Ad Valvas 1981-1982 - pagina 336
Verkiezingskatern
AD VALVAS —16 APRIL 1982
4
en middelbaar onderwijs, omdat daarvan grote en diverse groepen gebruik willen maken. Ik denk ook dat er best bezuinigd kan worden op het W.O. Maar, dat ben ik met Jannie eens, ik begryp niet dat dat niet in de sfeer van de arbeidsvoorwaarden gebeurt. 80% van de kosten van al het onderwijs zijn salariskosten. Wat ligt dan meer voor de hand dan daaraan te werken. De manier waarop bezuinigd wordt is ontzettend irritant. Omdat er door het ministerie geld wordt afgenomen zonder dat er doelen worden herzien. Dan krijg je een soort zinloos bezuimgen: je weet met waar je op aan moet werken. Er zit geen visie achter de bezuinigingen." Cees Zeijlemaker: „Als je aan een universiteit werkt en je bent zelf ook nog in een beheersfunktie werkzaam, dan is het natuurlijk tnest om te zien dat het geld onder je handen wegloopt. Maar ik accepteer de bezuinigingen als een politieke keuze die in Den Haag gemaakt is. Ik vmd het wel jammer dat diepte-lnvesterin-
Jannie Westra
defakulteiten korten op basis van de studentenaantallen óf de plaatsen verdelen op basis van een beoordeling van de kwaliteiten vanfakulteiten en onderzoeksprojekten. In het huidige model van verdeling van formatieplaatsen spelen de studentenaantallen een grote rol. Zitten in dat model voldoende inhoudelijke kriteria? Cees Zeijlemaker voelt weinig voor veranderingen van het model: „De Here beware ons voor een systeem waarbij de UR over de inhoud van het onderwas en onderzoek moet gaan oordelen. Ik ben er voorstander van dat dat op zeer grote hoogte beslissingen van de fakulteiten zijn." Jannie Vfestra: „Ik vind het op zich een goed systeem. Maar er zit ook een gevaar in: je kan in een situatie komen waarin by letteren, kunstgeschiedenis, archeologie, kortom bij studierichtingen die iets te maken hebben met een stuk kuituur, in de verdrukking komen door een geringe toestroom van studenten." Peter den Hartog: „De kleine fakulteiten die, omdat ze op dit moment minder in de markt liggen Jpij studenten, moet je beschermen voor de toekomst. In Nederland moet er per studierichting een keuze blijven tussen verschillende universiteiten." Marja Meerburg: „De bezuinigingsproblemen worden in het huidige beleid met een wijds gebaar doorgeschoven naar de fakuJteiten met de mededeling „zoek het maar uit". Dat is zeer onbevredigend. Alle inhoudeUjke problemen worden in de UR gereduceerd tot verdellngsproblemen. Dat wil zeggen: de inhoudeUjke problemen worden genegeerd. Negeren betekent nog niet dat ze niet bestaan, maar dat ze worden doorgeschoven naar de fakulteiten. En de fakulteiten op hun beurt werken bestuurlijk niet veel anders dan een UR, waardoor de bezuinigingen worden afgewenteld op de mensen met de zwakste rechtspositie. Daarvan roepen we dat we dat oprecht betreuren. Maar dat komt me dan wat huichelachtig voor. Ik zou er voor ztjn dat we in de UR een keertje gaan praten over het inhoudeltjk beleid. Want wat we nu doen is het afknippen van randjes totdat er niets overblijft. Sommige fakulteiten maken een zelnoordproces mee: stafleden zijn minder gemotiveerd om leuke dingen aan te pakken, daardoor krijgt de fakulteit een slechte naam, minder studenten en wordt ze gekort op haar personeelsbestand. Het is een spiraalbeweging naar beneden."
Samenwetking afdwingen
gen in het onderwijs afkalven: de effekten vsm de bezuinigingen zijn pas op langere termijn zichtbaar. Over een tijdje krijg Je in Nederland by wijze van spreken universiteiten als in ItaUe, waar de hoogleraar Engels ternauwernood Engels spreekt. Als land ga je ekonomisch en kultureel naar de knoppen als je op deze manier verder bezuinigt."
Je zou op een gegeven moment kunnen konstateren dat bijvoorbeeld binnen de sociale fakulteit sommige vakgroepen met dezelfde onderwerpen bezig zijn, maar volstrekt langs elkaar heenwerken. Die vakgroepen zien zelf wellicht het belang er niet van in om samen te werken, want dat kan zelfopheffing impliceren. Ligt er dan een taak voor de UR om ze tot samenwerking te dwingen?
Realistische visie
Mar/a Meerburg is een van de weinigen in het gespreksgezelschap die de vraag bevestigend beantwoordt: „Niemand is bereid om voor z'n eigen begrafenis te tekenen. Heel begrijpelijk. Je kunt niet verwachten dat vakgroepen spontaan met elkaar in kontakt treden zonder dat daar een opdracht voor gegeven wordt. Biimen een fakulteit verdedigen vakgroepen zich, ook ten opzichte van elkaar." Cees Zeijlemaker vindt dat die samenwerking tussen vakgroepen met de tijd wel zal komen: „Dat gaat vanzelf, onder druk der omstandigheden." Maiya Meerburg: „Nee, dat gaat niet vanzelf. Een fakulteitsraad is een konglomeraat van vakgroepen. Mensen die in zo'n raad zitten, hebben natuurlijk het belang van de gehele fakulteit voor ogen, maar vooral dat van de vakgroepen, die over de schouder van het raadslid meekijken naar wat hij of zij voor standpunt in de raad inneemt. Dat betekent dat je een nivo daarboven nodig hebt om naar zaken als bijvoorbeeld overlappingen en mogelijkheden tot samenwerking te kijken. Nou denk ik niet dat dat de UR moet zijn, want ik kan niet met verstand praten over bijvoorbeeld het
Op onze vraag naar het achterwege blijven van de vroeger zo talrijke moties tegen het Haagse beleid, geven de meeste gespreksdeelnemers een realistische visie op 's lands financiën ten beste. „Je moet een beetje harmonisch denken", zegt Jannie Westra, die in de konflikten over de bezuimgingen bij de universiteit van Utrecht een voorbeeld ziet van een „schip dat een tijd lang onbestuurbaar ronddobbert." „Iedereen kan in de kranten lezen dat er een gebrek aan geld is en dat er bezmnigd moet worden Ik denk datje dan daar zo adekwaat mogelijk op moet inspelen Dus met door te zeggen datje het niet accepteert en je ogen verder sluit" HaTis Hanng valt haar bij: „Als je de bezuinigingen niet accepteert, krijg je gekke dingen, bijvoorbeeld dat bij scheikunde opeens het onderzoek stil ligt omdat de chemicaliën op zijn." Stel nu dat het kader, de hoeveelheid van de door Den Haag ter beschikking gestelde gelden vaststaat, dan kan je nog praten over de wijze van verdeling van de armoede over de diverse eenheden van de VU. Dan zijn er globaal twee mogelijkheden: óf
Op de campagnetoer Waar kandidaten van verschillende signatuur m een distnct aan de universitaire verkiezingen meedoen, daar is wat te kiezen en kan het zeker de moeite lonen om propaganda te maken. Bij de studenten is dat eigenlijk steeds het geval geweest voor de verkiezmgen van de universiteitsraad en de faculteitsraden. De Progressieve Kiesvereniging (PKV) en de Vrije Universiteit Studenten Organisatie (VUSO), de eerste dus progressief, groot, de tweede gematigd, klein, wedijveren ook nu weer met elkaar om zeteltjes op de ander in de wacht te slepen. Bij het technisch en administratief personeel en het wetenschappelijk personeel is ook steeds de neiging tot profilering aanwezig geweest. Door de jaren heen nu eens duidelijker, dan weei vager waarneembaar. Profileren betekent met een verkiezingsprogramma de markt op. Da's een stukje klaarheid voor de kiezers. Bij deze universiteitsraadsverkiezingen dingen bij het personeel kandidaten van twee clubs mee. Behalve het Demokratisch Akkoord, dat al emge jaren bestaat en zowel WP'ers als TASsers herbergt, zijn ook de onafhankelyke TASsers als groepering aan het firmament verschenen. Voor het eerst. Veel te bevechten hebben de clubs met. Kandidaten voor de universiteitsraad zijn dun gezaaid, vooral de laatste jaren. In een doodenkel district staan ze ditmaal tegen-
Jan van der Veen over elkaar. Meestal kan de kiezer slechts ja of nee zeggen tegen één kandidaat van de ene of de andere club. Bij het WP zijn het op één uitzondermg na allemaal niet onder een gemeenschappelijke groepsnoemer ressorterende individuele kandidaten - die zijn er ook nog -, voor elk district één. Als alle jaren wordt er door de programmatisch gebonden groeperingen propaganda gemaakt. Individuele kandidaten laten niets van zich horen. Wat doen de vier clubs die nu in de running ziJn er aan, wat denken ze erbij en wat kost het? De woordvoerder van de Onafhankelijke TAS-groep Cees Zeijlemaker: „We houden het uiterst summier. Eén velletje A-4, aan beide zijden bedrukt weliswaar. Dat betalen we uit eigen middelen. Dat kan ons de kop dus niet kosten. We wiUen er ook niet al te veel soesa van maken, want het is in zekere zin een spel. Het moet wel serieus gespeeld worden, maar het blijft een spel." „We verspreiden ons verhaal gericht. Op ruime schaal zal dat met name bij de centrale diensten gebeuren omdat daar enige concurrentie bestaat." Naast twee leden van de onafhankeUjke tas, P.J.M. Brasik en E.H. Broekstra, van wie de laatste bij verkiezmg
een tweede termijn ingaat, staat de DAK-ker drs. P.J.M, de Boer daar kandidaat. „In de andere districten Is geen concurrentie, maar we moeten daar wel 35% opkomst zien te halen voor onze mensen, omdat ze anders niet als verkozen worden beschouwd."
Wen/end werken Wat propaganda maken heeft volgens Zeijlemaker een zeker nut, maar je moet het niet overdrijven. „Ik heb er eigenlijk een volstrekt leke-ldee over. We hebben het idee dat we door als groep op te treden en daar bekendheid aan te geven wervend kunnen werken. Maar echt de boer op gaan doen we niet. De leden van de fractie zullen in hun eigen omgeving nog wel wat rondpraten, zoals we hebben afgesproken, maar de deuren langs en stickers uitdelen, nee hoor." Jaimie Westra van het DAK, evenals Zeijlemaker zittend raadslid, zegt dat haar groep op dezelfde manier als vorig jaar campagne gaat voeren. „Dat houdt in dat we in de rayons, waar we kandidaten hebben, een folder rondsturen met informatie over verschillende onderwerpen en over de kandidaten. We laten er ongeveer 1000 drukken. Verder maken we 150 affiches." Vorig jaar vroeg het DAK een verkiezingssubsidie van de universiteit en die kreeg het. „We hebben toen ongeveer duizend gulden gekregen." Ditmaal hebben ze een dergeUjk bedrag aangevraagd. Als het DAK meer verkiezingssubsidie zou kunnen Icrijgen, wat er zeker in deze bezulnigingsttjd niet in lijkt te zitten, zou het dan meer
Peter den Hartog programma van de medische fakulteit. Maar ik denk aan een vorm van beoordeling door mensen die langdurig in een cluster van vakgebieden hebben rondgelopen." Cees Zeijlemaker ..„Vs. redeneer vanuit m'n eigen situatie, maar ik denk dat er bij de fakulteit letteren al zo'n cluster is: het fakulteitsbestuur ziet kans om voldoende afstand te nemen van het gebeuren in diverse studierichtingen, ook al zijn de meeste bestuursleden gerekruteerd uit een studierichting." Daarnet is gezegd dat het ministerie te weinig visie heeft op het gebied bezuinigingen. Maar welke mogelijkheden en plannen heeft de UR zelf om een beleid te voeren? Daarbij kan gedacht worden aan het stimuleren van deeltydarbeid, hetABVA-plan om het individuele hoogleraarschap af te schaffen ten behoeve van de werkgelegenheid, de aktie tien voor één. Peter den Hartog: „Volgens de ofBciële regels kunnen we, als UR-leden, ons nergens mee bemoeien: het personeelsbeleid, het beheer, is een taak van het CvB. Maar ook hier geldt dat het arbeidsvoorwaardenbeleid bij het bezuinigingsproces erg veel konsekwenties heeft voOr het onderwijs en onderzoek. Dus dan moet je je er wel mee bezighouden. Je noemde het al: deeltijdarbeid. Verder kan er makkelijk een regeling worden getroffen zodat de inkomsten uit nevenwerkzaamheden weer terugvloeien naar de Universiteit; de hoogleraarsalarissen zijn te hoog. Jannie Westra, enige tijd later: „Ze zijn al voldoende teruggeschroefd"; de dekanen-toelage, de UR heeft een besluit genomen om die af te schaffen. Maar door allerlei regeUngen word je volkomen machteloos gemaakt. Als het CvB achter de uitspraak van de UR was gaan staan, hadden ze best mogelijkheden gehad om dat door te voeren. Tenslotte zijn die toelagen ook bij andere universiteiten afgeschaft. Maar je moet wel wiUen. En die wU heeft het CvB niet." Cees Zeijlemaker: „Da's waar: ik moet nog de hoogleraar zien die voor z'n toelage naar de rechter zal lopen: die wordt toch uitgefloten, is het niet?" Nadat Peter den Hartog de noodzaak van een UR-beleid op het gebied van de arbeidsvoorwaarden benadrukt, „zeker nu er gedwongen ontslagen voor de deur staan", voert Zeijlemaker aan dat er een vertrouwen moet zijn in de inventiviteit van de beheerseenheden: „Je ziet daar dingen ontstaan die nu gepropageerd worden om de opheffing van de kwalijke gevolgen van de bezuimgmgen tegen te gaan. Bij onze fakulteit (letteren, red.) splitst men, noodgedwongen door minder formatieruimte, een vrijgekomen vakature m twee funkties voor tijdelijke doorstromers. Wat ik daar mee wil zeggen is dat er tegenbewegingen ontstaan: ondanks alle bezuinigingsellende ontstaan er dingen die de ellende wat dempen." I Dat het CvB weinig macht uit handen wil geven als het gaat om
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981
Ad Valvas | 434 Pagina's