Ad Valvas 1981-1982 - pagina 319
3
AD VALVAS — 2 APRIL 1982
Spaghetti-achtige UR-discussie over identiteit van de VU nu en straks
ff
Met z'n allen toekomst VU bepalen
ff
„De discussie eindigt wat open en spaghetti-achtig", zei de voorzitter van de universiteitsraad, prof. L. Vlijm, treffend toen cÄe voorbij was. Misschien met iets van verontschuldiging in zijn stem tegenover de Werkgroep Doelstelling en het Bezinningscentrum, waarvan vertegenwoordigers aan de raadstafel waren genood om verder te praten over de (christelijke) identiteit van de VU. Werkgroep en Bezinningscentrum moesten het door de universiteitspolitici gepresenteerde Italiaanse gerecht in elk geval maar eens mee naar huis nemen om te zien hoe er meer gezicht kan worden gegeven aan het (bijzondere) karakter van de universiteit. In het eeuwfeestjaar 1980 had de studiedag „VU tus-
Verhoogts „dwarsdoorsnede" kreeg waarderende woorden en kritiek „Stromen van instemming" schreef hij erboven, want het ging op de studiedag in '80 voornamelijk om reacties van mensen die de VU als „bijzondere confessionele universiteit" ook in de toekomst zien zitten. Daarom Is de kernvraag niet zozeer óf de v u zo moet voortbestaan, maar hóe, aldus Verhoogt, die niet alleen de meningen tot ruwe pakketjes met elk een soortgelijke inhoud ordende, maar er ook iets omheen schreef „Het mag niet blyven bij zoveel hoofden, zoveel zinnen, het langs elkaar heen leven, want dat is de dood in de pot," zei hij tot de raadsleden. Aan het slot van zijn rapport had hij een normatieve kanttekening geplaatst. De VU zou zich, om haar oorsprong niet te vergeten, duidelijker kunnen gaan funderen op de algemene grond-idees van de Reformatie. Die zouden dan als praktische wegwijzers en inspiratiebronnen kunnen worden gebruikt. Ten bate van de vermenselijking van de samenleving. De VU moet oppassen zich niet te veel los te maken van haar historische wortels en de daaruit gegroeide veelkleurigheid niet te laten verwateren. „Je moet er zuinig op ziJn, omdat je er iets aan kunt hebben", aldus de sociale wetenschapper tegen de raad. Verhoogt onderscheidt op de VU mensen die geloven in christelijke wetenschapsbeoefening, die gericht is tegen elke andere wetenschapsbeoefening in dienst van de moderne afgoden, en mensen die zich van daaruit meer verzoenend en oecumenisch willen opstellen, meer op praktische dienstverlening aan de medemens in nood zijn gericht. Aan de andere kant zijn de mensen die „hun" wortels in de meer recente geschiedenis van de VU hebben", in twee types te verdelen. Het ene type omvat wetenschappers die de positivistische wetenschapsbeoefening kritisch onder de loep nemen en vooral de negatieve gevolgen van haar toepassing in de techniek in de huidige industrieel-bureaucratische welvaartsmaatschappij bekijken. Deze groep zoekt naar alternatieven op basis van andere opvattingen over mens en maatschappij en ziet alle ruimte voor een hernieuwde inbreng van de bijbelse boodschap, die hun ingeeft te streven naar menselijkheid en humaniteit. Tot het andere type behoren degenen die de doelstelling van de VU opvatten als een oproep tot maatschappelijk en politiek activisme. Ze zijn praktisch gericht en vinden dat het Messiaanse rijk van vrede en gerechtigheid hier en nu gestalte krijgt door het direct voor de verdrukte mens op te nemen. De VU moet zich volgens sommigen met kennis en mankracht
sen twee VU-ren" vele tongen weten los te maken over hoe men de universiteit vandaag de dag ziet en wat haar toekomstige koers zou moeten zijn. Er verscheen een interessante bundel met een vijftigtal korte beschouwingen over zin en betekenis van de VU. Met de discussies op de studiedag mee was het resultaat een wirwar van gedachten en standpunten. Deze „onoverzichtelijke menigvuldigheid" werd onlangs door de sociale wetenschapper dr. J.P. •Verhoogt (VU) - de betiteling komt uit zijn mond in vijf hoofdstromen samengevat. Het had het bestuur van het Bezinningscentrum een nuttige zaak geleken om Verhoogt aan het karwei te zetten: ordenen om de discussie zinvol
Jan van der Veen voor ontwikkelingshulp inzetten. Anderen vinden dat zij zich bijv. moet identificeren met politieke bevrijdingsbewegingen. Tenslotte is er nog een stroming, „die eigenlijk geen stroming is". De omvangrijke categorie van mensen die hun opvatting over de VU-doelstelling als een persoonlijke aangelegenheid beschouwen en anderen ook vrij willen laten in wat zij erbij denken. Wetenschap bedrijven en er een geloofs- of levensovertuiging op na houden zijn in hun ogen vaak twee verschillende zaken. Daarmee is niet gezegd dat het laatste niet van invloed is op het eerste. Integendeel, men ziet de wetenschappelijke waarheid niet als laatste waarheid: wetenschappelijke kennis ontleent haar zin en betekenis uiteindelilk aan geloof of levensbeschouwing. Wetenschappers aan de VU moet in hun visie de vrije hand worden gelaten de werkelijkheid met de beschikbare methoden te onderzoeken. Die methoden zijn nuttig als zdj de wetenschap verder helpen. Verhoogt noemt deze „stroming" het „recruteringsveld voor de meer geprononceerde stromingen" die eerder werden vermeld.
gaande te houden. Dat leverde „Stromen van instemming" op en behalve Verhoogts rapport onder dat motto, verscheen onlangs ook het verslag over het afgelopen jaar met annex het lopende aktiviteitenprogramma '81-'82 van het Bezinningscentrum. Voor zichzelf peinsde raadsvoorzitter Vlijm afgelopen maand hoorbaar tijdens de zitting van de universiteitsraad: „Wat doe je -nou met dat rapport en dat boekje? Moet iedereen er maar mee doen wat-iewil?" Nee, gelukkig had het moderamen van de raad daar anders over gedacht en beide op de agenda gezet, aldus Vlijm. Een verslag van een zoekende discussie die de VU weer een stap verder bedoelde te brengen.
wereld?, legde Boeker zijn mederaadsleden voor. „Het maatschappelijk draagvlak van de VU kan worden uitgebreid door een betere identiteit. Het Bezinningscentrum is met zijn onlangs gestarte reeks (populair-)wetenschappelijke publikaties op de goede weg", zei hij. In deze reeks is het eerste boekje uit; „De gewenste dood. Euthanasie en zelfbeschikking als moreel en godsdienstig probleem", geschreven door prof. H.M. Kuitert.
niversiteit zonder meer kan worden, hebben het volste recht op zo'n mening, maar ze diskwalificeren zich in zekere zin voor deelneming aan verdere bezinning." Zeulemaker c.s. hadden veel waardering voor het rapport van Verhoogt. „We vinden het legitiem dat hij zich beperkte tot de instemmers, ook al zijn we het eens met zijn vermoeden d»t de confrontatie met andersdenkenden wel eens zeer verhelderend kan zijn." Zeijlemaker meende dat de discussie weliswaar moet doorgaan, maar dan niet alleen m de hogere regionen. En daarmee zat hi] op één lijn met de Werkgroep Doelstelling, die enige conclusies als mogelijke aanknopmgspunten voor de raadsdiscussie op papier had gezet. De Werkgroep, die sinds de opnchting van het Bezinningscentrum in '79 nog maar een beperkte taak heeft, legde de vinger bij het sociale aspect, het omgaan met elkaar als personeel en studenten, in verband met het functioneren van de doelstelling „in zekere zin toetssteen voor de geloofwaardigheid." Behalve de formele en wetenschappelijke hantering van de doelstelling mag het sociale aspect niet worden verwaarloosd. Mevr. drs. M.M. Meerburg zei voor het niet-gebonden wetenschappelijk peri^oneel niet goed greep te hebben kunnen krijgen op wat er met Verhoogts rapport zou moeten gebeuren. Over de vijf door Verhoogt onderscheiden stromingen zei ze: „Er zullen nog wel meer „ideaaltypen" zijn te onderscheiden". Als de voorzichtig door de Werkgroep Doelstelling geformuleerde eerste benadenng de vakgroepen het rapport te laten bespreken in praktijk wordt gebracht, zou men zich wel moeten realiseren dat er dan de nodige aanwijzingen bij moeten worden gegeven. Wsint dat dit zo maar zal slagen, daar mag je niet op rekenen, aldus mevr. Meerburg. Hans Haring (VUSO) zag in het rap-
„vlag op een zinkende modderschuit", zei hun woordvoerder Obbink. Ze staan er met wantrouwen tegenover. Er wordt gepraat over het dienen van God en zijn wereld, maar men bekommert zich niet om mensen die er te laat achter komen dat ze liever willen studeren dan voor kinderen zorgen; niet om mensen als de schoonmakers, die vooral geen extra geld mogen kosten. De zwakken mogen niet de dupe worden van de bezuinigingen, werd in de nieuwjaarstoespraak door ir. De Jager (CvB) gezegd, maar in het praktische beleid worden ze dat wel, aldus Obbink. En politiek gezien functioneert de VU-doelstelhng „als middel om links weg te selecteren", terwijl van rechtse elementen geen probleem wordt gemaakt. Obbink zei benieuwd te zijn op welke wijze degenen die niet met de VUdoelstellmg instemmen, bij de discussie erover betrokken zullen worden. Studiesecretaris dr. A.W. Musschenga van het Bezinningscentrum had daar in het aktiviteitenprogramma '81-'82 alleen van gezegd dat ook niet-instemmers „in een latere fase" mee kunnen doen. Raadsvoorzitter Vliim meende dat de niet-instemmers er zeker bijhoren. Corrigeerde hij „latere fase" toen hij zei: „Ik denk dat we met z'n allen de toekomst mv/ttcn bepalen." 't Bezinningscentrum vervult daar hoe dan ook een wezenlijke rol bü. Vlijm, bioloog van professie, vond echter het beeld dat het Bezinningscentrum van zichzelf gaf - „de luis die de universiteit op haar eigen pels heeft losgelaten" - het tegendeel van trefzeker. Een luis is een parasiet, die bloedzuigt op een ander organisme om zichzelf te verrijken. Het Bezinningscentrum zou beter als bijnier kunnen fungeren. „Dat is niet iets dat er bijhangt, maar een klier met interne afscheiding, die reageert op alle mogelijke pnkkels uit het lichaam en
Geen beleidsstuk Een beleidsstuk met ideeën voor de komende tien, twintig jaar was het niet, het verhaal van Verhoogt. Zo was het ook niet bedoeld, zei de auteur later na een rijtje sprekers. Dat vond prof. E. Boeker, sprekend namens de fraktie van het Demokratisch Akkoord, jammer. „Het is een nogal theoretisch rapport. Of het bruikbaar is voor verdere discussie? Daar is geen empirische evidentie voor aanwezig." Boeker zag het stuk meer als een momentopname. „De lijnen worden niet doorgetrokken. Er staat niets in over de regionalere betekenis van de universiteit, de toenemende ontkerkelijking, etc. Het probleem van de christelijke universiteit en haar doelsteUlng staat zo los van de ontwikkelingen m de maatschappij waarin we leven." Anders dan de Werkgroep Doelstelling voelde het DAK voor een pragmatischer en praktischer aanpak. „We moeten praten over de identiteit van de VU, niet over christelijke imiversiteit of christelijke doelsteUing. Als je expliciet voor concrete zaken een beroep op mensen doet, blijkt dat meestal niet vergeefs te zijn, maar haal je daar de doelstelling bij, dan gaat het aan veel mensen voorbij." Waar gaat het om: om de doelstelling of om de VU als universiteit in de
Boeker: „Zo kuimen de mensen beoordelen of het goed is dat er een VU is. Dus niet: er is christelijk onderwijs, een doelstelling, dus moet er wel een VU zijn. Dat is niet de juiste benadering." Daarom is er voor het DAK ook geeri enkele reden om voor de verdere discussie mensen die niet met de VU-doelsteUing instemmen buiten te sluiten. Juist die middengroep, die zijn christen-zijn of nietchristen zijn als een privézaak ziet, is aldus Boeker, de grootste en breidt zich ook steeds in aantal uit.
Diskwalificatie Met die laatste opmerking reageerde de DAK-vertegenwoordiger op de Onafhankelijke TAS. Diens woordvoerder C. Zeijlemaker had gezegd: „ZiJ die menen dat de VU best een rijksu-
port-Verhoogt zeker mogelijkheden om de doelstelling uit te werken, zonder dat nader toe te Uchten overigens. „Omdat het rapport echter gebaseerd is op stromen van instemming onder het wetenschappelijk personeel, vragen wij ons af: hoe concretiseer je dat naar de studenten toè?" Die vraag kreeg geen mogelijk antwoord in het anderhalf uur durende raadsgesprek, een lot dat vele vragen beschoren bleek te zijn. Werkgroepvoorzitter prof E.H. van Olst zei slechts iets in de trant van: Verhoogts rapport, da's ook een stukje informatie voor de studenten, maar of de VUSO-student dat had bedoeld?
Vlag op modderschuit De PKV-studenten zien de doelstelling van de VU als niet meer dan een
adrenaline levert, wat het organisme tot extra prestaties stimuleert."
Geen alibi De voorzitter van het bestuur van het Bezinningscentrum, prof D.C. Mulder: „Het Bezinningscentrum mag geen alibi van de universiteit zijn of een visitekaartje. We proberen te stimuleren, maar horen graag ook vanuit de VU reacties. Maar daar ligt een moeilijkheid. We stuiten telkens op het probleem dat het zo lastig is om mensen aan deze universiteit te interesseren voor de zaken die we aan de orde stellen. Stellen we de verkeerde zaken aan de orde? ' Het Bezinningscentrum denkt, aldus Mulder, dat er
Vervolg op pag. 10
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981
Ad Valvas | 434 Pagina's