Ad Valvas 1981-1982 - pagina 282
AD VALVMT
Sleutelen aan menselijke genen ter Het vakgebied van de biologen is de laatste tien jaar sterk in ontwikkeling. De karikatuur van de bioloog als een wat sukkelige geleerde die 'gewapend met botaniseertrommel en vlindemet ten velde trekt, kan vervangen worden door de figuur van een ingenieur die, op een voor buitenstaanders onbegrijpelijke wijze, met geavanceerde laboratoriumapparatuur knutselt aan menselijke genen. De antropogenetika, de wetenschap die onder andere studie maakt van de erfelijke ziekten en gebreken bij de mens, wordt wel de grootste naoorlogse biologische doorbraak genoemd. Het ligt immers in het bereik der mogelijkheden om erfelijke afwijkingen bij de mens te voorkomen door verandering van het erfelijk ' materiaal. Zover is het echter nog lang niet. Op dit moment moeten alleen nog muizen, kippen en konijnen aan de experimenten van de geleerden geloven. Maar waar leg je de grens? Ligt die bij het irmionteren van de forehand van Okker, of sterker, van een grotere intelligentie? vroeg een wetenschapper zich onlangs ^f. D e . , werkgroep Antropogenetika en rekombinant-DNA van de Utrechtse Biologen-vereniging organiseerde enkele weken geleden een symposium over het 'Sleutelen aan menselijke genen'. Daar bleek dat niet iedereen gelukkig is met de snelle ontwikkeling die het rekombinantonderzoek doormaakt. „Je moet er rekening mee houden dat er in de toekomst laboratoria bezet gaan worden en dat de zaken kort en klein geslagen worden."
De kritische studies over de mogelijke nsico's van het DNA-onderzoek worden veelal begeleid door indringende illustraties van monsterlijke gedrochten, die niet zouden misstaan op de cover van menig SF-boek. De goede bedoelmgen van de huidige wetenschappers om de mensheid te dienen zouden wel eens verlaten kurmen worden en dan doemt het beeld op van toepassingen, waarbij het oogmerk is de mens te veranderen in een willoze slaaf, danwei een raszmver supermens Dit toekomstbeeld, destijds inspirerend voor Huxley, Orwell en vele anderen, kan de mens weliswaar gevoelig maken voor problematische aktuele ontwikkelingen, maar het is voorlopig nog met aan de orde. Het aardige van het symposium in de Domstad was wel, dat nu al, aan het begm van een nieuwe ontwikkeling m de biologie en de geneeskunde, nagedacht werd over de ethische problemen van het onderzoek naar en het ingrijpen in het erfelijk materiaal van de mens. Deze problemen zijn aktueel geworden nu de techniek van de buitenbaarmoederlijke bevruchting, populair gezegd, de reageerbuisbaby, in opmars is. Bij deze techniek wordt de eicel, die door een fysiek defekt bij de vrouw niet op normale wijze bevrucht kan worden, via een kleme ingreep bij de vrouw weggenomen en m een reageerbuis samengebracht met zaadcellen van de man. De aldus bevruchte eicel ondergaat in de reageerbuis een aantal delingen. Na ongeveer drie dagen wordt het embryo weer mgebracht bij de vrouw. Met deze techniek zijn de mogelijkheden om te gaan sleutelen aan de menselijke erfelijkheid een stap dichterbij gekomen. In eerste instantie richt men zich daarbij op de m de reageerbuis ontwikkelde cellen van het embryo om te onderzoeken of deze afwijkend zijn. Wanneer in dit chromosomenonderzoek een afwijking (bijvoorbeeld mongolisme of een ernstige stofwisselingsziekte) gekonstateerd wordt, kan dat aanleiding zijn om te beslissen het embryo niet in te planten in de baarmoeder. Het is duidelijk dat op deze wijze eventuele erfelijke afwijkingen veel eerder opgespoord kunnen worden dan in het gangbare vruchtwateronderzoek, dat meestal in de 15e of 16e week van de zwangerschap verricht wordt. Nog een stap verder, en ethisch een nog groter probleem, zijn de mogelijkheden van de zogenaamde genetic engineering of gen-therapie' de doelgerichte bewerking van het erfelijk materiaal. Met de huidige k e m i s van de struktuur van het DNA-molekuul bestaat Immers de (vooralsnog theoretische) mogelijkheid om afwijkingen In het embryo uit te bannen door
Wim Crezee het repareren of anderszins mampuleren van een gen.
Rasverbetering Er zijn momenteel zo'n drieduizend erfelyke afwijkingen bekend en met behulp van de steeds grondigere analyse-methoden worden er per week drie nieuwe afwijkingen ontdekt Het aantal bekende erfelijke ziekten en afwijkingen zal zich, zo verwachtte de antropogenetikus prof. Pearson, uitbreiden tot vijftigduizend, want elke zogenaamde strukturele gen kan een afwijking bevatten. Het IS echter niet waarschijnlijk d a t alle erfelyke ziekten in aanmerking komen voor gen-therapie. Bijvoorbeeld eigenschappen als mtelligentie of algemene lichamelyke kondities worden, voor zover erfeUjk bepaald, veroorzaakt door een komplex samenspel van diverse genen. En dan is
doelgerichte bewerking van het betreffende genetisch materiaal uitgesloten, aldus Pearson, die verwacht dat de gen-therapie in de toekomst incidenteel zal worden toegepast voor een zeer beperkt aantal ziekten. Ondanks de nog beperkte kennis op het gebied van rekombinant-DNA wordt nu al gesproken over invriezen en experimenteren met eicellen, het kopieren van mensen, het genetisch bevorderen van muzikaliteit en dergelijke. Het zal duidelijk zijn d a t deze onderzoekingen makkelijk uit de hand kunnen lopen. Dat zou niet voor het eerst in de geschiedenis zijn. Bekend zijn de zogenaamde medische experimenten terwille van „rasverbetering" tydens de periode van het derde rijk. De Utrechtse hoogleraar in de gynaecologie en verloskunde prof. Haspels memoreerde op het symposium aan een experiment in de Verenigde Staten, waarbij levende kankercellen zonder toestemming aan 22 gevangenen waren toegediend. Overigens moet je soms, volgens Haspels, een vraagteken zetten achter de „informed consent" (toestemming van de patient om medisch te mogen Ingrijpen). Zo is er een geval van een onderzoeker bekend die een moeder vroeg kankercellen van de dochter bij haar in te mogen spulten, zodat ziJ
anti-stoffen voor de dochter zou kunnen produceren. „Welke moeder zou dan nee zeggen? De dochter stierf na zes weken en de moeder stierf 155 dagen later aan dezelfde kanker." Volgens Haspels, die ook voorzitter is van de ethische kommissie van het Academisch Ziekenhuis Utrecht, gelden voor het toepassen van gen-therapie dezelfde eisen als die bij elk medisch-experimenteel onderzoek gehanteerd worden: gunstige resultaten bij dierproeven, het experiment moet geen onaanvaardbare schade met zich meebrengen, de patiënt moet volledig geïnformeerd zijn en te allen tijde de proefiieming kunnen mogen
Biologen organiseerden symposium staken, proefiiemingen bij ernstig zieken moeten een leefbaar leven ten doel hebben, proefiiemingen moeten qua kosten maatschappelijk verant^ woord zijn.
Legitimatiekrisis WAT IS REKOMBINANT-DNA? In elke cel van elk mens, dier en plant bevindt zich DNA (de afkorting staat voor desoxyribonucleïnezuur) in de vorm van spiraalvormige langgerekte molekulen. Het DNA bevat in chemische codes alle informatie over de erfelijke eigenschappen van de levende wezens. Via een in de cel aanwezig mechanisme worden de „woorden" van de erfelijke kode afgelezen en „vertaald" in eiwitten die de bouw en funktionering van het organisme reguleren. Op die manier gedraagt het DNA zich in levende wezens als een ponskaart in een komputer: het geeft aanwijzingen wat een bacterie moet doen en het zorgt ervoor dat de nakomelingen van katten katten en van bloemkool bloemkool zijn. De hoeveelheid en komplexiteit van het DNA varieert van soort tot soort. Is die van de bacterie nog vrij gering, bij de mens is de lengte van het totale DNA-molekuul uitgerold wel enkele meters lang. De bestudering van de menselijke erfelijkheidsdragers was daarom tot voor kort een onbegonnen zaak. Maar de ontdekking van zogenaamde restriktie-enzymen maakte het mogelijk om het DNA stukje bij beetje te bestuderen. Deze enzymen zijn namelijk eiwitten die het DNA op een nauwkeurig te bepalen plaats in
stukken kunnen knippen, waardoor kleine gedeelten van het DNA geïsoleerd kunnen worden. De aldus verkregen stukjes DNA worden ingebouwd (gekloneerd zeggen de molekulair biologen) in het DNA van een eenvoudig organisme, waarvan de eigenschappen goeddeels bekend zijn (bijvoorbeeld een stukje kikker-DNA in een bacterie). Door de veranderingen in eigenschappen na te gaan, krijgt men informatie over de werking en funktie van dat kleine stukje DNA (ook wel genen genoemd). Omdat het hier gaat om het opnieuw kombineren van stukjes DNA wordt dit werk doorgaans aangeduid met de term rekombinan t-DNA-onderzoek. De diskussies over de risico's van dit onderzoekswerk gaan met name over het feit dat nooit helemaal voorspelbaar is welke eigenschappen de nieuwe rekombinant zal hebben. Aangevoerd wordt dat de Escherichia coli K 12, de darmbacterie die in de meeste gevallen als proefobjekt in het rekombinant-onderzoek dient, zodanig „kreupel" is gemaakt dat zij buiten de laboratorium-omstandigheden geen overlevingskansen heeft. Maar de vraag blijft of een dergelijke bacterie toch niet een mogelijkheid zou kunnen vinden om buiten het laboratorium te overleven, te meer omdat zij immers op niet geheel voorspelbare wijze is gewijzigd.
bindingen worden door de wetenschapper vaak doelbewust nagestreefd om z'n mogelijkheden voor research te vergroten. Zoals u weet werkt op de wereld ongeveer de helft van de fysici aan militaire Objekten" Deze sociale inbedding van kennisontwikkeling heeft volgens Jelsma bijvoorbeeld in de geneeskunde tot gevolg dat men zich niet meer oriënteert op het onderzoeken van ziekten in de landen van de derde wereld. De derde wereld is immers niet koopkrachtig en door de belangenverwevenheid met het op ekonomisch rendement gerichte bedrijfsleven oriënteert men zich eerder op kennisontr
Dr. Jelsma, bestuurslid van de Vereniging van Wetenschappelijke Werkers, ging op het symposium met name in op de problematische kanten van het DNA-onderzoek. Hy voorzag d a t de biologie door de nieuwe kennisontwikkelingen te maken krijgt met een legitimatiekrisis. Daarmee komt deze wetenschap in dezelfde positie als andere bèta-wetenschappen: de natuurkunde met haar verantwoordelijkheid voor de wapenwedloop, de chemie heeft een afvalschandaal en het feit dat dertig procent van de patiënten regelmatig zogenaamde alternatieve genezers konsulteert, wijst op een legitimatiekrisis in de traditionele geneeskunde. De vraag die de bloloog tot bezinning moet nopen is of hij wil eindigen zoals de talrijke atoomlysici die in de nadagen van hun leven spijt hadden van de ontwikkelingen waartoe zij hadden bijgedragen. Jelsma zag in de sociale strukturen waarin de kennisontwikkeling in de biologie ingebed is een belangrijke oorzaak van de zichtbare scheuren in de maatschappelijke geloofwaardigheid van deze wetenschap. „In de loop van de 20e eeuw is er", zo stelde hij, „een belangenverwevenheid ontstaan tussen het wetenschappelijke, industriële en militaire bedrijf en de overheid. Er is een sterke toename van interaktles tussen die sociale groepen te konstateren: de wetenschapper kan zijn kennis doorgeven aan het bedrijfsleven of het militaire laboratorium. Aan de andere kant heeft de industrie of het militaire laboratorium de wetenschapper een interessante baan aan te bieden. Deze ver-
^«^
wikkeling ten bate van westerse groepen die de research en produktie kunnen bekostigen. Jelsma zag voorts een groot probleem in het feit d a t de 'sociale dragers' van de kennisontwlkkelmg in de biologie grote invloed hebben op de* wyze waarop de problemen van kennisontr wikkeling worden vastgesteld. Hij refereerde daarbij aan de vaak eenzijdig samengestelde kommissies die belast zijn met het opstellen van richtlijnen en beperkende maatregelen voor het rekombinant-onderzoek. „Hei systeem dreigt op deze manier in zichzelf gesloten te raken, met zeer weinig terugkoppeling naar buiten."
Konkunentie Een ander kenmerk van de sociale inbedding van de biologische kennisontwikkeling is, zo stelde Jelsma, een konkurrentle tussen de diverse blok ken van sociale dragers. Immers de eigen nationale wetenschap moet konkurrerend bij ven ten opzichte van die van andere landen, zo wordt gesteld. Niet in de laatste plaats omdat een kommercieel toepasbare DNAtechnologie extra brandstof kan zijn voor de stotterende motor van de nationale ekonomie. De konkurrentie werkt dan legitimerend ten aanzien van de aktiviteiten van wetenschappers. Strenge maatregelen voor beveiUgtng van het DNA-onderzoek worden daardoor uitgehold, alsdus Jels ma. Zo stelde de toenmalige minister van wetenschapsbeleid. Van Trier, in 1979, d a t het -risicovolle- C3 laborato riumonderzoek vooruitlopend op het advies van een daarvoor opgenchte kommissie alvast opgestart moest worden, want anders zal er „ongewv feld een achterstand ontstaan in het rekomblnan1>DNA onderzoek op het gebied van bijvoorbeeld biochemie, mikroblologie, molekulaire genetika en procestechnologie. Er zijn dan ook
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981
Ad Valvas | 434 Pagina's