Ad Valvas 1981-1982 - pagina 360
ADVALVAS —7MEI1982
6
Dus het is te verwachten dat datgene wat wij ons nu afvragen al eerder door een aantal mensen is gesteld en dat ze tot dezelfde oplossing zijn gekomen", aldus Vroon. Hij noemt nóg een voorbeeld. De Amerikaan Sternberg hield een uitvoerig verhaal op een congres over een detaiUistisch psychologisch onderwerp. Hij beschrijft uitvoerig het experimenteren, de resultaten en de diskussie. Na 20 minuten was Wj 'klaar. Applaus in de zaal. Wat leuk, zei iedereen. Wat interessant. Waarop Sternberg laconiek zei, dames en heren dit onderzoek gebeurde in 1881. Niemand had het in de gaten.
Psychologen vallen doormand: veel werk al eerder gedaan Er worden allerlei theorieën gebruikt waarvan helemaal niet duidelijk is ter verklaring van wat je begrippen toepast. Het psychologisch kennisbestand is weinig geordend. We weten niet wat we weten. Er zijn zoveel begrippenstelsels. Deze en vele andere uitspraken van gelijke strekking, schalden onlangs door de kerkzaal, toen de vakgroep theoretische psychologie een diskussiedag hield over het nut van het bedrijven van theoretische psychologie. Van iedere universiteit was een hoogleraar aanwezig (uitgezonderd Utrecht, waar op dit moment nog een vakature is). Er is op dit moment zoveel versnippering in de bestudering van allerlei verschijnselen dat men van elkaar niet weet wie wat doet. Niemand heeft overzicht. Ook de aanwezige hoogleraren niet. De theoretisch psycholoog nu zou er eens aan moeten gaan staan, orde op zaken te stellen. Rijkelijk laat voor een wetenschap die naar buiten toe altijd , naar nu blijkt, de schijn ophoudt de zaakjes zo goed op orde te hebben. Naast het ontbrekende overzicht gebeuren ook veel dingen dubbel of worden als nieuw verkocht terwijl ze al in de vorige eeuw uitvoerig door een ander beschreven zijn.
Diskussiedag theoretische psychologie In Nederland bestaan twee vakgroepen theoretische psychologie. Een aan de VU en sinds september vorig jaar een in Leiden. Doel van het vak is het verhelderen en ondersteunen van de huidige situatie in de psychologie Een integratie en evaluatie van de bestaande fragmentarische psychologie. Het IS geen aparte vorm zoals ontwikkelings-, sociale of klmische psychologie. Taak is, volgens de VU hoogleraar C. Sanders, reflektie over fundamentele concepten, methoden en theoneen. Daarvoor is een voortdurende diskussie met vakpsychologen nodig. Daarnaast is er een vorm die bmnen de vakgebieden uitgeoefend wordt niet experimenteel of in het veld, maar theoretisch. Door het ontwikkelen van exactere talen, formele modellen en methodische veri;]-
Rob lUioch ningen, poogt de theoretische psychologie onderdelen van de bestaande kennis te verhelderen. De bestaande psychologie is verbrokkeld. Mevrouw B. de Gelder, Hoogleraar in Tilburg, vond dat niet zo'n punt. Het idee van een eenheidswetenschap is al oud. Dat gaat samen met het ontwikkelen van dezelfde observatietaai alsof wij allemaal stukjes van dezelfde puzzel zijn. Dat Is helemaal niet nodig. Volgens haar is theoretische psychologie het theoretische metodologisch onderzoek naar grondslagen. Er moeten betere empirische theorieën komen. Er zijn concepten die in verschillende domeinen spelen. Hoe je daar mee om moet gaan, zou de theoretische psychologie kuimen beantwoorden Wie de diskussiedag meemaakte, kon zich afvragen waar de psychologen tot nu toe eigenlijk mee bezig zijn geweest. Experimenteren vooral. Iedereen dook achter zijn eigen apparaat
PPR-nota democratisering Vervolg van pag. 5 ten onder het huidige WUB-regiem ten hoogste eenderde van de zetels voor leden van de universitaire gemeenschap bezetten, in de PPR-visie moet dit ten minste eenderde worden. De buiten-universitaire raadsleden of maatschappijleden worden niet meer door de minister maar door de raad zelf benoemd. De samenstelling van de faculteitsraad, helft wetenschappelijk personeel en helft studenten en TAS volgens de WUB, zou als een werkbare constructie overeind kuimen blijven, hoewel een faculteit ervan zou moeten kunnen afwijken (afwijkingsartikel zoals art. 55 WUB). De titel decaan, onder de WUB de hoogleraar die de faculteitsraad voorzit, wordt afgeschaft. „De specifieke kwaliteit van de hoogleraar voor het decanaat is niet aangetoond." De raadsvoorzitter moet uit elke geleding kunnen worden gekozen. In de organisatie van de vakgroep als basiseenheid voor onderwijs en onderzoek krijgen studenten en TAS-ers meer mogelijkheden voor deelname aan het bestuur.
CvB benoemt hooglemar De PPR-fractie doet voorts het verstrekkende voorstel hoogleraren niet langer door de minister (openbare universiteiten) te laten benoemen, maar door het college van bestuur. Reden hiervoor is dat de nu erg lange procedure bekort wordt. Benoemingen mogen slechts plaatsvinden voor zes jaar. De faculteit heeft bij benoemingen het meeste gewicht. De facultaire benoemingsadviescommissie
wordt gedemocratiseerd: studenten en TAS-ers moeten er in voldoende mate in kunnen participeren. Juist om niet strikt wetenschappelijke kwaliteiten van sollicitanten mede te beoordelen. Aan een college van decanen is geen behoefte meer. Het is „een nawee van voor-WUBse tijden". De ftmctie van overlegorgaan voor het middenniveau is naar het oordeel van de PPR-fractie te mager vervuld, wat mede wordt toegeschreven aan het feit dat decanen slechts op persoonlijke titel in dit college zitten. Voor de regeling van de promoties, de andere taak van het college, is overigens wel een orgaan nodig. De radicalen vinden dat het coUege van decanen daarom moet worden omgedoopt In een coUege van promoties. Het kan ook anderen dan hoogleraren als leden hebben. Door het vervallen van het college van decanen kan volgens de PPR de titel rector magnificus ook worden weggestreept. De rector is er nu voorzitter van. Ook zit hij qualitate qua in het coUege van bestuur. Zijn taak, m.n. het behartigen van de wetenschappelijke belangen en de vertegenwoordiging van de universiteit bü wetenschappelijke aangelegenheden, zou door een portefeuilleverdeling in het coUege van bestuur kuimen worden opgevangen.
Eertwrstel Academische Raad De PPR-fractie is van mening dat de overleg- en adviesfunctie van de Academische Raad (platform voor de instellingen onderling en met de minister), die de laatste jaren niet goed uit de verf kwam, moet worden hersteld.
Zettverwericelijking
Overzichtsfoto van de studiedag en sloot zich daarmee van de rest van de wereld af. Prof H.C.I Duyker kenschetste het als volgt; „Er ziJn een aantal menselijke zwakheden. Zo staat m de academisch subkultuur een premie op originaliteit. Men wil niet doorgaan op iets dat al eens eerder op gang is gebracht door een ander." P. Vroon, hoogleraar in Leiden, zegt over dit punt: „Er is vanaf 1970 een desastreuze versplintering ontstaan die voor een belangrijk deel samenvalt met de opdeling in vakgroepen. Daardoor kregen mensen alleen maar omdat vakgroepen een andere naam hadden, het idee dat ze wezenlijk andere dingen aan het doen waren." Ter illustratie van deze onoverzichtelijkheid noemden verschillende aanwezigen voorbeelden van dubbel werk. Neem een willekeurig verschijnsel, bijvoorbeeld angst of agressie. Neem een handvol psychologische theorieën, de stimulans-respons theorie, de cognitieve dissonantie theorie, de attributie theorie en ga zo maar door. Ieder beschrijft^et op ziJn eigen wijze. Er worden per theorie andere begnppen Ingevoerd, maar het gaat over hetzelfde. Of een ander voorbeeld: er bestaan 250 ä 300 psychotherapieën. Niemand weet hoeveel het er precies zijn. En uit Amerika komt het verhaal dat gevorderde studenten kans zagen willekeurige gegevens in 7
Het hele overleg rondom planning en financiering van het wetenschappelijk onderwijs moet terug naar de plaats waar het hoort: de raad zelf. Het hele netwerk van overlegstructuren en plannlngcfrcuits, waarvan slechts een enkeling zich nog een totaalbeeld kan vormen, zou moeten worden opgeheven en vervangen door een raadscommissie die de besluitvorming door de raad voorbereidt. Net zoals dat bij de VEiststeUing van het advies over studentenstops door de commissie capaciteit gebeurt. De PPR vindt dat, behalve voor planning en begroting, tenminste commissies worden ingesteld voor onderwijs, onderzoek en studentenaangelegenheden. Van de commissies van de raad, die uit deskundigen moeten bestaan, mag geen enkele geleding voor deelname worden uitgesloten. Deskundige studenten mogen niet louter omdat zij student ziJn worden buitengesloten. De radicalen vinden dat de overheid zich minder met de universiteiten moet bemoeien. De laatste jaren worden er te veel zaken landelijk geregeld die de instellingen beter zelf kuimen afdoen, zoals de cursusduur, het opzetten van het wetenschappelijk verslag en nadere richtlijnen voor onf^ wikkelingsplannen. De PPR is voorstander van een zo groot mogelijke decentralisatie, maar ervaart sommige centrale regelingen beslist als waardevol, bijv. de scherpere controle op de besteding van gelden, de produktie van wetenschappelijk werk en bepaalde aanzetten tot taakverdeling en concentratie van studierichtingen. Uitvoering van de PPR-voorsteUen kost geen geld, noemen de opsteUers nog als voordeel. De PPR-nota, die de titel „Naar een democratische universiteit" draagt, is geschreven door Olaf Mc-Daniël, studentraadsUd voor de progressieve ASVA-fractie aan de Universiteit van Amsterdam en Henk Waltmans, lid van de Tweede Kamer voor de PPR.
verschiUende sociaal-psychologische theorieën onder te brengen.
Verdringing Voor de geschiedenis van de psychologie is ook bijna geen oog. Prof. Vroon heeft er een hobby van gemaakt te ontdekken wat er in de vorige eeuw al bekend was, terwijl het nu als nieuw uitgevonden verkocht wordt. Vroon: „Zo nu en dan duik ik in de bibliotheek en pak Duitse en Franse tijdschriften van vóór 1900. Ik kan alleen maar zeggen na een middag in de bibliotheek dat ik me weer rot geschrokken ben. Dan heb ik weer een voorbeeld gevonden van iets dat allang ultgediskussieerd was en als splinternieuw in 1973 is voorgesteld " Vroons lijstje wordt per keer dat je hem erover hoort, uitgebreider. Ook ter verluchtiging van dit stuk heeft hij weer een aantal saiUante voorbeelden. Zo is er de perspektivische iUusie theorie. Een bepaalde theorie over gezichtsbedrog. Die wordt toegeschreven aan de Engelsman Gregory in 1965 / '70. Die theorie is door een meneer Mooyman in 1900 uitvoerig behandeld en de grond in geschreven. Er is nog een sterker voorbeeld. Een hele moderne theorie op het gebied van de reuk, de zogenaamde stereochemische theorie, die zegt dat de vorm van het molecuul verantwoordelijk is voor de geursensatie. Die theorie staat in extenso bij de Romeinse dichter Lucretius. „Wat wil je ook. Het aantal vragen dat we ons steUen is uiterst eindig. De menselijke fantasie is uiterst eindig.
Studiedag over marktdenken en welzijnszorg Met kritische films over de ideeën van de econoom Milton Friedman aan het begin en eind wordt op woensdag 12 mei een open studiedag over het onderwerp „Marktdenken en welzijnszorg" gehouden door twee vakgroepen van de VU. Die vakgroepen ziJn die van sociale filosofie en sociologie van de hulpverlening. Bij de veelvuldige kritiek op de welzijnszorg vandaag de dag kan men zich afvragen of die kritiek niet samenhangt met de economische recessie, aldus een werkstiik van Aijen Verbrug en Chris Nieveen, dat het motto van de studiedag als titel draagt. De welzijnszorg is veelal een schoolvoorbeeld van wUdgroei in de coUectieve sector. Zowel de rechtse econoom Friedman als de linkse Hans Achterhuis, auteur van het opzienbarende boek „De markt van welzijn en geluk", trekken elk vanuit hun flank tegen de welzijnszorg ten strijde. Welzijnszorg is in beider visie economische produktle. Zij klagen erover dat overheid en professionals de vrije markt verstoren. De studiedag wordt gehouden aan de Van Eeghenstraat 112 en begint precies om 9.30 uur. De dag, waarop sprekers optreden als B. Kee, R.L. Haan, S. GrifQoen en H. v.d. Berg, eindigt om 15.00 uur. Tussen de miei-' dingen door wordt steeds een discussieronde gehouden. (Red.)
Zoals het erop de diskussiedag naar uitzag, begint het besef door te breken dat er aan aUe theoretische onduidelijkheid en overlapping maar eens een eind moet komen. Maar de manier waarop de theoretische psychologie dat gaat doen zal verschiUen per universiteit. De een is geporteerd voor een aparte vakgroep. Daarmee aansluitend bij het bestaande organisatiemodel waarbinnen wetenschap bedreven wordt. De ander ziet heil in een WUB-werkgroep waarin verschUlende subdisciplines met elkaar aan de slag gaan. Weer anderen zijn de mening toegedaan dat het werk van de theoretische psychologie gebeuren moet in samenwerking met degenen die zich richten op methodenleer en wetenschapsfilosofie. Probleem van dat laatste is dat de betreffende vakgroepen methodenier vaak niet wiUen. Een ervaring die men in Leiden, Utrecht en aan de VU heeft opgedaan. Vroon: „Ik snap niet waarom het niet kan. Het gaat om de methodenstrijd en de manier waarop oplossingen kunnen worden aangedragen die zorgen voor de vooruitgang en niet aUeen de voortgang van de psychologie. Daar heb je methodologen voor nodig. Het is jammer dat die koppeling nergens is gelegd. Volgens prof A.D. de Groot is het probleem bij vakgroepen methoden en technieken dat daar altijd het accent op techmeken komt. Het fundamentele nadenken verdwijnt door druk van de technieken. Dat laatste is gewoon makkelijker. Net als in de pegagogiek waar de vakgroep theoretische en historische pedagogiek een „pleinfunktie" zou moeten hebben zoals daar al 6 jaar geleden vastgesteld werd, maar die nog steeds niet heeft, zal de theoretische psychologie er ook heel hard aan moeten trekken om serieus genomen te worden. Tot zolang heb ik medelijden met studenten die onvoldoendes halen op tentamens omdat ze „zo stom ziJn" al die theorieën door elkaar te halen."
Sociaal contract
Inleveren voor werk Er zal voor het zoveel mogelijk behouden en scheppen van extra werkgelegenheid in het wetenschappelijk onderwijs moeten worden ingeleverd. Daarbij wordt gedacht aan verschillende maatregelen als,emg uitstel van promotie, verlenging van salarisschalen en verkorting van de werktijd met een uur per week. Alleen deze laatste maatregel is landelijk gezien al goed voor een kleine duizend extra arbeidsplaatsen. De centrales van ambtenaren hebben dit vernomen in het centraal overlegorgaan personeelszaken wetenschappelijk onderwijs (copwo). Daarin werd besloten dat vlug m de informele sfeer verder wordt gepraat over de voorsteUen van minister Van Kemenade van onderwijs en wetenschappen voor een sociaal contract voor het wetenschappelijk onderwijs. Nu werd nog aUeen gepraat over de voorwaarden, waaronder dit contract er kan komen. De centrales stelden dat als het contract is afgesloten er meer mogen volgen. De minister wees erop dat een sociaal contract zijn mogelijkheden om beleid te voeren, niet mag beperken. In de komende gesprekken wordt nagegaan hoe en wat de overheid enerzijds en het personeel van de universiteiten en hogescholen anderzijds kunnen bijdragen aan het opstellen van het sociaal contract. Haast is geboden, want maatregelen die er uit voortvloeien zijn al verwerkt in de begroting voor dit jaar.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981
Ad Valvas | 434 Pagina's