Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 161

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 161

10 minuten leestijd

AD VALVAS — 27 NOVEMBER 1981

5

Veel angst door mentaliteit in politieapparaat zelf: 'Wat zal collega of chef zeggen'

Agent die 'm knijpt geen schijtlijster „Een collega van me had enorm veel problemen met zijn vrouw en ging: dat met zijn groepskommandant uitwerken. Blijkt later dat hij als beoordeling heeft gekregen: is geestelijk zeer labiel. Ja, wat moet je daar nou van maken? Is dat veiligheid? Dat is geen veiligheid binnen je organisatie. Je kunt gewoon bepaalde dingen niet verkopen." Een politieman aan het woord in „Voor de duvel niet bang", een film van VUkriminoloog Jan Naeyé, vorige week voor het eerst vertoond tijdens het op de VU gehouden kongres „Politie en onveiligheid". Een opmerking, waaruit wel duidelijk wordt dat gevoelens van onveiligheid bij politiemensen zeker niet alleen voortkomen uit situaties in het werk, maar vooral ook uit de starre politieorganisatie zelf, waar gevoelens van angst, onzekerheid en onveiligheid veel te weinig bespreekbaar zijn. Dezelfde politieman aan het begin van de film, waarin openhartig gepraat wordt. „Als je tegen Pietje of Jantje bekent dat je die keer toen bang bent geweest en je weet dat dat met Pietje ook zo was, hoor je de volgende week op het buro van „Keesje is een schijtlijster". Politievakbondsleider Leen van der Linden: "Er heerst bij de politie een „ferme jongens,stoere knapen" mentaliteit." Het toegeven dat men wel eens bang of onzeker is, is bü de poUtie nog steeds een taboe, zo bleek op dit kongres. En dat terwijl er b^ politiemensen sprake is van „dubbele" angst. Angst voor situaties van buiten (het politievak is nu eenmaal een vak met heel wat beroepsrisico's) en angst vanwege de situatie binnen het politieapparaat; angst voor afkeuring van collega's als men zwakheid toont, angst voor beoordeling van superieuren in een nog steeds archaïsch hierarchische orgamsatie, angst om fouten te maken op straat. Wat zwaait er als ik die scheldende automobilist niet tot bedaren heb weten te brengen en deze een klacht indient? Voor dit eerste kongres in ons land over het werk van politiemensen zelf was erg veel belangstelling. Een dikke 700 mensen deden mee. Veel gewone politieagenten en leidinggevend kader, maar ook ofBcieren van justitie, politici en sociale advocaten. Er werd vooral veel geluisterd en informeel gebabbeld met elkaar, de georgamseerde diskussie zelf trok beduidend minder belangstelling. Doel van het congres was eens na te gaan hoe het met die onveiligheid in het werk zit, wat de gevolgen ervan zijn en wat je eraan zou kunnen doen. In het poütiewerk zelf kunnen zich heel wat situaties voordoen, die spanningen, emoties en angst oproepen. Wat voert de automobilist die keihard door rood licht of na een stopteken heenrydt in ztjn schild? Hoe moet je dan reageren? Hoe zal dat zelfgedode mk er dit keer uitzien? Hoe vertel ik aan die ouders dat hun kind is verongelukt? Zal de ontruinung van die kraakpanden niet uit de hand gaan lopen? Allemaal voor een pohtieagent betrekkelijk alledaagse situaties waarin WJ zich niettemm steeds weer onzeker, onveilig, angstig en zeker niet op ztjn gemak zal voelen.

ME-ers in therapie De Amsterdamse poUtiepsycholoog Frans Denkers vindt niet dat die gevoelens van onveiligheid bü de politieagent nu maar hefst zo snel mogeHik totaal moeten worden uitgebannen In de eerste plaats denkt hij dat dat met kan en verder vindt hij het ook met wenselijk. Dat de poUtie op straat af en toe een beetje bang is, kan heel goed z^jn. Zoiets houdt haar Waakzaam en dwingt tot de nodige voorzichtigheid. Angst maakt bovendien de poUtie herkenbaar als meps. Na de reeks van ontruimingen van Itraakpanden vorig jaar, bereikten Denkers talloze verzoeken van allerlei instanties, variërend van een AcadeBue voor Be'^nistztjnsverruimtng tot »iniversitaire mstituten onder het motto „Geef mü die ME-ers, dan zal ik lisn, via een of andere therapie, van te angst afhelpen". Denkers: „ik Jou m^jn hart vast als hun dat ooit ncie aaal zou lukken, want die bleke

Jaap Kamerling smoeltjes zijn Inmiddels nou net het enige restantje herkenbare mensel^kheid dat ME-ers in hun geanonimiseerde ijshockhey-uitrusting opbrengen." Aan de andere kant is te veel angst natuurlijk ook weer niet geod. Het kan leiden tot minder effectief fimktioneren. Denkers kan zich best indenken dat een agent m zijn surveillance-wagen, op weg gestuurd naar een duistere kroeg om er na een eerdere Pijnlijke ervaring opnieuw een ruzie te beslechten, nog eens een roncije om rijdt alvorens het dienstbevel op te volgen. H;j geeft toe aan zijn angst, maar laat intussen wel de café-baas in de kou staan. Angst is vaak een slechte raadgever.

vaak het geval is- zelf met haar eigen gevoelens overhoop ligt, is zij onvoldoende in staat de emoties van haar kUênten te onderkennen en daar herkenbaar op tereageren en m te spelen. Het mag dus niet voorkomen bijvoorbeeld dat als een vrouw aangifte doet omdat zij is lastiggevallen op straat en zich erover beklaagt dat ze zich zo onveilig voelt op straat, zij de dienstdoende wachtcommandant hoort anXr woorden: „Mevrouw en wat dacht u dan van ons?"

daan worden als „door de PSP gehuurde vuilljes." Integendeel, de poUtie moet die mensen juist zien te behouden voor de poUtie omdat juist zij erg betrokken zijn bij hun werk en erover nadenken.

Rode brigades Gevoelens van angst en onveiligheid z«n volgens Denkers wel degelijk in gunstige ztn te bemvloeden. Als hier bijvoorbeeld de eerste buitenlandse terrorist wordt gesignaleerd of aangehouden, kun je meedoen aan angstige mythe-vorming zoals „de rode brigades zijn in aantocht" en , zoals de voormalige minister van Binnenlandse Zaken Wiegel heel symbolisch als eerste beleidsdaad stelde: alleen maar kogelvrije vesten uitdelen. Dan ben je echter bezig de aanwezige angst alleen maar te versterken en ten onrechte, in te spelen op het idee dat je angstgevoelens alleen maar kunt verrmnderen door meer of zw aardere wapens aan te schaffen. Je kunt echter ook, afetand nemend van de sensatieverhalen in sommige dagbladen, zulke zaken wat relativeren en kalmte uitstralen en op die manier wat tegengas geven. De poUtie

Politiepsycholoog Frans Denkers

kers. AUeen al uit het feit dat zo weinig politiemensen bereid waren aan de film van Jan Naeyé mee te doen, blijkt hoe diep die angsten zitten." Leen van der Linden sprak op het kongres van een archaïsche organisatie bij de politie. Van modem personeelsbeleid en demokratische verhoudingen heeft men nauwelijks kaas

Verder is het zo dat de taak van de politie met zich meebrengt dat zij wordt omringd door negatieve kritiek. Kwesties van openbare orde en veiUgheid zijn nu eenmaal gevoeUge punten bil de burgerij en je doet het niet gauw goed. Op ziclizelf een goede en onvermijdelijke zaak die kritiek van buitenaf. En Denkers denkt dan óók aan de kontrole van parlement, gemeenteraad, media, de klachtenburo's en de wetenschappers. Maar, zou je denken, dan zal de politie onderling wel voor wat kompensatie zorgen en voor wat beloningen om de zaak weer wat in evenwicht te kragen. Maar niets IS minder waar. De conduitekaart die van elk personeelsUd wordt bijgehouden, laat acht keer zoveel ruimte zien voor straffen als voor beloningen. Beloond wordt er vooral voor "Kojak-gedragingen". Je moet wel een mens gered hebben door gekleed in het water te springen vóór er een positieve aantekening op je conduite-staat verscliiint. Trouwens, je moet als poütieagent ook weer oppassen niet te veel uit te blinken, want dat waarderen je coUega's weer met. Gestraft wordt er via de conduitekaart voor een ruim arsenaal van gedragingen, de ruzie met de protesterende automobilist die mt de hand

Koppels Een ander voorbeeld. Veel agenten ziJn er, zo klaagde de oud-burgemeester van Utrecht Vonhoff onlangs, uit angst toe overgegaan in koppel te surveilleren. Het gevolg is echter wel dat gewone burgers uit beleefdheid de gezellig koutende agenten niet meer durven te storen. En als je, tegen de tijd dat je beoordeeld moet worden, bang bent dat je te weinig verbalen hebt gemaakt, kom je in de verleiding om m het wilde weg, nonselektief, bekeuringen uit te delen om aan je „taks" te komen. En verbaliseer je ook die burgers, die je onder normale omstandigheden als je niet bang bent voor beoordelingen, terecht voor een pardon in aanmerking had laten komen.

Kongres over politie en onveiligheid Angst is heel menselijk en geeft ook de politie een menselijk gezicht, maar aan de andere kant wordt jmst van de politie verwacht dat zy m het algemeen nuchter reageert en minder geëmotioneerd optreedt dan burgers, meent Denkers. Niet aUeen om zo effectlefmogelijk te kunnen optreden, maar ook" omdat emoties kunnen lelden tot willekeur en partijdigheid. Ook moet de politie een beetje kunnen inspelen op de gevoelens van onveiligheid, waarmee de burger bij haar komt. Om dat te kuimen doen, moet zij als het ware klaar zijn met haar eigen gevoelens van angst en onveiligheid. Wanneer de politie - wat

ME-ers en een tank in aktte tijdens het verwijderen van de barricades, opgeworpen door Nijmeegse krakers. dienst juist wat afstand te nemen van de onveüigheidsgevoelens bij de burgerij. Een poUtie die ziclizelf al te angstig en onveiUg voelt kan niet meer met de angst en het onveiUgheidsgevoel van de burgerij omgaan. Wat juist haar taak is. Vooral voor korpschefe en ministers Ugt die taak er heel duidelijk, maar ook wel degelijk voor de gewone poUtieagent, door bijvoorbeeld zijn coUega in de wachtkamer wat minder op te fokken. Het is dus vooral zaak dat er binnen het politiekorps een wat andere mentaliteit ontstaat, waarbij van buiten komende angst- en onzekerheidsgevoelens, onderkend worden en bespreekbaar gemaakt binnen de eigen organisatie. Er is echter nog een tweede soort angst, we spraken er al over, die minstens zo erg is en die alleen al uit de politieorganisatie zelf voortkomt. Dat is de angst voor beoordeling, angst om vrij je mening te geven, faalangst, de gevolgen intem van gemaakte fouten en überhaupt angst voor afkeuring als je je gevoelens toont. „Wat zouden mijn collega's zeggen"? Denkers: "En sommige agenten zijn banger voor de hoofdcommissaris dan voor 1000 kra-

gegeten Van der Linden vond het onvoorstelbaar dat er zelfe in een enkel korps nog de geheime interne afdehng bestaat, wier lange arm zich soms ook uitstrekt tot het privé-leven van de poUtieman of -vrouw. In veel gevaUen wordt ook nog volstrekt onaanvaardbaar beoordeeld. De activiteitenmeting - lees het aantal processenverbaal- is nog te vaak het belangrijkste kriterium. En naar je baas stappen als je je onveUig voelt is er al helemaal niet bij, ook al zou je als poUtieman nauwelijks de straat op durven om je werk te doen.

PSP-vuil^es Bij zijn suggesties voor een betere interne organisatie noemde Frans Denkers enkele heel simpele managementsprincipes. Om te beginnen dient er intern gewoon goed geluisterd te worden naar wat er leeft onder de mensen, aUeen al om te voorkomen dat mensen m een kramp komen of zich in him funktie afreageren. De leiding moet daarbij ook open staan voor kritiek van de gewone poUtieagent. Politiemensen met zogeheten gewetensbezwaren, moeten niet afge-

is gelopen bijvoorbeeld. Er wordt echter niet beloond als die ruzie perfect is opgelost. Maar mensen worden natuurlijk behalve door straffen en te zeggen hoe het niet moet, net zo goed beïnvloed door komplimenten en te bevestigen hoe het wel kan. Mensen hebben aanmoediging en stimulansen nodig. En bovendien kan van beloningen-immateriële, in de eerste plaats een voorbeeldwerking uitgaan, welk effect nu goeddeels gemist wordt.

Kogelvrij Geen enkeie spreker op dit kongres zag voor het bestrijden van de onveiligheid bij de poütie heU in het zoeken naar nog betere technische hulpmiddelen, in de sfeer van wapens en uitrustmg. Minister Van Thyn van Binnenlandse Zaken zette die trend als eerste spreker in, door eraan te herinneren dat vier jaar geleden zijn voorganger Wiegel begon met het verstrekken van kogelvrije vesten, maar dat hij het wilde zoeken in het streven naar meer kwaUteit by het politieap-

Vervolg op pag. 11

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981

Ad Valvas | 434 Pagina's

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 161

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981

Ad Valvas | 434 Pagina's