Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 399

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 399

11 minuten leestijd

ADVALVAS —11JUN) 1982

Tweede vrouwelijke promovendus mevr. F. T. Diemer-Lindeboom over liaar studententij

Van watje zou kunnen noemen

diskriminatie heb ik niets gemerkt' Als meisje van net 18 begon Fenna Tjeerdina Lindeboom haar rechtenstudie aan de VU. Niets bijzonders in deze tijd, maar zij begon in 1930. Als één van de 5 eerstejaarsstudentes naast 125 jongens. Dertig jaar eerder werden meisjes nog niet eens toegelaten tot het gymnasium en bleef ook de VU voor hen gesloten. De tentoonstelling De lange.... en de korte weg geeft een beeld van zo'n lijdensweg. Maar er zijn ook andere voorbeelden. Mevrouw Diemer: „Van wat je zou kurmen noemen discriminatie heb ik niets gemerkt." „Ik hoopte dat ik zou kunnen studeren maar ik wilde het niet vragen thuis, wy hadden een groot gezin en een aantal broers had gestudeerd. Ik vond dat ik het mijn ouders niet aan kon doen. Mijn vader was predikant en in die tyd was collegegeld al 300 gulden en examengeld 60 gulden en daarnaast bracht je natuurhjk niets in als je studeerde. Net toen ik eindexamen deed waren er verschillende van mijn broers afgestudeerd en die gingen ook allemaal het huis uit. Toen kon ik toch gaan studeren, mijn vader wilde dat ook wel. Ik moet zeggen dat onze ouders altyd heel erg gekeken hebben naar wat onze aard en aanleg was en ons probeerde een goede vorming te geven. Een predikant had in die tijd verhoudingsgewijs ook een klein inkomen. Mijn ouders zeiden: „We kunnen geen twee dingen doen, jullie mooie kleren geven èn studeren dat gaat niet. Dat gold voor de middelbare school natuurlijk ook al." Die middelbare schooltijd bracht ze door op het gymnasium aan de Keizersgracht, als één van de vier meisjes van de dertig kinderen die in de klas zaten. In die tyd, 1924, lieten sommige gymnasia niet eens meisjes toe. Met name haar opa, prof. L. Lindeboom, had haar als klein meisje aangeraden dat ze naar het gymnasium moest gaan. De voornaamste reden daarvoor was dat ze dan in staat zou zijn het nieuwe testament in het Grieks te lezen. Met name bij discussies over de interpretatie van bepaalde bijbelteksten heeft ze van haar kennis van het Grieks later nog veel profljt gehad.

,JGndje weet niet of je als lerares orde kunt houden" Na het gynmasium moest er een studierichting gekozen worden. „Nee, de keuze voor rechten was helemaal niet duidelijk. Wij hadden op school geweldig boeiende leraren geschiedenis en aardrijkskunde. En de man van aardrtjkskimde gaf ook een stukje sociale geografie. Ik vond dat een vak dat je zo'n algemene ontwikkeling gaf. Daar had ik zin in. Toen zei mijn vader: „Kind, je weet niet of je, als je lerares wordt, orde kunt houden! Als dat niet lukte, tja er waren altijd mensen die eraan kapot gingen. Op aanraden van miijn vader koos ik toen iets waar ik meer kanten mee uitkon." De keuze van de VU noemt mevrouw Diemer heel vanzelfsprekend mijn eigen keuze. Ik vond het fijn om aan een christelijke universiteit te studeren." Ze was één van de vijf meisjes die in 1930 aan de VU gmgen studeren. Binnen de juridische groep eerstejaars studenten (30 in totaal) was ze het enige meisje, „wy gaven een probleem. De meisjes die al studeerden zaten injongensdisputen Maar als er te veel meisjes kwamen zouden die disputen een andere structuitr knjT'n Daarom werd er vo^;• d" aieuw aangekomen meisjes door degenen die al studeerden toen een meisjesdispuut PaUas opgericht." Binnen het dispuut moesten de meisjes lezingen houden en leverde men verplicht felle kritiek op elkaar. Iedere week was er verplichte reiinie. Verplicht, omdat je er anders geen tyd

Bernardine Mac Lean voor zou maken. Byna alle studenten woonden thuis, als dat ook maar even mogeiyk was. Er was geen enkele vorm van subsidie en dat betekende dus dat de ouders alles moesten betalen. Mevrouw Diemers ouders gaven haar per drie maanden 25 gulden om het corpslidmaatschap en andere studentenuitgaven van te doen. Aangezien het lidmaatschap al 50 gulden per jaar kostte moest zy via by baantjes de rest by elkaar zien te krijgen. „Ik had een byiesleerling voor een gulden per uur, een zoontje uit een ryke famUie en later ben ik artikelen gaan schryven voor Het Schouwvenster en De Spiegel, dè christeiyke weekbladen in die tyd. Andere meisjes deden dat niet, maar die zaten ruimer in het geld van huis uit. „Ik heb het nooit erg gevonden hoor, ben niet jaloers op hen geweest, ik vond het zelfs wel sportief."

Kontakt met hoogleraar Het contact met de hoogleraren (docenten waren er nog niet) was uitgebreider dan tegenwoordig." zy hadden belangstelling voor je, waren in je gemteresseerd. Ze vroegen ook wel: Zeg, jy bent toch bevriend met die en die, moet die niet eens tentamen doen? Niemand verdween eigeniyk in het grote geheel. Je werd ontvangen by hoogleraren thuis met een groepje studenten, by prof. Dooyeweerd, Rutgers, Anema. Prof. Rutgers had de aardige gewoonte om een groepje studenten uit te nodigen en wat mensen uit de burgery. Dit deed luj opdat de studenten met de gewone burgerij in contact zouden komen en niet zo geïsoleerd zouden staan." Sommige hoogleraren

teitsvereniging rechten) kwam, een zwarte fluwelen jurk en hoed. En de jongens waren dan in jacquet. Ik had er wel even moeite mee toen een paar jaar geleden Dooyeweerd het ere-lldmaatschap van QBDBD kreeg er een meisje in het bestuur zat dat eruit zag alsof ze die middag ging hockeyen, zalik maar zeggen. Dat vond ik gewoon een tekort aan eerbetoon aan deze byna 80-jarige hoogleraar. Zo voel ik dat aan, maar misschien vinden jullie dat vreseiyk ouderwets." Uit onderzoeken is nogal eens gebleken dat meisjes relatief gezien vaak met een begonnen opleiding stoppen als ze een, naar hun idee definitieve levenspartner hebben gevonden. Was dat vroeger ook he t geval?

Mevrouw Diemer: „Nee, dat heb ik niet meegemaakt. Er waren er wel die helemaal niets met de studie deden, nadat ze hem hadden afgemaakt. Dat vond ik al tyd jammer. Niet zozeer de gedachte aan een baan, ik ben al tyd biy geweest dat ik die niet heb gehad, maar het feit dat je om het zo te zeggen „droog ging liggen". Ik wist zelf dat als ik zou trouwen en ik zou Mevrouw Diemer-Lindeboom moeten opgaan in myn hmshouden, dat ik er dan ook in zou ondergaan. Ik brachten in hun colleges ook wel hun was ook biy dat ik een man kreeg die eigen geloofsovertuiging naar voren. daar ook oog voor had, net als myn Zoals professor Gerbrandy, die later vader." minister is geworden. „Die kon heel Na het behalen van haar meesterstitel bewogen zyn, sociaal bewogen. Hy in 1935, begon ze als repetitor medegold dan ook een beetje als een studenten klaar te stomen voor tenta„rooie". Hy vertelde in colleges over mens. Het tentamen „rechtsencycloprocessen die hy gevoerd had en ver- pedie" was voor -veel rechtenstudentelde dan, eeriyk dat luj verloren had ten een enorm struikelblok en zy gaf in hoger beroep. Die liet zien wat zyn hun dan byies en verdiende zelf iets. geloof betekende, in zyn werk en zyn Niet lang na haar afstuderen vroeg leven. Dat was heel indrukwekkend." haar broer, die zich als arts had gevesProf P.A. Diepenhorst, die strafi-echt- tigd, of zy zyn huishoudmg wilde colleges gaf, trachtte in zyn colleges regelen. „Zo'n klein huishouden, daar een christeiyke onderbouw aan de draaide ik myn hand niet voor om. Ik strafrechtsproblematiek te geven. Me- dacht: „Ha, dan kan ik lekker studevrouw Diemer: „Hy kwam met de ren." Want al was ik al een paar jaar toen gangbare christeiyke opvatting verloofd, ik wou toch graag nog proover de doodstraf dat de by bel soms moveren. Ik had het idee dat ik daarde dood eist. Toen zyn in myn hart de mee aan zelfstandig denkwerk toe eerste vraagtekens gekomen." kwam," In 1937, ruim 2% jaar later, promoveerde zy op dezelfde dag als haar Korrekte kleding toekomstige man. Ze is daarmee de Pas veel later is ze zich verder in de tweede vrouw, na Gesina van der doodstraf gaan verdiepen en heeft er .Molen, die aan de VU promoveerde. Niet lang na haar promotie trouwde een boek over geschreven. ze met studiegenoot E. Diemer en Binnen vereniging of faculteit was er kreeg vier kinderen. Niettemin is ze geen voorgeschreven kleding, wel on- al tyd zeer actief geweest op allerlei geschreven codes. „Pantalons voor gebied. Ze werd gevraagd voor staatsmeiges bestonden nog niet. In het commissies, de prot. christeiyke Realgemeen was er een hele correcte classeringsvereniging, de Vereniging wyze van kleden. En helemaal als je in voor vrouwenbelangen enz. enz. een bestuur zat. Voor de bestuurs Intussen bleef ze haar werk als repetioverdracht en andere vertegenwoor- tor doen en bereidde tal van studendigingen had ik, toen ik in myn derde ten voor op tentamens. Ook tydens de jaar in het QBDBD-bestuur (Facul- oorlog,toen door het sluiten van de

'Je was niet zo bezig met je vrouw- ofman zijn'

Leidse Universiteit geen colleges konden worden gelopen. Na de oorlog maakte zy vooral veel werkende mannen klaar voor kandidaats- en doctoraalexamen. Een baan buitenshuis heeft ze nooit geambieerd: „Waarom? Nu kon ik het altyd regelen. Vaak kwamen die mensen ook 's avonds. Myn leven heeft altyd stikvol gezeten, stikvol." Tydens haar studietyd heeft ze nooit last gehad van het feit dat ze een vrouw was. Ze zegt: „Ik heb er nooit iets van gemerkt. Je draaide gewoon mee. Daarnaast: wy dachten helemaal niet zo. Je was niet zo bezig met je vrouw- of man-zyn. Misschien gingen wy wel op een veel natuuriyker wyze met elkaar om. Je moet denken: in die tyd was van sex onderling geen sprake. De doodenkele keer dat er wel zoiets aan de hand was, was dat een zaak waarover tot in de hoogste regionen de afkeuring werd uitgesproken. De omgang was dus m zekere zin heel gewoon, dat maakte het heel gemakkeiyk vroeger, overzichteiyk, ongecompliceerd. Ik denk dat je het vroeger als jongere makkelyker had dan nu. Je stond nog niet zo kritisch tegenover alles waar je vandaan kwam, er was een veel grotere homogeniteit in de verschillende kringen waar je je in bewoog. Je ziet, het is een vrij simpele weg die ik gegaan ben. Ik vind het wel jammer dat ik een aantal meisjes uit myn studententyd niet meer heb teruggezien m een zekere maatschappeiyke verantwoordeiykheid. Ja, dat vind ik bepaald jammer."

Crèche Vervolg vanpag. 1 De ondernemingsraad vindt het crècheplan, zoals dat er nu hgt, te prijzig. De investering en de kosten per kind vallen te hoog uit en bovendien vindt de raad de opnamecapaciteit van tien kinderen van ziekenhuispersoneel op een totaal van dertig te gering. Maar, legde de werkgroep de ondernemingsraad nog eens uit nadat die zyn standpunt al had bepaald, we hebben aUes tot op de bodem uitgezocht en dit plan is echt het beste van een stuk of drie, vier alternatieven. En die opnamecapaciteit van tien kinderen moet in de praktyk met twee worden vermemgvuldigd omdat, zoals uit een enquête bleek, de meeste ouders slechts voor een halve dag van de crèche gebruik zouden willen maken. De ziekenhuisdirectie heeft zich maanden voordat de ondernemingsraad zyn visie bepaalde en ongeacht die visie, garant verklaard voor een startsubsidie van ƒ 60.000,— by daadwerkeiyke uitvoering van het crècheplan. Door de uitspraak van de ondernemingsraad wil de ziekenhuisdirectie echter niet verder gaan dan de toezegging daarboven mee te zullen werken aan de exploitatie van de kinderopvang voor niet langer dan het eerste halfjaar. Langere medewerking wordt niet uitgesloten, maar allerminst waarschyniyk geacht. Naar cyfers van emd 1981 kost het crècheplan ca. ƒ 360.000,—. De Stichting Studentenhuisvesting zal een ton by dragen voor verplaatsing en heropbouw van een barak van het Uilenstedeterrein naar de De Boelelaan en de Nederlandse Middenstandsbank zal renteloos twee ton lenen voor de drie experimentele jaren. In de crèche is plaats voor zestig peuters voor halve dagen, die worden begeleid door gediplomeerde krachten. De exploitatiekosten zouden voor elk van de drie partners op ca. ƒ65.000,— per jaar neerkomen.

De werkgroep kinderopvang ziet de ondernemingsraad als een hemelbestormende dwarsligger. „Hun taak is toch te kyken naar wat er in het belang van een goed personeelsbeleid is," zegt Jannie Westra. In het mededelingenblad van het ziekenhuis AZVU-Informatie werd onlangs via een eigen oproep gepeild of personeelsleden behoefte aan een crèche hebben Er kwamen weinig reakaes binnen. Maar dat zegt waarschy nl\|K met veel. het was een heel korte oproep zonder nadere tekst en uitleg. Komt er nog een crèche of wordt het een utopie? Als geen samenwerking meer is, ligt In 1930 was het aantal vrouwelijke studenten groot genoeg geworden om tot de oprichting van het eerste „meisjesdispuut" het er laatste voor de hand. Pallas over te gaan. Daarvóór werden de studentes nog over de bestaande Jongensdisputen" verdeeld. Mevrouw Diemer (J.v.d.V.) behoorde tot die eerste Pallas-leden. Op de foto zit zij derde van rechts.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981

Ad Valvas | 434 Pagina's

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 399

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981

Ad Valvas | 434 Pagina's