Ad Valvas 1981-1982 - pagina 195
ADVALVAS —18 DECEMBER 1981
'
7
Sociologen congresseren over het isolement van hun werkende bestaan
Socioloog is geen beroep maar 'n existentie „Joseph Luns heeft veel meer invloed dan alle sociologen bij elkaar." Met dit statement vatte een deelnemer aan het congres over de progressieve beroepspraktijk van sociologen de frustraties van veel van zijn collega's samen. Na vijfjaar noeste arbeid had de projektgroep Beroepspraktijk van het sociologisch instituut van de Universiteit van Amsterdam, een dik rapport geproduceerd over de ervaringen van sociologen in het arbeidsveld en, zoals dat in deze kringen gewoon is, moesten de resultaten van dit onderzoek ter diskussie gesteld worden. Een handjevol studenten en afgestudeerden waren komen opdraven om ervaringen uit te wisselen en suggesties te doen voor verbeteringen in de opleiding. Pikant detail: het onderzoek, waar zo'n veertig studenten aan meewerkten, en het congres vonden plaats onder begeleiding en verantwoordelijkheid van de vakgroep Toegepaste Sociologie, die volgens de beruchte reorganisatiecommissie onder leiding van Bram de Swaan grotendeels bestaat uit klaplopers en wegens overtolUgheid opgeheven kan worden. Maar sociologen hebben het wel vaker moeilijk met hun eigen identiteit, zoals ook op het congres weer eens bleek. „In de begintyd van de democratisering liepen de sociologen binnen de . studentenbeweging dikwijls voorop. Opgeleid om de laatste schoonheidsfoufles van de welvaartsmaatschappij koel te analyseren en van een doeltreffend recept te voorzien, zagen zy zich geplaatst voor tegenstellingen waar de beroepsdistantie wel aan moest bezwijken: volkerenmoord in het verre maar toch zo nabije Vietnam; arbeidsopstanden in Parijs en elders; vermolmde autoritaire verhoudmgen in de eigen studie en last but not least, een sociologie-opleiding die de maatschappij als een modem, harmonieus organisme bleef beschouwen, wachtend op geleidelijke hervormingen onder deskundige sociologische begeleiding". Zo begint het diskussiestuk voor het congres onder de titel „Sociologen als wonderdokters". Maar wat kwam terecht van de lange mars door de instituten van de Marxkenners die dagenlang diskussies voerden over de verschillen tussen een revolutionaire en een oppositionele beroepspraktijk? De ervaring van een vroegere studentenactiviste, die nu in het welzijnswerk werkzaam is: „Op het moment dat je afstudeert ben je bereid de boel te veranderen.... Jongeren komen echter individueel binnen bij een instelling, worden snel geïsoleerd als ze radicaal zijn, knappen af en worden gedwongen zich aan te passen. Ook organisatie zou daartegen niet helpen. Wanneer je ongewenste adviezen geeft zou je eruit vliegen, ontslagen worden. Ook bij mezelf is de tegenstel-
Dirk de Hoog ling tussen mijn oorspronkelijke politieke ideeën en imjn werk noodgedwongen niet zo groot meer." Of de volgende ontboezeming van een socioloog, die zijn brood verdient bij een onderzoeksinstituut: „Je wordt hier geconfronteerd met een stuk bedrijfsleven, met een harde prestatiemaatschappij. Daar wilde ik me niet in laten meeslepen, maar het gebeurt wel... Het is opvallend dat de mensen hier, ondanks dat ze lijfelijk de veranderde sfeer op de universiteit hebben meegemaakt, onder de druk van inkomen en ondememersmentaliteit veranderen. In twee jaar wordt die rukom gemaakt... We hebben laatst een inventarisatie gehouden en dan zie je duidelijk dat er een ruk naar rechts is." Maar niet iedereen treurde om de verloren idealen van de wereldverbeteraars. Een congresgangster: „Ik werk omdat ik het leuk vind en heb niet de pretentie om iets te veranderen. In de opleiding moeten ze eens beginnen met het afleren van al die pretenties bij studenten in plaats van ze iUusies voor te schilderen." Enig geroezemoes in de zaal duidt op het niet algemeen delen van deze stellingname. „Als we studenten tijdens de studie geen kritische instelling mogen bijbrengen, waar dan nog wel"? luidde de repUek.
Praxis-Schok Advertentie
<g><§>
met onze studentenpas komt u ver over de minimum loongrens De Vakaturebank |
UITZENDBURO |Van Baerlestraat 45 - AmsterdamI Tel 020 - 765246 Vijzelstraat 55 - Amsterdam
Tel 020-229214
Sociologen ontlenen hun identiteit aan het kunnen aangeven van grotere verbanden, de achterliggende oorzaken van schijnbaar individuele problemen analyseren, werd op het congres gesteld. Ze hebben dus reeds onderzoek gedaan naar hun eigen individuele ervaringen en ontdekt dat deze voor een groot deel kollektief zijn. Duitse sociologen ontdekten een aantal jaren geleden reeds de zogenaamde „Praxis-Schock". Studenten aan een instituut voor de opleiding van leraar ontwikkelden in hun eerste studiejaren een zeer progressieve politieke opvattmg, die echter enkele maanden na het afstuderen, na het aanvangen van een baan echter weer grotendeels verdwenen is. De pas afgestudeerde leraren hebben weer dezelfde gematigde poUtieke ideeën als toen ze begoimen met hun studie. De afgestudeerden op het congres definieerden hun problemen over het algemeen dan ook niet in politieke termen, maar vooral in het probleem I van het persoonlijke isolement, dat ' men in hun werkkring ervaarde. Jk heb niemand, met wie ik mijn problemen met mijn werk kan bespreken. Op mijn werk ben ik de enige socioloog en andere mensen met wie ik omga, ook afgestudeerde sociologen, snappen niet waar ik mee bezig ben", verzuchtte een aanwezige. Een ander: „Met termen als klassenstrijd, loonafhankelijke en dergelijke, bereik je geen flikker. Voor je collega's ben je alleen maar een malle buitenstaander, die ze wel grappig vinden." Toch
was er ook nog een enkele „echte" socioloog aanwezig: ,Jk heb een vrij authentieke sociologische praktijk. Ik schop behoorlijk tegen de maatschappij aan." Hij bleek dan ook bewust werkloos te zyn.
Roeping Eén van de aartsvaders van de sociologie, Max Weber, heeft ooit eens een lezing gehouden onder de titel „Sociologie als beroep en roeping". De tyden zijn echter met stil blijven staan en ook op Weber is de nodige kritiek gekomen. Een congresganger ontwikkelde terloops een nieuwe variant op Webers uitspraak: Socioloog is geen beroep, maar een existentie." De laatste twintig jaar zijn de sociologen het nooit verder eens geworden over wat hun vak als wetenschap inhoudt, dan dat het iets met de maatschapppij uitstaande heeft, maar buiten de universiteit is de verwarring over de identiteit van de socioloog nog groter. „Vraag me niet wat ik precies doe", is dan ook een veel gehoorde reaktie op de vraag naar de beroepsinhoud van een socioloog. Toch zijn sociologen op alle terreinen van de maatschappij werkzaam. In
sociologen zal toenemen de komende jaren. Dat met alleen als gevolg van een toename van de algemene werkloosheid, maar door het verzadigd raken van de markt, doordat de meeste afgestudeerden voorlopig nog niet aan vervangmg toe zijn, vanwege hun relatief jonge leeftijd. Ook verwachtte htj een toenemende concurrentie vanuit andere disciplines.
Concurrentie Die concurrentie van andere disciplines ervaren verschillende sociologen nu ook al in hun beroepspraktijk. Uit het onderzoek, dat aan het congres ten grondslag ligt, blijkt dat bijvoorbeeld bi) de Hoogovens steeds meer banen, die traditioneel door sociologen of andere sociale wetenschappers mgenomen werden, nu bezet worden door exacte wetenschappers. Uit interviews met sociologen, die bij de Hoogovens werken aan met name heb personeelsbeleid, komt naar voren, dat de directie sociale wetenschappers toch vaak te kritisch en daarom te onbetrouwbaar vindt. Vooral de toenemede kontakten tussen sociologen, die bij personeelszaken werken en de bednjfsgroep van de vakbon-
voor nodig. Daar zou in de opleiding meer aandacht voor moeten komen. Met name dacht hy aan een goede kennis van de sociale kaart van Nederland en aan een algemene inleiding in de rechts- en bestuurswetenschappen, die nu vaak in de opleidingen ontbreken. „Het gaat er niet om dat je als socioloog gelijk hebt, maar dat je anderen van je gelijk kunt overtuigen", zei hij. Peter Meyer onderstreepte op het forum, evenals andere sprekers trouwens, het belang om te zorgen, datje als afgestudeerde niet in een isolement terechtkomt: „De beroepssituatie van sociologen wordt vaak gekenmerkt door onduidelijke taakomschrijvingen en een veelheid van eisen die aan alle kanten aan je gesteld worden. Daarbinnen moet je ]e eigen weg uitstippelen, anders verzuip je binnen de kortste keren." En dat gevoel herkenden vele afgestudeerden, want de hele dag kwamen voortdurend suggesties naar voren om zichzelf als afgestudeerden beter te organiseren. Maar konkrete voorstellen kwamen niet naar voren, want men wUde geen nieuwe standsof gilde organisatie worden, maar ook niet een zoveelste praatgroepje voor eigen firustraties oprichten.
Een forum op de kongresdag over de beroepspraktijk van sociologen in aktie. Vlnr. Peter Meyer, Prof. Kruyer, Jaap Dronkers en Hans Sonneveld, verdienen als sociologen hun dagelijks brood. het onderwijs, welzijnswerk, bedrijfsleven en bij de overheid. Maar het gemeenschappelijke is vaak moeilijk te vinden. Volgens prof. IJzerman, socioloog aan de universiteit van Groningen en gastspreker op het congres, heeft Nederland waarschijnlijk de grootste sociologendichtheid en is het aantal de afgelopen tien jaar zeer sterk gestegen. In 1955 waren er zeventig afgestudeerden, in 1970 zo'n 1750 en in 1980 ruim 5700. Volgens prof. IJzerman is het meest opvallende echter dat er zoveel sociologen werk vinden. Momenteel zijn er 333 werklozen, terwijl dat er in '76 237 waren. Volgens hem is er dus geen relatieve toename van werkloosheid onder de sociologen. Wel is er een verschuiving in werkkring te konstateren. In het bedrijfsleven vindt een steeds kleiner aantal sociologen een baan: nog maar vijf procent, terwijl dat eind zestiger jaren zo'n 13 procent was. In het niet wetenschappelijk onderwijs daarentegen is, over dezelfde periode, het percentage vrij sterk gestegen van 8 naar 19 procent. Een bepaalde erkenning van de sociologie als serieuze wetenschap zal daaraan ten grondslag liggen met als gevolg dat binnen steeds meer HBO-opleidingen sociologie een verplicht vak geworden is. De meeste sociologen komen echter nog steeds terecht bij de overheid (25%), de maatschappelijke dienstverlening (21%) en de universiteiten (20%). Prof. IJzerman verwachtte echter wel dat de werkloosheid onder de
den, is de directie een doom in het oog, terwijl de sociologen zulke kontakten juist noodzakelijk vinden om hun werk voor het bedrijf goed te kunnen doen. Toch gebeurt het maar uiterst zelden dat mensen vanwege een vermeende te kritische instelling ontslagen worden. De chefs hanteren liever de doodspoorstrategie. Mensen, die niet meer voldoende in hun loyaliteit aan het bedrijf vertrouwd worden, krijgen geen belangrijke opdrachten meer en bloeden dood achter een bureau vol met routineklussen. Het punt van de concurrentie met andere wetenschappers kwam ook temg op het slotforum ,waar gesproken werd over de konsekwenties die voor de opleiding getrokken moeten worden uit de ervaringen met de beroepspraktijk. Jaap Dronkers, voor de VU geen onbekende, want Inj werkte enige jaren als onderwijssocioloog voor het CvB, benadrukte dat het onmogelijk is een direkte relatie te leggen tussen de opleiding en de beroepspraktijk, omdat die beroepspraktijk zo breed en gedifferiëntieerd is. Wel bestaat volgens hem een bepaalde sociologische Identiteit, die vooral naar voren komt biimen de algemene theorievorming en de methoden van analyseren. Maar, stelde hij, het gaat in de concrete beroepsuitoefening niet alleen om een sociologische houding, want je moet anderen, niet-sociologen, kunnen overtuigen van je eigen geUjk en daar heb je harde kennis en gegevens
Het leven valt niet mee, als dat grotendeels bestaat uit het ,ja, maar..." moeten zeggen, zoals iemand, die als socioloog op het ministerie van Onderwijs werkt, zijn beroepspraktyk omschreef.
1/U liefde Van maandag 1 tot en met donderdag 4 februari is er een manifestatie op de VU, georganiseerd door het Vormingscentrum VU (VCVU) en het Algemeen Cultureel Centrum (ACC), onder de noemer „Ik heb VU lief'. Op deze manifestatie kan een ieder zijn of haar „liefde" voor de VU betuigen, er komen namelijk een open podium en een speakerscomer. Voor aanmeldingen en informatie kan men terecht bij het ACC kantoor. Uilenstede 108, Amstelveen, tel. 020-5484533. Ook gedichten en foto's, waarvan men denkt dat ze in het kader van deze manifestatie vaUen, zijn van harte welkom. (Bij de inzendingen naam en adres vermelden). Foto's dingen mee naar een prij^e in onze fotowedstrijd. Öe sluitingsdatum voor deze inzendingen is woensdag 20 januari 1982. Sturen naar het ACC, Uilenstede 1Ö8,1183 AM Amstelveen. \
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981
Ad Valvas | 434 Pagina's