Ad Valvas 1981-1982 - pagina 266
AD VALVAS — 19 FEBRUARI 1982
10
30.000proefdieren zoek
Verplichte rapportage dierproeven werkt nog niet best Hoewel hij het üefst alle dier proeven zou hebben afge schaft, zat dr. A. Pais als minister van onderwijs en we tenschappen niet op de juiste stoel daarvoor. Noodgedwon gen heeft hij het daarom gela ten bij enkele aanzetten voor een beperking van het proef diergebruik. In 1977 verraste Pais de instellingen van we tenschappelijk onderwijs met de vraag naar de aard en de omvang van het onderzoek waarin proefdieren participe ren. Verder wilde hij weten hoe hard er gewerkt werd aan alternatieven met minder of geen dieren. Het verzamelde cijfermateriaal vertoonde nogal wat gebreken. Dat zou echter de volgende jaren wel verholpen worden. Nu, na de derde telling in 1980, het plaatje nog niet compleet is, kan geconcludeerd worden dat het proefdiergebeuren zich niet makkelijk laat van gen in cijfers. Pais overviel m 1977 de instellingen van weienschappelijk onderwijs met zijn dierproefenquête. Geen enkele universiteit of hogeschool had een centraal overzicht van het eigen dierexperimentele onderzoek Cijfers moesten bij de vakgroepen verzameld worden. Niet aUe onderzoekers wilden meewerken aan het openbaar maken van hun experimenten, omdat dit slechts ' koren op de molen van de dierenbeschermers zou zijn. De resul taten van 1977 waren slechts een aan loop voor een betere telling in de volgende jaren. In 1978 werden ook de industrie en de nietuniversitaire instituten m de en quête betrokken. Nog steeds ontbra ken dieren. Soms omdat niet duidelijk was hoe er geteld moest worden, maar ook omdat instellingen weigerden mee te werken zolang d a t niet wette Ujk verplicht was.
Papierwinkel Met de ervaringen van de twee enquê tes lag het voor de hand dat de registratie over 1980 op rolletjes zou lopen. Toch moest de Leidse universi teit laten weten dat het ministene 12.983 dieren over het hoofd gezien
had: de opgave van de vakgroep Far macologie ontbreekt m het overzicht. Die opgave is wel opgestuurd. Leiden moet dus aangeslagen worden voor 60.468 dieren. In plaats van een daling ten opzichte van 1978 een stijging met 7.237 stuks. Net zo opmerkelyk als Leiden is de Landbouwhogeschool Wageningen waarvan zo'n slordige 16.000 muizen in het overzicht ontbreken. Ook het aantal ratten klopt met. In werkelijk heid ligt het bijna twee keer zo hoog, maar het verschil bedraagt slechts 1.579 dieren. Het grote verschil met de LHopgave van 1978 was het ministe rie wel opgevallen. Als verklanng noemt het dat de gegevens van de studierichtmg Genetica ontbreken. Dr. H. van Haeringen, die tegenwoor dig het proefdiergebruik van de LH coördineert, zegt dat die verklaring niet juist is. Waar het verschil dan wel aan ligt kan hij niet zeggen. Hij heeft zich een beetje verkeken op de hele papierwinkel, maar voor 1981 zal het veel beter lopen.
coördinatie van de tellingen. Bij de mstellingen van wetenschappelijk on derwijs zijn de colleges van bestuur, als toekomstig vergurminghouder voor dierproeven, verantwoordelijk voor de jaarlijkse rapportage. De col leges moeten eerst iemand vrijmaken voor dit werk en die persoon meet zich dan nog inwerken. In Utrecht is C. van Neerven zo'n man. Hij verwon derde zich toen hij hoorde dat in het overzicht van 1980 de subfaculteit biologie ontbreekt. Hij had namelijk verschillende mensen van biologie met de registratieformulieren heen en weer zien lopen. Nee, zelf had hij die formulieren niet opgestuurd, en van wat buiten hem omging kreeg hij kopieën van Volksgezondheid: „Nou ja, als ik het zo bekijk dan zullen ze wel niet verstuurd zijn." Ook de in ventarisatie van de Rijksuniversiteit Gronmgen is niet compleet. Weer de zelfde banale reden: de coördinatie deugde met. Het college van bestuur had de klus uitbesteed aan de direc teur van het centraal proefdierlab., maar die functie was vacant.
Vrijwillig
Besparend
Het mmisterie van volksgezondheid en milieuhygiëne ziet toe op de uit voering van de wet op de dierproeven. Deze wet laat dierproeven pas toe als daarvoor een vergumung is aange vraagd. De vergunnmghouders ver phchten zich tot een jaarlijkse rappor tage. De betreffende artikelen mt de wet worden echter pas op zijn vroegst in 1983 van kracht. Op Volksgezondheid verzamelt de sectie dierproeven van de Veterinaire Hoofdmspectie het cijfermateriaal dat dus nog op vrijwillige basis bin nenkomt. Ofschoon de gegevens van het voorgaande jaar half februari bin nen moeten zijn, is met de verwerkmg van 1980 vijf maanden langer ge wacht. Ook na die datum kwamen er nog formulieren aan. Het zou echter om niet meer dan duizend dieren gaan. Het totaal van 426.000 voor de instellingen van wetenschappelijk on derwijs zou er nauwelijks door worden beïnvloed. Hoe zit het dan met die 13.000 dieren uit Leiden? Na enig zoekwerk blijkt dat er toch ook nog een late opgave is van de vakgroep Farmacologie, maar dat waren slechts 7.000 dieren. S. Frens van het Silviuslaboratonum m Leiden beves tigt het aantal voor Farmacologie, maar in de opgave van 13000 zitten ook nog dieren voor andere vakgroe pen.
Volgens de sectie dierproeven van het ministene is de universiteit van Nij megen een schoolvoorbeeld van hoe de registratie ook kan. Vrijwel alle proefdieren komen van het centraal dierenlaboratorium. Bovendien wordt elke onderzoeker apart benaderd. Als er alternatieven bestaan voor een voorgenomen onderzoek dan wordt dat meteen meegenomen. I n Nijme gen zouden geen dierexpenmenten gedaan worden als dat niet werkelijk noodzakehjk is. De inventarisatie en de centralisatie werken dus al dieren besparend. Dr. W van der Gulden, directeur van het centraal dierenlab., denkt dat de registratie in Nijmegen nu geen fou ten meer bevat. In vergelijking met 1978 is het diergebruik met 21.900 gedaald tot 57.749 stuks. Van der Gulden wijst erop dat in 1972 nog 93.000 dieren als object voor weten schappelijk onderzoek dienden. Hij verwacht dat de daling nu wel voorbij is, want voor 1981 liggen de cijfers al weer iets hoger. Langzaamaan wordt de organisatie van de proefdiertellmgen beter. Als eenmaal de wet op de dierproeven volledig van kracht is, zullen „gehei me" dierproeven tot het verleden be horen. Pas dan kan goed bekeken worden op welke plaatsen alternatie ve methoden tot dezelfde resultaten kunnen leiden.
Banaal Het grote probleem zou hggen bij de
V.P. Wagenmgs
Open Universiteit
De Koerden vormen een groot volk zonder een officiële, onafhankelijke staat. Toch noemen zy Koerdistan hun eigen land Waar ligt Koerdistan? Koerdistan is een gebied in het Mid denOosten dat verdeeld is over ver schillende landen, te weten: Iran, Irak, Turkye, Syrie. In al deze landen strijden de Koerden voor hun eigen nationale identiteit. De regeringen van bovengenoemde landen erkennen de rechten van de Koerden als volk niet. Meestal gebruiken ze alle midde len om het Koerdische verzet te bre ken. Economisch gezien is Koerdistan heel rijk, met name aan grondstoffen, o.a. olie. In de poUtiek speelt het Koerdische probleem een belangryke rol in het MiddenOosten. Buiten het Midden Oosten bestaat er echter wemg begrip voor de Koerdische zaak. De Koerden krijgen weinig internationale steun. In de internationale organisaties komt de Koerdische zaak nooit ter sprake Waaraan ligt d a t ' Is de Koer dische zaak een regionale of een inter nationale aangelegenheid? Een zaak van ongeveer 20 miljoen mensen is zeker met regionaal. Om meer te ho ren over de Koerden en de sociale, politieke en economische aspecten van hun probleem, kunnen jullie ko
Kommissie wil grotere rol regionale studiecentra
De kommissie is van oordeel dat het voorontwerp te weinig is ingevuld, meer dan nu het geval is, zouden de hoofdlijnen van de belangrijkste on
men en luisteren naar de lezing van Fuad Hussem op 24 februari 1982 met daarna een discussie. Van Eeghenstraat 90, 20.00 uur.
ViJf'aü»'^'''jf^•>! ' '
Hogeschoolblad; Rob Weys
derwerpen in de wet moeten staan. De regionale studiecentra verdienen daarbij een essentiële plaats. De rela tie van de centra tot de centrale organisatie in Heerlen behoeft verdui delijking. De kommissie is het niet eens met het voorontwerp, wanneer dat de leden van het college van bestuur voor de Open Universiteit zonder enige voor dracht door de Kroon wil laten benoe men. ZIJ gaat niet zo ver als de Akade mische Raad, die ook gekozen leden aan dit college wil toevoegen, maar vindt wèl dat de bestuursraad een voordracht moet kunnen doen voor zulke benoemingen. Het zou ongewenst zijn, aldus de kom missie, als het departement een te sterke greep op het geheel krijgt. Dit gevaar acht zij niet denkbeeldig. (UP, Utrecht, B.K.)
k''»f!'i''
f"
'
j
^.V i '' v> ! w , ' » " ' a l , *
^^f."/*
w « n ^ i ^ \
fe'
Koerden
De rol van de regionale studiecentra komt nog niet voldoende uit de verf in het voorontwerp van de wet voor de Open Universiteit. Zaken als de spreiding, taak en inrichting van de ze centra zouden bij de wet moeten worden geregeld, vindt de Kommis sie vóór de Bestuurshervorming (kommissieSlagter). Ongevraagd heeft zij minister Van Kemenade een advies gestuurd over dit onderwerp.
*
" '
' /^V> ^<
Booij hield inaugurele rede Vorige week vrijdag hield dr. G.E. Booij, die benoemd is tot gewoon hoogleraar in de algemene taalwetenschap aan de faculteit der letteren, zijn inaugurele oratie. Met de benoeming vorig jaar van dr. Booij (34 jaar) kwam een einde aan een langdurig steekspel tussen de letterenfaculteit en het C vB rond de kandidatuur van een door de faculteit van de lijst geschrapte andere liefhebber voor de nu eindelijk bezette funktie, de Zuidafrikaan dr R.P. Botha. De grote terughoudendheid die de Stellenbosche linguist m acht placht te nemen, zodra van hem een expliciete afwijzing van de apartheidspolitiek werd gevraagd, bleek nogal op bezwaren te stuiten. Uiteindelijk is Botha het dus niet geworden.
Avonden cyclus in PH'31 voor aanstaand leraar
Hoe doorbreek ik als leraarklassikaal onderwijs Veel afgestudeerden komen in het onderwijs terecht en veel leraren in het klassikale onderwijs, dat vooral gericht is op het halen van het eindexamen, zodat je als leraar geen kant meer op kunt. Maar is dat wel zo? Als je je lerarenaantekening hebt gehaald, weet je dat er veel theorieën zijn over hoe het allemaal beter kan. Er zijn schooltypen die een ander onderwijs systeem hanteren dan de traditioneel klassikale, zoals het Montessorie onderwijs, het Daltononderwijs, het IVO en het middenschoolonderwijs. Het didaktiekonderwijs op de universiteit schenkt daar veel te weinig aandacht aan en daarom organiseren een paar studenten samen met het Vormingscen trum van de VU een avondencyclus over die minder traditionele onderwijs vormen. De eerste avond in PH'31 is op 25 februari om 20.00 uur en gaat over de genoemde alternatieven. Er zijn daar dan vier vertegenwoordi gers van de vier schooltypen om te praten over hun onderwijsmethoden. Uit de verhalen van die mensen kan de leraar in spé, die graag wat meer geïnformeerd wil worden over de mo gelijkheden op een motiverende en attractieve wijze les te geven, ideeën opdoen over de aanpak van zijn lessen straks hoe ga je met je leerlingen om; hoe lossen die de dwang van het eindexamen op? ; welke werkvormen gebruiken zij, etc. Omdat het onmogelijk is alle informa tie over deze onderwijssystemen op één avond te geven en daar zinnig over te praten, geven de organisato ren een informatiemap uit. Hierin worden onder meer de uitgangspim ten ervan verwoord en de manier waarop dat onderwijs is ingencht. Verder zitten er artikelen m de map uit vak en weekbladen over onder wijspraktijk. Wie op 25 februari komt moet de map eigenlijk wel doorgenomen hebben, wil hij goed kunnen deelnemen aan de avond. De map is te knjgen voor een gulden bij het VCVU op UUenstede 108, kamer AO32. De volgende avond m de cyclus is o p 18 maart. Dan komen dingen aan de orde als 'orde houden', 'eindexamen eisen', 'word je als leraar geboren of gemaakt?' en wat kun je uit andere onderwijsvormen nu konkreet gebrui ken binnen het klassikale onderwas? '
Op deze avond zal de kritische leraar Kees van Baaien worden uitgenodigd. Van deze wiskundeleraar is bekend dat toen hij hoorde dat een paar leerlingen een rok wilden maken hij hun exact leerde hoe te berekenen welke hoeveelheid stof dan vereist was. Dat viel hun toen honderd pro cent textiel mee. Op die mamer door breek je de sleur van het abstracte wiskunde onderwijs. Op de derde avond komen de invloeden van de maatschappij op het onderwijs aan de orde. Hoe geef je bijvoorbeeld vredes onderwijs of breng je de leerlmgen iets bij over milieubeleid. Ook komt dan het bekende probleem aan de orde wie er nu het meest indoctrineert: de leraar aan wiens schoeisel en hante ring van het knjtje je reeds kunt zien dat .hij 'hnks' is of de leraar die be weert dat hij de stof objektief bena dert zonder zich te laten meeslepen door vernieuwingsdrift. Het thema voor de vierde en laatste avond staat nog open. Wat dan op het programma staat hangt af van de suggesties die in de loop van de cyclus worden gedaan. Op die manier wennen de leraren vast wat aan de 'intrinsieke motivatie', die zo belangrijk is. Ovengens. het is bepaald niet de bedoeling om de be zoekers dood te gooien met dit soort onderwijskundige termen. (J.K.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981
Ad Valvas | 434 Pagina's