Ad Valvas 1981-1982 - pagina 99
1 ^
VAS BER1981
m U afgestudeerden zonder baan
n psperspectief academici 299 b( : De notanele studierichting le151 dienten voor de arbeidsbune vai is Bekening m o et worden geien, dl en met een verdere daling v a n lar eei erkgelegenheid bij de n o t a n s :linis(l oren De malaise in de woningaandi: ;t en het teruglopend a a n t a l de om »rend goed t r a n s a k t i e s m a k e n et ge« oelmg d u n . D e fiskalisten ligs atte veer goed i n de m a r k t a l s we gen 11 m op het a a n t a l ingeschreveirbeidi slechts 9. weken nover de s c h a a l v e r g r o t i n g v a n op U! wetenschappelijk onderwijs ooshei r studenten meer studierichId woi n) tekenen zich tendenzen tot
yk kon ilverkleining af bij overheid en omeB jfsleven. D e negatieve groeiijfseb ren zijn: bezuinigingen, reoris gen laties, saneringen e n bedrijfsihrevB ngen. Beide ontwikkelingen egenl n tot de slotsom, d a t de k a n s e n lar dl n vlotte beroepsinvoering v a n 1 de so ;mici er niet beter op worden. er en lademlkus die een werkkring j n VOO IS beter af dan zijn koUega die •kknn !le mislukte soUicitatiepoginïkenii ot de konklusie komt, dat er )or hl tiem of h a a r geen plaats is in kt MiBr''6''^t*^stel. Maar dit betetussen, niet dat de akademiit weilBe wel (snel) een baan vindt een
#-q
gouden toekomst tegemoet gaat. De akademikus is m e t meer de schaarse m a n of vrouw waar het bedrijfsleven zo dringend om verlegen zit. Rekening moet worden gehouden met een aanzienlijke verscherping van selektie-eisen in sollicitatieprocedures. Ook de kansen om promotie te maken zijn dunner gezaaid. Loopbaanrelativering, h e t onderstrepen van de betrekkelijke waarde van k a r n è r e maken en geld verdienen k u n n e n onder die omstandigheden wel teleurstellingen voorkomen. De akademikus zal ook rekening moeten houden met onderbenutting van zijn kapaeiteiten omdat h e t een baan moet aanvaarden die onder zijn niveau ligt.
Arbeid schaars In de regel zullen arbeidsorganisaties vooral selekteren op maksimale geschiktheid zonder daarbij de loonkosten uit het oog te verliezen. Belangrijke handikaps van de beginner zijn: het ontbreken van werkervaring en direkt inzetbare produktieve vaardigheden op het terrein van leidinggeven en onderhandelen bijvoorbeeld. Ook het ge-
mis van bedrijfsspecifieke vaardigheden kan danig parten spelen. Nu kan men dat laatste probleem niet omzeilen, laat staan oplossen, door het aanbieden van funktietrainingen tijdens de opleiding. Punktietrainingen beperken de flexibiliteit en dat berokkent nadeel aan de soepelheid op de arbeidsmarkt. Ook enge specialisatie leidt tot een starre opstelling op de arbeidsmarkt. Tezeer verbindt men dan zijn kansen op een baan aan het opnemingsvermogen van een strak afgebakend werkterrein. Een intellektuele ontwikkeling in de breedte met een open oog voor het belang van praktijk-orientatie verdient dan ook de voorkeur. Arbeid is schaars en dat geldt in nog sterkere mate voor hooggekwalificeerde arbeid: de betere banen. Degenen die de klim naar de top ondernemen zullen vooral by een spits-piramidale opbouw van leidende posities m een organisatie heel wat wedijver moeten trotseren. De dalende promotieratio's hoger in de hiërarchie spannen de mazen van een promotiefuik waann wensen om hogerop te komen spoedig zullen vastlopen.
Vooral akademici die hun studie beschouwen als een investering die vrucht moet dragen in de vorm van een goede betaalde baan op topniveau zullen in het streven naar 'sukses' spoedig teleurgesteld raken. Akademici die van karrièremaken geen halszaak maken zijn op dit punt aanmerkelijk minder kwetsbaar. Loopbaanrelativering houdt geen pleidooi in voor een laat-maar-waaien-mentaliteit. De kwaliteit van arbeidsprestaties blyft per slot van rekening het belangrijkste onderdeel van de personeelsbeoordeling. Maar we moeten ons wel verlossen van de gedachte, dat een loopbaan een renbaan is met aan de finish de felbegeerde toppositie. De vermindering van het aantal arbeidsplaatsen voor akademici zou wel eens kunnen dwingen tot een grote bescheidenheid by het kiezen van een beroep. Maar dat minder hoog mikken in de beroepskeuze zou wel eens kunnen lelden tot, wat men wel noemt, onderbenutting.
Onderbenutting Er bestaat de laatste tyd steeds minder overeenstemming tussen de eisen die het werk stelt en de kapaciteiten van de werkenden anderzyds Die ontwikkeling wordt m de hand gewerkt door een stagnatie van het kwalifikatieniveau van arbeidsplaatsen ten opzichte van het stygende ontwikkelingsniveau van de beroepsbevolking. Heel simpel gesteld: we investeren te weinig in de kwaliteit van de arbeid ten opzichte van het streven de kwaliteit van het onderwys te verhogen. Het werk komt onder het niveau van de intellektuele werknemer te liggen.
zolang tot er wel volledig beslag wordt gelegd op de kapaciteiten waarover men meent te beschikken. Als promotie toch niet mogelyk blykt zal men moeten verder solliciteren net zolang tot men de baan naar keuze gevonden heeft. Verwacht wordt, dat het ruime aanbod van hoogopgeleiden verdnngingsprocessen zal oproepen. Akademici zouden, nu de arbeidsmarkt krapper wordt, ook gaan solliciteren naar banen voor afgestudeerden van het HBO. Die zouden op hun beurt genoegen willen nemen met banen met een funktieniveau waarvoor het MBO opleidt. Te zeer wordt er in deze zienswyze vanuitgegaan, dat de hoger opgeleide kandidaat de konkurrentieslag om een baan altyd wint. Maar dat is geen wet van Meden en Perzen. Waarom zou men een dure hoogopgeleide sollicitant in dienst nemen als de opbouw van de funktiestruktuur goedkopere intredens toelaat? Waarom zou men door werving van akademici een extra impuls geven aan onderbenutting? Bovendien eisen de minder hoogopgeleide personeelsleden ook hun aandeel in de promotiekoek. En die koek wordt kleiner naarmate de akademische bezetting van betere banen groter wordt. Een ontwikkeling waar ook rekening mee moet worden gehouden is het imago van de akademikus. Dat imago IS lang niet altyd even gunstig. In veel bedryven ziet men de akademikus vooral als een luxepaard. Maar als men een bedryf uit het rulle zand van de rendementserosie wil trekken heeft men werkpaarden nodig. In deze gedachtengang wekt de pas afgestudeerde
Pessimisme doet belangsteiiing voor weri( wegebben Daarmee gaat ssamen, dat de via studie verworven kennisbagage slechts gedeeltelyk inzetbaar is Onderbenutting kan de prikkel om via bedryfsopleidingen je vak by te houden danig verzwakken. Waarom zou je je verder bekwamen als je met je deskundigheid m je werk nu al geen raad weet' Onder invloed van dat pessimisme ebt de belangstelling voor het werk langzaam weg. Al met al kan een konfrontatie van prille werkervaringen met een terugblik op een jarenlange studie-mspanning ontnuchterend uitpakken Een ontsnappingsmogelykheid is het krachtig streven naar promotie net
akademikus met zyn zware theoretische kennisbagage waarvan de praktische inzetbaarheid onzeker IS, argwaan Het vertrouwen gaat uit naar de konkrete werkprestaties van de vakman of vakvrouw In de zylyn kan hierby nog de volgende noot geplaatst worden Het imago van de akademikus kan soms het lykt paradoksaal, geschaad worden door het toekennen van judicia by het afstuderen (oordeel over de kwaliteit van het afgelegde examen byvoorbeeld cum laude) Zo bestempelt het judicium cum laude de afgestudeerde wellicht te zeer als de wysneus, de boekenwurm of de onhandige weetal
Meer vrouwen afgestudeerd
r
Door het Centraal Bureau voor de Statistiek zyn gegevens gepubliceerd over het aantal afgestudeerden in het wetenschappelyk onderwys m het studiejaar 1979-1980. Het aantal met goed gevolg afgelegde afsluitende examens bedroeg m 19791980 10.850, hetgeen ten opzichtevan 1978-1979 een stygmg van 2 percent betekent. Het aantal mannelyke studenten bleef ongeveer gelyk, het aantal vrouwelyke afgestudeerden nam met ruim 10 percent toe. Het aantal afgestudeerden was het grootst by de maatschappy-wetenschappen met 4.600 Hiervan studeerden 1.900 af m de sociale wetenschappen, byna 1 400 m de rechtsgeleerdheid en 800 in de ekonomische wetenschappen By de exacte wetenschappen met 2.950 afgestudeerden
slaagden 1.400 m de technische wetenschappen, ruim 1.200 in de wiskunde en natuurwetenschappen en byna 350 m de landbouwwetenschappen. Onder de ruim 2.000 afgestudeerden m de medische wetenschappen waren 1.550 artsen, 350 tandartsen en ruim 100 dierenartsen Het aantal afgestudeerden in de letteren bedroeg ruim 1.250. Het aandeel van de vrouwelyke afgestudeerden nam toe van 23 percent naar 25 percent Men kan deze afgestudeerden van harte gelukwensen met het behalen van hun afsluitende doktoraal examen. Of deze jonge akademici snel een baan zullen vinden is vers twee. Eind augustus bedroeg het aantal vakatures by de arbeidsbureaus ongeveer 18.000.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981
Ad Valvas | 434 Pagina's