Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 303

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 303

3 minuten leestijd

AD VALVAS — 19 MAART 1982

3

Proef pro je kt voor twee jaar

VU ekonomen helpen universiteit Nicaragua bij wederopbouw Als tijdig de laatste financiële en formele problemen opgelost ktmnen worden, moeten nog vóór de zomer twee VU ekono­ men voor twee jaar afreizen naar Nicaragua om daar de ekonomische fakulteit te helpen opbouwen. Het betreft hier een proeft)rojekt, dat door de vakgroep ontwikkelings­ en agrarische ekonomie van de VU de afgelopen maanden is voorbereid en dat grotendeels betaald gaat worden door het ministerie van buitenlandse zaken. Ongeveer gelijkertijd vertrekt een VU theoloog naar Nicaragua op kosten van de gereformeerde zending om het seminarium van de baptisten­ gemeente bij te staan. Deze konkrete vormen van steun aan de wederopbouw van Nicaragua hebben een lange voorgeschiedenis, die in het najaar van 1979 begon met een grootscheepse financiële campagne voor het bevrijde Nicaragua. Daarna is een inge­ wikkeld besluitvormingsproces op gang gekomen over meer structurele vormen van steun. De tijdelijke uitzending van de twee ekonomen is een eerste stapje op weg naar wat misschien eens een nieuw samenwerkingsprojekt van de VU kan worden. Overigens is ook de Landbouwhogeschool in Wageningen aktief bezig met hulpverlening aan Nicaragua. De twee landbouw ekonomen, die uit­ gezonden zullen gaan worden ­ wie het worden is momenteel nog niet offi­ cieel bekend ­ worden ingeschakeld by de wederopbouw van de ekonomi­ sche fakulteit van de UNAN. Deze is de grootste universiteit m Nicaragua met vestigingen in zes verschillende steden. Tydens de Sandinistische be­ vrijdingsoorlog was deze universiteit één van de verzetshaarden tegen het Somoza bewind. De huidige minister van onderwijs, Carlos Tunnerman, is, totdat hij m 1977 vluchtte, rector van de UNAN geweest. De revolutionaire regering kent bü de wederopbouw van het land aan het onderwijs een belangrijke plaats toe. Direkt na de overwinning zijn op gro­ te schaal alfabetiseringscampagnes gehouden. Maar ook het universitair onderwijs wordt uitgebreid en verbe­ terd. Het aantal studenten aan de ekonomische fakulteit is van zo'n vijf­ honderd tydens het Somoza bewind, uitgebreid tot tweeduizend, volgens Ruerd Ruben, die vanuit de VU vak­ groep nauw bü de voorbereidingen van het projekt betrokken is. Ook de struktuur van het hoger onderwas wordt herzien. Vroeger volgde iedere student een algemene vierjarige oplei­ ding, waarna nog een klein gedeelte zich kon specialiseren. Nu kan iedere student een specialisatie volgen. Veel docenten aan de Nicaraguaanse uni­ versiteiten werken in een part­time betrekking. Daarnaast hebben ze vaak een baan in overheidsdienst of b<j het bedrijfsleven. Deze situatie is m Latyns­Amerika vry normaal en komt voort uit een soort risikosprei­ ding, om bü politieke omwentelingen niet onmiddellijk brodeloos gemaakt te worden. Voor de duidelijk praktijk­ gerichte opleidingen in Nicaragua is dit een positieve situatie. De twee Nederlandse ekonomen zul­ len zelf niet in de eerste plaats Ingezet worden om onderwijs te verzorgen, maar meer om het bestaande docen­ tenbestand inhoudelijk te ondersteu­ nen, onderwijsmateriaal, zoals syllabi te produceren en het programma aan öe universiteit verder te helpen ont­ wikkelen. Volgens Ruerd Ruben zijn voor de ontwikkeling van de ekonomische fa­ kulteit in Nicaragua twee hoofdlijnen uitgezet. De ene Ujn is, dat het onder­ wils en onderzoek toegesneden moe­ ten zijn op de konkrete problemen van het land, zoals die door de bevol­ king ervaren worden. De andere lijn is het mtroduceren van de politieke eko­ nomie als wetenschappelijke traditie, die voor het ontwikkelingswerk on­ ontbeerlijk is.

Huidige problemen Jan de Groot, die vanuit de VU ver­ schillende keren Nicaragua bezocht, mede ter voorbereiding van dit pro­ ject, schetst een aantal van de inhou­ deïyke problemen, waar de Sandinis­ tische regering op ekonomisch gebied mee te maken heeft: „Aan de ene kant heb je de bureaucratie, de centrale leiding van de staat. Aan de andere kant de vrije marktsector, die je al of met de nodige ruimte wilt geven. Het

derde element is de mobUisatle van de massa's. De goederenproduktie van de afgelo­ pen twee jaar is absoluut ontoerei­ kend om loonsverhogingen te geven, maar dat kan je via collectieve goede­ ren, zoals gezondheidszorg en onder­ wijs, gericht op groepen die dat nooit hebben gehad, compenseren. Maar je hebt ook de middenstand in de ste­ den, die ten gevolge van de nu gevoer­

de politiek een beetje in het nadeel komt te zitten. Daar kunnen allianties uit voortkomen, die tegen de revolutie ingaan." Volgens De Groot komt de Sandinisti­ sche regering in de positie, dat keuzes gemaakt moeten worden. Tot nu toe vallen die keuzes uit ten voordele van de onderste laag van de bevolking. Maar dat kan leiden tot bepaalde vormen van oppositie van de mid­ denklassen, die er op achteruit gaan. Een ander groot ekonomisch pro­ bleem is volgens Ruben het achter­ blijven van investeringen door de lo­ kale bourgeoisie, waardoor momen­ teel de overheid tachtig procent van de investeringen voor zijn rekening moet nemen. Het reaktiveren van de industrie is dan ook dmdeiyk achter­ gebleven bij de verwachtingen. Dat in tegenstelling tot de landbouw, die zich vrij snel hersteld heeft na de revolutie. Binnenkort hoopt men de volledige voedselvoorziening weer binnenlands te kunnen produceren. Volgens De Groot voert de Sandinisti­ sche regering een pragmatische en weinig dogmatische politiek bij de wederopbouw, waarbij geprobeerd wordt mt fouten in andere landen, zoals Chili, Cuba en Vietnam te leren. Daarbij mag iedere groepering, dus ook het binnen­ en buitenlands kapi­ taal, meewerken, zolang men maar loyaal blijft aan de doelstellingen van de revolutie.

.««,,,ji'^feHWÄ V.l n.r. Jan de Groot en Ruerd Ruben

(DdH)

leveren irt deze materie. Zo valt er te Enquête naargebruik bibliotheek en wensen denken aan het opheffen van biblio­ grafieën door een op steekwoorden geprogrammeerd geheel en ook een systematische catalogus wordt zo overbodig. Belangrijk bij het nieuw in te voeren systeem is een goede begeleiding van het bibliotheekpersoneel. Zoals met alle vemieuwóng roept ook deze weer­ stand op. Verandering van werksfeer of zelfs van werk zal op een verant­ woorde mamer toegelicht moeten worden. De mening van het personeel over te automatiseren onderdelen wordt middels interviews bij 45 perso­ neelsleden nagetrokken. Door dit on­ derzoek krijgt de bibliotheekdirektie inzicht in de servicevraag van de ge­ bruiker.

Automatiseerders opzoek naar biUioÜieekgebruikers De pogingen om de VU in een allesomvattend informatiesys­ teem op te slaan worden sinds 1978 voorbereid. Na een computerisering van het personeelswerk en financiële kwes­ ties is hu de serviceverlening van de bibliotheek aan de beurt. Een tipje van de automatiseringssluier is al opgelicht, nu alle 500.000 boektitels op magneetband staan en we de alfabeti­ sche catalogus gebruiken door middel van fiches die in een afleesapparaat gestopt moeten worden. Och, dit was een voor de hand liggende verbetering. Een op zichzelf staande rationa­ lisering van de bibliotheekorganisatie. Waar de automatise­ ringsvoorbereiders aan denken betreft zaken als acquisitie (de aankoop), „systematische ontsluiting", beheer van boeken, uitlening en verstrekking van bibliografische informatie en zelfs automatische aanreiking van het opgevraagde boek­ werk, maar dit laatste neigt al dicht naar de categorie ideaüter. ' Bij volledige doorvoering zou met één druk op de toets van een terminal, inzicht in de aanwezigheid van het opgevraagde boek gegeven worden, het al of niet uitgeleend zijn en het automatisch te voorschijn komen met behulp van een robot. Zo hoefje geen tijd meer te verspillen aan het door­ zoeken van ellendige kaartenbakken of bibllotheekpersoneel lastig te val­ len met voor hen schier onoplosbare vragen die een excursie door het hele bestand nodig maken voor betreffend boek is gevonden. ' Nu kost een dergelijke vernieuwing natuurlijk nogal wat geld. Daarom wil de stuurgroep die zich met de auto­ matisering van de bibliotheek bezig­ houdt eerst inzicht krijgen in hoe de bibliotheek gebruikt wordt. Wat de konsumenten voor wensen hebben en­ hoe het personeel van de bibliotheek het werk ervaart. Het ITSWO is gevraagd een enquête te ontwerpen die deze kermis op moet ­ leveren. Het ITSWO, dat na dit onder­ zoek opgeheven wordt, stuurt een en­ quête naar al het wetenschappelijk personeel en een aantal studenten. Het resultaat daarvan wordt verwerkt . in de automatiseringsplaimen van de bibliotheek. Men hoopt zo de vraag beantwoord te krijgen of de ideeën die de automati­

seurs hebben een zinvol in­te­slane­ weg zullen worden. De bibliotheek is momenteel een tra­ ditioneel opgezet bedrijf, met alfabeti­ sche en systematische catalogus en een bibliografieen­afdelmg. In stand houden van een dergelijke organisatie kost de nodige moeite. Terwijl je je af kimt vragen of met de huidige kennis rondom informatica het systeem niet danig vereenvoudigd kan worden. Een bibliotheek wil de gebruiker een geheel van kennis ter beschikking stellen en op de meest simpele manier inzicht bieden in het materiaal. Een goed geprogrammeerde computer maakt het bestaan van verschillende naast elkaar bestaande terugzoekmo­ gelijkheden wellicht overbodig. In het kader van efficiëntieverhoging van het universitaire apparaat een welko­ me verfrissing. Afhankelijk van de uit de enquête naar voren gekomen behoefte wordt een plan voor aan te schaffen appara­ tuur opgesteld, waarmee het door koppeling van computers zeüis moge­ lijk wordt het bestand van de Univer­ siteit van Amsterdam op de VU te voorschijn te halen op een beeld­ scherm. De noodzakelijk aan te schaf­ fen apparatuur moet betaald worden door besparingen binnen de biblio­ theek. De enquête moet ook inzicht

Daarmee is de VU de eerste mstelling die mzicht in de wensen­van de consu­ ment krygt. Vreemd genoeg is nooit eerder een onderzoek in deze richting gedaan. Men hoopt naar boven te knjgen welke beheersmatige verande­ ringen doorgevoerd kunnen worden om het winkeltje aantrekkelyk te houden en te voorkomen dat men naar de concurrent loopt. De automatiseringsspecialisten we­ ten heel goed waar ze heen willen. Om de plannen geaccepteerd te krijgen heeft men de mening van de gebruiker nodig om op de juiste plaats met de juiste voorstellen te komen en zo doorvoering te vergemakkelijken. {RM.)

Vrouwen en exacte vakken Vervolg vanpag. 2

scheikunde ook grote invloed te heb­ ben op de keuze van meiiges, zowel met betrekking tot hun pakket op school als hun latere studie. Van de studerende vrouwen haalt glo­ baal 60 procent de emdstreep. Voor mannen ligt dat percentage op 80 procent. In 1980 was ongeveer een derde van de eerstejaars studenten vrouw. Getallen die aangeven dat vrouwen meer terrein winnen in de universitai­ re wereld. Maar aan de andere kant nog steeds een minderheid vormen. Want naarmate de functiewaardering stijgt loopt het aantal vrouwen terug. In de lager gewaardeerde beroepen, zoals veel technische en administra­ tieve functies, zijn vrouwen sterk ver­ tegenwoordigd, terwijl bijvoorbeeld het aantal vrouwelijke hoogleraren laag blijft. Wordt er dan nog gediscri­ mineerd? Op de vraag aan een vrou­ welijke hoogleraar aan de VU hoe het zou komen dat er zo weinig vrouwelij­ ke hoogleraren zijn, antwoordde zy in 1974 (!): „Dat komt door een heleboel factoren. Dat ligt nl. aan die thuisblij­ vende vrouwen zelf. Ik vind het vaak ook trutten hoor, neem me niet kwa­ lijk. Het is een grote mate van luiheid geloof ik, een gevoel van: zolang de mannen het­opknappen hoef ik het niet te doen.;j En; „Ik geloof niet in de onderdrukking van de vrouw. Ik noem het luiheid en slomigheid. Het is volledig aan hen zelf te wijten. Ik heb

daar immers nooit last van gehad!" (A.V. 6­12­'74). Uitzonderingen beves­ tigen de regel. De aanwezige bèta­ mannen en ­vrouwen bleken zich maar te goed te herkennen in de gespeelde situaties. Biijnen allerlei bèta­faculteiten in Ne­ derland is men bezig met vrouwenstu­ dies. Ook begon een aantal vrouwen in 1980 met het organiseren van een bèta­vrouwendag waar vrouwen ver­ slag uitbrengen van onderzoeken en werk­ en studiesfeer. Er is dus wel iets veranderd. Ook al zijn er nog steeds kleine en grotere zaken die herinneren aan de tijd dat de universiteit zuiver een mannenwereld was, zoals het reglement van de Erasmusuniversi­ teit waarin men praat over de „pro­ movendus en zijn paranimfen". (BM.L.)

Molukse praatgroep Sinds de akties van de jaren zeventig hebben zich in het denken van Moluk­ se jongeren over de Molukse proble­ matiek een aantal ontwikkelmgen voorgedaan. Daarom gaat het de vol­ gende praatavond over „de ontwikke­ lingen sinds de akties". Welke ontwik­ kelingen zyn dat en wat ziJn de erva­ nngen? De avond wordt gehouden op vrijdag 26 maart in PH'31, Prins Hen­ driklaan 31 te Amsterdam (bereik­ baar met lyn 2, halte Valeriusplem). We beginnen om 20.00 uur. Meer in­ lichtingen bij Lidy tel. 739950.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981

Ad Valvas | 434 Pagina's

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 303

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981

Ad Valvas | 434 Pagina's