Ad Valvas 1981-1982 - pagina 199
AD VALVAS — 18 DECEMBER 1981
11
Arie Kuiper (De Tijd) bij afsctieidssymposium prof. Diemer:
'Argwaan tegenover autoriteiten taak van de pers'
stand houden van een wereldwijd ka pitalistisch stelsel. Het betoog van Noomen werd door de journalisten degelijk, doch abstract bevonden. Zij kregen echter volop gelegenheid over zeer concrete en ac tuele problemen te delibereren, toen daarna de onderzoeksjournalistiek aan de orde kwam. Een forum van vier hoofdredacteuren, alle van opinie weekbladen, debatteerde onderling en met de zaal na een theoretische inleiding („Op zoek naar criteria voor
Aan Abraham Kuyper lag het niet dat de communicatiewe tenschap zo laat op gang is gekomen. „In zijn krant had hij al in het jaar 1900 op beoefening van de perswetenschap aange drongen. Maar in de jaren zeventig is het dan toch ook aan zijn universiteit van de grond gaan komen", aldus prof Evert Diemer, ooit hoofdredacteur van de RotterdammerKwartet bladen, in 1958 benoemd tot buitengewoon lector in de perswetenschap en op 10 december jl. afscheid nemend als hoogleraar. Zijn jonge vakgroep had ter ere van zijn emeritaat een symposium georganiseerd over een thema dat hem na aan het hart ligt: journalistiek en ethiek. Het werd een soms boeiende confrontatie tussen theorie en praktijk, waarbij Diemer zelf een soort middenpositie innam: „De eerste jaren was ik iemand met overwegend praktijkervaring, zij het dat ik ijverig heb gepoogd daarnaast leemten in mijn theoretische kennis op te vullen". In zijn afscheidscollege maakte Die mer (70) gewag van een aantal zijner praktijkervaringen. Hoe hij als ver slaggever van een christelijke krant werd weggestuurd van een PvdAbiJ eenkomst, terwyl een collega van een socialistisch georiënteerd blad op een ARvergadering het veld moest rui men. Hoe Colijn zich in 1933 „verdrie tig" bij hem beklaagde over een jour nalist die „zich verstout had informa tie te vragen over een actuele aangele genheid". Hoe hij met genoegen een kwart eeuw deel uitmaakte van de raad van Tucht en de, daarvoor in de plaats gekomen. Raad voor de Jour nalistiek, een college waarvan zo be scheiden gebruik wordt gemaakt dat Diemer durft te concluderen dat ons mediawezen in het algemeen op een „ook in ethisch opzicht redelijk peil staat". Diemer stelde dat de journalistieke ethiek in ons land sinds jaar en dag een eigen niveau van gedragsregels heeft vertoond, „al blijft de dreiging van afiiemend normbesef en van an dere verleidingen, mogelijk ook in de richting van commercialisatie, aan wezig". Hii beschreef de weg van een joumaUst als een van „kruispimten en tweesprongen": het is een „voortdu rend selecterend, keurend, afwegend, kortom beslissend bezig zijn".
Pluriformiteit Diemers opvolger prof Jan van Cul lenburg hield een vurig pleidooi voor een zo groot mogelijke pluriformiteit als ethische norm voor het Nederland se mediabestel. De nieuwsvoorziening dient volgens hem een getrouwe af spiegeling te zijn van wat zich in de samenleving afspeelt. Verschillende politieke standpunten zouden naar rato van hun aanhang in de bevolking naar voren moeten komen. Tegelijker tijd moeten de media openstaan voor afwijkende opinies, aldus Van CuUen burg. Hij onderscheidt pluriformiteit op drie niveaus: dat van alle media gezamenlijk, dat van verschillende mediatypen (omroepen, dagbladen, tijdschriften enz.) en dat van afeon derlijke kranten, omroepen enz. Voor media die ten opzichte van hun afne mers in een monopoliepositie verke ren, zoals de meeste dagbladen (welk gezin leest immers meer dan één krant), weegt de pluriformiteitsnorm zwaarder dan bijvoorbeeld omroepen, die door iedereen (niet alleen de le den) worden bekeken, aldus Van Cui lenburg. Van Cuilenburg (volgens Diemer een „rasechte communicatiewetenschap per") werd fel aangevallen door enkele mensen uit de praktijk. Drs. M. Snij ders, hoofdredacteur van het Utrechts Nieuwsblad, zei „pluriformiteit" te be schouwen als het probleem van ka merleden, mediadeskvmdigen en een kleine groep intellectuelen. „De bur ger wU wel kunnen kiezen", zei hij, „maar eenmaal gekozen heeft hij aan pluriformiteit niet zo'n behoefte". Plu riformiteit gaat volgens Snijders zelfs ten koste van de kwaliteit, omdat de berichtgeving dan minder diepgang kn]gt. Mr. G.A.I. Schuyt, oudsecretaris van de Nederlandse Veremgmg van Jour nalisten, stelde dat Van Cuilenburgs Ideeën leiden tot allegaartjes, kranten zonder body, zonder consistentie. De krant en de journalist zouden him geloofwaardigheid verliezen. Hy rcfe
Simon Koolstra reerde aan het toneelstuk „Vleugels van was", dat deze maand in de Brak ke Grond wordt opgevoerd, en waarin een Britse journalist onder drie na men voor drie verschillende kranten verslag doet van de oorlog in het voormalige Rhodesië. In de rechtse Icrant schrijft de journalist over „ter roristen", in de neutrale over „gueril lastrijders" en in de linkse over „vrij heidsstrijders". „De man ging aan zijn cynisme ten onder', aldus Schuyt.
internationale etiiieit Dr. G.W. Noomen, wetenschappelijk medewerker aan de VU, sprak over de haalbaarheid en wenselijkheid van een internationale ethiek op commu nicatiegebied. Zonder zelf tot een dui delijke conclusie te komen gaf hü de internationale discussie weer over een rechtvaardige verdeling van commu
Prof.dr. E. Diemer in zijn afscheidsspeech nicatiemiddelen in de wereld en de machtsstrijd die hieraan ten grond slag ligt. In de Derde Wereld wU men de „free flow of information" beperken om de vaak aangetaste eigen culture le identiteit meer te doen gelden. In de Oostbloklanden speelt de eigen veiligheid een rol bij het aan banden leggen van de media. Hier staat tegen over de door Noomen genoemde „in ternationale communicatie en infor matieindustrie" die met haar vrije verbreiding van informatie over de wereld een bijdrage levert aan het in
zoekenden") van de Utrechtse hoogle raar Anne van der Meiden. Van der Meiden respecteert de „waakhond functie" van de pers, maar vindt dat de journalistieke gedragsregels ge toetst dienen te worden in een maat schappelijke discussie. Van der Mei den: „Ik heb herhaaldelijk persoonlijk ervaren hoe grimmig en persoonlijk de journalistieke wereld reageert, in dien men zich op goede gronden wil mengen in de journalistieke interpre tatie van eigen vrijheden en verant woordelijkheden. Dat maakt helaas
Wél grotere 'acceptatie' als er één in de buurt is
Wonen bij icerncentraJe nauweiijics van invloed op mening erover Mensen die in de buurt van een kerncentrale wonen, denken niet of nauwelijks anders over de uitbreiding van het aantal kerncentrales en sluiting van de bestaande dan bewoners van vergelijkbare gemeenten waar geen kerncentrales staan. Er bUjken echter wel aanzienlijke verschillen in opvatting te bestaan, die betrekking hebben op de lokale gevolgen van een kerncentrale. De bewoners van Borssele en Dodewaard, waar zoals bekend kerncentrales staan, staan duidelijk minder negatief tegenover een kerncentrale in de eigen woonomge ving. Ook de maatschappelijke aanvaardbaarheid van het wonen nabij een kerncentrale wordt door hen hoger ingeschat dan door bewoners van vergeüjkbare plaatsen zonder kern centrales als Ammerzoden en Brouwershaven. In Borssele en Dodewaard blijkt de acceptatie van een kerncentrale in de eigen omgeving veel groter dan verwacht zou mogen Worden op grond van recente opiniepeilingen.
een afweging van kosten en baten, waarbij er verschillen bestaan in zo wel de schatting als de afweging van die kosten en baten. Voor en tegenstanders van kernener gie houden er bovendien ook heel verschillende waardenoriëntaties op na. Zo hechten bijvoorbeeld voorstan ders van uitbreiding van het aantal kerncentrales meer belang aan het bevorderen van een sterk bedrijfsle ven, bestrijding van misdaad en een sterke defensie. Tegenstanders daar entegen vinden terugdringing van de milieuvervuiling, het zorgen voor een meer begrijpelijke maatschappij, meer medezeggenschap en het terug drmgen van energieverbruik belang rijker.
kunnen zijn van dissonantiereduktie Dit blijkt uit een onderzoek van drie of probleemontkenning. (Naar ons onderzoekers van het Instituut voor idee zou hier óók een rol kunnen Milieuvraagstukken aan de VU naar spelen dat mensen de neiging hebben achtergronden van houdingen t.a.v. nare verschijnselen die ze nu eenmaal kernenergie en de invloed hierop van met kuimen ontlopen, voor zichzelf te het wonen bij een kerncentrale. Het vergoelijken om er beter mee te kun onderzoek strekte zich uit over 600 nen leven, J.K.). inwoners van de vier gemeenten. Heel opmerkelijk Is overigens dat die gro Ook blijkt dat voorstanders van de tere acceptatie van een kerncentrale uitbreiding van het aantal kerncen in de eigen woonomgeving blijkbaar trales in ons land vooral belang hech niet samengaat met een positieve ten aan de gevolgen die men verwacht houding ten aanzien van kernenergie voor de Nederlandse economie, de in het algemeen. Wel komt naar voren energiesituatie van ons land en de dat de bewoners van Borssele en Do mate van afhankelijkheid van andere dewaard iets vaker tegen sluiting van landen. Tegenstanders laten zich de kerncentrales ziJn dan de mensen vooral leiden door de te verwachten uit Ammerzoden en Brouwershaven gevolgen voor de volksgezondheid, (50 versus 45 procent tegen sluiting). het milieu en de risico's van een Die minder negatieve houding zou ernstig ongeluk. volgens de onderzoekers een gevolg Het publiek lijkt zich te baseren op
Heel aardig is om te zien hoe vóór en tegenstanders van kernenergie over zichzelf en hun opponenten denken. Voorstanders beschrijven gelijkden kenden op dit punt als „nuchter", „zakelijk", „realistisch", „verantwoor delijk" en „milieubewust". Tegen standers worden door hen getypeerd als „kortzichtig", „paniekerig" en „slecht geïnformeerd". Tegenstanders op hun beurt vinden een uitgesproken voorstander juist kortzichtig, slecht geïnformeerd, zakelijk en egoïstisch, terwijl ze hun medestanders uiteraard als milieubewust, verantwoordelijk, menslievend en realistisch zien. Hoe meer men voor kernenergie is hoe negatiever men denkt over de tegen standers ervan. Opmerkelijkerwijs hebben gematigde voorstanders een negatieve waardering van hun tegen
Paniekerig
de journalistieke wereld niet altijd tot een gerespecteerd gesprekspartner." Ook deze middag kreeg hij het flink te verduren. „Welk belang dient Van der Meiden eigenlijk", riep een Journalist uit de zaal, waarop de hoogleraar eenvoudig kon antwoorden: „dat van het pubUek".
Watergate affaire De vier hoofdredacteuren (van De Tijd, Vrij en Hervormd Nederland en Elseviers Magazine) zeiden bijna allen weinig uit de voeten te kunnen met Van der Meidens normatieve verhaal, hoewel ze in de praktijk wel degelijk met normatieve afwegingen hebben te maken. Hoogendijk (Elseviers): „De Watergate affaire is een goed voor beeld hoe moeilijk het voor de jouma Ust en de hoofdredacteur is een beslis sing te nemen. Er stond veel op het spel." Hoogendijk bepleitte een ver schoningsrecht voor joumaüsten (het recht hun bronnen geheim te houden), maar stelde wel ethische grenzen aan de nieuwsgaring: „Je mag je met voor doen als BVDagent". Rinus Ferdi nandusse (VriJ Nederland) zei de Ne derlandse journalisten vrij lui te vin den. Ter illustratie vermeldde luj dat een redacteur van zijn blad de enige was geweest die op onderzoek uitgmg toen in het parlement werd gerept over de proapartheid artikelen van minister Van Dijk. Doorgaans kost onderzoeksjoumaUstiek echter veel Üjd, zei hij: voor de onthullende arti kelenserie over CA was één redac teur een half jaar lang vrijgesteld geweest. Arie Kuiper (De Tijd) vatte kernach tig het belang van onderzoeksjourna listiek samen: „Eén van de taken van de pers is de argwaan, de achterdocht tegenover de autoriteiten. Macht cor rumpeert, zeker in dit land waar aUes mag. Investigative reporting heeft veel goede vruchten afgeworpen, al wordt die journalistieke taak nog te veel verwaarloosd." De tijdens het symposium uitgespro ken lezingen worden opgenomen in een begin 1982 te verschijnen thema nummer over .journalistiek en Ethiek" van het tijdschrift ,^assa communicatie". Dit nummer (f 12,50 incl. porto) is te bestellen bg Massa communicatie, postbus 258, 6500 AG Nijmegen.
standers, terwyl gematigde tegen standers van kernenergie nog een enigszins positieve waardering heb ben van voorstanders. Opvallend is ten slotte dat er sterke aanwijzingen ziJn dat zowel voor als tegenstanders de algemeenheid van hun eigen standpunt inzake kernener gie nogal overschatten. Het gebrek aan informatie over de opinies van anderen zou hierbij een rol kunnen spelen. Met andere woorden: hoe min der informatie men over die opinies van andeftn heeft, hoe groter de in vloed van de eigen mening op de inschatting die men daarvan maakt. In het kader van de brede maatschap pelijke diskussie is het een interessan te vraag, zo stellen de onderzoekers, of verwacht kan worden dat de huidige, sterk tegengestelde standpunten meer met elkaar in overeenstemming kunnen komen. Gtezien het relatief negatieve beeld dat vóór en tegen standers van kernenergie zich van elkaar blijken te hebben gevormd, is het duidelijk dat informatie die door een van beide partijen wordt ver sterkt, door anderen niet gemakkelijk zal worden aanvaard (zo die über haupt al overkomt, J.K.). Het is de voorUchtingskunde een bekend gege ven dat het beeld dat het pubUek van de voorlichtinggever heeft, een be langrijke factor is, biJ het al dan niet accepteren van aangeboden informa tie. De diskussie op dit moment is een duidelijke illustratie van het verwer pen van door de andere partij naar voren gebrachte informatie. Dit on derstreept, zo vinden de onderzoe kers, nog eens het belang van „objek tieve" informering door de B.M.D. stuurgroep aan het publiek. Toch is het zelfe dän nog twijfelachtig of mensen die reeds een duidelijk standpunt hebben bepaald, van me ning zuUen veranderen. Immers, ook als het pubUek de aangeboden infor matie in zijn geheel accepteert, zal deze worden gewogen tegen de ach tergrond van de aanwezige opvattin gen over wat nastrevenswaard en be langrijk ïs en ook op dat puiit bestaan verschillen van mening. Verschillen die niet zullen worden weggenomen door Informatie over de energiesitua tie. UK.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981
Ad Valvas | 434 Pagina's