Ad Valvas 1981-1982 - pagina 163
'AS /EMBER 1981
naar afschaffing kernbewapening E. Boeker (D AK): gr "Veld rijp voor verdere initiatieven Boeker memoreerde in zijn betoog de positieve invloed, die wetenschappers ook gehad hebben op het proces van ontspanning en beperking van de kemwapenrace. Met name sprak hij over de Invloed van de zogenaamde Pugwash beweging, die in 1957 opge richt is en vooral uit wetenschappers bestond. Deze beweging heeft veel bijgedragen aan het beperken van kemproeven in de atmosfeer, de ruim te of de zee. Door de contacten binnen de beweging van wetenschappers uit oost en west heeft ze een belangrijke bijdrage aan de ontspanning gele verd. „Ondanks dit succes is de kern wapenwedloop doorgegaan", vervolg de Boeker zijn betoog: „Gedurende een vrij lange periode waren er slechts enkelen, die zich daarover veel zorgen maakten. De mensen uit Pugwash beweging bleven waarschuwen, maar veel wetenschap pers die in de jaren '50 actief waren in de vredesbewegmg trokken zich terug in hun laboratoria. Na de demonstra ties en handtekeningenacties van de jaren '50, kreeg de zaak 4 jaar geleden weer publieke aandacht." „De vraag „hoe raak ik kernwapens kwijt" is als zodanig niet toegankelijk voor wetenschappelijk onderzoek. Men moet dan overgaan naar precies geformuleerde detailvragen, maar dan njst natuurlijk het probleem van de integratie. Misschien moet men de wereld vergelijken met een doodzieke patient die lijdt aan een ziekte, die nog niet eerder in de medische litera tuur is vermeld. Dan is het erg moei lilk een geneeswijze te vmden. Toch
.p.):
G. Rot (PKV):
mn gotspegr had, resulteert onvermijdelijk tot een totale vernietiging van de mensheid. De vraag op dit moment is: kuimen wij iets doen om te verhinderen dat het zo ver komt. Overal in Europa zijn in deze dagen honderdduizenden van mening dat dat kan en tonen dat ook. Laten wij ons bij hen aansluiten." „De meerderheid van mijn fractie kan zich vinden in een standpunt dat ik als volgt onder woorden zou wiUen brengen: wij staan achter de motie in al zijn onderdelen. Ik moet zeggen dat ik de reikwijdte van het gestelde on der uitspraak vier ook niet overzie. Ik kan mij echter vinden in de toeUch ting hierop waarin duidelijk wordt dat hier van een zeer weloverwogen woordkeuze sprake is. Bij mijn oriën tatie in het spanningsveld tussen de vrees voor een heksenjacht en het vertrouwen dat het in de toelichting genoemde onderzoek en de controle met de nodige zorgvuldigheid be tracht zuUen worden en objectief ge zocht zal worden naar aanvaardbare grenzen, kies ik voor het laatste. Aanvankelijk was ik van mening dat <le motie niet te veel aan kracht zou Inboeten zonder die laatste uitspraak omdat het voor mij vanzellspreekt dat een ieder die de motie onderschrijft zich in de praktijk van zijn werk uiteraard zal onthouden van activitei ten die zouden kunnen bijdragen tot de produktie of de opstelling van kernwapens. Maar juist vanwege het feit dat niet ieder lid van de imiversi talre gemeenschap de motie zal on derschrijven mag de laatste uitspraak niet geschrapt. In het bijzonder zij erop gewezen dat de vierde uitspraak oppervlakkig gezien alleen de Bèta faculteiten lijkt te raken maar wel degelijk ook de Alfa en Gamma we tenschappen gelden. Het zou te ver voeren om hier verder inhoudelijk op in te gaan maar ieder kan zich voor stellingen maken van de kwalijke legi timatieftmcties die bepaalde denkwij zen, aanwezig in die wetenschappen, kunnen vervullen."
BRf
kan men niet anders doen dan symp tomen analyseren, de oorzaak van de ziekte opsporen en dan een behande ling proberen. Onderzoek heeft hier zeker een functie. Bij het onderwijs Ugt het iets gemak kelijker. De Verenigde Naties hebben in 1978 gevraagd om onderwijspro gramma's die Informatie leveren over de wapenwedloop. Dat kan wel, maar als het gaat om de uitweg is ook hier niet veel meer te doen dan het schet sen en becommentariëren van de be staande oplossingen." „De gedachte achter de motie is, dat imiverslteiten in practisch ieder land een belangrijke maatschappelijke rol vervullen. Politici, topambtenaren en regeerders hebben vaak gestudeerd, of anders studeren hun kinderen wel. Universiteiten leveren de Ujmers van kabinetten en dikwijls de denktank van poUtieke partijen. De invloed van een gemeenschappelijke aktie van universiteiten kan daarom minstens gelijk zijn aan die van Pugwash in haar glorietijd. Men hoeft niet in de eerste plaats te denken aan gemeenschappeUjke uit^ spraken van instellingen dat zal formeel welrooeUiJkziJn. Wel bestaat veel behoefte aan gemeenschappelij ke projecten, uitwisseling van docen ten etc. Bestaande kanalen bieden al mogelijkheden, als de vertegenwoor digers van de Universiteit, zoals bijv. de Rector, daarop attent zijn. Want niet alleen aan de VU en niet alleen in Nederland zijn we bezig met de wa penproblematiek. Ook daarbuiten. Enkele voorbeelden: in Belgié kent men Universitaire Dagen voor de Vre de, in Toronto (Canada) organiseerde een sterke groep fysici een dag „Direc ting Science Toward Peace" (31 1981), in Engeland zetten wetenschap pers een „Committee on Alternative Defence" op. Het veld is hier rijp voor verdere initiatieven." „Waarom geldt deze normatieve uit> spraak met name voor kernwapens en bijvoorbeeld niet voor aUe wapens? Het woord kernwapens is gekozen vanwege de actuaUteit. Het staat in de discussie meestal voor „massaver nietigingswapen". Daarbij is het bij voorbeeld niet mogelijk om onder scheid te maken tussen militairen en burgers. Ook is het meestal zo dat het doel (politiek of economisch voordeel) in geen verhouding staat tot de ge welddadige middelen (doden van gro te aantallen mensen, verwoesting). De ethische uitspraak tegen Massaver
"De vijand zit in onszelf" „Wij geloven niet meer in het vij ands beeld, zoals dat nu gehanteerd wordt in militaire topkringen. De vijand zit niet in een bepaald volk. Het zit in onszelf. De belangen die wi) menen te verdedigen en de kosten die we ons daarvoor wUlen getroosten ziin niet langer te rechtvaardigen op mondiaal nivo. Wij verdedigen met wapens onze welvaart en niet onze vrijheid. In feite hebben mensen die nog ver trouwen op de bewapening het ver trouwen m de mens verloren, in de drang naar vrijheid die biimen de mens leeft. Die drang is door geen totalitair regiem op den duur te be teugelen. Die drang is aUeen te vernie tigen door ook de mens, in wie die drang leeft, te vernietigen. Een wetenschap die mondige weten schappers wil voortbrengen moet ook aandacht schenken aan de kemwa penproblematiek. Het feit dat dit nog te weinig gebeurt, is een struikelblok voor veel progressieve studenten. Zij kiezen ervoor om in hun vrije tiJd dan maar aandacht te schenken aan die kernwapens. In actiegroepen, in we reldwinkels, het IKV, Stop de Neutro nenbom, het vormingscentrum. Hier wordt enorm veel energie inge stoken, wat op geen enkele wijze in het studieprogramma wordt gewaar deerd. Gelukkig bestaat er de moge lijkheid om een bijvak te volgen bij de werkgroep polemologie. En het valt te hopen dat er nog veel meer aandacht aan het onderwijs zal worden besteed. Het is niet voor niets dat studenten zoveel aandacht aan deze problema tiek schenken. Het is een diepe vrees in ons dat de aarde geen toekomst zal hebben als de bewapening op deze manier doorgaat. Wat de maatschappeUjke dienstverle ning van de universiteit betreft zou ik vooral willen benadrukken dat we ons ernstig zorgen maken over de voor Uchting in de media. Het is een be langrijke taak van de wetenschap om objektieve voorUchting te geven over processen, die in de maatschappij spelen. De demokratie fünktioneert
niet meer als er niet genoeg gegevens voorhanden zijn over wat er werkelijk aan de hand is. Men voelt zich veihg onder een atoomparaplu en dat is ten onrechte. De atoomparaplu is de grootste bedreiging waar de mensheid mee te maken heeft."
Tekst motie universiteits raad over de kern bewapening
nietigingswapens is daarom sterker dan die tegen defensieve soorten con ventionele wapens. De uitspraak richt zich niet tegen een zuivere defensieve wapenopstelling. Daarover laat ze zich niet uit. Ze beperkt zich tot een veroordeling van die wapens die ook in VNverband reeds vaak zijn aange wezen als de grote bedreiging. Maar daarover zegt ze heel duidelijk dat het Wetenschappelijk Onderwijs niet dient mee te werken aan het in stand houden of uitbreiden van het kemwa pensysteem!" „Tenslotte de uitdrukking „direct noch indirect". Mijn fraktie is daar gelukkig mee, omdat bUjkt dat naast directe medewerking ook een indirec te bijdrage tot de kernbewapening bestaat. Tot „directe" medewerking zou o.a. behoren: a) het doen van contractresearch ten behoeve van kernbewapening. Voorbeeld van een onderzoeks vraag: „hoe verzoenen we de bevol king rond Soesterberg met de op slag van kernwapens ter plaatse?" b) het organiseren van een postaca demische cursus voor officieren met betrekking tot het onderhou den van kernwapens. e) het geven van toestemming aan hoogleraar X voor een nevenfunc tie bij de kemwapenafdeling van de luchtmacht. Het is veel meer controversieel om voorbeelden te geven van indirecte medewerkmg. Waarschijnlijk zal men per geval moeten nagaan of er sprake is van indirecte medewerking en daar voor criteria moeten ontwikkelen. Dan kan bijvoorbeeld aan de orde komen; a) kan men NAVOgeld accepteren voor een wetenschappelijke confe rentie of voor wetenschappelijke research? b) kan men mensen met kerntaken überhaupt accepteren m postaca demische cursussen? e) moeten wetenschappers bij him keuzen van onderwerpen van on derzoek zich afvragen of dat zal leiden tot kemwapentoepassin gen? (bijv. het detecteren van on derzeeboten, hetgeen de „first stri ke capability" garandeert). De Tweede Kamer vroeg bijv. om een maatschappeüjkeeffect rapporta ge (motie Lansink). Deze opsomming houdt nog geen ' standpuntsbepaling van onze fraktie in over deze voorbeelden." .
De tekst van de motie tegen kembewaping die de universiteitsraad bijna unaniem aanvaardde, luidt als volgt: De Universitettsraad van de Vrije Universüeü te Amsterdam, bijeen op 17 november 1981, gehoord de beraadslagingen, constaterende dat er op steeds grotere schaal en in toenemende mate tegen de kernbewapening wordt geprotesteerd, overwegende dat de kernbewapening in de wereld een directe bedreiging vormt voor het leven op aarde. dat desondanks de kernbewapening toeneemt dat het volstrekt niet uitgesloten is dat van deze bewapening gebruik zal worden gemaakt, dat de ervaring heeft geleerd datjarenlange onderhandelingen om te komen tot vermindering van kernbewapening, de uitbreiding van dat wapenarsenaal niet heeft kunnen verminderen, dat de unive^sitatre gemeenschap zich niet afzijdig mag opstellen in deze zaak die mem en maatschappij zo wezenlijk aangaat, spreekt uit dat hij het streven naar afschaffing van kernbewapening onderschrijft, dat de Universiteiten en Hogescholen, gebruik makend van hun creatief en wetenschappelijk vermogen, moeten zoeken naar moge lijkheden om kernbewapening terug te dringen en kemontwapening te bevorderen, dat overleg en samenwerking van Nederlandse instellingen alsmede het opbouwen van kontakten met buitenlandse universiteiten in het "Westen, het Oosten en in de Derde Wereld de effektivited van deze inspanningen kunnen verhogen en daarom nagestreefd moeten worden. dat het Wetenschappelijk Onderwijs direct noch indirect medewer king dient te verlenen aan het produceren of installeren van kernwapens.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981
Ad Valvas | 434 Pagina's