Ad Valvas 1981-1982 - pagina 337
AD VALVAS — 16 APRIL 1982
Verkiezingskatern
personeelsbeleid, bleek uit de wijze waarop het reageerde toen XJR-leden kritische vragen stelden over de positie van de schoonmakers van de VU. Peter den Hartog: „Het is uiteindeiyk een uitvloeisel van een bezuinigingsmaatregel: een ander schoonmaakbedrijf wilde het' zelfde werk in minder tijd doen en dat scheelt de VU aardig wat geld. Maar er wordt dan volstrekt voorbijgegaan aan het feit dat dat schoonmaakwerk door mensen wordt gedaan, vooral door buitenlandse werknemers die toch al een moeilyke positie hebben. Ik vmd het zeer tnest dat het CvB geprikkeld reageert als een groep UR-leden daar een aantal vragen over opstellen. Die botte onwil van het CvB is onvoorstelbaar." De bovengenoemde vragen ztjn door alle frakties van de UR ondertekend, met uitzondering van de Verenigingsfraktie en de onafhankelijke TAS. De vertegenwoordiger van de laatste fraktie licht toe: „Een van onze leden was ambtelijk betrokken bij het opstellen van de kontrakten met het meuwe schoonmaakbedrijf. Daardoor kregen we inside-information op grond waarvan wij de vragenbrief niet ondertekend hebben." Als wij belangstellend vragen naar de inhoud van die informatie, acht Zeijlemaker die niet geschikt voor openbaarmaking.
Universiteit geen onderwijsfabrieli ET wordt wel gezegd dat de universiteit als gevolg van allerlei beleidsmaatregelen, zoals de bezuinigingen, de twee-fasen en voorwaardelijke financiering van het onderzoek steeds meer een onderwijsinstelling wordt. Moet de universiteitsraad dat stimuleren door maatregelen te nemen om het onderwijskundig nivo op de fakulteiten te verbeteren? Hans Haring: „Ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat de universiteit niet alleen voor onderwas of alleen voor onderzoek bestaat. De inhoud van onderwijs en onderzoek is in de eerste plaats een zaak van de fakulteiten. Maar de universiteitsraad kan wel aanzetten geven om het onderWysnivo te verbeteren. Soms heb ik het idee dat stafleden vooral aangesteld worden voor onderzoek en dan tot de ontdekking komen dat ze ook nog onderwijs moeten geven. Ik ken een aantal voorbeelden waarbij ik denk: hoe heeft die man ooit onderwijs kunnen geven. Didaktiscjie scholmg van het wetenschappelijk personeel is zeker belangrijk. I>aar zou de universiteitsraad wel een poQe voor uit kunnen trekken." Marja Meerburg: „Ik denk dat het een ideologie is om te zeggen dat de universiteit dreigt te ontaarden in een onderwijsfabriek. Dat zeggen aUe universiteiten zelf uiteraard in het kader van de budgetverdediging. Het is nog maar de vraag of dat imago, wat men naar bulten toe kreeert, ook juist is. We hebben er een paar cijfers over. Sommige fakulteiten hebben een hoge onderwijstaak, maar dat geldt zeker niet voor de VU als geheel. Het is wel zo, dat met de implementering van de twee-fasenstruktuur een tijdlang dubbele programma's gedraald moeten worden. Dat brengt dus de komende periode een verhoogde onderwijsinspanning met zich mee. Maar daarna niet meer." Peter den Hartog: „Voor ik naar de VU kwam heb ik eerst op de sociale akademie gezeten. Daar gaat het veel meer om het verwerken van" de stof dan om het produceren van ontzettend veel bladzijden, zoals hier. Ik denk dat de invoering van de twee-fasenstruktuur het kleine beetje werken in groepen, watje aan de universiteit hebt, nog verder zal terugbrengen. Dat is een slechte zaak. Ik vmd het typerend dat nu ineens allerlei onderzoekjes uit de kast worden gehaald waaruit moet blijken dat groepsgrotes van vijftien tot achttien net zo goed zijn als van twaalf, omdat dat nu toevallig goed uitkomt."
verzameld werden. Nu haalt iedereen mt de onderwijskunde wat goedkoop is en niet wat bewezen resultaten zijn. Moet er een taakverdeling komen tussen de universiteiten op onderzoeksgebied? Cees Zeijlemaker: „Ik vind dat zo gek nog niet, als er maar op basis van vrijwilligheid tussen beoefenaren der wetenschap werkafspraken gemaakt worden. Dat lukt heel goed als het om kleinere werkeenheden gaat. Zo houdt de VU zich bijvoorbeeld bezig met klassiek Arabisch, terwijl de UvA zich meer op de moderne varianten richt. Dat vind ik heel zinnig." Hans Haring: „Het is van belang dat de verschillende universiteiten met elkaar gaan overleggen. Dat voorkomt dat er dubbel werk wordt gedaan. Maar om dat via voorwaardelflke financiering af te dwingen vind ik wel gevaarlijk. Tenslotte is de penicilline ook niet uitgevonden omdat met ernaar op zoek was." Heefl de universiteitsraad een taak bij de kwaliteitsbewaking van het onderzoek? Hans Haring: „Daar zijn al kriteria voor ontwikkeld, tenminste er zijn een boel voorbeelden van hoe dat zou kunnen, zoals de frekwentie waarmee iemand geciteerd wordt. Ik zeg niet dat dat het meest juiste is, maar wat kan je als universiteitsraad verder zeggen?" Marja Meerburg: „Je moet dus een onzinnige opmerking maken, want die wordt altijd geciteerd. Er zijn hele strategieën ontwikkeld om te zorgen dat je geciteerd wordt. Maar het is geen indikatie voor kwaliteit. Ik denk dat alle kriteria die bestaan om kwaliteit te meten hun doel voorbijschieten." Cees Zeijlemaker: „Besturende colleges moeten geen kwaliteit beoordelen. Aanvragen voor onderzoek moeten voorgelegd worden aan gekwalificeerde onderzoekers. Dat vind ik verstandig. Maar je moet niet als raad zelf de kwaliteit gaan beoordelen. Peter den Hartog: „Er moet overigens niet alleen naar de kwaliteit van onderzoek gekeken worden. Dat is ook een gevaar bij de voorwaardelijke financiering dat alleen maar daar over gepraat wordt. Over het toetsen van de maatschappelijke relevantie is nog minder nagedacht dat over de kwaliteit." Jannie Westra: „De TAS en studenten zullen met name een bijdrage kunnen leveren als het over die maatschappelijke relevantie gaat, maar niet over de vakinhoudeUjke kanten van het onderzoek."
Hans Haring
Dat vinden we beter dan dat we overal over gaan meepraten Die dingen kosten nu eenmaal veel tijd." Dus beter enkele zaken goed dan vele half. De PKV-er vreest dat de raadsinspanning van studenten in het algemeen een beetje zou kunnen teruglopen als de verlaging van hun financiële tegemoetkoming, die in de lucht hangt, door Van Kemenade wordt geëffectueerd. „Je doet het natuurlijk niet om het geld, maar je stopt er wel je tijd in ten koste van je studie en dan is die vergoeding een soort waardermg voor de gemvesteerde tyd. En verder over de verkiezingscampagne zegt hij: „Ach, de verhouding m de raad tussen de studentenfi-acties ligt ongeveer vast. Wij acht zetels, ziJ drie. Bij economie en rechten is enige verkiezmgsstrijd. Vorig jaar boekte de PKV een kleme stemmenwinst, maar daar heb je niet zoveel aan, want de VUSO kon al haar stemmen doorschuiven naar het district voor de hele geleding omdat zij overal in de faculteiten verloor en zo toch die drie vrije zetels bemachtigen." Campagne voeren is volgens hem wel positief voor de opkomst. Ook weten de studenten dan een beetje wat er aan de hand is op universitair-politiek terrein. Om de zeteldrempel van 35% van de stemmen te halen is een campagne bovendien nuttig. „En zeker hoort erbij dat we ons duidelijk onderscheiden van de behoudende VUSO." De PKV rekent op acht zetels, maar „zou er wel negen willen".
Thematische aanpali
Helaas geen opiniepeilingen
Peter den Hartog: „We nchten onze thema's in de komende raadsperiode.
Bestuurslid van de VUSO Eise van Dtjk houdt een slag om de arm. „Er is
Marja Meerburg: „Iedereen denkt dat je de kwaliteit van het onderzoek kunt bewaken, maar dat is een fixie. Je kunt wel kijken naar de organisatie van het onderzoek, of er niet inefficient gewerkt wordt. Je kunt je ook uitspreken over de thema's van het onderzoek. In welke mate je zuiver wetenschappelijk onderzoek wilt of toegepast. Of in welke mate je maatschappij-kritisch onderzoek wilt stimuleren."
Weg naar de ondergang Aan de Nijm-'.egse universiteit heeft onlangs een groep verontruste wetenschappers een manifest uitgebracht waarin ze onder andere stellen dat wetenschap de weg naar de ondergang kan plaveien. Zij vinden dat wetenschappers te weinig nadenken over de maatschappelijke gevolgen van hun bezigheden. Geldt dat ook voor de VU? Peter den Hartog: „Over de maatschappelijke gevolgen wordt aan de VU niet nagedacht." Marja Meerburg: „Ik denk dat als je de organisatie van het onderzoek wilt veranderen, en daar ben ik voor, er kriteria bedacht moeten worden waaraan onderzoek moet voldoen. Als dat m onderzoeksvoorstellen niet gebeurt moet de raad ze terugsturen." Cees Zeijlemaker: „Zou jij als raadslid de bevoegdheid willen hebben om onderzoeksprogramma's af te kunnen keuren?" Marja Meerburg: „Wel de bevoegdheid om de kritena op te stellen en onderzoekers zich tegenover die kritena te laten verantwoorden. Nu wordt gezegd dat alleen gerenommeerde wetenschappers onderzoek kunnen jureren. Maar het manifest uit Nijmegen brengt juist de klacht naar voren dat dat niet het geval is. Ik pretendeer niet dat elke medikus elk theologisch onderzoek zinvol kan bekijken. Dat is natuurlijk ook onzin Je moet dat doen binnen beperkte clusters en beter nadenken over op te stellen kriteria." Cees Zeijlemaker: „Ik kan wel met Marja meegaan als ze zegt dat je grenzen moet aangeven, kriteria opstellen, waaraan onderzoek in de fakulteiten moet voldoen. Alleen ik kan die grenzen niet bedenken." Met de motie tegen kernwapens heeft de universiteitsraad in fette zo'n grens aangegeven. Maar is zo'n uitspraak niet een dode letter? Marja Meerburg: „Nadenken over de organisatiestruktuur van het onderzoek impliceert datje dit soort denkbeelden struktureel vorm moet gaat geven. Dat gebeurt momenteel met en is zo'n motie het uitspreken van een vrome wens in de hoop dat mensen zich eraan zullen houden." Cees Zeijlemaker: „Je kan die motie ook anders zien. Als de universiteitsraad met zo'n grote meerderheid, bijna unamem, zo'n uitspraak doet, mag je aannemen dat het een weerspiegeling is van wat in de universiteit leeft. Als hier toch nog een of andere dolgedraaide wetenschapper mocht rondlopen die het risiko wil lopen dat de wereld ontploft dan zij het zo. Maar die motie is een goede afspiegeling van wat binnen de VU leeft. Laat het daar dan bij."
Marja Meerburg: „Dan overschat je de mate waann de bêtawetenschappers zich oriënteren op de universitfiijïsraad. Het liefst zou ik zien dat de fakulteiten de doelstelling, eens m de geest van die motie zouden operationaliseren. Dan heeft die niet meer de funktie van een stok maar als een richtlijn." Cees Zeijlemaker. „Op deze manier wordt het bijna rechtsfilosoflsch. Als alle mensen eerlijk zijn, heb je de tien geboden ook met meer nodig, want iedereen handelt dan vanzelf vanuit het goede " Waarom is de VUSO toen bij de behandeling van die motie weggelopen?
Marja Meerburg: „Dat laatste klopt. Er wordt met onderzoeksresultaten op het gebied van de onderwijsresearch gezwaaid op een manier die niet juist is, omdat er helemaal geen rekening mee gehouden wordt onder welke omstandigheden die gegevens
op de verkiezingstrom slaan? „Dat weet ik niet. Daar hebben we met over gesproken " De DAK-vertegenwoordigster vindt het zinvol dat de kiezers verkiezingsinformatie op hun bureau krijgen. Of het DAK ook de deuren langsgaat? „Nee, dat laat ons werk niet toe. We moeten ook aan onze tijd denken. We hebben het gewoon allemaal druk." Dus ook geen „Verkiezingsbroo<}je DAK" om maar eens wat te noemen? „Daar hebben we het met over gehad. Misschien zou je er meer aan kunnen doen." Het DAK rolt voort in de rails van de aanpak van de vorige keer. De ideeenrijkdom lijkt bij de PKV omvangryker te zijn als het om campagne voeren gaat. Een vnj fors verkiezingsprogramma, affiches met de namen van de kandidaten en affiches met leuzen, waarvan de belangrijkste imperatief is „Schoonmakers in vaste dienst!" Op A-4-tjes uitgewerkte verkiezingsthema's, zoals vredesonderwijs, crèche, wetenschapswinkel. Misschien een film over bijvoorbeeld ontwikkelingssamenwerking. Het inspelen op bepaalde activiteiten die de PKV vmdt „passen in haar linkse, veranderingsgezinde opzet", zoals het huidige raadslid Peter den Hartog ons zegt en waarvan hij als voorbeelden geeft de deelname aan een gezamenlijk onderwijsvermeuwingsproject met het studentenpastoraat en het Vormingscentrum VU en verder een anti-fascisme-manifestatie op 5 mei samen met het Vormingscentrum.
5
Hans Haring: „We hebben toen gezegd dat het enerzijds een
nog niet te zeggen hoeveel zetels we zullen krijgen. Er zijn helaas geen opimepeilmgen hier. Als dat wel zo was, zou ik een meer gedegen verhaal kunnen houden." Maar ook hij gelooft voor zijn club in het waardevolle van het strooien van propagandazaad in verkiezingstijd. De VUSO heeft erover nagedacht hoe zij haar activiteiten op dit punt zou kunnen uitbreiden. Op het moment waarop we de VUSO bellen, evenals de andere groepenngen een paar weken voor de start van de verkiezingen, is er m de VUSOkeuken nog veel rijpend. Zo wordt er bekeken of er stunts kuimen worden uitgehaald, maar omdat die ook uitvoerbaar moeten zijn, vereist dat zorgvuldig beraad. Eise van Dijk licht een tipje van de sluier op, hoewel hij er verder niets over kwijt wil: „We zouden bijvoorbeeld hetzelfde als vorig jaar kunnen gaan doen: het verspreiden van pennen." Overigens liggen er wel een aantal dingen vast. Affiches en om en nabij 4000 folders met ten opzichte van vorig jaar een iets andere, aangepaste tekst. De begroting bij de subsidieaanvraag, die de VUSO deed, vermeldt een bedrag van circa ƒ 3.000,-. Als ze er bij de VUSO staat op zouden kunnen maken dat er meer subsidie te halen was, dan zouden ze daar wel raad mee weten. Nu moeten ze woekeren met het beschikbare. „Vorig jaar hebben we een paginagrote advertentie in Ad Valvas geplaatst. Dat kostte meen ik ƒ 1.500,- en dat is een hele uitgaaf en gebeurt dus ditmaal niet weer. Het VUSO-bestuurslid ziet het voor de VUSO met somber in. „By ons is in
de loop van de tijd een gestage toename aan leden waar te nemen." In tegenstelling tot de PKV, die als een federatie te beschouwen is en haar aanhang bij de door haar gedomineerde faculteitsverenigingen heeft zitten - waar VUSO-gezinden soms, zoals bij economie, een eigen vereniging naast oprichtten - heeft de VUSO als studentenbelangenorganlsatie zelf leden. Eise van Dyk ziet ook ledenwinst als gevolg van de verkiezingspropaganda opdoemen. Een piektijd? „Er komen altijd nieuwe leden bij m elk geval. Maar dat gebeurt ook bij de sociale introduktie." Veel hoop dus bü de VUSO.
De subsidiëring De beide studentenfracties worden, wat de subsidiering door de universiteit betreft, gelijk behandeld. De heer J. Schuyl, die voor het college van bestuur de subsldieverzoeken behandelt: „Er bestaat geen echte regeling voor. Er is een zekere gewoonte ontstaan de studentenfi-acties te subsidieren. Het laatste jaar heb ik het subsidiebedrag voor elk van hen gefixeerd op ƒ 2.750,-." Gelijke monmken, gelijk kappen? „Ja, ik zie geen reden waarom we het anders zouden doen. Je zou natuurlijk ook kunnen zeggen, degene die de minste stemmen krijgt, heeft de meeste propaganda nodig." De subsidie gaat dit jaar omlaag. „Ik heb al tegen de VUSO gezegd dat ze nu minder krygen, omdat we gewoon minder geld hebben." En het DAK? „Het DAK is pas enkele jaren aan de markt, dus dat heeft nog niet zoveel rechten. Ze zullen b^ overlegging van de nota, waaruit blijkt dat ze zo en zoveel voor verkiezingsdoeleinden
hebben uitgegeven, ƒ 950,- ontvangen." Individuele kandidaten moeten het bmnen de VU-democratie zelf opknappen. „Nee, daar geven wij niets aan. Ze hebben trouwens ook nog nooit by ons aangeklopt. Die kunnen het wel met een zeepkist af " Nog met zo gek dus van die onafhankelijke tas-sers om een club te vormen Komen ze bij de volgende verkiezingen temmnste met vergeefs met een subsidieverzoek als ze dat individueel al mochten hebben overwogen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981
Ad Valvas | 434 Pagina's