Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 415

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 415

12 minuten leestijd

ADVALVAS —18JUNI 1982

7

Uit promotie-onderzoek van Hans l/onk onder VL VU-afgestudeerden blijkt:

Leraren vaak slecht voorbereid op eerste konfrontatie met klas Door de Vrije Leergangen VU opgeleide leraren worden op de eerste konfrontatie met de klas slecht voorbereid. Hun wordt onvoldoende geleerd hoe zij de moeilijke beginperiode als leraar vlot en zonder al te veel kleerscheuren kuimen doorstaan. Aanvankelijk wel degelijk gekoesterde onderwijsidealen dreigen daardoor al snel naar het rijk der illusies te worden verwezen. De lerarenopleidingen van universiteiten en leergangen zullen daarom meer aandacht moeten gaan besteden aan die eerste drempelperiode. Zo zou je de voornaamste konklusie kunnen omschrijven uit het proefschrift waarop Hans Vonk, medewerker van de vakgroep Onderwijskunde op de VU eind mei promoveerde. Vonk deed voor z'n promotie onderzoek onder 20 afgestudeerde VLVU-studenten. De resultaten hebben dus allereerst betrekking op de Vrije Leergangen VU maar worden ook bij de leergangen van andere universiteiten herkend. Een andere belangrijke konklusie die hij uit zijn onderzoek trok was dat de bestaande lerarenopleidingen eenzijdig de nadruk leggen op een „permissieve" -een de leerlingen te vrij latende- opvatting van de rol van leraar. Wat Vonk betreft zou het vertrouwd maken van de prille docent met wat meer „regulerend" rolgedrag bepaald geen luxe zijn, ook al roept die rol bij veel studenten weeiïzin op en herinneringen aan de schoolmeester of de autoritaire leraar uit hun eigen schooltijd. Hoe komt het nu dat de opleiders van de lerarenopleiding de aankomend leraar zo slecht voorbereiden op een vlotte start? Volgens Vonk heeft dat te maken met het gegeven d a t zijzelf meestal gerecruteerd worden uit de groep van ervaren en goed geslaagde leraren in het onderwijs. De leraren dus die de eerste beginjaren al lang achter de rug hebben en inmiddels zijn uitgestegen boven het gemiddelde niveau. Leraren die zich met hun didactische overwicht experimenten m het onderwijs kunnen veroorloven. Ver af als zij staan van die eerste weken in de klas -klamme handen, vormeloze massa vóór Je- leren de opleiders de onzekere beginneling wat zy zélf als ervaren leraar zich konden veroorloven. In zijn proefschrift nu probeert Vonk de opleiders weer te konfronteren met de realiteit van het begiimend leraarschap door inzicht te geven in die beginproblemen en watje daar zo al aan kan doen. De promovendus gaat bovendien zijn overigens al heel leesbare dissertatie aanvullen met een meer populair geschreven werkje zodat zijn werk optimaal benut kan gaan worden. Wat zijn zo die beginproblemen? Vonk: „De leraar die net begint kent de leerstof op het nivo van zijn leerlingen nog niet, weet niet welke problemen die hebben met de stof Hij kent de verwachtingen van zijn leerlingen met en hy weet niet wat de leerlingen' gewoon zijn en hoe zij reageren. Kent zichzelf nog niet in een situatie waarin hü de volle verantwoordelijkheid draagt en weet tenslotte nog niet wat de regels van de school zijn en wat zijn collega's voor ideeën over het onderwijs hebben. Vonk zou daarom het schoolpraktikum zó willen veranderen dat de aankomend leraar in plaats van direct voor de leeuwen te worden geworpen eerst eens een poosje als assistent van de leraar mdividuele leerlmgen gaat helpen bij problemen met de leerstof zodat hij de leerlingen en hun moeilijkheden met de stof beter leert kennen. De vaak gehanteerde plons-methode maakt dit onmogelijk. Als je direct voor de klas moet gaan staan ben je veel te veel geconcentreerd op je eigen problemen om goed zicht te krygen op de moeilykheidsgraad die de leerstof blijkt te hebben. Pas in tweede instantie volgt d a t het klassikale lesgeven dat het best in verschillende klassen kan gebeuren, moeilijke en makkelijke.

Orde-problematiek Aan de andere kant wil Vonk echter dat schoolpraktikum ook wat konfronterender maken. De sfeer biimen de opleiding en het praktikum is veel te beschermd. Als er eens een les uit de hand loopt heb je altijd wel een docent achter de hand die een volgende les alle gemaakte fouten weer op-

heft. De student die dan een week later de klas weer binnenkomt kan weer met een schone lei beginnen en begint in feite weer opnieuw. Op die manier leert hij nooit hoe hij het ordeprobleem goed in de hand moet krijgen. Het beste zou zijn als hi) aan het slot van zijn schoolpraktikum een langere periode- een paar maanden ter beschikking van een school zou staan om bijvoorbeeld regelmatig in te vallen.

Essentieel in de onderwijsvisie van Vonk is verder dat de leraar bij zijn onderwijs steeds rekening houdt met de verschillende achtergrond van leerlingen. Verschillen m met name het milieu waaruit de leerling komt, kunnen een speciale benadering vereisen. Sommige leerlingen zijn mede door de vorming in hun milieu van herkomst gewend aan een wat hoger abstraktie-nivo, anderen zijn meer geneigd heel konkreet te denken. Verschillen m achtergrond kunnen daarom nopen tot een verschillende didactische aanpak en een verschillende doceerstijl. Met één bepaalde doceerstijl doe je leerlingen te kort meent Vonk. En ook het leerplan dient open te zijn. Anders geef je de leerling te weinig ruimte. Tijdens de promotie was gesuggereerd dat Vonk wel weinig op zou hebben met één van de drie onderwijsmodellen die hij beschrijft: het emancipatorische. Bij dit model staat bewustwording van de leerling centraal en het leren van vaardigheden om verandering aan te brengen in zijn situatie. Het blykt dat de promovendus genuanceerder is dan co-promotor Roest vermoedde. Als, zo stelt Vonk, er strukturele belemmeringen zijn voor de ontplooiing van bepaalde groepen -bijvoorbeeld by de gastarbeiderskmderen- dan is bewustwording daarvan zeker op zijn plaats en lijkt dus het emancipatorisch model geschikt.

Welke speelruimte voor vernieuwing? Een interessante vraag die tijdens Vonks promotie aan de orde kwam was de speelruimte die de vernieuwingsgezinde leraar aan het begin van

lijn van Vonks betoog eerder (noodgedwongen) kunnen voordoen als de leraar slecht voorbereid aan het lesgeven begint. De derde mogelijkheid kan veel problemen geven. De leraar die meteen alle vrijheid tot vernieuwing claimt ontmoet veel onbegrip zowel in de klas als bij z'n collega's. De leerlingen zullen bijvoorbeeld de leraar die zich heel demokratisch opstelt in de klas met zozeer vriendelijk maar slap vinden. Problemen met de klas kunnen het gevolg zijn en je moet wel over veel uithoudingsvermogen beschikken om echt iets in de school veranderd te krijgen. Als ik Vonk vraag of luj zelf voorstander is van bepaalde vernieuwingen by voorbeeld de middenschool en daarop inspeelt bij de lerarenopleiding, zegt hij dat hiJ daar wel bepaalde ideeën over heeft, maar d a t het hem er in de eerste plaats om gaat leraren zo op te leiden d a t ze hun beginperiode goed doorkomen, zodat ze hun idealen t.a.v. andere onderwijsvormen kortom hun veranderingsbereidheid bewaren. De leraren die hij m zijn onderzoek heeft begeleid ziet hü nu bijvoorbeeld experimenteren met allerlei vernieuwingen zoals groepswerk. Wat de middenschool betreft ziet hij weinig in het in de Eerste Contourennota gelanceerde idee van een soort dossierdiploma als registratie van de leennspanningen van elke individuele leerling. Hy zit meer op de lijn van VU-collega Vos, die voor elke middenschooUeerling een bepaald minimumnivo als leerdoel stelt, zodat je niet toch weer te grote verschillen krijgt in de leerresultaten.

Leren doorprikken

We komen tenslotte nog even terug op Vonks eigen beeld van de ideale leraar en -in samenhang daarmee- zijn voorkeur voor christelijk onderwys. Het ging hem er dus om leerlingen te helpen zichzelf als persoon en als lerende te handhaven. Hij spitst die doelstelling echter toe op drie punten. De leerling moet z'n eigen vormen en waarden leren ontwikkelen t.a.v vak en wereld, moet leren verantwoordelykheid te dragen voor eigen daden en zijn loopbaan op een school heeft. besluiten én worden geholpen een Welke mogelijkheden heeft hij om de perspectief op te bouwen op de toeheersende onderwij s-filosofie op de school en ziJn collega's te bemvloe- komst. Als we vragen wat hij essentieel vindt voor christelijk onderwijs den. Vonk: „Er vindt öf eenzijdige zegt hij: „Ik vind het belangrijk dat aanpassing van de beginnende leraar aan het heersende systeem van onder- kinderen leren reflecteren op soorten van kennis, wat je ermee kunt doen, wijs plaats zodat vermeuwing uitblijft öf er vindt een interactie plaats tussen wat de achtergrond, de beperktheid en het maatschappelijk funktioneren de leraar en zijn opvattingen en die van zijn collega's. Binnen dat interak- ervan is. Het gaat erom leerhngen tiemodel zijn er dne mogelykheden. ervan bewust te maken hoe kennis Bij de eerste -het vaakst voorkomend- wordt gehanteerd. Welke normen en past de beginnend leraar zich voorlo- waarden komen daarby kyken? BiJ pig aan maar hij houdt intussen zijn natuurwetenschappelijke kennis bijeigen idealen in het achterhoofd Op voorbeeld kun je niet puur waardenhet moment dat hij in een wat rustiger vrij praten maar praatje ook over het situatie is gekomen kan hy vervol- gebruik ervan. Ook moetje wijzen op gens vanuit die nieuw verworven posi- de beperkte geldigheid van bepaalde en denkmodellen. tie meer met zijn idealen gaan doen. benaderingen De tweede mogelijkheid is dat hy of Neem nu de stastistiek. Wat statisvrywillig of noodgedwongen alle nor- tisch wordt aangetoond wordt altijd als volstrekt waar gepresenteerd. men en waarden van het heersende systeem op school overneemt Er Daar moet je doorheenprikken. Hetvindt dan geen enkele vernieuwing zelfde geldt voor bewapenmgsmodelplaats. De derde mogelijkheid -het len waarvan je moet laten zien dat het minst voorkomend- is d a t je van het ook maar een model is. Je moet kindeeerste begin je eigen vnjheid claimt ren opleiden tegen dat soort manipuom het anders te doen dan de leerlin- laties, ze ervan bewust maken en verder aan henzelf overlaten wat zij gen en de school gewend zijn. De eerste mogelijkheid die van de daarmee doen. Je moet bij elk vak de strategische aanpassing - vindt Vonk- betrekkelijkheid van het tot dusver zelf de verstandigste. De kans d a t bereikte laten zien, de historische ontdeze aanpak lukt is groter als je zon- wikkelmg en niet suggereren dat wat der al te veel kleerscheuren de begin- we nu weten de absolute waarheid is. periode doorkomt. Zij past ook bij een En verder vmd ik het vanuit christegoed voorbereid en gestruktureerd lijk perspectief erg belangrijk dat je begm. Te veel nadruk op de permis- mensen bewust maakt van het feit dat sieve rolopvatting op de lerarenoplei- ziJ hun handelen verantwoorden vanding lijkt deze aanpak te bemoeilij- uit de normen en waarden waarvoor ken, omdat er vanaf het eerste begin zy staan. By veel chnstelyke scholen al een spanning ontstaat tussen dat beperkt het chnstelyke zich tot de accent en de praktyk op de meeste randversiermg: wat biJbeUezen en een wijding. scholen.

Lesstruktureren fs nog niet autoritair Als op die manier het ordeprobleem in zijn volle omvang wordt ervaren, merkt de beginnend leraar ook d a t een meer regulerende rol voor de leraar zo gek nog niet is. Ordeproblemen immers laten heel duidelijk zien d a t een les heel goed moet worden voorbereid en gestruktureerd. Op een regulerende manier lesgeven ziet Vonk gewoon als het streven alle leerlingen voortdurend bij de les betrokken te houden. Even wat extra aandacht voor een individuele leerling mag niet betekenen dat de rest van de Idas zich gaat vervelen. Vlugge leerlingen èn langzame aUemaal actief bezig laten zijn met leerstof vraagt om een goede strukturering van de les. Hiertegenover staat de meer permissieve doceerstijl waarbij de leraar veel minder erop uit is permanent alle leerlmgen bij de stof te betrekken. In deze stijl wordt de verantwoordelijkheid meer naar de leerling verschoven. Heeft hij geen zm de les te volgen dan staat hem dat vrij als hy de les maar niet stoort. In de opvatting van Vonk is regulerend onderwijs dus beslist geen autoritair onderwijs. Het gaat er juist om een leerklimaat te scheppen waarm iedere leerling optimaal kan leren. Reguleren betekent niet dat je een bepaald leerprogramma oplegt, maar d a t j e bijstuurt als blijkt dat het nivo ervan te hoog of te laag is of de interesse onvoldoende. Leraren die op dit soort punten voortdurend alert zijn, zuUen waarschijnlijk minder ordeproblemen hebben. Ook uit het ideale beeld d a t Vonk van de leraar heeft, bl^kt allerminst dat hij een autoritaire rolopvattmg zou aanhangen. De ideale leraar is er immers op uit „kinderen te helpen zichzelf als persoon èn als lerende te reahseren". Maar dat betekent met dat je de leerling laat aanmodderen en helemaal alleen z'n nivo laat zoeken.

Demokratische leraar slap gevonden De tweede mogelijkheid zal zich m de

Hebben leerlingen niet het recht om naast het christelyk perspectief ook andere levensbeschouwingen aangereikt te krygen? Vonk: „Ik simt die andere niet mt maar zal ze wel op een

Hans Vonk: studenten moeten het orde-probleem m zijn volle omvang ervaren. Het huidige schoolpraktikum IS veel te beschermd. bepaalde manier behandelen. Dat kan niet objektief Dat heeft te maken met je diepste drijfveren. Ik ben open en niet normatief bezig, maar ik zeg er wel biJ: reahseer je jongens dat ik zelf een bepaalde opvatting heb waaraan ik mijn handelen verantwoord. Ik bekijk de dingen door een bepaalde bnl. Maar ik doe dat wel in een open en tolerante opstelling ten opzichte van andere wereld- en levensbeschouwingen.

Vrouwenoctitend Het TAS-vrouwenoverleg organiseert woensdag 23 juni in zaal lA-05 een tweede thema-ochtend over deeltijdarbeid en arbeidstijdverkorting. De ochtend begint om 9 uur. Alle VU-vrouwen hebben het recht in werktijd deze bijeenkomst bij te wonen, mits de werkzaamheden dat toelaten. Deze regeling is overeengekomen met personeelszaken in het kader van een VU-beleid ten aanzien van emancipatie. In februari is al eerder een dergelijke diskussiemorgen belegd, waar een aantal vrouwen hun ervaringen met deeltijdarbeid verteld hebben. Deze nieuwe ochtend is daar min of meer een vervolg op. Een verslag van de vorige bijeenkomst en informatie over de nieuwe ochtend is te Icrygen bij Wilma Hompe, kamer ID10, tel. 548-4328. Overigens bestaat ook nog steeds elke woensdagochtend tussen halfelf en halftwaalf een speciaal vrouwenspreekuur by personeelszaken, voor vrouwen die over problemen op hun werk willen praten. Dat spreekuur is in kamer lA-29 en is telefonisch bereikbaar via nummer 548-4389.

Advertentie

DIKS \ Autoverhuur bv |

Generaal Vetterstraat 55 b. (aan de Coentunnelweg) Tel. 178^05 V. Ostadestraat278, Amsterdam-(Z). , Telefoon 714754 en 723366 Fil.W.deZwiigerlaamOl Telefoon 183767 ; 400 nieuwe luxe- én bestelwagens > waaronder: . FORD - VW - DATSUN - OPEL . NIEUWE 1 , li/fERCEDES VRACHTWAGENS TOT 42 m3 EN 9 TON (groot en klein rijbewijs) Lage prijzen en studenten 10 procent korting

,'| i* f>

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981

Ad Valvas | 434 Pagina's

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 415

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981

Ad Valvas | 434 Pagina's