Ad Valvas 1981-1982 - pagina 135
AD VALVAS — 13 NOVEMBER 1981
De /orumdiskiissie. V.l.n.r.: kraker Arién, Freek Bruinsma, Jan Naeyé (voorzitter), Piet Stoffelen en officier van justitie Manschet
Sociale bewegingen formuleren hun eisen op hoogste morele niveau
Het recht op verzet in een falende demokratie Onze parlementaire demokratie verkeert in een krisis. De kloof tussen burger en parlement is groeiende. Veel mensen hebben het gevoel dat ideeën (over kernenergie en kernbewapening bv.) die bij grote groepen van de bevolking leven door het parlement onvoldoende of te traag worden opgepikt en meerderheden in het volk niet steeds corresponderen met meerderheden in het parlement. Sociale bewegingen als de vrouwenbeweging, de milieu- en de kraakbeweging willen daarom meer aktieruimte om vaart te krijgen in de ontwikkeling naar een rechtvaardiger samenleving. Meer ruimte echter dan zij van de demokratische rechtsorde in Nederland krijgen toegemeten. Jammer, want sociale bewegingen zijn onmisbaar voor onze rechtsvorming. Zonder hun akties dreigt het recht in ons land te ontaarden in een salongesprek tussen juristen. De vraag daarbij is hoe ver je mag gaan met akties. Wat zijn de grenzen ervan? Is een blokkade een aktiemiddel dat de aktievoerder buiten de rechtsorde plaatsf en waarop door de overheid met geweld mag worden gereageerd? Of is het een legitiem machtsmiddel tegen instanties die over veel meer macht beschikken? Dit soort vragen waren de afgelopen weken aan de orde tijdens de lezingscyclus, die de juridische faculteitsvereniging QBD op de VU hield.
QBD-cyclus Recht van verzet Met name Freek Bruinsma, politicoloog en jurist en werkzaam aan de Rijksuniversiteit van Utrecht, hield een interessant betoog. Hij voerde een pleidooi voor méér aktieruimte dan nu nog binnen de rechtsorde wordt geaccepteerd. De huidige aktieruimte bestaat uit niet veel meer dan de mogelijkheid af en toe „au" te roepen als oföcièle besluiten zeer doen en het verzoek je aan te sluiten bij de ry wachtenden voor enigerlei staatsloket. Geweldloos en openlijk protest mag zich wat "hem betreft bedienen van machtsmiddelen, die de totstandkoming van een officieel besluit afdwingen, (effectieve meningsuiting zoals staken, kraken en blokkeren) terwijl anderz^ds de officiële besluitvorming inhoudelijk vrij is in haar besluit en over het legitieme geweldsmonopolie beschikt om haar besluiten uit te voeren.
Waarom die koudwatervrees? Waarom bekruipt de gezagsdragers vaak die koudwatervrees wanneer sociale bewegingen de straat op gaan' Volgens Bruinsma zijn dat niet veel meer dan nogal ongeregelde zootjes mensen die ergens goed kwaad over zijn. Mr. Geertsema mag dan wel eens denken dat er een hechte organisatie en vreemde financiering achter steekt, maar dat is niet zo. De straat, mclusief haar mogel\jkheden voor graffity, is bij uitstek geschikt voor meningsuitingen als „Dodewaard moet dicht" of „Alle kernwapens de wereld uit om te beginnen uit Nederland" Je hebt direct kontakt met het publiek en openbaarheid van onderen Dingen die de Gooise matras met zijn hapklare brokjes-informatie mist. Dit soort collectieve manifestaties houdt een beweging in beweging en
Jaap Kamerling vormt slechts ogenschijnlijk een bedreiging van de rechtsorde. Zolang deze - demokratie of niet - nog geen kans heeft gezien om een sociale beweging in te kapselen is de relatie tussen beide wat ongemakkelijk. Maar zodra een bewegmg is ingekapseld in de meer officiële strukturen wordt ze een kenmerkend onderdeel van de rechtsorde. Kyk maar naar de ontwikkeling van de vakbewegmg tot gewaardeerd sociaal partner en van de demokratisermgsbeweging van de jaren '60 naar de van bovenaf georganiseerde inspraak van nu. Eenmaal ingepakt zlJn we er trots op en maken er goede sier mee m het buitenland. Recht dat het resultaat is van sociale strijd bepaalt vaak de kwaliteit van een rechtsorde. Zo staat in onze geschiedenisboekjes dat Nederland in 1848 een constitutionele monarchie werd omdat koning Willem II, volgens zijn eigen verklaring, in 24 uur van conservatief liberaal was geworden. Dat was niet het resultaat van zelfstandig denkwerk. Nee, daarvoor was een bewustzljnverruimend middel nodig in de vorm van sociale onrust elders m Europa. De les die we volgens Bruinsma dan ook uit de geschiedenis kunnen trekken is dat we niet blJ voorbaat sociale bewegingen moeten veroordelen, alleen maar omdat hun collectieve manifestaties in strijd met de rechtsorde zouden zyn. Vandaag de dag wordt dit soort strijd gevoerd door vrouwen-, milieu- en kraakbeweging. In vergelijking met de jaren '60 zijn hun akties harder geworden, omdat de overheid nauwelijks meer reageert op reguliere vormen van protest, zoals petities en demonstraties, die zich hebben ontwikkeld tot een nieuw soort folklore op het Birmenhof, vnendel^k gadegeslagen door Haagse gezagsdragers. Volgens Bruinsma hangt de intensiteit van de buitenparlementaire aktie samen met de kwaliteit van de officieIe besluitvorming. Die kwaliteit bestaat met uit het eenvoudigweg inwilligen van de eisen van de sociale beweging, maar vooral uit de overtuigingskracht van de argumenten waarom eisen met of slechts ten dele gehonoreerd kunnen worden. Om verder
duideiyk te maken hoe aktie gewaardeerd kan worden haalt hij de ontwikkelingspsycholoog Kohlberg aan, die drie stadia van moreel redeneren onderscheidt. Je hebt mensen die zich in het preconventionele stadium bevinden, mensen in het conventionele stadium en mensen in het postconventionele. De eerste groep gehoorzaamt gewoon aan regels omdat men weet dat op overtreding een straf staat. De tweede (conventionele)groep conformeert zich niet alleen aan de regels die de groep (en op het nivo van recht en orde de samenleving) stelt maar steunt ze actief uit loyaliteit. Kohlberg herkent hier de „brave kinderen" en de „recht en orde"-mentalltelt. In het postconventionele stadium worden de regels niet zoals m het voorgaande stadium gehandhaafd maar worden er nieuwe gemaakt. In dit stadium probeert men tot een nadere bepaling van waarden en beginselen te komen, los van het gezag of de identfficatie met de groep. Op het eerste subnivo van dit stadium ligt er in het moreel redeneren een sterke nadruk op juridisch perspectief. Maar anders dan in het conventionele stadium, waar het recht a.h.w. ingevroren ligt, wordt hier de veranderlijkheid van het recht met het oog op wat nuttig of wenselijk is benadrukt. Idealen en beginselen worden hier echter nog gezien als kwesties van persoonlijke smaak en eventuele meningsverschillen opgelost door toepassing van procedurele regels. Op het tweede submvo echter worden morele oordelen geveld volgens umversele principes van rechtvaardigheid zoals wederkerigheid, gelijkheid en menselijke waardigheid. Bestaande regels worden niet zonder meer als juist aanvaard maar getoetst aan het individuele geweten.
Reaktie rechtsorde beneden nivo Deze stadiumtheorie beschrijft natuurlijk niet alleen de ontwikkeling van het morele oordeel, maar heeft ook een normatieve ondertoon: het postconventionele stadium is ethisch gezien de beste van de dne. In termen van deze theorie kan de samenhang tussen maatschappelijk protest en officiële besluitvorming kortgesloten worden met de uitspraak, dat een beschaafde samenleving en ontwikkelde rechtsgemeenschap zich kenmerkt door een debat over de publieke zaak op de nivo's van het derde stadium. Dit debat is echter niet te volgen door de meerderheid van de mensen die niet verder komen dan het conventionele stadium. De sociale bewegingen echter formuleren hun eisen op het hoogste nivo van rechtsethiek; het tweede subnivo van het derde (postconventionele) stadium, dat van universele principes van rechtvaardigheid. Collectieve manifestaties van die sociale bewegingen worden door de rechtsorde intussen beantwoord met handelingen die niet boven het tweede stadium uitstijgen. Een eerste argument om sociale bewegingen dus meer aktieruimte te geven berust op deze theorie van morele verontwaardiging. Of zoals Van IJzendoom zegt: „De morele kloof tussen postconventionele contestanten (activisten) en een (pre)conventionele publieke opinie mag niet overbrugd worden door postconventionelen via harde maatregelen tot regressie te dwingen." Meer
aktieruimte lijkt dus aan te sluiten bij een kwalitatief goede besluitvorming via, debat op hoog nivo. Kwalitatief slechte besluitvorming lokt buitenparlementaire akties uit, die op hun beurt daarop comgerend kunnen werken. Vaak vlucht de overheid tijdens het besluitvormingsproces bl) gebrek aan overtmgingskracht van haar argumenten in een „wisseltruc": inhoudelijke eisen van een sociale beweging worden gepareerd met procedurele trucs. Zo'n truc heeft succes als degene die nul op het rekest krijgt de beslissing als juist aanvaardt. Als de mtkomst van de procedure echter niet wordt aanvaard, kan dat wederom leiden tot buitenparlementaire aktie.
VWssehruc Een punt dat Bruinsma tenslotte aansnijdt is, dat onder bepaalde omstandigheden mbreuken op de rechtsorde toelaatbaarder zljn dan anders. Hoe kollektlever een goed dat men verwerpt is des te aanvaardbaarder het verzet. Van bepaalde geproduceerde collectieve goederen (kernwapens, kernenergie) kan memand, ook al heeft luj niet aan de produktie meebetaald (en de energieheffing geweigerd), worden uitgesloten en kan niemand de consumptie ontlopen anders dan door emigratie. Wie niet wil leven onder de atoom-paraplu van de NAVO of republikein In hart en nieren Is zal naar een atoomvrije republiek moeten verhuizen. Zolang hl] hier blijft wonen zal hij deze dingen opgedrongen kragen. Voor de rechtvaardiging van het verzet is dus van belang hoe collectief het goed is dat men verwerpt. De socioloog Wnght Mills wijst erop dat bij gemengde goederen als werkgelegenheid en huisvestmg nog wel particuliere oplossingen mogelijk zyn: zwart werken en kraken bijvoorbeeld. Maar bij stnkt collectieve goederen is dat per definitie onmogelijk. De angst voor een kernoorlog leidt automatisch tot maatschappelijk protest in termen van politieke ethiek. Anderzijds vertoont de officiële besluitvorming nogal eens de neigmg om publieke kwesties over strikt collectieve goederen „op te lossen" door of helemaal niets te besluiten of de wisseltruc toe te passen. In dergelijke situaties behoren sociale bewegingen de ruimte te hebben om effectief te protesteren en aldus de officiële beslultvormmg te dwingen tot een beslissing van hoge kwaliteit, die volgens Bruinsma overigens niet conform de eisen van Üe sociale beweging hoeft te zijn (de brede maatschappelijke diskussie over kernenergie red.) Enkele eeuwen geleden achtten de monarchomachen (George Buchanan 1506-1582) het toelaatbaar om heersers die zich niet aan de afspraken hielden gewelddadig uit de weg te ruimen. Zouden burgers dan vandaag de dag niet meer het recht hebben zich geweldloos teweer te stellen tegen officiële besluiten van slechte kwaliteit? Bruinsma pleitte tijdens het forum aan het slot van de lezingscyclus dan ook voor grote terughoudendheid van de overheid als sociale bewegmgen hun verontwaardiging kenbaar maken. De overheid moet zich eerst eens
afvragen wat de oorzaak is van protesten. Maar omdat men wat onwennig aankijkt tegen bepaalde vormen van effectief protest als blokkades begint men direct erop los te slaan. Later In het parlement wordt er dan opeens met veel meer begrip tegen een aktie (zoals die In Dodewaard) aangekeken en dan heeft men sp^t zo tekeer te zljn gegaan. Er moeten keiharde juridische garanties komen tegen het uit de hand lopen van optredens van bijvoorbeeld de Mobiele Eenheid. Verhalen als van officier van Justitie Van Manschot, dat je als demonstrant recht op noodweer hebt als je ten onrechte in elkaar wordt geramd zijn fi:aai maar helpen weinig. Bruinsma acht trouwens een blokkade een toelaatbare vorm van verzet. Het is geen gewelddadig middel, maar een machtsmiddel tegen de andere partij die ook veel macht heeft.
Blokkade Maar stel nu dat straks ook het protestmiddel van de blokkade wordt getolereerd, is het aan nog wel een machtsmiddel en gaat men dan niet nog een stap verder, vroeg iemand uit de zaal. Nee, vond Bruinsma. Als er effectief geblokkeerd wordt en een kerncentrale moet worden gesloten kan er vervolgens onderhandeld worden over ophefBng van de blokkade onder bepaalde voorwaarden. Op die manier kan er dus resultaat bereikt worden. Het PvdA-Tweede Kamerlid Piet Stoffelen vond de blokkade als aktiemiddel te ver gaan. Ook hlj is voorstander van een kombinatie van het parlementaire werk met buitenparlementaire akties als demonstraties, stakingen en bezettingen, maar bl) een effectieve meningsuiting als een blokkade vreesde iaj dat je dan het risico loopt net zo'n effectieve aktie op te roepen, maar dan voor de andere kant. Knokploegen dus, waarvan m Dodewaard een aktie dreigde. Hy hennnerde zich met afschuw het optreden destijds van mariniers op de Dam. Officier van Justitie Manschot was bang dat blokkades een uitzichtloze spiraalwerking zouden kunnen krijgen. Als de één vindt dat Dodewaard dicht moet, vmdt de ander weer van niet. Je moet, vond hü, uitkijken voor de pretentie van het eigen gelijk. Er wordt te gauw beweerd dat men de meerderheid van de bevolking achter zich heeft. Kun je by voorbeeld zeggen dat dé Amsterdamse bevolking tegen de Stopera is?
Referendum Hl) vond wel dat men zich zou moeten neerleggen blJ een meerderheid. Maar over parlementaire meerderheden had hl) kennelijk ook zjn twijfels, want hij zag wel wat in een referendum. Maar of dat nu hét middel is om de stemmmg onder een volk te peilen werd weer betwijfeld door Piet Stoffelen in zijn lezing. Je baant op die manier toc'a de weg voor demagogen, terwyl de vraagstelling erg versimpeld wordt? Een consultatief referendum, dat was misschien wel wat. Het parlement laten beslissen nadat eerst het volk nog eens is geraadpleegd. Twyfel alom over onze parlementaire demokratie dus. Het is dan ook geen toeval datjuist deze week in de Tweede Kamer een voorstel is ingediend een staatskommissie 'n studie te laten verrichten naar mvoering van het consultatief referendum in ons land. Een Kamermeerderheid voelt daar wel voor. De Kamer zelf is kennelijk al zo ver dat zij haar eigen beperkingen inziet Zes jaar geleden nog werd door de Tweede Kamer een voorstel om in de grondwet de weg vnj te maken voor het "beslissend" referendum verworpen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981
Ad Valvas | 434 Pagina's