Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 67

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 67

10 minuten leestijd

AD VALVAS — 25 SEPTEMBER 1981

Straks afgelopen met neveninkomsten en toeslagen medisch specialisten De nieuwe minister van onderwijs, Van Kemenade, erft van zijn voorganger Pais onder andere een nieuwe honoreringsregeling voor medische specialisten in akademische ziekenhuizen. Pais wilde deze regeling indien mogelijk vóór 1 januari 1982 laten ingaan. De bedoeling is het inkomen van specialisten in akademische ziekenhuizen op een zelfde niveau te brengen als dat van h u n kollega's in de perifere ziekenhuizen. Momenteel wordt dat niveau slechts bereikt door allerlei toelagen en neveninkomens. Als de regeling ingaat komt hier een einde aan. Neveninkomsten worden verboden, toelagen afgeschaft. Specialisten die nu in dienst zijn van de fakulteit geneeskunde maar werken binnen het akademisch ziekenhuis, krijgen twee deeltijdse aanstellingen. Hierdoor wordt enerzijds de begroting van onderwijs ontlast, anderzijds krijgen de direkties van de akademische ziekenhuizen meer greep op het doen en laten van hun personeel. In het begin van de jaren zestig werd het steeds moeilijker om hooggekwalificeerde artsen voor de universitaire wereld aan te trekken. Het ambtelijk inkomen van een specialist in een akademisch ziekenhuis is meestal veel lager dan dat van zijn koUega in een perifeer ziekenhuis. Om dit inkomensverschil te verkleinen werd in 1961 de Querido-regeling ingesteld. Die voorziet in een extra-ambtelijke honorering van ongeveer 10.000 gulden zonder regels te stellen aan de mogelijkheid van vrije praktijkvoering. Ondanks deze regeling bleef men ontevreden. In X969 leidde dit tot een advies van de kommissie-Smallenbroek een fonds in te stellen waaruit een extra-honot-ering betaald zou worden. Ieder akademisch ziekenhuis heeft zijn eigen 'Smallenbroek-pot'. In de meeste gevallen is er nooit iets uitgekeerd. Wel is hierin in de loop der jaren 350 miljoen gulden opgepot, waarvan Utrecht ongeveer 60 miljoen voor zijn rekening neemt. De Smallenbroek-pot is niet voor het eigenlijke doel gebruikt, maar er is al enkele lieren een greep in gedaan. De Tweede Kamer heeft in 1977 tevergeefs geprobeerd er 20 miljoen aan te onttrekken voor de opzet van moedermavo's. In 1980 lukte het Pais 60 miljoen te gebruiken voor de financiering van investeringen in akademische ziekenhuizen. De Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter Bevordering der Geneeskunst (KNMG) en de Vereniging van Nederlandse Ziekenfondsen (VNZ) spanden een kort geding aan. Pais kreeg gelijk wat de 60 miljoen betrof maar mocht van de rechter nooit meer geld aan de pot onttrekken voor andere doeleinden dan waarvoor ze bestemd is.

Querido-regeling De voorgestelde nieuwe honoreringsregeling komt in de plaats van de Querido-regeUng. De specialisten zullen uiteindeUjk uitsluitend op basis van een herziene ambtelijke aanstelling bij het ziekenhuis patiëntenzorg verrichten. Vrije praktijkvoering is dan verder verboden.t^!Siii(((4 * frv- J^V***«* vsaatj-

Janus van de Ven Voordat het zover is komt er eerst nog een funktiewaarderingsonderzoek. In deze periode blijft vrije praktijkvoering mogelijk. Er moet echter aan enkele voorwaarden worden voldaan en die zijn veel specialisten in het verkeerde keelgat geschoten. Er moet op afdeUngsniveau een regeling komen voor de verdeling van de extra inkomsten. Deklaraties worden centraal geïnd door het akademisch ziekenhuis dat ook zorg draagt voor de verdeling. Specialisten die buiten het ziekenhuis patiënten behandelen moeten jaarlijks een gewaarmerkt afschrift van hun aangiftebiljet voor de inkomstenbelasting inleveren bij het ziekenhuis. Prof.dr. Gispen tot voor kort dekaan van de fakulteit der geneeskunde, liet in juni weten dat 'het verschaffen van een gewaarmerkt afschrift van het aangiftebiljet inkomstenbelasting ter kontrole van inkomsten uit eigen praktijk buiten het akademische ziekenhuis, al op

algemene gronden onaanvaardbaar is. Een aangiftebiljet geeft immers veel meer informatie over persoonlijke aangelegenheden, dan voor het gestelde doel noodzakelijk is. Wij achten dit een schending van het privacy-recht. Wij kennen in Nederland geen voorbeeld waarbij werknemers een dergelijke overtrokken voorwaarde van hun werkgevers hebben moeten aksepteren.' Sinds Pais een greep heeft gedaan in de Smallenbroek-pot wordt hij niet meer vertrouwd. Gispen gaat verder: 'De binnenkomende bedragen moeten op een afzonderlijke rekening worden geboekt waarbij de gemachtigden alleen kunnen handelen volgens een tevoren definitief vastliggende schriftelijke volmacht, waardoor onder meer de bestemming van deze gelden niet eenzijdig door de overheid kan worden gewijzigd. De veiUgste vorm hiervoor is een stichting.'

Smallenbroek-pot Ook prof.dr. Klinkhamer, Utrechts vertegenwoordiger in de Landelijke

vereniging van Akademici in Akademische Ziekenhuizen (LAAZ) reageert niet erg positief. 'De akademische ziekenhuizen moeten kunnen konkurreren met de perifere ziekenhuizen. Iemand kan het wel leuk vinden met onderwijs en onderzoek bezig te zijn maar als hem dat aanzienlijk scheelt in inkomen ziet hij er van af. Om dat verschil kleiner te maken is de Querido-regeling ingesteld. Later kwam de Smallenbroek-pot er bij. Voor het eigenlijke doel is nog niets uitgegeven. Dat maakt ons niet optimistisch voor wat betreft plannen om honoraria centraal te laten innen door het ziekenhuis. Binnen het AZU is op veel afdeUngen al lang sprake van een centrale inning. Bijvoorbeeld op chirurgie, rheumatologie, röntgendiagnostiek en longziekten. Een hoogleraar die aangesteld wordt, heeft recht op een partikuliere praktijk. De honoraria hieruit worden gebruikt om het eigen inkomen op een niveau te brengen dat redelijk kompetatief is met dat van een kollega in de perifere ziekenhuizen. Uit de rest worden de salarissen van de andere stafmedewerkers aangevuld zodat op deze

afdelingen iedereen even veel verdient, van hoogleraar tot jongste stafmedewerker. In deze maatschapsvormen worden lusten en lasten van onderzoek, patiëntenzorg en onderwijs gelijk verdeeld. Het is dan ook reëel om iedereen hetzelfde te laten verdienen.' Klinkhamer is bang dat de centrale inning een vertrokken beeld geeft van het specialisteninkomen. 'Door de vakaturestop wordt het aannemen van meer deelnemers doorkruist. Als er werk is voor zeventien mensen en er mogen er maar tien worden aangenomen, dan werken die tien langer, stel elf in plaats van acht uur per dag. Zij doen dan ook meer patiëntenzorg en- krijgen daardoor een hoger salaris. Als er nu een centrale inning van honoraria komt door de ziekenhuisadministratie, is de kans groot dat deze bestaande honoraria een eigen leven gaan leiden. Men vormt zich een oordeel over de hoogte van het inkomen zonder zich af te vragen wat daarvoor moet worden gedaan. Een oordeel over de norm van een 'inkomen mag eel's*«fön worden ge-'

geven wanneer men hierbij betrekt het aantal patiënten, het aantal uren dat men in onderwijs en onderzoek steekt.'

Wildgroei Het verbieden van vrije praktijkvoering wordt met gemengde gevoelens ontvangen. Velen vinden dat het hoog tijd wordt omdat er volgens hen sprake is van wildgroei.' Een inventarisatie bij een van de akademische ziekenhuizen wees uit dat de komplete staf ook werkte in perifere ziekenhuizen in de omgeving. Het raadsel van de plotselinge financiële drainage van het eigen ziekenhuis kon toen worden opgelost. Financieel aantrekkelijke patiënten werden buiten medeweteri van de direktie doorgestuurd naar die perifere ziekenhuizen waar diezelfde arts ook praktijk hield. Een ander voorbeeld werd door de Telegraaf aan de kaak gesteld. Een Utrechtse hoogleraar kardiologie zou zijn afdeling voornamelijk door zijn stafleden laten runnen en zelf in Zeeland een partikuliere nevenpraktijk hebben. Een kort geding

was het gevolg. Bij zijn woning stond inderdaad een bord met onder andere de tekst 'konsult volgens afspraak' maar volgens de raadsman van de hoogleraar was dat bord afkomstig van diens praktijk uit Amsterdam en had hy het uit sentimentsoverwegingen mee naar Zeeland genomen. Er zijn meer specialisten die nevenwerkzaamheden hebben buiten het akademisch ziekenhuis. Twee werken er bijvoorbeeld op de afdeling toxikologie van het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid, een ander houdt er een geneesmiddelenfabriekje op na. Echt kontrole op deze nevenwerkzaamheden is er niet. Men vertrouwt op de kollegiale toetsing maar die is al vaker tekort geschoten. Een nadeel van het verbieden van vrije praktijkvoering geeft Klinkhamer: 'In de kleinere privé-praktijk sde je alledaagse gevallen. Die worden dan doorgesluisd naar het akademisch ziekenhuis. Dat is belangrijk voor de opleiding van studenten en specialisten.' -tv» .ii.^.^.äiftJ»ai«.«aa.

In de eindfase krijgt de specialist een aanstelling in deeltijd bij de universiteit en een aanstelling in deeltijd bij het akademisch ziekenhuis. In 1979 lieten Pais en Giruaar weten dat zij van plan waren de politieke verantwoordelijkheid van de akademische ziekenhuizen over te hevelen van onderwijs naar volksgezondheid. 'Wij zijn van mening dat de akademische ziekenhuizen eerst en vooral instellingen zijn van klinische en poliklinische patiëntenzorg, die mede ten dienste staan van onderwijs en onderzoek.' De ministers dachten aan een verhouding van onderwijs- en onderzoekstaken ten opzichte van patiëntenzorg van 35:65. Met deze maatregel wil men de begroting van onderwijs ontlasten. Problemen zijn er echter volop. In de eerste plaats is niemand er voor dat er twee kapiteins op een schip komen. De landelijke koördinatiegroep akademische ziekenhuizen, universiteiten en fakulteiten der geneeskunde liet weten dat een goed bestuur en beheer ernstig wordt belemmerd wanneer de onderscheiden taken in het akademisch ziekenhuis door verschillende ministers en hun departementen worden behartigd. Als waarschuwend voorbeeld van^zt^n situatie geven zij Maastricht. ^~~~~~~ Een ander probleem is het benoemingsbeleid. Voor de fakulteit is het niet voldoende als een nieuw te benoemen medewerker goed is in de patiëntenzorg. De wetenschappelijke kwaliteiten zijn zeker zo belangrijk. Gispen schreef naar aanleiding van deze plannen: 'De fakulteit der geneeskunde is dan immers voor haar toekomstige personeelsvoorziening grotendeels afhankelijk van normen die door de overheid in onderhandelingen met de ziektenkostenverzekeraars worden vastgesteld, met alle risiko's van dien.' Ook de sekretaris van het LAAZ, prof.dr. Koster is niet erg ingenomen met het splitsingsvoorstel van de ministers: 'Het is zonder meer juist dat men tracht de kosten, gemaakt voor anderen, terugbetaald te knjgen. De zuivere patiëntenzorgtaak zal dus door die organen betaald moeten worden die daarvoor zijn aangewezen. Omgekeerd zullen kosten voor onderwijs en wetenschappen gedragen dienen te worden. Hiervoor bestaan echter ook meerdere en andere wegen dan juist de overheveling van één der taken naar een ander ministerie.' Koster wijst er op dat de drie taken van een akademisch ziekenhuis, (patiëntenzorg, onderwijs en onderzoek) niet los van elkaar te zien zijn. 'In deze fakulteit is onderwijs en onderzoek zonder patiëntenzorg ondenkbaar en onuitvoerbaar, terwijl de patiëntenzorg in een akademisch ziekenhuis zonder onderwijs en onderzoek evenmin uitvoerbaar is. Deze kombinatie van taken maakt nu juist het akademisch ziekenhuis principieel anders dan de grote niet-akademische ziekenhuizen.' Op grond van al deze overwegingen verzoekt hij de vaste kamerkommissies van onderwijs en volksgezondheid 'de beide bewindslieden met de U ten dienste staande wettige middelen er toe te brengen het principebesluit van de overheveling in te trekken'. Pais beoogde met de nieuwe regeling ook een goede bestuurlijke organisatorische verhouding binnen het akademisch ziekenhuis tot stand te brengen. Dat is geen overbodige luxe. Tot nu toe was de hoogleraar in dienst van de fakulteit geneeskunde terwijl hij in het ziekenhuis werkte. De direktie van het ziekenhuis had in veel gevallen geen vat op hem. Bekend is het verhaal van de Utrechtse hoogleraar die weigerde een deel van zijn ruime behuizing af te staan. 'Je kan me de boom in. Stuur maar politie als je wilt dat de zaak ontruimd wordt.' Een andere hoogleraar verwijderde de direktie uit zijn kliniek. De laatste tijd gaat het beter, volgens de direktie. Door het financiële tekort wordt men in eikaars armen gedreven. Mr. Veenstra van het Bureau Akademische Ziekenhuizen zei het twee jaar geleden al: 'Het koninkrijk van de afdelingshoofden verloopt. Als je geen geld hebt kun je ook geen koninkrijkje spelen.'

u:tr-öa.U^-^^.^kf«i*, utrecht, Jie<y ='?iM«<-?''

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981

Ad Valvas | 434 Pagina's

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 67

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981

Ad Valvas | 434 Pagina's