Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 270

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 270

14 minuten leestijd

AD VALVAS — 26 FEBRUARI 1982

J9 september 1894-12 februari 1982

In memoriam dr. C. Rijnsdorp H o u d uw reakties kort. Over ^ j bijdragen langer d a n 300 ' woorden is k o n t a k t m e t de re, daktie nodig. De redaktie k a n ! ' bijdragen bekorten. ,

Open brief VUSO aan SSH Peter Rhebergen schrijft ons namens de beleidsraad van de VUSO de volgende open brief aan de SSH. De Stichting Studenten Huisvesting aan de Vrije Universiteit houdt zich bezig met studentenhuisvesting en dient de haar gegeven mogelijkheden om dit te realiseren ten volle te benutten. Volgens de beleidsraad van de VUSO dient zij dan ook haar huidige opzet te bewaren. Nieuwe activiteiten op de woningmarkt door middel van nieuw-of verbouw juichen wij toe. Voorbeelden zijn de bouw van 118 eenheden op Uilenstede en de ingebruikname van de eenheden aan de Van Eeghenstraat. In de laatstgenoemde eenheden wonen echter niet alleen studenten doch de helft van de eenheden wordt door het GDH toegewezen, dat terwijl de SSH de bouw gerealiseerd heeft. Gezien de huidige afspraak tussen de SSH en het GDH pleiten wij voor een handhaving van de huidige verdeelsleutel bij toewijzing ook in de toekomst zodat de SSH 50% van de eenheden houdt en blijft houden. De SSH is hiermee echter een weg ingeslagen, die enige kanttekeningen mogelyk maakt. Twee varianten zijn in deze denkbaar. Ten eerste zou de SSH het groepsdenken tussen studenten en niet-studenten kunnen opheffen door haar woningbestand voor beide groepen te openen. Hiermee gaat men voorbij aan het feit dat er nog steeds een wachtlijst bestaat voor studenten op Uilenstede, trekt de VU nog steeds meer dan evenredig veel studenten van buiten de regio aan en zou het probleem voor aankomende eerstejaars alleen maar groter worden als ze, walmeer ze net in Amsterdam gearriveerd zijn, ook nog eens een kamer moeten gaan zoeken. In de tweede variant zou de SSH haar huidige plaats en functie bewaren. De beleidsraad pleit dan ook voor deze variant omdat ons inziens de problemen van studenten beter worden opgelost door een SSH, die zich alleen met deze groep bezighoudt in plaats van zich als de zoveelste algemene woningbouwcorporatie te manifesteren. De belangen van de student zyn volgens ons zo het best gegarandeerd. Teneinde zich zo goed mogelijk op deze taak te kunnen werpen heeft de SSH al enige tyd geleden een éénmali-

Psychologie Het Nederlands Instituut van psychologen is na rijp bereid ernstig verbolgen over het feit dat binnen de twee fasenstructuur afgestudeerden na een vierjarige cursus de titel psycholoog mogen voeren. Het instituut vindt deze cursusduur absoluut onvoldoende voor een verantwoorde uitvoering van het beroep psycholoog. Volgens het instituut zou minstens vijftig procent van de studenten moeten kunnen doorstromen naar de tweede fase, omdat de meeste psychologen werkzaam zijn in de gezondheidszorg, arbeidsorganisatie en onderwijs. Deze mensen moeten doorgaans beslissingen nemen die zeer ingrijpend zijn. De behandeling van de patiënt vergt een gedegen inzicht om deze maatschappeiyke verantwoordelijkheid aan te kunnen, aldus het instituut.

Personalia Op vrijdag 26 februari 1982 neemt de heer J. Klanke, hoofd Centrale Reproduktiedienst, afischeid van de VU. Na bijna 12 jaar VU en daarvoor ruim 35 jaar elders, verwisselt hij deze lange arbeidzame periode in zijn leven voor die van pensioengenieter. Afscheidsreceptie: 15.30 uur. Centrale Reproduktiedienst, ruimte KA-32, hfdgeb.

ge uitkering vanuit het CIVITAS-kapitaal gehad, dat uiteindelijk door de studenten zelf is opgebracht. De bedoebng van deze uitkering was om door middel hiervan een medewerker aan te kunnen steUen, die zich specifiek met de woningmarkt bezig zou houden. Een dergelijke medewerker zou een beleidsbepalende factor kunnen worden bij eventueel in de toekomst te realiseren Projekten. De beleidsraad van de VUSO vindt het dan ook een tekortkoming van de SSH dat zij op deze plaats nog steeds niemand heeft benoemd. Concluderend is de beleidsraad van de VUSO van mening dat de SSH zich bezig dient te houden met alleen studentenhuisvesting en de mogelijkheden die zij daartoe heeft op korte en lange termijn ten volle dient te benutten met alle mogelijke gevolgen.

IVI,0, De direkteur en studiecoördinator T.M. Kroon van de Stichting Pedagogische Seminarium aan de VU schrijft mede namens de VI-VU en VL-MO het volgende: „Op blz. 9 van Ad Valvas van 12 februari jl. plaatste u een mededeling omtrent de afbouw van M.O.-opleidingen die aan universiteiten zijn verbonden. Deze mededeling is juist; ook op het voorbeeld van een niet-universitalre M.O.-opleiding, die biyft bestaan, is niets aan te merken. Echter, in plaats van het Nutsseminarium, ware het mij liever geweest, indien u de Stichting Pedagogisch Semdnarium aan de Vrije Universiteit had genoemd, of de Stichting de Vrije Leergangen. Beide stichtingen hebben een eigen bestuur, waarvan het College van Bestuur van de Vrije Universiteit c.q. het bestuur van de Vereniging een aantal leden benoemt. In de eerste plaats had u daardoor misverstanden by veel van onze studenten kunnen voorkomen, in de tweede plaats wekt u nu de indruk van het bestaan van beide stichtingen niet af te weten. Het onderwijs, dat door de stichtingen wordt verzorgd, wordt gedragen door enkele honderden docenten, die wel voor een groot deel zijn verbonden aan de Vrije Universiteit. Bovendien kennen zo'n duizend onderwijsmensen, maatschappelijk werkers en jeugdbegeleiders door deze avondstudie de Vrije Universiteit."

Op 20 oktober 1965 verleende de Vrije Universiteit het eredoctoraat in de Letteren aan de literator en essayist C. Rijnsdorp. Het was een wijze en onafhankelijke beslissing van de Faculteit der Letteren geweest Rijnsdorp voor te dragen en van de Senaat om de voordracht over te nemen. Veel indruk op buitenstaanders heeft dit eredoctoraat toen waarschijnlijk niet gemaakt: het was bij dezelfde, grootscheeps opgezette lustrumviering in het Concertgebouw dat aan Martin Luther King en Prins Bernhard eveneens een erepromotie ten deel viel. Maar misschien is Rijnsdorps doctorstitel het meest effectief geweest in verband met zijn werk als publicist. Het meest persoonlijk in elk geval. Rijnsdorp ontving hem ook om zijn scheppend werk, maar vooral om zijn essayistiek en kritiek. Terecht alweer, dunkt me. Hij kreeg ermee uit eigen kring - en wie heeft er als hij gehamerd op de noodzaak van een kring om een schrijver heen als voedingsbodem en klankbord tegelijk - erkenning voor wat hij met voorbeeldige toewijding aan wat hij als een roeping beschouwde, had verricht; literatuur en leven verbmden, laten zien wat hun relatie is, in het werk, voor de lezer, voor de criticus zelf. Leven betekende voor Rijnsdorp leven als christen, hij schreef vanuit zijn christelijke levenshouding en in de eerste plaats voor de volksgroep waamee hij zich verbonden wist. Maar hij deed dit met een opvallende onafhankelijkheid. Hij beschikte over een grote en doorleefde belezenheid van eigen keuze (zo komt hij in zijn geschriften steeds terug op Nietzsche) en liet zich noch bij zijn lectuur, noch bij zijn oordeel de wet voorschrijven door gezaghebbers uit eigen kring. Ik heb dr. Rijnsdorp niet persoonlijk gekend. Bij (her)lezing van een paar essaybundels uit 1954 en 1964 viel het me op dat ik een levendige herinnering bewaar aan veel van wat ik destijds van zijn hand in tijdschriften las en nu gebundeld terugzag. Niet zozeer aan zijn uitspraken op zuiver literair gebied, maar juist aan die waarin de verbinding tussen leven en literatuur aan de orde kwam. Ik was terug in de jaren van na de oorlog en bij de problemen die ons toen bezighielden. Beter dan toen zag ik nu hoe scherp Rijnsdorps analyses ziJn geweest. Vooral over het einde van het conventionele christendom heeft hij aan het adres van ons kerkmensen dingen gezegd waar maar weinigen toen oog voor hadden.

Schrijverschap Zijn weg naar het schrijverschap is

Gedeeltelijk algemeen bestuur voor Wewi Voor de Wetenschapswinkel-VU is er nu een gedeeltelijk algemeen bestuur. Volgens plan keurde de universiteitsraad de afgelopen week de voordrachten voor acht leden ervan, die door het college van bestuur worden benoemd, goed. Het algemeen bestuur zal uiteindelijk nog vier leden meer tellen. De wetenschapswinkel zal in de loop van dit jaar van start gaan met een part-time kracht. De universiteitsraad stemde in met de voordrachten van de WP'ers J. Matse, socioloog, werkzaam op het terrein van de sociale geneeskunde en S.J. Noorda, theoloog; van de studenten P. van Manen, medewerker biologiewlnkel VU, en E. Sol, medewerker chemiewinkel i.o. (alle vier UR-voordrachten) en verder met die van U.A.Th. Brinkman, hoogleraar analytische chemie en o.m. voorzitter bestuur Instituut voor MiUeuvraagstukken VU, A. van der Deure, advocaat Rechtshulp VU, juridische faculteit, J. de Jonge, wetenschappelijk hoofdmedewerker algemene sociologie, directeur ITSWO en W.J.B. Smits, wetenschappelijk hoofdmedewerker internationale economische betrekkingen (alle vier CvB-voordrachten).

De acht worden aangevuld door iemand uit de kring van de Vereniging waarvan de VU uitgaat en drie leden uit het zgn. clièntenbestand van de wetenschapswinkel. Voor de laatsten zuUen voordrachten worden gedaan door het nu gedeeltelijk aangewezen algemene bestuur. Als adviserende leden worden aan het algemene bestuur toegevoegd het hoofd van de dienst Pers en Voorlichting en de nog aan te stellen part-time kracht voor de wetenschapswinkel, die als coördinator wordt aangeduid. Het DAK-raadslid J. Vrieze informeerde tijdens de raadszitting waarom de wetenschapsvoorlichter van de VU niet onder de adviserende leden wordt gerekend. „Er zijn toch veel raakvlakken". Formeel kan dat niet, antwoordde H.J. Brinkman (CvB), de opzet sluit aan bij het rapport over de wetenschapswinkel. Praktisch zou er wel een samenwerking tussen wetenschapswinkel en wetenschapsvoorlichter kunnen ontstaan. De wetenschapsvoorlichter ressorteert onder de dienst Pers en Voorlichting. (/. v.d. V.)

heel moeilijk geweest. Vanaf zijn dertiende jaar, toen zijn vader stierf, heeft hij geld moeten verdienen en een drukke werkkring bij een bank, is tot 1954 ziJn deel geweest. Ontroerend is een dagboekaantekening uit januari 1946: Hi) schrift daar dat hij in de afgelopen maanden een ernstige geestelijke crisis heeft doorgemaakt: „Aanleiding hiertoe was de verzwaring van de dagtaak, die ik niet als last voel omdat ze inspanning vraagt, maar omdat ze geen kracht en geen tijd meer overlaat voor verdieping. Daarbij kwam een mogelijkheid (naar ik dacht) om nog een nieuw leven te beginnen dlS' journalist. Toen ik instinctief voelde dat die mogelijkheid, zoals ik mij die gedroomd had, niet werkelijk bestond en ik dus in het diepst van mijn hart reeds „wist" dat dit niet meer voor mij was weggelegd, kwam alles in mij in beroering. Het was: God de gehoorzaamheid moeten opzeggen en het toch niet kunnen; aan Hem vertwijfelen en toch in Hem geloven. De oude en de nieuwe mens hadden elkaar bij de keel. Telkens weer vloog het me aan, een echte „verzoeking". Thuis, na het eten het Onze Vader biddend, bleef ik steken bij de woorden „Leid ons niet in verzoeking" en kon me niet meer inhouden. Ik weet dat deze strijd in deze vorm niet zal terugkomen. Het is „uitgehuild" en als mijn denken weer gevaarlijk in diezelfde buurt komt, geeft die wetenschap me rust."

(uit: Literair dagboek (1940-1950), Kampen 1974. In 1954 kwam er toch uitkomst. Een docentschap en vaste medewerking aan de Rotterdammer-bladen, (later aan Trouw), lezingen voor de NCRV gaven hem eindehjk meer tijd voor de literatuur. Het moet voor Rijnsdorp een grote voldoening geweest zijn dat zijn betekenis in 1964 ook door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde werd erkend met de toekenning van de tweejaarlijkse prijs voor de kritiek. Het juryrapport bevat een voortreffelijke karakteristiek van zijn werk als criticus. Het terrein waarop Rijnsdorp zich bewoog, verbreedde zich nu. Een essaybundel uit 1964 heet Op de driesprong van kunst, wetenschap en religie. Die tendens heeft zich doorgezet: In de greep van het reus-achtige (1966) en In het spanningsveld van de geest (1968) laten de verbinding van dezelfde elementen zien. In de boekbesprekingen die hij tot het laatst van zijn leven voor Trouw schreef, heeft Rijnsdorp vooral belangstelling aan de dag gelegd voor werken van cultuur-filosofische aard. Terecht heeft Puchinger in zijn In memoriam-aritikel van 15 februari in Trouw erop gewezen dat men om zulke werken te beoordelen door de Uteratuur en de theologie heengegaan moet zijn. '_ Een man van formaat, gesierd met de deugden van eenvoud en echtheid, is van ons heengegaan. Wie de behoefte voelt het klimaat waarin onze universiteit zich ontwikkelde van omstreeks 1930 tot 1970, opnieuw of voor het eerst te beleven, die vindt in het oeuvre van Rijnsdorp een betrouwbare gids. Margaretha H. Schenkeveld

Nevenactiviteiten Vervolg van pag. 5 worden Ingeschakeld en ze worden verricht door instanties die ze kunnen vergoeden. Dan zal gehandeld moeten worden op analoge wijze als bij contractresearch. De inkomsten kunnen zo ten goede komen aan onderwijs en onderzoek, de eigen vakgroep of werkeenheid volgens een nog nader vast te stellen verdeelsleutel.

Tijdrovende en vaste regelmaat Het CvB heeft met de nevenactiviteiten die onder de regeling zullen vallen die werkzaamheden op het oog die tamelijk tijdrovend zijn en doorgaans met een vaste regelmaat plaatsvinden. Nevenwerkzaamheden van incidentele aard en van geringe omvang, zoals het optreden als gecommitteerde bij examens, kunnen worden toegestaan volgens de verlofregeling van het personeelsreglement (artikelen 37 t / m 37 b). Voor aUe gehonoreerde nevenwerkzaamheden is toestemming van het college van bestuur nodig, of ze nu binnen of buiten werktijd plaatsvinden. Voor de laatste heeft die toestemming te maken met de eventuele schade die VU-belangen daardoor wordt toegebracht en met de verplichtingen die de VU als werkgeefeter heeft in verband met de uitvoering van de sociale verzekeringswetten en de algemene burgerlijke pensioenwet. Voor onbetaalde nevenwerkzaamheden buiten diensttijd is geen toestemming vereist. Voor al dan niet gehonoreerde nevenwerkzaamheden in werktijd onderscheidt het CvB drie categorieën. Zit er voor de VU geen belang aan vast en gaat het om vrijwel puur persoonlijke werkzaamheden, dan zal werktijdverkorting voor de hand liggen. Anders zal geen toestemming worden gegeven. Als nevenactiviteiten naast persoonlijke betekenis ook van belang voor de VU zijn, zal geen werktijdverkorting hoeven plaats te vinden, maar zullen de eventuele verdiensten aan de VU ten goede moeten komen. Het CvB denkt hier aan deelname aan adviescommissies, het geven van onderwijs elders of een commissariaat. Onbezoldigd verlof met behoud van pensioenaanspraken kan ook worden toegestaan. Dan hoeft de VU-medewerker eventuele verdiensten niet af te dragen in principe. Overigens zal in dat geval, als er geen bezwaar tegen is, ook werktijdverkorting kuimen worden toegepast, indien een personeelslid dat liever wil. Als de nevenactiviteiten overwegend

voor de VU belangrijk zijn zal er zo min mogelijk mogen worden getornd aan het dienstverband. Inkomsten zullen, als die er ziJn, in de VU-kas moeten vloeien. Het CvB meent dat de vraag of nevenwerkzaamheden kunnen worden toegestaan door de vakgroep of werkeenheid in eerste instantie het best kan worden beoordeeld. Uiteindelijk zal het CvB echter slechts toestemming voor nevenactiviteiten geven voor een bepaalde ttjd. Een drietal nevenactiviteiten hield het CvB buiten de discussienota. Dat zijn de eigen praktijk van medische specialisten, de zgn. faciliteitenregeling voor tandartsen en publicitaire arbeid. Tot nog toe mogen medische specialisten er, omdat ze anders moeilijk naar de universiteit zajn toe te trekken, nog een eigen praktijk op na houden. Er wordt echter aan wetten en andere maatregelen gewerkt om hun riant inkomensniveau te beteugelen. Kortgeleden kwam een regeling voor de honorering van medische specialisten bij academische ziekenhuizen af, die voorziet in een geleidelijke afbouw van het uitoefenen van een eigen praktijk biJ een voltijds dienstverband. Aan tandartsen zijn de laatste jaren vrijwel geen nieuwe faciliteiten voor een eigen praktijk buiten de VU verleend en momenteel wordt overlegd over het intrekken van eerder verleende vergunningen met subfaculteit tandheelkunde. Het voeren van een praktijk binnen de VU-muren is inmiddels teruggebracht. Publicitaire nevenarbeid vergt een aparte regeling, gezien de aard en de auteursrechtelijke aspecten ervan. ^Door het ministerie zal daar aandacht aan worden besteed in een regeling voor de eigen inkomsten van de universiteit. Het CvB zal echter medewerkers wel aanspreken over hun publicitaire nevenbezigheden als die afbreuk doen aan hun functioneren op de universiteit. (J.v.d.V.) '

Oplage: 12.000 Redaktie-adres: De Boelelaan 1105 of postbus 7161, 1007 MC Amsterdam, tel. 020-5484330, b.g.g. 5486930. Redaktle-bureel: kamer OD-01, hoofdgebouw VU. Redaktie: Jan der Veen (hoofdredakteur). Jaap Kamerling, Dirk de Hoog, Wim Crezee, Marianne Creutzberg (redaktie-assistente).

1

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981

Ad Valvas | 434 Pagina's

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 270

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981

Ad Valvas | 434 Pagina's