling over de maand mei 1982. De vakantie-uitkering per kind kan echter nog niet worden uitbetaald. Dit als gevolg van de wijziging van de kinderbijslagwet, waardoor - sinds 1 januari 1982 - de kinderbijslag aan de verzorgende ouder, meestal de moeder, wordt toegekend. In verband hiermede dient iedere medewerk(st)er een formulier in te vullen, hetgeen per interne post wordt toegezonden.
reageert een medewerker van de vakgroep, dr. L.K.A. Eisenga, op de zaak. Het vervult hem met gramschap dat de redactie van dit blad mij aan het woord heeft laten komen, terwijl ik niet de „belangrijkste bijdrage" heb geleverd en, nog sterker, ondanks twee uitnodigingen zelfs helemaal geen verhaal heb gehouden. Afgezien van het feit dat mijn psychologische prestaties verwaarloosbaar zijn, is ook het laatste element van de opmerking juist. Het leek me langzamerhand aardig, na tientallen verhalen over het bedrijf te vernemen wat anderen daarover te zeggen hebben. Een tweede reden is geweest dat de wonderbare broodvermenigvuldiging mij niet bijzonder Ugt. Het zou nogal ijdel zijn om tijdens een maand, waarin twee publikaties verschenen over onderwerpen die de theoretische psychologie nauw raken, een en ander ook nog eens over te doen ter gelegenheid van een praatje, dat niet meer
dan tien minuten mocht omvatten. Vandaar dat ik mij heb beperkt tot luisteren en later discussieren, waarbij het helaas niet mogelijk bleek een gesprek met de heer Eisenga aan te gaan, aangezien deze zich in zwijgen hulde. Niettemin bevat zijn ingezonden brief een enkel aanknopingspunt, dat om een reactie vraagt. Ik ben het hartgrondig eens met Eisenga waar hij zegt dat het juist pleit voor de psychologie dat methodische en theoretische discussies worden gevoerd. Dat gebeurt in veel mindere mate in het bijkans van zelfgenoegzaamheid berstende medische vak. Toch maakt Eisenga in dit kader enkele opmerkingen, die zich laten' aanvechten en wel met betrekking tot de psychotherapie. Hij citeert irajn uitspraak dat er minstens 250 typen therapie zijn en betitelt deze als een „losse flodder". Dat is een beetje moeilijk te begrijpen, want er is een groot aantal bronnen waarin dit, of een nog hoger cijfer, wordt genoemd. Voorts rechtvaardigt Eisenga de situatie op twee manieren. In de eerste plaats verwijst luj naar de tandarts die, aldus de Consumentengids, de diagnostiek op een onbetrouv/" lare manier zou bedrijven. Afgezien van het feit dat men iets niet moet goedpraten door te zeggen dat het elders ook slecht gaat, is dit argument niet terzake. Het voorbeeld van de tandarts slaat immers op de diagnostiek en deze is bij aUe vormen van menselijk beoordelen onbetrouwbaar. Denk maar aan tegenstrijdige getuigenverklaringen bij verkeersongevallen. Eisenga's tweede rechtvaardiging
Het hoofd van de Interne Beheersdienst, de heer G.J. Buis, schrijft ons: Het artikel, gepubliceerd in Ad Valvas van 14 mei jl. onder de kop „Met Brenda de pot op" waarin een studente van de School van Journalistiek vertelt van haar ervaringen als uitzendkracht bij een schoonmaakbedrijf, is voor het Gebouwbeheer Hoofdgebouw aanleiding tot het plaatsen van de navolgende kanttekeningen: - De omschrijving van de gewraakte „Brenda" is van dien aard, dat onmiddellijk kon worden vastgesteld wie in feite werd bedoeld. - Tussen het Gebouwbeheer, verantwoordelijk voor het schoonmaakgebeuren en de schrijfster bestaat geen enkel verschil van inzicht over de wijze waarop toezichthoudend personeel zich tegenover ondergeschikten dient te gedragen.
- Betrokkene is op ons verzoek van eind februari jl. door het schoonmaakbedrijf met een andere taak belast en vervolgens medio maart van het object hoofdgebouw verwijderd. Dit in verband met haar, naar ons oordeel, aanmatigend en autoritair optreden. - Er behoeft geen enkele twijfel over te bestaan dat toestanden zoals vermeld in het artikel van 14 mei te enen male niet behoren voor te komen. Indien er onder de lezers van Ad Valvas mensen zijn die op grond van eigen waarneming menen dat schoonmaakpersoneel op onheuse wijze wordt bejegend, dan stelt het Gebouwbeheer (IBD, kamer OD-10, tel. 3760) het bijzonder op prijs deze informatie terstond te vernemen. - Publicatie van de gewraakte feiten na een termijn van circa 2 maanden na de constatering, zonder enige veri-
Toekomst houdt u-raad erg bezig
Veel raadsfiracties hadden liever meteen al bij de start van de ontwikkelingsplannen, die voortaan elk jaar voor de volgende vier jaren moeten worden geproduceerd, gezien dat er meer beleid in het door het college van bestuur aangeboden conceptplan was gestopt. „We missen in dit ontwikkelingsplan de weerbarstigheid en eigenzinnigheid van een eigen visie", aldus woordvoerder Bremmer van het Demokratisch Akkoord. Brinkman (college van bestuur) ant-
'Van Zaneneffect'
ficatie of de situatie zich mogelijk heeft gewijzigd, vestigt de indruk dat schrijfster niet zo zeer bezorgd was over de behandeling van het schoonmaakpersoneel, doch kennelijk uit was op een publiciteitsstunt.
Tenslotte dit: is het hetzelfde „Van Zanen effect" dat er vorig jaar voor zorgde dat Rechten '80 van twee naar drie klom en dit jaar de vierde zetel in zicht kreeg? Is het ook het „Van Zanen effect" dat vorig jaar op twee lijsten bijna een derde van de (voorkeur)stemmen achter zich kreeg?
MetBrendadepotop
Eerste ontwikkelingsplan 1983- '87 VU rond
Na twee uren discussie over allerlei details heeft de universiteitsraad dinsdagavond het ontwikkelingsplan 19831987, dat de VU evenals de andere universiteiten en hogescholen met het oog op de invoering van de tweefasenstructuur in het onderwijs en de vormgeving van het onderzoeksbeleid begin juni bij de minister moet indienen, goedgekeurd.
luidt dat er ook enkele tientallen „alternatieve geneeswijzen" zijn. Ook in dit opzicht is er dus al niets aan de hand. Maar nu zien we toch even één belangrijk punt over het hoofd. De 250 therapieën of daaromtrent zijn bijna allemaal ontstaan tussen omstreeks 1960 en heden. Dit roept de vraag op hoe het mogelijk is dat een ontzaglijke hoeveelheid psychologische theorievorming niet eerder in de praktijk tot uitdrukking is gekomen. Het antwoord daarop is van een verpletterende eenvoud: het merendeel van deze therapieën is helemaal niet in theorievorming geworteld, doch aan de duim ontsproten. Dat zou een theoretisch psycholoog als Eisenga toch moeten interesseren. Verder is een groot verschil met de alternatieve geneeswijzen, dat de meeste daarvan wel degelijk op een theorie zijn gebaseerd. Of Nogier, Steiner, Niehans, Van Leeuwen, Huneke, Moerman en al die anderen gelijk hebben, zal ten dele nog moeten worden uitgemaakt, hoewel dat, gezien de emotionele weerzin van de medische faculteiten, nog wel even kan duren. Kortom: Eisenga's vergelijking lijdt aan mankheid. Toch is er ook in dit opzicht wel een woord van troost mogelijk; (theoretisch) psychologen verdedigen dat het aantal typen psychotherapie als de zaak netjes conceptueel wordt ingedikt, niet meer dan vier bedraagt. Enige belangstelling voor de geschiedenis misstaat daarbij overigens niet. Voorbeeld: de zogenaamde rationeel-emotieve therapie van Elhs wordt gesitueerd in de moderne cognitieve psychologie, terwijl de grondgedachten te vinden zijn in het tweeduizend jaar oude geschrift encheiridion (handboekje) van de Phrygische slaaf Epiktetos.
woordde de raad echter met de opmerking dat het tamelijk inventariserende stuk met haast in het korte tijdsbestek van enige maanden moest worden klaargestoomd. „Als je een dergelijk omvangrijk boekwerk (225 blz., red.) op tafel legt, kun je nu eenmaal verwachten dat je van alle kanten opmerkingen krijgt." Nadrukkelijk wees hij erop dat „het ontwikkelingsplan een instrument is om problemen tot een oplossing te helpen brengen, niet om ze onmiddellijk op te lossen." Zonneklaar was dat de raad in het volgende ontwikkelingsplEin 19841988 meer beleidsinhoudelijke ingrediënten wil zien opgenomen. Wat er in de toekomst van de VU, mede als christelijke universiteit, zal gaan worden, hield de raadsleden erg bezig. De Bolster (namens onafhankelijk WP): „In dit ontwikkelingsplan komt het maatschappelijk functioneren van onze universiteit niet erg naar voren." Beter ware volgens hem geweest dat er eerst een concept-concept-plan was verschenen en luj betreurde dat het allemaal zo haastig in zijn werk is gegaan. Bremmer, sprekend namens het
DAK, vond dat christelijke doelstelling de VU moet dwingen tot maatschappelijk engagement en dat dit in het ontwikkelingsplan geëxpliciteerd en geconcretiseerd naar voren moet komen. Hij meende dat de VU bij allerlei vormen van onderwijs en onderzoek meer aansluiting moest zoeken bij centrale maatschappelijke ontwikkelingen als emancipatie- en vredesbewegingen, werkloosheid, vergrijzing, solidariteit met de derde wereld, waarop ook de Wereldraad van Kerken met zijn diverse programma's Inspeelt. Zijnfiractiemiste de interdisciplinaire samenwerking in vrijwel alle faculteitsplaimen met uizondering van de subfaculteit tandheelkunde. „Bestaat die niet of is die niet belangrijk?" Bijvoorbeeld de activiteiten van de werkgroep polemologie hadden best genoemd mogen worden, aldus Bremmer. Brinkman (CvB) gaf toe dat de dwarsverbinc'ingen tussen faculteiten inderdaad een beetje waren onderbelicht. De raadscommissie planning en de universiteitscommissie onderwijs en onderzoek bevalen in hun reacties op het ontwikkelingsplan aan om een
f-
Naschrift redaktie: De genoemde publikatie moest wegens gebrek aan plaatsruimte enige tijd worden uitgesteld; het artikel werd kort na het opdoen van de schoonmaakervaringen geschreven; wijziging in de situatie -verwijdering van ,ßrenda" wegens haar aanmatigend optreden- deed aan de ervaring van de schrijfster op zichzelf geen afbreuk, reden waarom die dan ook werd weergegeven in Ad Valvas; het bekend worden van dergelijke ervaringen wordt op prijs gesteld, zo blijkt uit de ingezonden brief (zie vierde punt); en dat zoiets tot afdoende maatregelen kan leiden, blijkt er ook uit.
volgende maal meer stimulansen voor interdisciplinaire activiteiten vein het centrale universiteitsniveau te laten uitgaan. Met name van studentenzijde -PKV en VUSO- werd bezwaar aangetekend tegen de strenge toelatingsregel voor de onderzoekersopleidingen van de tweede fase die het merendeel van de faculteiten wil stellen. Er zouden slechts begaafde doctorani met interesse in onderzoek naar de tweede fase mogen doorstromen en het toelatingspercentage zou zo ongeveer op 20 procent liggen, afgezien van sommige hogere percentages (bijv. wiskunde natuurwetenschappen). Volgens Haring (VUSO-woordvoerder) dienen de faculteiten zich door hun opnamecapaciteit, die hoger ligt, te laten leiden. Hoe de toelatingspercentages voor de verschillende studierichtingen zullen uitvallen staat nog niet vast. De minister overigens wel voor een zeer beperkte toelating. De meerderheid van de raadscommissie planning en een deel van de universiteitscommissie onderwijs en onderzoek waren echter van mening dat de desbetreffende passages in het ontwikkelingsplan moesten blijven staan en de raad oordeelde niet anders. In de raadsdiscussie passeerden nog veel andere dingen de revue. De studentenfracties noemden beide het grote belang van een goede studiebegeleiding en -advisering onder de nieuwe tweefasen-structuur. De Hartog (namens PKV) vond dat studieresultaten niet alleen als graadmeter mogen worden gehanteerd, maar dat
Het oud-UR-lid en faculteitsraadslid bij rechter Jan van Zanen schrijft: Niet onweersproken kan ik laten de naar mijn mening wat ongelukkige analyse van de verkiezingsuitslag door de heer Jaap Kamerling. Nog afgezien van het feit dat het zogenaamde „Van Zanen effect" iruj te veel eer lijkt en dus dubieus, kan ik het niet eens ziJn met de strekking van het verhaal. Strekking van het verhaal is ongeveer het volgende. VUSO: hou je rustig, doe vooral niets, zeg vooral niets, dat betekent een slechte opkomst en dus winst voor de VUSO, misschien wel een extra vierde zetel. Is dit sterk voor het democratisch gehalte van verkiezingen, zou dit goed VUSO-beleid zijn? PKV: ga duimen voor een nieuwe VUSO'er ä la Van Zanen, alleen dan hebben julUe kans de plm. 600 stemmen terug te wirmen. Hiermee zou dus wel definitief het complete failliet van de PKV politiek zijn aangetoond! Ik geloof niet m het „Van Zanen effect". De VUSO won dit jaar nog geen honderd stemmen en verloor er vorig jaar nog geen twintig. De PKV won er vorig jaar vierhonderd, dit jaar werden er zeshonderd verloren. Dit heeft niets te maken met Van Zanen, wel met de opkomst! Als ik gedeeltelijk de grote opkomst van vorig jaar op mijn geweten heb, dan is dat toch prima zeker!
Verkiezingsuitslagen hangen niet af van „mannetjes of vrouwtjes" maar van het beleid dat door de PKV en de VUSO gevoerd wordt, de VUSO voert een beter beleid en is daarom aan de wirmende hand! Het spijt me Jaap, je theorie houdt geen stand... Het „Van Zanen effect" blijkt nóg rijker en gevarieerder in zijn uitwerking dan ik al dacht. Rechtse taal kan zowel links als rechts stimuleren naar de stembus te gaan. En verder hoefje echt geen gewetenswroeging te hebben, hoor Jan. ook persoonlijke omstandigheden van studenten meetellen. Uit het concept-ontvrikkelingsplan kreeg luj een eenzijdige indruk. Docenten zouden samen met anderen, de onderwijscoördinator en de mentor van eerstejaars, studieadviezen moeten geven. De Hartog wees ook op de taakverzwaring van studentendecanen en -psychologen. Vanuit de raad kwam voorts de aanbeveling in een volgend ontwikkeUngsplan duidelijker te zijn over de problematiek van de studentassistenten, die de dupe zijn van de bezuinigingen. De Hartog (PKV) meende dat er een absolute ondergrens voor het aantal student-assistenten dient te worden gesteld. De commissie planning signaleerde ook het probleem dat het wellicht niet mogelijk zal zijn voldoende student-assistenten te werven als gevolg van de beperkte inschrijvingsduur onder de tweefasen-structuur. Tenslotte werd wat er over het emancipatiebeleid in het ontwikkelingsplan wordt gezegd als te beperkt beschouwd. De materie komt voornamelijk aan de orde in de paragraa.' over vrouwenstudies. Een volgende keer zou dat uitgebreider moeten worden behandeld. Zoals te verwachten was, had de Verenigingsfi-actie in het bijzonder gekeken naar hoe het eigen karakter van de VU in het ontwikkelingsplan tot uitdrukking was gekomen. Mevr. Omta druk-
Vervolg op pag. 3
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981
Ad Valvas | 434 Pagina's