Ad Valvas 1981-1982 - pagina 194
ADVALVAS — 18 DECEMBER 1981
6
VU herbergt al jaren Bilderdijkmuseum
'n Ongenietbare figuur lierdaclit: Bilderdiji( Het is niet zo vreemd datje Bilderdijk alleen kent vanwege de naar hem genoemde straat. Voor het grote publiek, aldus de kenners, is hij totaal ongenietbaar. Bilderdijk schreef zeer verheven gedichten, te omschrijven als romantisch in klassicistische vorm. Aan alles wat los en vast zat is wel een vers gewijd. Bij elkaar zo'n driehonderdduizend regels. Een aartsreactionair noemden Jan en Annie Romein hem. Bilderdijk, die leefde van 1756-1831, bestreed met alle macht de heersende rationalistische tijdgeest. Hij moest niets hebben van Volksdemokratie. Voor hem kon een staat alleen ingericht zijn volgens het model van de patriarchale monarchie, zoals dat onder de stadhouders bestond. Hij heeft zijn hele leven moeten lijden onder zijn opvattingen. Zo werd hij op een gegeven moment verbannen en een vurig verlangd hoogleraarschap ging voortdurend aan zijn neus voorbij. Hij paste niet meer in zijn tijd, waarin het handelen vanuit het verstand de boventoon voerde over dat vanuit het gevoel, door Bilderdijk in christelijke zin ingevuld. Toch wordt iedere 25 jaar zijn sterfdag herdacht. Dit keer was het 150 jaar geleden dat hij overleed. Bilderdijk heeft namelijk „het zaad gestrooid" voor de latere ontwikkeling van de anti-revolutionaire en christelij k-historische richting en de uit de hogere burgerstand gerecruteerde beweging het ReveU. Dat zit zo. Op 60-jarige leeftijd is Bilderdijk privaatdocent geworden van een aantal lieden die een politieke rol van betekenis gingen spelen: Da Costa, die door Bilderdijk van het jodendom tot het chnstendom was bekeerd, Groen van Prinsterer, betrolcken bt) de politieke organisatie van anti-revolutionairen en de schoolstrijd en Van Zoeterwoude, van het volks petitionnement. AUes by elkaar een ontwikkelingslijn waarop later de VU m het vizier komt. Vooral in de werken van zijn leerling Da Costa kon Bilderdijk zich goed vinden, zoals „Bezwaren tegen den Geest der Eeuw", over hoe het verval van de godsdienst de nieuwe tijd onvruchtbaar maakte. „Tegenstanders hebben de inhoud van het werk nooit kunnen weerleggen. Daarvoor hadden ze zich m een hun vreemd geworden gevoelswereld moeten verplaatsen. Het standpimt van Da Costa was van vóór de Verlichting Hij verwachtte aUe heil van een éénhoofdig gezag", stellen Jan en Aimie Romein.
Bedrieger De hoofdpersoon van dit verhaal heeft nogal wat onder handen gehad in zijn door treurnis bepaalde leven. Hij ging pas op 24-jarige leeftijd rechten studeren, maar daarvoor was hij al beroemd door zijn gedichten, waar hij prijzen mee won en zijn tekenwerk. Hij kende bijna alle talen inklusief Turks, Perzisch en Arabisch. Een „wonderkind"? Ht) had ruimschoots de tijd gehad om zijn kwalifikatie op te doen. WUlem is van zyn zesde tot zestiende aan een stoel gekluisterd geweest, doordat een vriendje zo stom was op z'n voet te gaan staan Willem brak zijn middenvoetsbeentje en de genezrög duurde de medische wetenschap was niet verder - tien jaar. Ruimschoots de tijd dus om de uitgebreide bibliotheek van zijn vader, die medicus was, en die van een vriend van zijn vader, met een uitgebreide klassieken-verzameling, door te nemen. Eigenlijk wilde luj militair worden, maar dat gaat nu eenmaal moeilijk met een trekkend been. Na zyn studie ging Bilderdijk de advocatuur in. Zijn instelling was vooral de zwaksten te wUIen verdedigen. Geen ruime bron van inkomsten.
Hanepoot In zijnjeugd maakte Bilderdijk rebusbrieven en bedriegers. Van hem is ook het eerste Nederlandse stripverhaal, „Hanenpoot", gemaakt voor zijn zoontje Julius Willem. Rebusbrieven, als te verwachten valt, zijn brieven in rebusvorm. Bilderdijk tekende ze voor zijn zuster. Daarin maakte hij gebruik van tekens uit de Renaissance. Bedriegers zijn stillevens, die weliswaar tweedimensionaal getekend, driedimensionaliteit suggereren. Dit effekt wordt bereikt door schaduwwerking, omgebogen hoeken, een
Rob Mioch bijgetekende vlieg of een plank waarop alles is vastgepind. Onlangs zijn deze rebusbrleven en bednegers in het boekje „Speels Vernuft" bijeengebracht. De uitleg en toeUchting komen van dr. Jan Bosch, oud-hoogleraar oude letterkunde aan de VU en Bilderdijk-speciaUst. In het Bilderdijkmuseum en in het Algemeen Letterkundig museum zijn de originele rebusbrleven en bedriegers te vinden. Prof. Bosch is secretaris van de vereniging het Bilderdijkmuseum en ver-
Eigenlijk wilde Bilderdijk militair worden, maar zijn vriendje was zo stom om op z'n voet te gaan staan en Willem brak zijn middenvoetsbeentje. Later schreef hij het eerste Nederlandse stripverhaal „Hanenpoot" vult de rol van conservator. De verzameling bestaat sinds 1908 en is het grootste letterkundig museum aan één persoon gewijd. Niemand weet wellicht dat het museum op de VU is gehuisvest. Min of meer toevallig is het daar in de dertiger jaren terechtgekomen. Tot die tijd zat het museum in de universiteit van Amsterdam. Plaatsgebrek dwong tot verhuizen. De hoogleraar WUle, stichter van de subfakulteit Nederlands op de VU, gebruikte zijn energie om de verzameling onder zijn hoede te krijgen. Het materiaal omvat schilderijen, curiosa en handschriften, door famUie en bekenden uitgeleend voor een grote tentoonstelling die m 1906 werd gehouden in het Rijksmuseimi, ter ere van Bilderdtjks 200e geboortedag. De vereniging heeft niet alles. De „Bilderdijkiana", zoals men ze noemt, liggen ook nog bij de Maatschappij voor Letterkunde, m de Koninklijke Bi-
bliotheek en het Algemeen Letterkundig museum.
Fanaten Wie moeite wU doen om het museum te vinden, kan beter direkt Kontakt opnemen met de heer Bosch. Ga je, zoals ik, af op de „gids voor bezoekers van de bibliotheek", dan kom je merkwaardigerwijze uit by een toUet in het wiskunde-gebouw. Een niet helemaal voor de hand liggende plaats voor een museum. Draai je het bijgeleverde telefoonnummer, dan neemt een inmiddels tureluurs geworden mevrouw op, die meldt dat hr. Bosch al anderhalf jaar geleden verhuisd is. Het klinkt allemaal nogal geheimzinnig. Dat is het niet. De gids is verouderd. Het museum is al vijfjaar lang elders gehuisvest. Maar omdat men geen personeel m dienst heeft, kan het bezit niet tentoongesteld worden. Wel is er nu een diaserie waarop het bezit
Is vastgelegd. Inclusief de spullen die veüig in een kluis liggen opgeborgen. Het museum wordt niet gesubsidieerd en de enige bron van Inkomsten is het lidmaatschapsgeld van de 230 leden die jaarlijks ƒ 10,— betalen en studenten zelfs ƒ 5,—. Voor studie kan men er wel terecht. De leden, neerlandici, theologen en historici, onder wie nogal wat hoogleraren, zijn niet allemaal BUderdijk-fanaten. De meesten zijn lid uit belangstelling voor de 18e eeuwse letterkunde. Anderen interesseren zich voor het betreffende tijdvak voor de opkomende, zich organiserende protestant-christelijken. Vooral de oudere leden - en er lopen nog al wat grijze hoofden rond - voelen zich tot Bilderdijk aangetrokken, vanwege zijn aanzetten tot wat later de emancipatie zou worden van dät volksdeel waaruit de VU is voortgekomen.
Een kritisch commentaar bij de facultaire ijver om te tonen dat men niet heeft stilgezeten
Wie praat nog over lanterfanten bij aanblijf wetenschappelijk verslag '80? Onlangs werden de VU-gemeenschap en minister Van Kemenade verblijd met het tweede officiële Wetenschappelijk Verslag van de Vrije Universiteit. Dit forse blauwe boek over het jaar 1980 is de helft dikker dan zijn paarse voorganger over 1979. Men zit kennelijk niet stil aan de VU. Het verschijnen van wetenschappelijke verslagen van de verschillende instellingen in den lande gebeurt op basis van richtlijnen van het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen. Een en ander vloeit voort uit de begrijpelijke doch bureaucratische behoefte aan „overzichten". Het is de bedoeling dat de verschillende (sub-)faculteiten opgave doen van wat er in een bepaald jaar door hun personeel gepubliceerd is. Het is expliciet niet de bedoeling van de minister dat syllabussen en ander/ voor het onderwijs bestemde producten in het overzicht worden opgenomen, evenmin als allerlei voor intern gebruik bestemde rapporten en stukken. Wat nu precies de functie is van deze verslagen, behalve dan het al genoemde „overzicht", is onduidelijk. Het is moeilijk voor te stellen wat je met 400 pagina's namen, titels en verjaarde beleidsvoornemens aan moet, als je tenminste geen ambtenaar op de afdeling „Archief' van het ministerie bent.
B. Spiecker J. C. Sturm misschien niet ver meer, dat het begrip „wetenschappelyke kwaliteit" geUjk komt te staan met „minimaal vyf vermeldingen in het wetenschappelijk jaarverslag." Laten we eens bezien hoe de wetenschappelijke staf van de Vrije Universiteit al vast anticipeert op deze impUciete definiëring van „wetenschappelijke kwaliteit." Wat acht men zoal de moeite van het vermelden waard? Nou, dat is nogal wat. Het spectrum loopt van de lezing van prof. Bianchi in Wommels (Friesland) tot en met de dissertatie van dr. Alons: „Study on multistep processes in the (p, p') and (p, d) reactions on ^Mg"; van „Kontakten met de universiteit van Ibadan in het kader van onderzoeksthema 2" (Algemene literatuurwetenschap) tot en met „Intmtie en Constructie in de Filosofie van Husserl en Camap" (F. Schipper).
Wijt Eén ding is in ieder geval duidelijk (maar vermoedelijk niet tot iedereen doorgedrongen), namelijk dat het Wetenschappelijk Verslag geen instrument kan zijn ter bepaling van de kwaliteit van het in verschillende werkverbanden of op verschillende universiteiten gepresteerde. Daarvoor zi|n de gegevens te ongelijksoortig, is de informatie te summier en het geheel te onoverzichtelijk, te weinig ge-
systematiseerd, gedifferentieerd en toegankelijk gemaakt. Toch lijkt de misvatting dat wetenschappelijke prestaties gemeten kunnen worden met behulp van aantallen titels impUciet in de inventansatielust van ministerie en faculteiten aanwezig. In ieder geval krijgt de verbreiding van deze misvatting een sterke impuls door de momenteel gehanteerde wijze van inventariseren. De tijd is
Het is verblijdend om te zien wat er allemaal uit de VU naar buitenkomt als effect van noeste academische viyt: boeken, artikelen, lezingen, bijdragen in kranten, weekbladen en geïllustreerde tijdschriften, voorwoorden en inleidingen, radiolezingen, diasenes, posters, videotapes, „samenwerkingsverbanden", interne en externe rapporten, werkstukken, verslagen, adviezen en zowaar ook enkele
proefschriften. Wie zou er nu nog zijn mond open durven doen over lanterfanten, leeglopen en niksnutten aan onze Alma Mater? De druk van de publicatie- en presta• tie-cultus en de steeds sterker wordende geruchten over gedwongen ontslagen bii gebleken ongeschiktheid en zelfs over het opheffen van afdelingen en werkverbanden in hun geheel, nopen de VU-wetenschappers tot soms schaamteloze pogingen om een plaatsje (of liever nog meerdere plaatsjes) te veroveren in het blauwe boek. Zoals bekend gaat het in het wetenschappelijk verslag om producten van „wetenschappelijk onderzoek". Een hoogst originele interpretatie van dit begrip hanteert de om andere redenen reeds beruchte vakgroep GMAN (Geschiedenis en Maatschappelijke Aspecten van de Natuurwetenschappen). GMAN presteert het om van haar twee pagina's tellende bijdrage aan het blauwe boek één gehele bladzijde te wijden aan het beschrijven van haar onderwijstaak en haar bijdragen aan het Studium Generale. „Zo lijkt het tenminste nog wat", moet men aldaar in deze benarde tijden gedacht hebben. Een andere kleine vakgroep lijkt het op het eerste gezicht iets intelligenter aan te pakken. Het zogenaamde „Instituut voor de pedagogisch-didactische vorming van a.s. leraren" vermeldt viJf titels op naam van medewerkers van dit instituut. Bij nadere beschouwing bhjken deze publicaties echter een wat ftituristisch aandoend
Vervolg op pag. 9
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981
Ad Valvas | 434 Pagina's