Ad Valvas 1981-1982 - pagina 271
AD VALVAS — 26 FEBRUARI 1982
ITSWO neemt door uitblijven van opdrachten liquidatiebesluit
Tien jaar onderzoek voor protestantse zuil Het Instituut voor Toegepast Sociaal Wetenschappelijk Onderzoek, kortweg het ITSWO, gaat binnenkort dicht. Na tien jaar onderzoekswerk, met name ten behoeve van christehjke organisaties, wordt het instituut nu gekonfronteerd met een sterke daling van onderzoeksopdrachten. De potentiële opdrachtgevers hebben door de bezuinigingen geen geld of willen geen geld meer besteden aan de doorgaans dure onderzoeksprojekten. „Achteraf gezien hadden we ons vanaf het begin op een breder veld moeten richten. Pas in 1977 hebben we besloten ook bij niet-christelijke organisaties onderzoeksopdrachten te verwerven. Maar toen waren we eigenlijk te laat: een groot deel van de markt was toen al bezet." Aldus dr. Jan de Jonge, direkteur van het ITSWO. Met hem en met drs. Tamme Westra, een van de onderzoekers van het instituut, hadden we een gesprek. Het ontstaan van het ITSWO, we schrijven 1972, is nauw verbonden met het feit dat de VU vanaf het einde van de jaren zestig voor 100 procent van rijkswege gesubsidieerd wordt. De Vereniging voor wetenschappelijk onderwijs op gereformeerde grondslag, tot die tijd een belangrijk financier van de VU, was natuurlijk bl^j met dit parlementair besluit (genomen onder onderwijsminister Veringa), maar vreesde wel een verslapping van de band met Jiaar leden en kontribuanten. Het Verenigingsgeld zou daarom nu besteed moeten worden aan „leuke dingen voor de achterban". Fakulteiten konden daarvoor ideeën naar voren brengen en de subfakulteit sociaal-kulturele wetenschappen deed het voorstel voor wat later het ITSWO is gaan heten. Aan de VU bestond op dat moment al een Sociaal Wetenschappelijk Instituut. Daar kwamen vaak verzoeken binnen om bijvoorbeeld „het verloop van de gereformeerde gemeente in Waddinxveen" en ,j)roblemen van orde op scholen met de Bijbel" te onderzoeken. Men hoopte bü de gereformeerde achterban dat dit soort onderzoekingen op een christelijke universiteit wel pro deo gedaan zouden kimnen worden. Maar dat bleek niet het geval. Bovendien pasten de onderzoeksvragen van de achterban vaak niet in de lopende onderzoeksprogramma's van de vakgroepen. Redenen genoeg om een nieuw instituut in het leven te roepen, een instituut dat dan financiële steun van de Vereniging zou krijgen en dat „uitgaat en ten dienste staat van de Vereniging". De financiële verhouding tussen de Vereniging en het ITSWO is echter altijd problematisch gebleven. De Jonge, nu: „Er is altijd verschil van mening gebleven over de vraag of het ITSWO zichzelf financieel zou moeten bedruipen of dat er struktureel ,geld van de Vereniging bij zou moeten. Destijds hadden de initiatiefnemers en het bestuur van het ITSWO wat dit betreft een andere rol voor de Vereniging voor ogen, dan die in feite geweest is." Niet alleen op het pimt van de financiën, maar ook wat betreft de onderzoeksaktiviteiten van het ITSWO is de verhouding met de Vereniging niet rimpelloos geweest. In de ,Afspraken" van 1977 tussen de Vereniging en het CvB over de „instandhouding en ontwikkeling" van het ITSWO stond nog te lezen dat het ITSWO „van wezenlijk belang wordt geacht voor de beleidsbepaling en beleidsondersteuning van Vereniging en VU met het oog op de door hen te verrichten taken en te vervullen doelstellingen". Maar deze schone formulering dient voor wat betreft de Vereniging met een flinke korrel zout gelezen te worden. De Vereniging heeft immers de afgelopen tien jaar welgeteld slechts één onderzoeksopdracht aan het onderzoeksinstituut verstrekt. De behoefie aan ondersteuning van het eigen beleid door middel van onderzoek door het ITSWO is, zo kan gekonkludeerd worden, zeer minimaal.
Goedkoop Anders ligt het met de relatie tussen het College van Bestuur en het ITSWO. Van de naar schatting 40 Projekten die het ITSWO sinds de oprichting onder handen had, was voor 35 procent het college de opdrachtgevende instantie. Te noemen valt bijvoorbeeld het POPVU-onderzoek (de
l/l^im Crezee
krappen. Allerlei onderzoeksinstituten tn het land fuseren en er verdwijnen banen. Dus 't is niet aUeen btj ons, maar het is een algemene trend die zich op het ogenlbik doet gevoelen. Vorig jaar stond het er voor ons nog erg florissant voor. Toen zat ik nog achter mijn oren te krabben van, jongens, redden we dat allemaal wel met het huidige personeelsbestand?" - we waren toen met erg veel potentiële opdrachtgevers in gesprek. Het gekke is dat het in een tyd van vijf maanden totaal is omgeslagen." Westra: „Onze potentiële opdrachtgevers zijn vaak gesubsidieerde instellingen. Als de overheid op hen bezuinigt dan verdwijnt de post voor extem onderzoek als een van de eerste dingen op de begroting van een instelling." De Jonge: „We hebben ook last gehad van onderzoekers, verbonden aan vakgroepen. Die hebben namelijk de mogelijkheid om onderzoeksopdrachten, die vanuit de derde geldstroom (geld voor onderzoek in opdracht van partikulieren, bedrijven, overheid,
speelse titel staat voor populariteit VU: onderzoek naar motieven van studenten in de keuze van WO-instelling), de automatiseringsonderzoekingen VUBIS / s (VU bestuurlijke informatiesystemen m.b.t. studentenadministratie), VUBIS / b (bibliotheken), VUBIS / p (personeelsadministratie) en het WUB-evaluatieonderzoek. Het afgelopen decennium trok het CvB in totaal 900.000 gulden uit de beurs voor onderzoeksopdrachten aan het ITSWO. Westra hierover: „De voorkeur van het CvB om onderzoeksopdrachten aan ons te geven, in plaats van aan externe onderzoekinstituten, komt voort uit het feit dat bij ons een kumulatie van kennis van de VU aanwezig is. De VU zou aan externe instituten zomaar 10.000 gulden meer moeten betalen, alleen voor het inwerken in de situatie en de verhoudingen aan de VU. Bovendien zijn wy relatief goedkoop: wij hebben geen winstoogmerken aangezien we tegenvallers niet hoeven te kompenseren." Maar uiteindelijk bleken de financiële tegenvallers toch te groot. Het balanstekort schoot heen over het bedrag waarvoor de Vereniging garant staat, en dat was vorig jaar december voor het bestuur van het ITSWO aanleiding om het liquidatiebesluit te nemen. Het liquidatietekort bedraagt zo'n anderhalve ton. Tussen het kollege en de Vereniging zal nog wat touwtrekken plaatsvinden, maar de verwachting is dat de Vereniging voor dit exploitatietekort zal moeten opdraaien. Het personeel van het onderzoek- Dr. Jan de Jonge, direkteur, voor een sinstituut, gevestigd aan de Prins opgedoekte instituut. Hendriklaan in Amsterdam-Zuid, red.) komen, voor te bereiden m de heeft deels buiten de VU werk gevon- tijd van de vakgroep. Maar wi) moesden en is deels nog in gesprek met het ten geld in de voorbereiding van ProKvB over interne overplaatsing. jekten stoppen. Daarmee loop je risiHet kollege heeft namelijk een her- co's, want als je de opdracht niet plaatsingsplicht ten aanzien van de krijgt ben je je geld kw^it, dan hebben voormalige ITSWO-medewerkers: we dertig of veertigduizend gulden wanneer binnen de VU vakatures val- verlies, terwijl onderzoekers in de len waar de ITSWO-medewerkers ge- vakgroepen in zo'n geval financieel schikt voor zijn, dan hebben zij voor- geen centje pijn hebben." rang boven kandidaten uit een even- „Het was bij het huidige personeelstuele open sollicitatieprocedure. bestand van ons Instituut niet goed mogelijk om in telciimpen. We zaten al op een vrij minimale formatie, en als je dan nog kleiner wordt, dan is je Algemene trend basiskwalifikatie te gering en te smal - Belangrijkste oorzaak van de slui- om een verantwoord en kwalitatief ting van het onderzoeksinstituut is onderzoeksprojekt af te kvmnen leveeen tekort aan onderzoeksopdrach- ren. Als je dan gaat snijden in je formatie dan leg je daarom toch snel ten. Ligt dat aan De Krisis? De Jonge: „Het heeft Inderdaad met het loodje." de ekonomische recessie te maken. Een voorbeeld. Een van onze eerste aktiviteiten was een onderzoek naar Jargon de motivatie van ouders om hun kin- - Het ITSWO heeft veel onderzoek deren naar protestants-christeUJke voor christelijk-sociale organisaties scholen te sturen, 't Is een vrij aardig gedaan. Jullie noemen dat identiteitsonderzoek geworden en het wordt nog gebonden onderzoek. Maar wat moet steeds geciteerd. Dat zegt toch wel ik me daarbij voorstellen? Duidt dat iets over de waarde ervan. Wij hebben alleen op een algemene verwantschap toen vervolgprojekten bedacht, inge- die je als onderzoeker met die organidiend bö de Stichting voor onderzoek saties hebt aflevert het een specifieke van het onderwijs (SVO) voor subsi- onderzoeksstrategie op? diëring en dat is toen door hen goed- De Jonge: „Vaak komen instanties bü gekeurd. Maar er is nog nooit een ons omdat ze verwachten dat ze bijopdracht afgekomen omdat de vrije voorbeeld specifieke deskundigheid bestedingsruimte van het SVO zeer hebben op het gebied van protesingeperkt is. Dat zegt wel iets: de tants-christeUjk onderwijs; ze vermuziek is weg. wachten dan iets van ons vanuit die gemeenschappelijke achtergrond. In de tweede plaats is het zo dat Vanuit dat gedeelde referentiekader organisaties, waarmee we al jaren in gaan we Ipjken hoe organisaties nieugesprek zyn, de opdrachten niet afgewe vormen kunnen opzetten, gelet op ven. Ze zijn zeer beducht om geld voor ontwikkelingen die in de samenleving onderzoek uit te geven. De markt van gaande zijn. 't Is een kwestie van een onderzoeksopdrachten is aan het ver-
zeker onderling vertrouwen." Op de vraag of de onderzoekingen van het ITSWO ook door niet-christelijke onderzoeksinstituten uitgevoerd zouden kunnen worden, antwoorden beiden, bijna tegelijkertijd: ,Jn principe wel." „Maar", vervolgt Westra, „het spreken van een zelfde jargon is wel belangrijk. Daar kan ik nog een aardig staaltje van verteUen. Ik ben op het ogenbUk nog bezig met een onderzoek naar de steunbereidheid in de gereformeerde kerk. Daar hebben we een aantal vragen voor opgesteld. Bijvoorbeeld Is uw huwelijk kerkelijk ingezegend? Prompt werd ik gebeld door iemand die me indringend vroeg of ik wel unst dat in gereformeerde kerken huwelijken niet ingezegend, maar bevestigd worden. Inzegenen is een typisch katholieke term. De vragenlijst was namelijk opgesteld door m'n kollega Edwin en die is katholiek. Van die dingen; je hoeft maar even het verkeerde jargon te gebruiken en men kan er niet meer mee uit de voeten."
gedeelte van het archief van zijn
Identiteit De Jonge: „De afgelopen tien jaar is er natuurlijk wel wat veranderd bij christelijk-sociale organisaties. Nee, ik bedoel niet zozeer de ontzuiling. Het is zo dat meer zaken op het ogenblik bespreekbaar zijn, zaken die vroeger vanzelfeprekend waren of waar je niet over sprak. Tien jaar terug stond bijvoorbeeld het fimktioneren van een leerkracht in het onderwijs met ter diskussie. Die deed het dus goed. Dat is nu veel meer onderzoekbaar. Momenteel worden er in protestants-chnstelyke organisaties meer dingen geproblematiseerd, maar tegelykertijd heeft men minder centen om er iets via onderzoek aan te doen. Dat is tragisch eigenlijk: je hebt er zelf aan meegewerkt dat men meer open is komen te staan, maar de vruchten kun je als onderzoeksinstituut daarvan niet plukken omdat de ekonomische recessie er doorheen loopt." - Is het geen typisch element van verzuiling wanneer een christelijk Instituut onderzoek doet voor christelijke organisaties? Westra: „Ben ik niet met je eens. Kijk, het is een maatschappelijke ontwikkelmg waarin identiteitsgebonden organisaties moeten nadenken over hun nchtlng, niet alleen de richting van instandhouding van de zuil, maar ook, en vooral, in de richting van fusies en samenwerkingsverbanden tussen de vroegere zuilen. Dus het gaat er niet zozeer om dat die organisaties onderzoeksmatige steun willen hebben üi him poging zichzelf als zuil in stand te houden, maar eerder de vraag hoe ze als christelijke organisatie in het fusieproces de essentie van
hun historische verschijnsel kunnen behouden en hoe ze vorm kunnen geven aan hun identiteit. De Jonge vult aan: „Het vorm geven aan je identiteit betekent dat je je als christelijke organisatie afvraagt welke knelpunten er zijn In de samenleving, waar je aktief op wüt inspelen. Dat bepaalt je identiteit. En niet als je zegt we zijn gereformeerd of zo. Dat is wat loos en vrijblyvend, dat spreekt ook niemand aan." - Je kunt dus een belangrijk deel van het werk van het ITSWO typeren als een sociaal-wetenschappelijke begeleiding van identiteitsvorming in tijden van ontzuiling? De Jonge: „Nou, soms ligt het ook anders hoor! Er kwam eens een organisatie met een zak geld bij ons langs, met de vraag of we eens onderzoek wilden doen naar hun identiteitsproblemen. Na een dag kwamen we al tot de konklusie dat die organisatie helemaal geen onderzoek nodig had, maar dat het bestuur ervan gewoon ja of nee moest zeggen tegen een bepaalde beleidsbeslissing. Dat durfden ze kennelijk niet en schoven de zaak af naar een wetenschappelijk instituut onder het mom van identiteitsproblemen. We hebben die opdracht dus niet geaccepteerd."
Wenfingspolitiek - Hebben jullie de afgelopen tien jaar nooit concessies hoeven te doen als het ging om de formulering van de onderzoeksopdracht? De Jonge: „We hebben een aantal dingen altijd overeind gehouden. Ten eerste mag onze eigen professionele deskundigheid niet aangetast worden: als we vinden dat op grond van methodologisch-techmsche overwegingen een bepaalde onderzoeksopzet noodzakelyk is, accepteren we geen werkwijze die volgens ons ondeugdelijk is. Natuurlijk moet je wel wat schipperen met de tijd en de middelen, dus hoe je met zo weinig mogelijk middelen een zo goed mogelijk onderzoeksresultaat kan krijgen. Maar dat geldt voor elke onderzoeker. Het is wel eens voorgekomen dat een organisatie van ons een wetenschappelijk rapport wUde om haar belangen beter te kunnen dienen De konklusie van het onderzoek dat wij zouden moeten doen, stond voor hen eigenlijk al bij voorbaat vast. Daar konden we met in meegaan, en na een paar gesprekken krijg je dan een beleefd briefle „We zien van verder kontakt met u af'. Het tweede punt dat we altijd overeind hebben gehouden is openbaarheid van onderzoeksrapporten. Iedereen kan en mag ze lezen." Westra: „De grootste concessie die wij hiermee hebben gedaan, is dat we een rapport een paar maanden later mtbrachten, zodat de opdrachtgever in z'n eigen organisatie de gelegenheid had orde op zaken te stellen om de klap beter op te kunnen vangen." De klanten zijn de afgelopen tien jaar altijd tevreden geweest over ons werk, stelt De Jonge vast. Dat wil overigens niet zeggen dat er in het verleden nooit een vraagteken gezet is achter de kwaUteit van de Produkten van het ITSWO. Zo was het ITSWO-onderzoek naar de behoefte aan een kinderopvang op de VU destijds aanleiding voor een respektabel aantal Ingezonden brieven in Ad Valvas. De toekomstige gebruikers van een kinderopvang dienden namelijk zelfde ITSWO-enquêteformulieren op te halen. Een hoogst ongebruikelijke manier om onderzoek te verrichten, stelde een van de brievenschrijfsters met recht vast. Het onderzoek daalde nog verder in betrouwbaarheid doordat het ITSWO geen rekening gehouden had met het feit dat mensen juist omdat er geen kinderopvang was (en nog steeds niet is) niet aan de VU studeren of werken. - Zouden jullie nu, terugkijkend, een andere wervingspolitiek ten aanzien van onderzoeksprojekten gevoerd hebben? De Jonge: „Achteraf gezien hadden we ons vanaf het begin op een breder veld moeten richten, dus ook onderzoeksprojekten van niet-christeli)ke organisaties moeten verwerven. Maar als onderzoekers hadden we die mogelijkheid niet, want we waren gebonden aan statuten die zeiden ,Jullie moeten dit en dat doen", en dat hanteerde ook ons bestuur als kriterium by elk Projekt dat we bii hen voordroegen ter goedkeuring. Die bredere oriëntatie zat er gewoon niet in, want het instituut was met een specifiek doel opgericht. Pas in 1977 is ons doel veel breder geworden. Maar op dat moment waren we eigenlijk te laat: een groot deel van de markt was toen al bezet."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981
Ad Valvas | 434 Pagina's