Ad Valvas 1981-1982 - pagina 85
AD VALVAS — 9 OKTOBER 1981
5
Interview met Bert Musschenga, studiesecretaris van iiet Bezinningscentrum
Bezinningscentrum: een 'luis in de pels van de VU' leaer na van ae vu-gemeensenap kreeg een lolder m de bus over de activiteiten van het Bezinningscentrum. Dit centrum is opgericht om zoals het in de folder staat: 'De diskussies over vragen rond de identiteit van de VU als christelijke universiteit nieuwe impulsen en een grotere diepgang te geven.' In tegenstelling tot de Werkgroep Doelstelling houdt dit centrum zich niet bezig met de practische toepassing van de doelstelling in het aanstellingsen benoemingsbeleid, maar veel meer met essentiële vragen. De vraag komt op of de doelstelling op dit moment eigenlijk niet alleen een formele zaak is bij de benoeming van personeel en dat er aan de essentiële vragen geen aandacht besteed wordt. De studiesecretaris van het Bezinningscentrum, dr. Bert Musschenga, zegt daar het volgende over: 'Dat is wel de practijk en zelfs dan is het de vraag of die nog goed aan de orde gesteld wordt. Het is vaak een soort formaliteit die dan aan het emd van een sollicitatie aan de orde komt. Dit soort afsterven van een reële functie van de doelstelling is eigenlijk de aanleiding geweest om een Werkgroep Doelstelling op te zetten. De werkgroep heeft zich de afgelopen jaren vooral bezig gehouden met vragen als; "Wat is de rol van de doelstelling bij benoemingen en bij de verkiesbaarheid van personen in besturen en raden?" Dat is echt op de actualiteit gericht werken en werkelijk nadenken over watje met zo'n doelstelling wil, daar is men niet aan toe gekomen. Uit het besef van die lacune heeft men toen het initiatief genomen om iets als een bezinningscentrum op te richten, een plek waar je mensen uit alle hoeken van de universiteit bij elkaar kan halen om eens te gaan praten over vragen op het gebied van levensbeschouwing en wetenschap.' Zv)n er ook mogelijkheden om, invloed uit te oefenen om tot een betere toepassing van de doelstelling? 'Dat weet ik niet, maar we zijn er wel mee bezig. Het is een streven. Ik kan het best verwijzen naar onze deelname aan de studiedag "VU tussen twee VU-ren". Dat was een van de weinige gelegenheden waar de VU ter verantwoording werd geroepen met betrekking tot de identiteit, met een blik naar het verleden, van wat is er eigenlijk terecht gekomen van alle intenties die altijd aan de doelstelling worden opgehangen en met een blik naar de toekomst, zo van wat wil je in de toekomst als christelijke universiteit. Hoe vul je dat in in je onderwijs en je onderzoek? Die studiedag is geweest en er zijn een aantal beleidsaanbevelingen gedaan die voor een deel liggen op het gebied van de concretisering van de doelstelling. Wij proberen om die doelstelling uit de juridische sfeer te halen, dat er meer functies moeten komen dan alleen een barrière bij de benoeming van een aantal personen. Dat kan alleen maar gebeuren als er op het werkniveau, by de plannenmakerij, geprobeerd wordt om die doelstelling ook als inspiratiebron te laten fungeren. In die richting wU het Bezinningscentrum en de Werkgroep Doelstelling wet wat service verlenen, wat prikkels afgeven. Veel meer kan er ook niet gedaan worden.' Is er plaats voor een universiteit met een christelijke doelstelling in de hedendaagse samenleving? 'Dat zal in de eerste plaats bewezen moeten worden door die universiteit zelf. Men kan het beschouwen als een opdracht waaraan de komende jaren gewerkt moet gaan Advertentie
BALLET Klassiek en Jazz Nieuwe grote studio In de Jordaan Paimstraat 11 Inf. tel 020-242492 (tussen 9 00 en 10 00)
Harry Endendijk worden, dat een christelijke universiteit meer is dan een universiteit met een etiket er op. De pogingen die op dit moment in het werk gesteld worden om het werk van de v u meer te betrekken op wat er gebeurt in de Wereldraad is ook een poging om vorm en inhoud te geven aan de doelstelling. Er gebeuren wel allerlei dingen.' Is het geen probleem dat de mensen die deelnemen aan de discussies binnen het Besmningscentrum bijna altijd belijdende christenen sijn en een groot deel van de VUgemeenschap dat niet is? 'Dat is zeker een complicerende factor. Het IS zeker niet het uitnodigingsbeleid van ons centrum dat alleen maar gezocht wordt naar mensen die zich rekenen tot de groep van belijdende christenen maar die zullen zich sneller aangesproken voelen voor dingen die wij aan de orde stellen. In de activiteiten die wij organiseren proberen we de zaken altijd zo te presenteren dat ze ook interessant zijn voor buitenstaanders, wat men dan traditioneel als buitenstaander aanmerkt. Het feit dat er hier aan de VU een groot aantal mensen zit die geen banden heeft met de christelijke gemeenschap heeft voor het Bezinningscentrum de konsekwentie dat er naar twee richtingen gewerkt moet worden. Er moet zowel gewerkt worden in de richting van die groep - er moet duidelijk gemaakt worden dat een christelijke universiteit geen onzin is - en in de richting van de besturen van de univer-
Christa Thoolen, voorheen studievoorlichtster, nu studentendekaan voor eerstejaars aan de Tüburgse hogeschool, in het hogeschoolblad: 'De student kan sich in de toekomst minder dan ooit permitteren om een foutieve studiekeuze te maken. Dat stelt hoge eisen aan de voorlichting. Die voorlichting moet vooral objektief sijn. Er gaan de laatste tijd stemmen op om studenten te gaan werven. Veel universiteiten willen, om in de toekomst voldoende studenten te krijgen, reklame gaan maken. En men wil de studievoorlichting daarop afstemmen. Dat vind ik verwerpelijk, omdat je de abituriënten op die manier om de tuin leidt. Voor Tilburg zal dat punt vooral gaan spelen zodra Maastricht een ekonomische en een juridische fakulteit krijgt. Maar de hogeschool mag niet bezwijken voor de verleiding om dan maar een gekleurde voorlichting te gaan geven. Dat sou alleen teleurstelling teweeg brengen. Er verdwijnen so al genoeg studenten geruisloos van het toneel, selfs sonder dat se sich afmelden.'
siteit, ook m die van de Vereniging. Bestuurders moeten soms nog overtuigd worden van de noodzaak om op een nieuwe manier met die doelstelling om te gaan.' Het Besinmngscentrum wil een trefpunt van alle geledingen binnen de universiteit sijn, is de groep van wetenschappelijk personeel dan met erg oververtegenwoordigd? 'Misschien kan ik dat het beste verduidelijken door onderscheid te maken tussen de verschillen poten van ons werk. Ten eerste is er het werk van de studiegroepen, die voor 95 procent bestaan uit wetenschappers. Zij moeten op diverse vragen een bijdrage leveren en ze moeten bereid zyn'met mensen van andere disciplines over die vragen van gedachte te wisselen en ook bereid zijn daarover eens een stuk te schrijven. Die studiegroepen zyn dus publicatiegericht. Ten tweede is er dan de publicatiereeks. Het fonds van mensen waaruit wi) willen putten om publicaties te schrijven, dat zijn wetenschappers. De doelgroep van de publica-
geven omdat de belangrijkste poten van ons werk nog nauwelijks tot volle wasdom gekomen zijn. Maar ik kan toch wel iets specificeren. Bij de studiegroepen vind ik wel dat het goed gaat, die draaien nu en ik heb wel goede hoop dat die op den duur ook met stukken op tafel komen. De eerste publicatie uit de publicatiereeks verschijnt binnenkort en de planning voor volgend jaar en 1983 ziet er allemaal aardig en redelijk uit. Of de publicaties gewaardeerd en gekocht zullen worden dat valt nog niet te zeggen. De belangstelling voor de gespreksgroepen en de VU-vieringen is toch niet dat wat ik ervan gehoopt had. We hebben twee keer een folder de wereld m gestuurd. De reakties op de eerste folder waren machtig en de reaktie op de tweede is nog niet bekend; die hebben de studenten nog niet gekregen. De reaktie van de WP-ers en TASsers is op dit moment ook matig. Als dat de conclusie IS die we op grond van de reakties moeten trekken dan betekent dat dat we de gespreksgroepen
i
A W. Musschenga ties is natuurlijk veel breder, daar vallen ook studenten onder. De derde poot is de poot van de gespreksgroepen. Hiermee willen we ons eigenlijk richten tot alle geledingen van de universiteit. In de gespreksgroepen, en dat is ook de feitelijke praktijk, zitten zowel wetenschappers als studenten, als ook wel een enkele TAS-ser. Dus twee van de drie poten van het werk zyn nogal sterk op het wetenschappelijk personeel gericht, de derde poot richt zich ook tot de andere groepen.' Moet het Besinmngscentrum lastig en kritisch sijn? 'Ja.' Is het centrum dat ook? 'Ik denk, dat ik daar wel ja op kan zeggen. Wat wü bezig zijn te doen als foUow-up op de studiedag "VU tussen twee VU-ren", dat zou ik best willen aanmerken als kritisch zijn ten aanzien van de manier waarop tot nu toe met de doelstelling is omgesprongen. Maar we zijn geen actiegroep. We willen, zoals het ook keurig in de folder staat, een platform zijn voor verschillende meningen. Dat is ook gezien hetbeleid van het bestuur van het Bezinningscentrum nummer één, die platformfunctie. Aan de andere kant leeft er ook een heel sterk gevoel binnen ons bestuur om zelf een soort denk-tank te worden als het gaat om vragen die de identiteit van de VU betreffen. Door de bekende ontwikkelingen van het herstructureren en de bezuinigingen wordt het voor de faculteiten en vakgroepen levensnoodzakelijk om de vraag te stellen waar men heen wil met het onderwijs en onderzoek, wat kan in de toekomst nog en wat mag perse niet. Biedt de be2anning die door die ontwikkelingen nodig wordt kansen om de prioriteiten opnieuw te gaan bezien?' Als er een balans wordt opgemaakt over de afgelopen jaren, hoe siet die er dan uit? 'Dat is een vraag die ik iruj zelf ook van tijd tot tijd stel, en het antwoord dat ik daar op geef is dat ik daar nog geen antwoord op kan
eens nauwkeurig onder de loep moeten nemen. We moeten ons dan afvragen waarom bepaalde activiteiten de mensen niet bereiken. Daar kun je misschien hele simpele verklaringen voor geven, dat het aanbod van mogelijkheden aan de VU nog enorm is, dat mensen worden doodgeslagen met groepen, lezingen en dergelijke. Een andere verklaring is wat de algemene matheid wordt genoemd. En je kan natuurlijk niet uitsluiten dat ons programma niet zodanig is dat het de mensen aanspreekt. Dat zou ik graag eens willen horen.'
Wat sijn de plannen voor de toekomsf 'We zijn op dit moment bezig om een commissie in te stellen die zich gaat bezighouden met de contacten tussen de Wereldraad van Kerken en de VU. Dit is een onderneming waarbij het Bezinningscentrum een beetje het voortouw wil nemen. Als de kontakten met de Wereldraad een hogere prioriteit gaan krijgen binnen het beleid dan kun je zeggen dat het een stukje profilering is van de VU. Voor de rest wil ons bestuur zelf nadenken over wat er de komende tijd moet gebeuren wil de VU zijn bestaansrecht als christelijke universiteit waarmaken. Dat IS natuurlijk iets anders dan dat de VU altijd moet zoeken naar kenmerken die haar onderscheidt Van andere universiteiten. Wi) willen het veel meer zo aanpakken dat we zeggen wat zijn de problemen waar de tyd, de situatie en de wereld ons voor stelt, en wat mag je van een VU verwachten daaraan te doen. Dat zal zo de lijn zijn waarin de interne discussies van het bestuur van het Bezinningscentrum zich zullen gaan afspelen. Wat we graag zouden willen is dat er op den duur een groep hier aan de VU gevormd wordt van mensen die een goede kijk hebben op wat er op dit moment aan de gang is in de wereld, en die van daar uit eens gaan praten over de vraag wat er hier moet gaan gebeuren. We willen voorkomen dat de VU de komende tijd achter de ontwikkelingen blijft aan lopen. Misschien zou het mogelijk zyn dat we op een aantal punten ook eens voorop lopen. Maar dat is een klein droompje dat binnen het bestuur van het Bezinningscentrum wel eens gedroomd wordt. Bij de realisering van die droom wil het bestuur zeker wel een rol vervullen. Het centrum moet de komende jaren "een luis in de pels van de VU blijven", moet van tijd tot tijd steekjes geven en zorgen dat de VU niet inslaapt, dat op het juiste moment de juiste vragen gesteld worden. Ondanks het feit dat de tijd voor de universiteiten niet makkelijk is moeten de essentiële vragen niet achtergesteld raken. Het Bezinningscentrum is wel opgericht in een tijd waar zo'n centrum erg nodig is, maar van de andere kant kun je ook zeggen dat de tijd tegen ons is.' Meer informatie over de activiteiten kan men vinden in het Programma 1981/1982 dat iedereen in de bus gekregen heeft. In de tweede helft van oktober is het jaarverslag 1980/1981 beschikbaar.
Nog meer geld.
De Nederlandse Organisatie voor Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek (ZWO) heeft voor het cursusjaar 1981-1982 aan elf Nederlandse geleerden een stipendium verleend voor onderzoek in het buitenland. Hiermee is een bedrag gemoeid van 566 duizend gulden. Dat is gemiddeld 51 duizend gulden per persoon. De steunverlening is bestemd voor jonge, afgestudeerde onderzoekers van wie men verwacht dat zij een belangrijke wetenschappelijke positie in Nederland zullen gaan innemen. De stipendia zijn bedoeld de onderzoekers in staat te stellen een jaar lang hun aandacht te richten aan onderzoek naar keuze. Zeven van de geleerden hebben te kennen gegeven in de Verenigde Staten te willen werken. Twee kozen voor Canada, een voor Engeland en een voor Israel. Onder de geselecteerde kandidaten bevindt zich één vrouw.
Daarmee was de pot nog niet leeg. ZWO heeft bovendien nog eens 600 duizend gulden ter beschikking gesteld aan achttien jonge, afgestudeerde onderzoekers om hen in staat te stellen enige tijd in het buitenland kennis te nemen van nieuwe ontwikkelingen op hun vakgebied. Onder hen bevinden zich drie beoefenaars van de geesteswetenschappen, zes van de exacte vakken, vijf biologen, twee maatschapPijwetenschappers, een medicus en een veeartsenijkundige.
Volkshogeschooljubileert Enige honderden betrokkenen hebben vorige week woensdag in Amersfoort gevierd dat het volkshogeschoolwerk vijftig jaar in ons land bestaat. Ze concludeerden dat er nog steeds toekomst is voor de volkshogeschool. De volkshogescholen moeten gekenmerkt blijven door een kritische houding ten opzichte van de maatschappij. Daarmee zullen ze althans voorlopig geen onderdeel zijn van de gevestigde maatschappelijke instellingen. Dit bleek zowel uit een toespraak van voorzitter K. Kool van de Vereniging voor Volkshogeschoolwerk, als uit bijdragen van anderen die hun visie gaven op de rol en de betekenis van het volkshogeschoolwerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981
Ad Valvas | 434 Pagina's