Ad Valvas 1981-1982 - pagina 171
AD VALVAS — 4 DECEMBER 1981
Honderden hoogleraren gemobiliseerd voor 'Open Brief:
Bij banenplannen vooral denken aan investeringen in onderzoek
landen is op de universiteiten maar zo hier en daar een onderzoeksgroepje. Het is bij natuurkunde nu al zo, dat het aantal onderzoeksplaatsen voor zeer begaafde studenten te weinig is en dat wordt nog erger Lever maakt zich m het algemeen grote zorgen over de bedreiging van het onderzoekspo tentieel op de universiteiten. Herpro grammermg en invoermg van de tweefasen verzwaren de onderwys last zozeer, dat onderzoek haast al leen nog maar m de vrije tijd kan worden gedaan. Vergeleken bij de tweefasenstruktuur was de WUB nog maar een zacht gekookt eitje. De universiteit verschoolt en slechts een klein percentage studenten mag door
Deze week werd we kondigden het vorige week al aan namens zo'n 1000 hoogleraren en topfiguren uit de weten schappelijke wereld een open brief aan het parlement aange boden, waarin werd bepleit om bij het creëren van extra overheidsbanen vooral aan de kennissector te denken. De briefschrijvers zijn ernstig verontrust over de ontwikkelingen in het universitaire onderzoek en in de speur en ontwikke lingssector in het algemeen. Ons land dreigt achter te raken waar het de research en developmentsector betreft, als je een vergelijking maakt met andere hoog geïndustrialiseerde lan den. Wat meer geld steken in die sector zou wel eens een heel verstandige diepteinvestering kunnen zijn in onze teruglo pende economie. „Een volk dat over nieuwe kennis beschikt en waarvan een groter deel met die kennis kan omgaan, staat sterker in een wereld waarin internationale concurrentie nog gedurende lange tijd welvaart en welzijn in hoge mate zal beïnvloeden". Hieronder een korte schets van de voorgeschie denis van de geruchtmakende brief en kommentaar erop. Hoewel de briefschrijvers met nadruk wijzen op de noodzaak van research op het brede terrem van de diverse .wetenschappelijke disciplines, is het toch duidelijk een initiatief uit de hoek van de natuurkunde, met name vanuit het Nederlands Comité voor de Natuurkunde, het NCN. Om nog pre ciezer te zyn: het idee komt uit de eerbiedwaardige Stichting voor Fim damenteel Onderzoek der Materie (de FOM). In het overlegorgaan van het NCN z;)n de belangrijkste organisa ties op het gebied van de natuurkun de vertegenwoordigd: behalve de PGM, de Vereniging voor Biofysica, het Koninkhjk Instituut voor Inge nieurs en nog enkele van deze mstel Imgen. Voorzover dat mogelijk was, polste men echter binnen één, twee dagen (sic) bij eigen achterban én zusterorganisaties of men de actie wilde steunen en „alle reakties waren positief'. Een tikkeltje overdreven lijkt ons. De brief staat niet op zichzelf. In augustus dit jaar schreef hetzelfde NCN een alarmerende brief aan het ministerie van Onderwijs en Weten schappen met een dringend appel de natuurkundebeoefening weer op een gezond pad te brengen De natuur kundigen vreesden dat hun onder zoek aan het „afsterven" is. Zü had den de indruk gekregen dat natuur kunde veel meer moet inleveren dan andere studierichtingen.Het NCN deelde in de brief alvast een tussenre sultaat mee van een nog niet afgerond onderzoek naar de concrete terug gang in de natuurkunde in de afgelo pen jaren. Harde cijfers kon het NCN toen nog niet geven, maar wel het „kwalitatieve tussenresultaat", aldus FOMmedewerker J. Heyn, dat de natuurkunde aan universiteiten en hogescholen van 1980 tot 1981 procen tueel „enkele malen meer" achteruit IS gegaan dan de instellingen zelf Het definitieve rapport hierover is volgens Heyn nu bijna klaar, dus we wachten met sparming af. Dat de natuurkundigen aan de universiteiten meer zouden moeten inleveren op het stuk van onderzoek dan andere facul teiten is op zich niet zo vreemd: de subfaculteiten natuurkunde zjjn al tijd sterk onderzoeksgericht geweest, sterker dan elders. Zo langzamerhand begint men in kringen van natuur kundigen echter wel erg ongerust te worden. Een ongerustheid die niet alleen stoelt op de kennelijk doodzie ke onderzoekssituatie op de facultei ten natuurkunde zelf, maar die veel breder wordt gefundeerd. Het natuur kundig onderzoek in ons land heeft immers geleid tot het industnalise nngsproces in Nederland en zo'n cul tuurgoed mag je niet doelbewust in gevaar brengen, zo vertelde prof Kis temaker in augustus aan een reporter van ons zusterblad FoUa Civitatis. „Tegen de tyd dat onze fysici zullen tonstateren dat zij internationaal niet meer kunnen meespreken en de innoverende impulsen vanuit de na tuurkunde in Nederland van geringe betekenis zijn geworden, is het te laat om op een\>oudige wyzebij te sturen. Het gat is dan geslagen en alleen
Jaap Kamerling uitvoering van een langdung nood programma zou dat gat weer kunnen dichten", schreef het NCN in augus tus.
Tinbergen We gingen ook eens even praten met de voorzitter van dit, onze score op de internationale ranglijst van research en development zo ter harte gaande, comité, prof Jan Blok aan de VU (Natuurkunde). Hy vertelt dat het comité zo'n 3000 hoogleraren en pro minenten uit de onderzoekswereld heeft aangeschreven en dat daarvan al byna een derde positief heeft gerea geerd. Onder hen bevindt zich ook ons wetenschappelijk paradepaart^e, de vele malen gelauwerde econoom Jan Tinbergen. Er zitten trouwens vrij veel economen by de lijst van handte keningen. We vragen Blok of niet vooral de angst voor de bezulnigmgen raadgever is geweest. „Die bezuinigin gen en ook de invoermg van de twee fasenstruktuur hebben er zeker mee te maken", zegt hij.
Kamervoorzitter Dolman neemt de gebundelde handtekeningen m ontvangst VI n r Dolman, de hoogleraren Le PMI Tinbergen. Ruten. Blok en FOMmedewerkei Heijn. al mee te vallen met de innovatie activiteit in ons land. De econoom prof. Wemelsvelder die de brief ook heeft getekend concludeert in een ar tikel in het speciaal aan innovatie gewijde nummer dat Nederland een goed iimovatieland is, al moeten we steeds harder fietsen om by te blyven. Wat betreft het aantal per werkende in de industriële R en D sector verworven patenten in de Verenigde Staten slaat ons land een redelijk goed figuur. Blykens de grafiek „hon derd jaar octrooiverlemng (18851975) in de VS, zit Nederland vanaf de laatste wereldoorlog steeds in de hft en komt die stijging aardig in de buurt van toplanden op dit terrein als
Innovatie vraagt studenten met onderzoekservaring De studenten Imjgen straks geen tyd meer om zich te oefenen in het onder zoek, in de eerste fase helemaal niet en in de tweede maar beperkt. Als onze industrie wil innoveren heb je die in onderzoek getrainde wetenschap pers nu juist nodig. We moeten in de industrie weer dingen van kwaliteit gaan leveren. Prof Blok somt vervolgens een aantal onderzoeksterreinen op waar je direct studenten aan het werk kunt zetten en die van belang zijn voor onze iimoverende industrie. Energieonder zoek bijvoorbeeld. Je zou waterstof als brandstof kurmen gaan gebruiken, daartoe is onderzoek nodig. Verder denkt hij aan het verder ontwikkelen van de nucleaire geneeskunde en de lasertechnologie. Kun je zo mensen voor neerzetten. Ons land had op het stuk van research en development (R en D) altyd een goede positie, maar die gaat achteruit. We hebben er niet genoeg geld voor over. Maar juist op dit punt kunnen we sterk zyn. Het is een politieke keus die we moeten maken. Met werkgelegenheidseffect, dat vooral op de lange baan ligt. Blok vmdt de met de tweefasenstruktuur dreigende verschoolsmg van de uni versiteit stryding met het streven naar industriële vernieuwing. Je moet mensen opleiden die weten wat onder zoek IS Het blad Intermediair van vonge week lezend, blykt het overigens nog
Zwitserland en Zweden. De grafiek gaat echter maar tot 1970. De cijfers die het comité voor de Natuurkunde laat zien (bron: de Organisation for Economie Cooperation en Develop ment) zijn veel recenter, al zijn die van de laatste twee jaar ontleend aan officiële planningsnota's van de rege ringen van de desbetreffende landen. Hieruit blykt dat de stijging eruit is en dat zelfs daling van de R en Dinspanmngen dreigt. Landen als de VS, Frankrijk en Italië geven een gunstiger beeld te zien. Het wordt dus toch wel zaak wat steviger op de pedalen te gaan staan. Prof Blok: „Als het nu misloopt, raken we veel verder achterop. We zijn in gevaar". In de brief aan de StatenGeneraal wordt ook gepleit voor het bevorderen van strukturele kontakten tussen uni versiteiten en hogescholen enerzijds en bedrijfsleven anderzyds. Is Blok met bang voor een te grote afhanke Ujkheid van het bedryfsleven? Blok: „Nee, je kunt altijd nee zeggen tegen Projekten die vanuit het bedrijfsleven worden ingebracht, of door ons wor den uitgelokt. Vroeger was het zo, dat een directeur van een laboratorium plannen geheim kon houden. Nu met die demokratisering kan dat met meer. Elk projekt komt in de subfa culteitsraad en moet passen m het programma van een vakgroep Ook onderwijs en onderzoekskommissies
houden zich er nog eens mee bezig". Blok is op het ogenblik in diskussie met wel drie firma's, waaronder een oliemaatschappij, voor onderzoeksop drachten. Het probleem is echter de menskracht „We worden meer bena derd dan vroeger. Dat is ook voor de straks afgestudeerden prettig, want die kurmen makkelijker overstap pen". Wat betekent by u (prof Blok heeft de open brief meegeschreven) „stniktureel"? „Er moet een procedu re komen voor het onderbrengen van dit soort Projekten op de universitei ten. Daarby is ook een zekere beoor deling van een projekt nodig Je moet niet in het wilde weg uit werkgelegen heidspotjes gaan strooien. Je zou dat per discipline landelijk kunnen doen en daarnaast interdisciplmair per uni versiteit.
'Overdone' Eén van de hoogleraren die de brief niet heeft ondertekend is prof E. Boe ker. Hij vindt het wat „overdone", deze massale handtekemngenaktie. Je had toch ook als bestuur van het comité een brief kunnen schrijven. Hij heeft geen bezwaar tegen wat er in de brief staat, maar wel tegen wat er niet in staat. De briefis wat onevenvrichtig en eenzijdig. Waarom wel m het kader van die grotere investeringen de kon takten met het bedrijfsleven verstevi gen en niet m één adem ook die met andere sectoren van de samenleving. Waarom wordt er met gewezen op het belang van wetenschapswinkels en de Projekten „Wetenschap en Samenle ving". Boeker vindt het ook wat merk waardig dat er nu opeens, nu de magere jaren zyn aangebroken, zo'n brief moet worden geschreven. Als er in de vette jaren wél voldoende aan dacht voor de noden van de samenle ving was geweest, inclusief die van de industrie, had men nu die brief niet hoeven schryven. Waarom moeten er nu opeens nuttige dingen worden ge daan waai' dat vroeger te weinig ge beurde Die aandacht voor de maat schappelijke behoeften komt dus wel wat laat.
WUB nog maar zacht eitje Prof J. Lever, wie de brief niet heeft bereikt maar die hij van harte zou hebben getekend, is van mening, dat ons land dreigt weg te zakken naar het peil van ZuidEuropese landen als Portugal, wanneer tenminste de hui dige tendens zich doorzet. In zulke
stromen naar de tweede fase. Lever zou liever een hogere toelatingsdrem pel naar de universiteit zien, waarbij overigens niet alleen op de cijfers wordt gelet maar vooral op motivatie. De studenten die je toelaat zouden dan echt een goede opleiding met voldoende onderzoekstraining kim nen knjgen. En wat de komende door stroompercentages betreft die zou je in elk geval moeten variëren per facul teit, want je kunt nu eenmaal geen appels met peren vergelijken. De ene studie kan korter dan de ander.
Instituut dicht? Het interuniversitair Instituut voor Normen en Waarden te Rotterdam (INW) wordt mogelijk het slachtoffer van bezuinigingsmaatregelen, die minister Van Kemenade momenteel overweegt. Van Kemenade wil de samenwerking van universitaire in stellingen, die leidt tot concentraties van onderwijs en onderzoek, kritisch bezien en waarschuwt ervoor dat gedwongen ontslagen daarvan het gevolg kunnen zijn. Hoewel de verdwijning van het INW niet zeker is, denken verschillende ambtenaren op het ministene van Onderwijs en Wetenschappen, dat dit mstituut als eerste in aanmerking komt voor opheffing, zo vernemen wü uit betrouwbare bron. Bij het INW zyn momenteel elf univer siteiten aangesloten, waaronder de Vrije Universiteit. De aanpak van het INW ontmoet links en vooral rechts nogal wat kri tiek, omdat het INW wetenschappers niet spaart. IlsrWmedewerker drs. Arie de Kool: „In het algemeen is het wel zo dat er bij ons nogal wat kritiek op weten schappers wordt geleverd. Maar dat is nogal wiedes, het zit 'm bijna in onze naam dat we ruzie krijgen: on derzoek naar normatieve aspekten van wetenschapsopvattingen " (U.P., Utrechts Universiteitsblad)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981
Ad Valvas | 434 Pagina's