Ad Valvas 1981-1982 - pagina 249
5
AD VALVAS — 12 FEBRUARI 1982
Onderzoeksinstituut JTSWO inventariseerde wat op dit gebied aan de VU gebeurt
Belang studiebegeleiding onderschat Aan de meeste fakulteiten van de VU is er nauwelijks sprake van een systematische begeleiding van vertraag de studenten. In het eerste jaar van de studie worden de vorderingen van de student nog wel in de gaten gehou den, maar in de latere jaren blijft de aandacht van de fakulteit beperkt tot beursstudenten. Overigens ver schillen de vormen van studiebegeleiding tussen de diverse fakulteiten onderling nogal. Aldus een onlangs verschenen rapport van het Instituut voor Toegepast SociaalWetenschappelijk Onderzoek (ITSWO) dat de afgelopen maanden in opdracht van het kollege van bestuur een inventarisatie over dit onderwerp maakte. Het tijdperk van de tweefasenstruktuur begint eraan te komen. Door het opzetten van signalerings en automa tische registratiesystemen kan de fakulteit greep krijgen op het doen en laten van de student, zegt het ITSWO.
de gevolgen zijn voor de student. Veelbetekenend is dat in het ITSWO onderzoek de studievertraging als ge volg van teleurstellingen in de studie omdat de student met geheel andere verwachtingen aan de studie is begon nen, wordt gereduceerd tot „persoon lijke problemen". Het rapport stelt als reaktie op de kritiek: „Het ideaal dat deze studen ten kennelijk voor ogen staat is dat studenten op geen enkele wijze in hun vrijheden beperkt mogen worden. Wettelyke maatregelen maken het echter onmogelijk deze visie te hand haven. Dat neemt niet weg", zo stelt het rapport in een ondoorgrondelijke subtiliteit, „dat het geenszins ome bedoeling was de studiebegeleiding als selektiemechanisme voor te stel len."
Foto's De opdracht van het kollege aan het onderzoekinstituut is niet helemaal uit de lucht komen vallen. Ten eerste schrok het universitaire topbestuur van de cijfers die het Bureau Studen tenadministratie vorig jaar gepubli ceerd had. Daaruit bleek dat aan de v u gemiddeld zo'n 35% van de stu denten de eindstreep niet haalt: het studierendement, zoals het officieel heet, is dus niet zo hoog. Ten tweede staat de invoering van de wet tweefa senstruktuur voor de deur. Met in gang van september 1982 mogen dan aankomende studenten niet langer dan zes jaar over hun studie doen. Periodes van balen, niet meer zien zitten en er eett half jaar tussenuit trekken zonder dat er een haan naar kraait zjjn er dan niet meer bij. Stu diebegeleiding wordt een minder vrij blijvende verantwoordelijkheid voor de universiteit, staat in het onder zoeksrapport van het ITSWO.
Wim Crezee tot jaar geregeld, wordt signalering van studieachterstanden eenvoudi ger. Opvallend is dat juist de medi sche fakulteit een hoog studierende ment heeft, stelt het onderzoeksrap port suggestief Nu is een strak studieprogramma niet de enige mogeltfkheid wanneer de studiebegeleider greep op studenten wil krijgen. Ook het werken met indi viduele studieplannen biedt de moge lijkheid om goed en snel het studie verloop te signaleren, vindt het ITS WO. Het rapport: „Waimeer naast
Een andere faktor die van invloed is op het inzicht in het doen en laten van studenten is de frekwentie waarmee de fakulteit studievertraging op spoort. Beursstudenten worden auto matisch éénmaal per jaar op hun prestaties gescreend. Maar de niet beursstudenten worden, naarmate ze verder in de studie komen, steeds minder m de gaten gehouden. Op slechts 5 van de 26 onderzochte fakul teiten wordt in de doktoraalfase een keer per jaar gesignaleerd of niet beursalen vertraagd zijn. De overige fakulteiten signaleren öf te hooi en te gras öf helemaal niet. Stages en scrip ties vormen een van de meest ongryp bare onderdelen van het studiepro
onderstelt Immers dat men weet wel ke studenten wanneer en waarom achterlopen met de studie. Maar aan die kennis schort op dit moment wel het een en ander. Konklusie van het onderzoek: weinig fakulteiten kijken systematisch naar oorzaken die lei den tot studievertraging. Dr. Jan de Jonge, direkteur van het ITSWO, desgevraagd: „Probleem is dat fakulteiten geeneens weten of er op een bepaald moment studievertra gingen zijn. Dat weten ze vaak pas achteraf. Pas als de gegevens van bureau inschrijving van volgend jaar binnenkomen, zien fakulteiten dat studenten zich niet opnieuw hebben ingeschreven en dat ze de brm aan hun studie hebben gegeven. Als fakul teiten niet op tyd die informatie heb ben of die zelf niet verzamelen, dan kunnen ze natuurlijk ook niet op tijd een gesprek met studenten hebben. Het grootste gedeelte van de proble men van studieuitval blijft op die manier onzichtbaar. Studiestakers verdwynen in het algemeen geruis loos van het toneel." Het ITSWO ziet in de automatisering van de registratie van studiegegevens een aardig middel voor de fakulteiten om wèl op tijd over de relevante informatie te beschikken. De ervarin gen met het huidige geautomatiseer de systeem van registratie zijn echter niet erg positief: het systeem werkt traag en aan de fakulteiten is men bang dat „de machine", de komputer op deze manier te veel macht knjgt. Wanneer studievertraging ligt aan be paalde gedeelten van het studiepro gramma, is het de taak van fakultaire
/;?.!5l^*.<?v'i"lr'V<
Weinig cijfers Het zou overdreven zjjn te stellen dat met een goede studiebegeleiding alles op rolletjes zou lopen. De faktoren die van invloed zijn op studievertraging en mislukking vormen immers een gekompliceerd netwerk, zo staat in het rapport te lezen. Het blijkt dat vertraging en mislukking sterk ge bonden zijn aan de studierichting in kwestie. De medische fakulteit kent relatief weinig uitval en vertraging, terwijl de sociale en letterenfakulteit hoger scoren. Ook per studiefase ligt het probleem verschillend: met name by medische studierichtingen vindt de selektie in het eerste jaar plaats, maar by studierichtingen waar zwaar getild wordt aan de scriptie komen de vertragingen in de afstudeerfase dui delijk naar voren. En natuurlijk is het studietempo ook afhankeUjk van de student zelf: studievaardigheid, dis crepantie tussen verwachtingen en realiteit van de studie en „de mate waarin de student erin slaagt zich een plaats te verwerven binnen de univer sitaire gemeenschap." Maar of de aanwezigheid van studie begeleidingsvormen en daarop afge stemde administratie („Signalerings systeem") invloed heeft op de uitval en vertraging in de studie heeft het ITSWO niet onderzocht. „Er is daar over te weinig cijfermateriaal aanwe ' zig", zegt ITSWOmedewerkster drs. Sjoukje van der Linde tegen ons.
Drs Sjoukje van der Linde Men denkt vaak alleen maar aan onderwijsprogrammering
veel keuzemogelijkheden binnen het studieprogramma de verpUchting be staat voor de student om op te geven welk studiepakket hiJ heeft gekozen en wanneer hij de verschillende on derdelen denkt af te ronden, is het eenvoudig vast te stellen wanneer afwijkingen van dit plan optreden." Op dit moment hebben alleen de centrale interfakulteiten, aardrijks Politiefünictie kunde en godgeleerdheid zo'n sys Voor een gerichte studiebegeleiding is teem van mdividuele studieplannen. Overigens is niet iedereen gelukkig het van belang te weten welke oorza met deze vorm van studiebegeleiding. ken bij studievertraging een rol spe Studenten die kommentaar op het len. Gezien de beperkte financiële concept^onderzoeksrapport mochten middelen heeft het ITSWO dit echter leveren vonden dat de studiebegelei niet onderzocht en heeft men volstaan ding op deze manier een soort politie met een inventarisatie van de huidige vormen van studiebegeleiding aan de funktie krijgt: studiebegeleiding ver wordt tot een kontroleapparaat en VU. Daartoe zijn 26 funktionarissen selektiemechanisme. Het gelijk van die belast zijn met deze taak gemter viewd. Daaruit blykt dat, het zal hun kritiek kan men hun niet ontzeg gen, want sankties voor het niet nako geen verbazing wekken , fakulteiten men van een studieplan is voor stu op dit gebied nogal verschillen. By de denten duidelijk, maar voor docenten ene studierichting heeft de student een grote keuzevrijheid, bij de andere, blijft dat in het ongewisse. Het gevaar bestaat erin, dat bij een verplicht studierichting heeft men niets te kie studieplan de konsekwenties van alle zen. En naarmate de studie strakker vormen van studievertraging zonder is geprogrammeerd (bijvoorbeeld biJ meer op de student worden afgewen medicijnen), dus tentamens op vast teld: de oorzaken van studievertra gestelde tijdstippen, voor iedere stu ging ziJn dan niet meer van belang en dent verplichte onderdelen, van jaar
gramma, ook al omdat ze vaak uitlo pen in de tijd, konstateert het rap port. De frekwentie, de mate van formalise ring, de opvattingen over wat studie begeleiding inhoudt, het verschilt al lemaal per fakulteit. De voor studie begeleiding verantwoordelijke funk tionaris is bij de ene fakulteit een docent en bij de andere een niet onderwysgevende Studiekoordinator. De laatste zal meer tyd moeten inves teren in het leren kennen van de studenten. Het rapport is niet te be roerd om voor dit probleem een prak tische vingerwijzing te geven: „Een koordinator I begeleider lost dit pro bleem op door aan het begin van het studiejaar foto's van de nieuwe eer st^aars op zijn bureau uit te stallen en elk vrij momentje te besteden aan het uit het hoofd leren van de juiste naam bij het juiste gezicht."
Brui Het ITSWO heeft zoals gezegd geen onderzoek gedaan naar de mogelijke oorzaken van studievertraging. Wel heeft men gekeken in hoeverre fakul teiten zélf iets doen aan het opsporen van oorzaken. Studiebegeleiding ver
onderwijskommissies om dat te signa leren en een advies te geven voor verbetermg van het programma. De onderwij skommissies, waarvan elke fakulteit krachtens de WUB er een dient te hebben, funktioneren volgens dr. De Jonge echter verre van opti maal: „De onderwij skommissies we ten vaak niet wat de effekten van onderwijsherprogrammering voor het studieverloop zijn. Ze weten dat niet omdat ze niet goed weten hoe het programma momenteel werkt, wat belemmerend werkt en wat niet. Do centen kijken vaak niet verder dan hun eigen vak. Hoe nu de gehele opleiding werkt, waar de knelpunten hggen, daar hebben ze meestal geen weet van. Wat dat betreft is het onder wijskundig niveau van de universiteit vrij laag." Dan moeten ze maar beter naar studenten luisteren, zou je kunnen konkluderen? De Jonge: „Dat is een van de dingen. Daar komen tal van signalen van daan, die je moet oppikken."
Stuntelig Signalen van studenten oppikken. Het ITSWO heeft in dit onderzoek zijn
ontvanger helaas op een andere golf lengte afgestemd. De kwaliteit van de studiebegeleiding op de diverse fakul teiten is in het onderzoek gepeüd door interviews met studiebegeleiders en koordina toren. Maar wat vinden studenten nu zelf van de begeleiding? Die vraag wordt in het rapport nauwelijks beant woord. Betreurenswaardig, maar het onderzoeksbudget was ontoereikend om de behoeften van studenten te mventariseren: het CvB wilde voor het onderzoek niet meer geld ter be schikking stellen, aldus de auteur van het rapport Sjoukje van der Linde. Ter kompensatie van dit gemis is het conceptverslag van het onderzoek naar studentenfrakties van de fakul teitsraden ter bekommentariering ge stuurd. Dat ging niet overal van harte. Zo schrijft Martin Meerkerk namens zijn fraktie aan het ITSWO in niet mis te verstane bewoordingen: „Als stu dentenfraktie sociologie zijn wij van mening dat het voorhggende onder zoek kwa vraagstelling, opzet en mt voermg zo beperkt, kortzichtig en stuntelig is dat het nauwelijks de moeite waard is hierop een reaktie te geven. Dat wij dit toch doen komt voort uit een angst dat dit rapport anders nog enig gewicht zou krijgen." Het onderzoek gaat volgens hem voorbij aan de primaire vraag of stu diebegeleiding überhaupt een oplos sing is voor het probleem van studie vertraging en mislukking. Een van de faktoren die volgens Martin Meerkerk leiden tot vertraging is het studiepro gramma dat niet aansluit by de be langstelling van de student. Daaraan wordt in het onderzoek voorbij ge gaan als het rapport voorstelt de keu zevrijheid van de student te vermm deren ter wille van een sneller kunnen signaleren van studievertraging. Maar een verminderde keuzevrijheid kan dan volgens hem juist meer afval lers opleveren. De studenten zyn de klos en dat is volstrekt onaanvaard baar, zo kan het standpunt van de studenten van subfakulteit sociologie worden samengevat. Studiemislukkmg. Deze term valt nog wel eens in onderwijskundige kringen. Het suggereert dat de student gefaald heeft als hij of zij afhaakt. Maar de vraag kan gesteld worden wie of wat nu mislukt: het wetenschappelijke systeem met zyn vaak abstrakte, on maatschappelijke en weinig tot de verbeelding sprekende wyzen van denken, of de student die de hele santenkraam voor gezien houdt of door strenge selekties voor geaen moet houden?
Gevraagd naar haar denkbeelden over het belang van dit onderzoek zegt de auteur van het rapport, Sjouk je van der Linde: „Onze inschatting vóór het onderzoek was dat de fakul teiten wel het een en ander gedaan zouden hebben aan het ontwikkelen van een beleid voor de studiebegelei ding, zeker nu de tweefasenstruk tuur binnenkort wordt ingevoerd. Maar dat was te optimistisch van ons gedacht. Men denkt aan de fakultei ten alleen maar aan onderwijspro grammering; de begeleiding van stu denten komt op de tweede plaats. De funktie van dit rapport is dan ook dat mensen in de fakulteit hierover gaan nadenken en dat de diskussie op gang komt. Het inventarisatierapport is zo be schouwd een ruim uitgevallen praat paper. Maar hoe er verder over deze materie gepraat wordt, zal het ITSWO niet meer meemaken, want het insti tuut wordt binnenkort door gebrek aan opdrachten opgedoekt. Daarover volgende week in Ad Valvas.
Vredeskampen. Dit jaar worden er door de doopsgezinde Vredesgroep op de kampeerboerderij „Bloem eaBos", Texel, vyf vredeskampen gehouden. Deze kampen zyn erop gericht de deelnemers / sters meer duidelijkheid te geven over hun eigen levensover tuiging en maatschappijvisie. Eén kamp is met Pasen (312 april) en de andere tussen 17 juli en 17 augustus. De kosten zyn ƒ 40,— voor het Paaskamp en ƒ 215,— / ƒ 295,— voor de zomerkampen. Inlichtingen bij Louis Berrevoer, (020) 960542.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981
Ad Valvas | 434 Pagina's