Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 428

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 428

8 minuten leestijd

AD VALVAS — 25 JUNM982

6

Onderwijskundige drs. Leo Prick (VU): "Nagestreefde toelatingsdrempel lerarenopleiding kan wel eens volstrekt overbodig blijken te zijn"

"Oppassen dat straks niet te weinig leraren worden opgeleid" „We moeten als de dood oppassen dat er de komende tien jaar niet te weinig leraren worden opgeleid." Die kans lopen we, aldus drs. Leo Prick, algemeen onderwijskundige aan de VU, als de overheid de voorspelling over de behoefte aan leraren bij het voortgezet onderwijs, begin dit jaar gedaan door het Nederlands Economisch Instituut (afdeling arbeidsmarktonderzoek), volgt en de toelating tot de lerarenopleiding drastisch gaat beperken. Volgens de voorspelling zal de vraag naar leraren vanaf volgend cursusjaar tot 1995 met twintig procent dalen tot 79.000 mensjaren Drs. Prick noemt dat een overdreven sombere verwachting. „Men is in zijn onderzoek uitgegaan van de jaren 1978/ '79, toen onder de leraren onder invloed van de op handen zijnde bezulnigmgen opeens een mentaliteit van blijf zitten waar je zit was ontstaan, terwijl die er voordien met was. En voor degenen die nog wel wilden verkassen werden de alternatieven m het onderwijs, banen bij de pedagogische centra, de nieuwe lerarenopleiding en de universiteit minder. Die situatie, waarin de zaak muurvast zat en de mobiliteit germg was, heeft men tot 1995 doorgetrokken Ze hebben gekeken naar hoeveel leraren op basis daarvan het onderwijs zullen verlaten en hoe dat gat weer zou kunnen worden gevuld, rekening houdend met de dalende aantallen leerlingen." Hoewel naar de mening van Pnck geen enkel jaar model kan staan voor de ontwikkeling van de (onderwijs)arbeidsmarkt op langere termijn, vindt hij het „toch wat al te grijs" dat het Nederlands Economisch Instituut ook nog eens een jaar als uitgangspunt heeft gekozen dat bepaald geen gemiddelde mag heten. Als men wel een gemiddeld jaar had genomen, zou volgens Prick zijn gebleken dat leraren over het algemeen slechts een kort deel van hun beroepsleven voor de klas staan. En dus al vrij snel plaats maken voor anderen, waardoor de behoefte groter is dan die

Jan van der Veen wordt geschetst. In het nieuwe „Tijdschrift voor Opleiding en Onderwijs" (juninummer, Ie jrg. nr. 3) schrijft hij daarover. Hy beperkt zich tot de eerstegraads leraren en kükt speciaal naar de gemiddelde afgestudeerde aan de universitaire opleidingen in

het licht van het streven naar de fikse toelatingsdrempel van 20 tot 30% tot de tweede fase.

Onverstandig Volgens Prick, die momenteel bezig is met een onderzoek naar de voldoening die leraren in hun werk scheppen en in samenhang daarmee hoe zich hun loopbaan ontwikkelt, lijkt het

onverstandig tot een dergelijke toelatmgsbeperking te besluiten. „Ik denk dat de studentenaantallen afiiemen, zodat we zo'n beperking niet nodig hebben en misschien wel 40 of 50% kuimen toelaten tot de lerarenopleiding in de tweede fase (zes maanden duurt die). Als we dan bovendien zien dat leraren na een aantal jaren, bijvoorbeeld om hun positie te verbeteren, het onderwijs alweer verlaten en een andere baan kiezen, kan het toelatingspercentage mogelijk wel 70 tot 80% zijn. Verder zullen niet aUe studenten, zelfs niet die van de letterenfaculteit, van wie nu nog 90% de lerarenopleiding volgt, onder de tweefasenstructuur leraar willen worden, als dat een post^doctorale cursus wordt, en dan zou de selectie daarvoor wel eens helemaal achterwege kunnen blijven." Daarbij mag volgens hem niet uit het oog worden verloren, dat de toekomstige arbeidsmarkt voor leraren in hoge mate onvoorspelbaar is. Hoe zal het volwassenenonderwijs zich ontwikkelen of een instituut als de volkshogeschool? „Daar moeten we toch geen kneusjes of tweederangs leraren, die niet naar het voortgezet onderwijs toe kunnen, heen sturen!" Prick vindt het mtermate zinvol en nuttig als bij het opstellen van prognoses en beleidsvorming ook wordt

gelet op wat de ideale leeftijdsopbouw van leraren zou kuimen zijn, verschillend naar vak en sexe en rekening houdend met de aantallen te geven lesuren. De onderwijskundige noemt het een slechte zaak voor het onderwijs dat de mobiliteit voor deze beroepscategorie sterk is gereduceerd en steeds meer docenten zich gedwongen voelen in het onderwils te blijven- werken (vergrijzing). Maar daar ook in behoefteprognoses van uitgaan geeft volgens Prick geen pas. Dan zit je naderhand weer met een tekort aan leraren, omdat je er te weinig hebt opgeleid, tenminste als het overheidsbeleid daarop wordt gebouwd. Prick meent dat de doorstroming in het onderwijs intact moet blijven. „Die is heel organisch en normaal op grond van wat je ook elders ziet gebeuren. Normasi zie je mensen, als ze meer overzicht hebben gekregen In organisaties waarin zij werkzaam zijn, naar beleidsfuncties toegroeien. Als leraar zou je dan in de schoolleiding terecht moeten komen, maar die is verdraaid klem en er zijn maar weinig plaatsen daar. Zo iemand moet dan dus het voortgezet onderwijs verlaten, als dat kan." Volgens hem worden echter mensen met onderwijservaring voor allerlei andere maatschappelijke functies nog altijd goed gewaardeerd.

Ta ndheelkundestudenten moeten filosofieproeve alsnog afleggen De tweeëntwintig tandheelkundestudenten die, omdat zij hun kandidaatsbul al in hun bezit hadden, meenden dat zij het algemene filosofietentamen, dat onder het kandidaatsexamen valt niet meer behoefden af te leggen, moeten dit alsnog doen. Anders kunnen zij hun doctorale tentamens niet verder afleggen en worden de tentamens die zij onder voorbehoud intussen al hebben kunnen doen ongeldig verklaard. Het CoUege van Beroep voor de Examens, waar studenten met klachten i)\er tentamen- en examenbeslissingt-n heen kimnen stappen, heeft het beroep dat de tandheelkundestudenten tegen een beschikking van de zgn. D-l-commissie op hun subfaculteit bij hen hadden ingediend verworpen. Het beroepscollege zegt in zijn mtspraak dat de by tandheelkunde geldende regeling dat het filosofietentamen ook na het behalen van het kandidaatsexamen kan worden afge-

Drs. Leo Prick

legd niet in strijd is met de VURegelen. Hoewel het tentamen tot het kandidaatspakket behoort, mag bij wil ze van afwijkmg door de subfaculteit worden voorgesciireven dat het ook naderhand kan worden afgelegd. Schade voor de belangen van studenten brengt dat met met zich mee, integendeel, zy hebben meer tyd om het tentamen voor te bereiden. De regeling die bij tandheelkunde geldt werd in 1974 getrofien om overbelasting van studenten in de kandidaatsfase te voorkomen. De studenten hadden, aldus het beroepscollege, kuimen informeren hoe de zaak precies in elkaar zat op hun subfaculteit, ook al zou er misschien in de voorlichtmg erover enige verbetering kimnen worden gebracht. De tandheelkundestudenten hadden by een eerder ingesteld beroep tegen een beslissing van de vaste commissie voor de examens over dezelfde kwestie nul op het request gekregen. Het College van Beroep verklaarde zich toen onbevoegd omdat dergelijke commissies geen organen zijn die m de praktijk met examenregelingen werken, maar er slechts algemene richtlijnen voor geven. iJ.v.d.V.)

Grote ongerustheid over mogelijke ministeriële plannen tot overheveling naar de zgn. Nieuwe Lem^^^

Raakt universiteit haar lerarenopleidingen in de naaste toekomst kwijt? In de kringen van vakdidak- van Onderwijs en Wetenschappen, op tici en onderwijskundigen een vergadermg van het PAO-overleg dat de minister en de staatssedie verbonden zijn aan de mee, cretaris voornemens zijn de universilerarenopleiding heerst gro- taire lerarenopleiding naar de NLO's te ongerustheid over de toe- over te brengen. Eind mei of begin komst van de eerstegraads juni zou hierover nadere informatie verstrekt. In de vergadering lerarenopleiding op de uni- worden van de week daarna zei Vredevoogd versiteit. Er komen steeds dat de notitie over dit onderwerp was meer aanwijzingen die erop opgehouden door de politieke ontwikHet kabinet was in de tusduiden dat op het Ministerie kelingen.gevallen. van Onderwijs en Weten- sentijd De voorlichtmgsdienst van het minisschappen plannen klaarlig- terie van O W wil op dit moment gen om de universitaire lera- niet meer zeggen dan dat minister renopleiding naar de NLO's Deetman (CDA) in de tiJd dat hij nog was aan de Centrale (Nieuwe Lerarenopleiding, staatssecretaris Commissie Onderwijs Overleg zoals bijvoorbeeld de Gel- (CCOO, Tweede Kamer commissie) derse Leergangen) over te een notitie hierover voor het einde van dit kalenderjaar had toegezegd. brengen. De geruchten over dit ministeriele beleidsvoornemen die reeds enkele maanden circuleren, beginnen steeds meer vaste vorm aan te nemen. Op 11 mei deelde de heer Vredevoogd, adjunkt-direkteur van het ministerie

Op welk tijdstip de notitie precies te verwachten is, was biJ de ministeriele voorlichtingsdienst nog onbekend. Er IS een kans dat de notitie tot na de verkiezingen in september is uitgesteld; insiders verwachten echter dat de notitie nog deze of volgende maand zal worden uitgebracht.

De Academische Raad heeft reeds geprotesteerd tegen de wijze waarop bekendheid is gegeven aan het keimeH)ke voornemen van de minister om de universitaire lerarenopleiding af te schaffen. In een brief van 7 juni stelt AR voorzitter dr. G. Brenninkmeijer dat „de voorbereiding van een ingnjpende maatregel als het aan de universiteiten en hogescholen ontnemen van de bevoegdheden tot het verlenen van eerstegraads onderwij sbevoegdheden een zorgvuldige aanpak vereist". Een dergelijke aanpak houdt naar het oordeel van de Dagelijkse Raad van de AR in, dat er vroegtijdig kontakt wordt opgenomen met de universiteiten en hogescholen, zodat wordt voorkomen dat die via geruchten en door publieke uitspraken van vertegenwoordigers van het departement van het bestaan van een dergelijk voornemen moeten vernemen. Ook acht de AR de <;evolgde procedure hoogst ongelukkig in verband met de onzekerheid die daardoor ontstaat bi) de behandeling van de desbetreffende delen van de ontwikkelingsplannen 1983-1987

De secretaris van de Universitaire Commissie Lerarenopleiding (ULCO) van de KU, dr. J.F.M. Deckers acht de situatie inderdaad zeer kritiek: „Ik geloof beslist dat er geen sprake is van een storm in een glas water", zegt luj. „Van Kemenade tijdens zijn eerste ambtstermijn en zyn opvolger Pais hebben er meerdere malen mee gedreigd. Tot nu toe zijn de universiteiten in hun algemeenheid er nauwelijks tegen in het geweer gekomen. In Utrecht en aan de VU in Amsterdam beschikte men bijvoorbeeld tot voor kort over een Pedagogisch-Didaktisch Instituut. Enige tijd geleden zijn beide instituten in grote moeilijkheden gekomen. Daarbij komt nog dat de experimentele wet waaronder de NLO's vallen nu ongeveer tien jaar bestaat en binnenkort in een kaderwet moet worden omgezet. In de gedachtengang van de mmister zou het erom gaan in die wet de eerstegraads bevoegdheid weg te houden en die apart in de wet op het wetenschappelijk onderwijs onder te brengen Verder zouden bezuimgingsoverwegmgen m het kennehjke voornemen van de minister kunnen meespelen."

Het is nog niet duidelijk of de minister van plan is om de eerstegraads lerarenopleiding in ziJn geheel bij de NLO's onder te brengen. Er is ook een konstruktie denkbaar waarbij de aanstaande leraren eerst het doktoraalexamen (ie fase) aan de universiteit afleggen om vervolgens didaktisch geschoold te worden op een NLO. Deckers meent echter over een aanwijzing te beschikken dat het plan van de minister de lerarenopleiding in zijn totaliteit behelst. Het verlies van de lerarenopleidmg zou vooral een gevoelige klap betekenen voor de fakulteit Letteren (waaronder Geschiedenis) en de mterfakulteit Geografie en Prehistone. Beide studierichtingen zouden veel van hun aantrekkelijkheid voor de studenten verliezen. Ook het Algemeen Onderwijskundig Instituut voor de Lerarenopleiding (AOLO) van de KU zou bij het doorgaan van het voornemen van de mmister in z^n voortbestaan bedreigd worden.

(KU-Nieuws, Nijmegen, Jos Spreekman)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981

Ad Valvas | 434 Pagina's

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 428

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981

Ad Valvas | 434 Pagina's