Ad Valvas 1981-1982 - pagina 422
AD VALVAS — 18 JUN11982
12
Amerikaanse impressies
Up for grass
Op deze foto zit de eerste knik er al weer in. In de kranen dus van het herentoilet aan de mensa-kant van de hal van het hoofdgebouw. De foto dateert van vorige week maandagmiddag. Diezelfde ochtend nog waren vrijwel alle kranen weer eens gemold. De VU-bevolking lijkt wat dat betreft niet al te inventiefin het sublimeren van kennelijk opgelopen frustraties. Juist toen ome fotograaf dit wilde registeren waren de kranen voor de zoveelste maal gerepareerd. Maar 's middags was de eerste aanzet tot agressie al weer waarneembaar. Zou het niet handiger zijn de uitvoering van dit sanitair aan te passen aan de vemietigingsdrang van het VU-volkje?
Mensen van de VU „Ik heb iruj nooit als gehandicapte beschouwd en dat gevoel heb ik ook nooit gehad. Ik heb altijd op een normale manier meegedraaid met alles In mijn studententijd wist iedereen dat ik met een bandrecorder op college zat en als we 's avonds naar de kroeg gingen zat ik gewoon bij mijn vrienden achterop de flets. Ik heb ook nooit om extra voorzienmgen hoeven vragen. Op één belangryke uitzondering na Op een bepaald moment had ik zoveel werk dat uüj moest worden voorgelezen of m braille moest worden omgezet, dat ik dat met langer door eén van de administratieve krachten in algemene dienst kon laten doen. Ik moest toen wel om een eigen secretaresse vragen en daar heeft men ook voor kunnen zorgen." „Maar verder zijn er geen ingrijpende aanpassingen van mijn werkomstandigheden nodig gebleken. Wel zou het mij een groot genoegen zijn als er eens iemand met een schaar de bomen op het voorterrein wat ging bijsnoeien, zodat je er met voortdurend in biyft hangen wanneer je naar de bus toeloopt. En de fietsen die er regelmatig dicht by de hoofdingang staan z;jn ook erg lastig. Zo'n handicap is natuurlijk wel eens vervelend bij je werk. Bijvoorbeeld als het gaat om de stapels stukken die je binnenkrijgt. Een ander kan het eventjes wat doorbladeren terwijl ik het eerst moet laten voorlezen en dan pas daarna kan beoordelen welke delen werkelijk van belang zijn. Maar dat hoort er nu eenmaal bij en ik doe het verder met veel plezier. Ik vind het heerlijk dat ik werk heb waar ik wat in kw^jt kan. Ik denk dat wat ik hier aan werk mag doen datje dat alleen maar kunt doen als je er het belang van inziet en er zin in hebt. Dat werk bestaat uit drie poten; ik ben studiebegeleider, geef colleges en ben betrokken by verschillende bestuurswerkzaamheden. Ik kwam destijds m dienst als studiebegeleider, een taak waarvan aan de toen nog maar pas opgerichte centrale interfaculteit niemand precies wist wat die zou moeten inhouden, maar die zo langzamerhand is gegroeid en vorm heeft gekregen. Sinds een jaar of zeven verzorg ik samen met een college bij het begin van het studiejaar een cursus „eerste inleiding in de wijsbegeerte" ten behoeve van de nieuw aangekomen filosofie-studenten. Zodra die collegeperiode achter de rug is gaat mijn tv)d vooral zitten in allerlei bestuurlijk werk, ook buiten de interfaculteit. Zo ben ik al vrij lang Ud van de sectie wijsbegeerte van de Academische Raad, het landelijk overlegorgaan van de centrale interfaculteiten. Op
J. B. Overstegen iideCIF Kwam als pas afgestudeerd docterandus in de economie halverwege de jaren '60 bij de centrale interfaculteit terecht. Is sindsdien nauw betrokken geweest bij de uitgroei van de wijsgerige vorming aan deze universiteit. Van het feit dat hij blind is heeft hij bij zijn studie en zijn huidige verschillende werkzaamheden geen onoverkomelijke hinder ondervonden. Ons gesprek ging over zijn handicap, zijn werk en zijn bezorgdheid over de invoering van de twee-fasenstructuur. Daarvan een korte weergave. het moment zijn we onder andere hard bezig om ervoor te zorgen dat in de twee-fasenstructuur alsnog een
Galgala HIER; WETENSCHflPPERi Et-J H2.X MEEsr.
-INHergKülNOtTE-
MEVI?oUW,rwEE Pi.. O .-ü'sENl' EVEN BEZI . . . MAAK. WE 21 TTEtJ HIER.fiL EEN...
cursusduur van vijfjaar wordt mogelijk gemaakt voor de zogenaamde bovenbouwstudie wijsbegeerte. Dat is een studie die na een aanloop in één van de vakwetenschappelijke studienchtingen wordt gecomplementeerd met de doctoraal studie wijsbegeerte. Vorig jaar heeft senator De RiJk in de Eerste Kamer een motie ingediend die stelde dat een vierjarige cursusduur te kort is voor een studie waarin zowel een vakwetenschap als de wijsbegeerte uit de verf moeten komen. Die motie is eenstemmig aangenomen en Pais heeft toen toegezegd met de sectie wijsbegeerte te gaan praten. Momenteel zitten we met de derde mlmster, Deetman, over dit onderwerp om de tafel en ik heb nog steeds goede moed dat we die vijfjaar zullen krijgen. Wat de mensen gaan doen die hier hebben gestudeerd'' Wel, toen we begonnen hadden we weinig studenten en zaten we in een fase waarin de centrale mterfaculteit zelf nog bezig was om te groeien. Voor de uitbouw van de wijsgenge vorming en de differentiatie daarvan naar allerlei studierichtingen toe hadden we personeel nodig Betrekkelijk veel van onze afgestudeerden zijn daarom hier medewerker geworden. Verder zijn er veel mensen leraar wilsbegeerte geworden. Anderen ztjn leraar geworden in de vakwetenschappehjke richting waarin ze ook gestudeerd hebben. Er is namelijk de mogelijkheid om aan het doctoraalgetuigschrift wysbegeerte een volledige eerste-graads onderwijsbevoegdheid te ontlenen in het bijvak van vakwetenschappelijke aard, mits dat vak ook reeds in de kandidaatsfase toereikend werd bestudeerd. Op die manier zijn er ook veel mensen aan het werk geraakt. Heel erg grote moeilijkheden zijn er wat dit betreft nog niet geweest. Maar we zijn er met name nu de twee-fasenstructuur wordt ingevoerd met een beperkte toelating tot de lerarenopleiding, niet erg gerust op. Die toekomstmogelijkheden voor afgestudeerde filosofen vormen voor ons momenteel een punt van grote zorg." iPvE)
OPDEERflMUSSCMI,NEK/Z£ ftUEW...
^EKEEKTOCH,/,. OJi^,MEE. SORRy--
D e verhuiswagens rijden al weer rond op de Amerikaanse Campussen; Kolleges zijn voorhTi, final exam period ook, de studenten keilen in hun opluchting nog wat met hun frisbies of proberen met enige hard rock uit de open ramen de laatste uitslovers de bibliotheek uit te blazen. Voor de rest is het inpakken, want de studentenhuizen op de campussen moeten leeg. Binnenkort beginnen de zomerkursussen en aan de huisvesting van die studenten willen de bestuurders hier ook graag nog even wat verdienen. De reguliere studenten gaan, natuurlijk, een weekje naar Mum en Dad, maar daarna wordt het voor de meesten tijd voor de zomerbaan - want wie in de zomermaanden geen geld bij elkaar weet te schrapen haalt het volgende akademische seizoen niet. Zo'n zestig procent van de studenten in Amerika is afhankelijk van beurzen uit Washington, aangevuld met eigen verdiensten, of financiert de opleiding via leningen van banken, waarvoor Washington dan weer garant staat. Garant stond, moet ik zeggen. Negen dagen na zijn inauguratie verklaarde President Reagan dat de voornaamste taak van zijn nieuwe minister van Onderwijs zou gaan bestaan uit het zorgvuldig overdenken van de juiste rol van de regering terzake van het onderwijs, „if there is one". Het denken was vrij spoedig voltooid. Al in het fiskale jaar 1981 werd 600 nuljoen dollar bezuinigd op het beurzengebied, in de zomer van dat jaar 2 biijoen op de kinderbijslag plus nog eens 1 biijoen verdere beurzenbezulniging voor het fiskale jaar 1982. Op het ogenblik is er in het kader van de Amerikaanse voorjaarsnota een nog voortvarender voorstel in omloop, dat voorziet in het terugbrengen van de regeringshulp aan studenten met niet minder dan 60 procent. In het kort komt het erop neer dat alleen de truly needy - Ronald Regeans favoriete kategorie mensen - nog regeringshulp krijgen: alleen studenten uit gezinnen met een inkomen van 7.500 doUar per jaar of minder komen nog in aanmerking voor een beurs. Deze grens lag ten tijde van de regering Carter nog op 25.000 dollar - een middle class inkomen. Verder is het idee dat de rente op die beurzen fors omhoog gaat en dat Eerste Fase studenten twee jaar na hun afstuderen moeten begiimen met terugbetalen en Tweede Fase studenten al tijdens hun studie. Tenslotte zal Washington voortaan bij partikuliere leningen bij banken, die overigens vaak nodig zijn naast de regeringssteun, alleen nog garant staan voor de, alweer, truly needy. Onnodig te zeggen d a t de rest geen leningen krijgt, want de banken kijken wel uit. Door de afzichtelijke knokpartij, die hier op dit moment geleverd wordt rond de nationale begroting, hebben deze voorstellen gelukkig nog geen ofilciele status. Voorlopige resultaten alleen: de studentenbeweging leeft weer op in een omvang die sinds de oorlog in Vietnam niet meer gekend was en de bestuurders van de universiteiten hebben zich veremgd in een deftig aktiekomltee, dat aan het lobbyen is op plaatsen waar dat helpt. Zelfs zijn de presidenten van Harvard en Princeton in het voorjaar gaan praten op het Witte Huis. Geen prettige ervaring voor de heren, want Reagan had geen tijd en stuurde zijn assistent Stockman, Hoofd van de afdelmg Bezuinigingen en ook meer in het algemeen een engerd. Deze vond dat de heren presidenten eerst maar eens moesten vertellen wat nu eigenlijk het nut van onderwijs was voor de staat en had verder maar tien minuten, dus geen tijd om naar een eventueel antwoord te luisteren. Hoogmoed komt voor de val. Bok, de president van Harvard, heeft zijn jaarlijkse „report to the Board of Overseeers" van deze Universiteit gebruikt om dat antwoord eens even te formuleren. Om te beginnen rekent hij, mede namens de koUega's in het land, tot in de puntjes voor wat de onttakeling van het beurzenstelsel gaat betekenen voor de toekomst van honderdduizenden. Ik moet er op dit punt even bij zeggen dat dit rekenwerk niet zonder eigenbelang is, want de universiteiten, zeker de private instellingen hieronder, zijn natuurlijk erg afhankelijk van aantallen eerstej aarsaanmeldingen. Ze worden ook geacht zo veel mogelük „budgettair neutraal" te draaien en dat betekent dat stijgende kosten moeten worden doorberekend in de hoogte van kollegegelden en dergelijke. Als studenten geen beurzen meer krijgen om de betreffende bedragen te betalen, worden de goedkoopste en dus slechtste universiteiten overstroomd met eerstejaars en komen de beste en duurste - zoals Harvard en Princeton - in moeiiykheden. Verder gereken van Bok leert zelfs dat de kleinere dure insteUlngen failliet zullen gaan. (vrije ondernemingsgewijze produktie). Maar in het niet-financtele gedeelte van zijn verhaal komt hij zo dicht bij een gepassioneerd betoog als een beroepsbestuurder maar komen kan; een indrukwekkend be-argumenteerde uiteenzetting over het belang van goed onderwijs voor ledere samenleving, gelardeerd met ultrasarkastische opmerkingen over de kortzichtigheid van een regering die aUes te grabbel gooit waarvan de waarde niet op rekenmachines kan worden uitgedrukt. Reagan begrijpt mets van beschaving, zegt de president van Harvard, en moet zich schamen. Een gevoelige terechtwijzing voor een filmster die zich zo graag een intellektueel image wil aanmeten. Oppositioneel Amerika heeft Bok ondertussen aan de boezem gedrukt en lijkt hem vele misstappen uit het verleden royaal te vergeven. De herrezen studentenbeweging maakt zich op voor een ongekend monsterverbond met de beroepsbestuurders op het punt van de studiefinanciering. Reagan is inderdaad tot alles in staat. (Margreet Onrust)
... Z01?ONO HEr MIDDftUUR DRONKEN TE Z>JN LOFDERZArHElO
EVEN LPITEU
U\-<TKf\rl... JA . sruDEMr:)£S-..0N8E-
MOET IK
ylE7R0UW,TwEE
flTLOSSEN '
EV/€N eezi(^,.. tAF>f\R l/JEZiTTEKj HIER/Ii-EEW..-
f;..
o...üBENr
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981
Ad Valvas | 434 Pagina's