Ad Valvas 1981-1982 - pagina 91
11
AD VALVAS — 9 OKTOBER 1981
Steeds meer wetenschappers door justitie aciitervolgd volgens VU ere-doctor Barnaby
Overheid mag vredesonderzoek niet tegenwerken Overheden beginnen steeds meer helt vredesonderzoek tegen te werken. Dit stelde vu-eredoctor Bamaby op zijn eerste college afgelopen maandag. Hij noemde verschillende voorbeelden van onderzoekers die voor het gerecht gedaagd worden, omdat zij op zich openbare informatie opnieuw geordend en uitgegeven hebben, waardoor de overheid zich bedreigd voelt in de nationale veiligheid. De angst is volgens Bamaby niet zozeer dat de Russen die informatie in handen krijgen, maar vooral de vrees dat burgers de werkelijke gevolgen van het veiligheidsbeleid doorzien en er tegen in verzet zullen komen. 'Als de staten zelf geloven dat een beperkte kernoorlog mogelijk is zullen zij noodzakelijkerwijze de vredesbeweging onderdrukken,' was één van zijn uitspraken. De overheden werken niet alleen de onderzoekers tegen. Zelf geven ze ook misvormde inlichtingen, als ze die al geven. Als voorbeeld noemde hy de schattingen van de uitgaven van de Sowjet-Unie aan bewapening. De Russen zelf zwijgen hier over als het graf, wat ze overigens al vele eeuwen doen. Volgens Barnaby moet dat stilzwijgen dan ook meer cultureel als politiek begrepen worden. Maar door dat Russisch zwijgen zijn we grotendeels overgeleverd aan schattingen van de CIA, omdat de Amerikanen opvallend open zijn met het geven van informatie, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Engeland. Volgens die Amerikaanse schattingen geven de Russen gigantische bedragen aan hun defensie uit en wel zo'n vijftien procent van hun bruto nationaal produkt. Daartegenover geven de Amerikanen maar zo'n zes procent uit aan bewapening. Bij deze schijnbaar objektieve gegevens zitten echter een groot aantal adders onder het gras. In de eerste plaats is het Amerikaanse nationale produkt, twee keer zo groot als het Russische, zodat als c'e schatting juist zou zijn Amerika en Rusland ongeveer evenveel zouden uitgeven. In de tweede plaats gaat de Amerikaanse schatting uit van de vraag hoeveel het in dollars zou kosten om het Russische leger te betalen. Daarbij worden een groot aantal zaken over het hoofd gezien, zoals dat Russische dienstplichtigen een schijntje verdienen vergeleken met hun Amerikaanse collega's, die tenslotte als vrijwilliger dienen. Daartegenover is het Russische leger kwa manschappen ongeveer twee keer zo groot als het Amerikaanse, maar op technologisch vlak een stuk zwakker. De Russen lopen technisch gesproken nog zeker zo'n zes jaar achter op het westen volgens Bamaby. Door deze bewust gemanipuleerde overheidsinformatie worden meestal binnenlandse politieke doeleinden nagestreefd, namelijk het verhogen van de bewapeningsuitgaven of het invoeren van nieuwe wapensystemen. Wat dat laatste betreft deed Bamaby een klemmend beroep op wetenschappers om zeer kritisch te staan tegenover wapenonderzoek, waar volgens hem de helft van de bèta wetenschappers in de wereld bij betrokken zijn. De geschiedenis laat volgens Bamaby zien, dat wapens eerst uitgevonden worden door wetenschappers, voordat de politiek de redenering waarom die systemen nodig zijn uitgedacht heeft. 'Brezjnev heeft nooit om de SS-20 raket gevraagd, maar op een ochtend aan zijn ontbijt kwam iemand hem vertellen dat ze zoiets fantastisch uit-
gevonden hadden en dat hij maar moest zorgen dat het ook in praktijk gebracht kon worden'. Zo schetste Bamaby de verhouding wetenschap en politiek voor wat de bewapeningswedloop betreft. Als wapens eenmaal beschikbaar zijn neemt van meerdere kanten de druk toe ze uiteindelijk te plaatsen en helaas heeft volgens Bamaby de geschiedenis ook geleerd dat ze uiteindelijk gebruikt worden.
Misleidend De gevaarlijkste ontwikkeling momenteel is dat zowel in Amerika als in Rusland binnen het militair complex degenen die geloven dat een beperkte kernoorlog mogelijk is, de overhand beginnen te krijgen. En helaas, de daarvoor noodzakelijke wapens zijn al uitgevonden. De overheden proberen nu de publieke opinie te overtuigen van de noodzaak van nieuwe wapens door te wijzen op de kracht van de tegenstanders, die op aanvechtbare gegevens gebaseerd zijn. Ze proberen ook de bevolking te doen geloven dat een kernoorlog te overleven is. Dat is volgens Bamaby een leugen. Een kleine kernoorlog zal vrijwel zeker op een totale kernoorlog uitlopen met als gevolg een nagenoeg volledige verwoesting van de menselijke cultuur. Zo hebben Amerikaanse artsen al berekend dat bij een beperkte atoomaanval op een stad vele duizenden mensen zullen sterven als gevolg van brandwonden om de eenvoudige reden dat de ziekenhuizen de capaciteit niet bezitten op zo'n grote schaal relatief de minder ernstige gevolgen van een kernoorlog te behandelen. Deze misleiding gaat zeUs zo ver dat in Engeland bijvoorbeeld een maandblad bestaat onder de titel: Hoe te beschermen en te overleven? Om tegen deze overheidsmisleiding tegenwicht te bieden moet de vredeswetenschap zoveel mogelijk objektieve informatie aandragen, die een Ucht kan werpen op de werkelijke feiten. Maar de vredeswetenschappen worden nog steeds niet serieus genomen. Om aan informatie te komen is zeer veel geld, moeit« en tijd nodig. Bamaby zag zijn gasthoogleraarschap aan de VU als een lichtend voorbeeld voor de hele academische wereld. Eindelijk een klein stukje
erkenning van het letterlijk levensbelang van deze wetenschap.
Vervolg van pag. 7 de verdrukten. Hij beschrijft de uitzichtloze toekomst van de jonge generatie. Hij laat zien hoe de Indonesische cultuur verkracht wordt door het kapitalistische westen. Dat wordt hem door de autoriteiten niet altijd in dank afgenomen. Maar Rendra rebelleert nooit terwille van de rebellie. Waar het hem om gaat is, dat mensen zich vrij moeten kunnen ontplooien. Armoede en werkloosheid mogen hen niet in hun ontwikkeling remmen. Toch is Rendra's werk niet direct politiek te noemen. Het mystiekreligieuze element neemt vaak een belangrijke plaats in. Dit alles heeft enerzijds tot gevolg, dat Rendra in de loop van de jaren geregeld met literaire prijzen bedacht is. Zo ontving h]j in 1975 uit handen van de gouverneur van Djakarta de Prijs voor de Kunst. Maar daar staat tegenover dat hij herhaalde malen gearresteerd is, 'voor ondervraging'. Nadat hij in 1971 meegedaan had aan de zogeheten 'Perkeman Kaum Urakan' (Kamp van de nonconformisten) werd het hem verboden zijn gedichten in het openbaar voor te lezen. Pas in 1977 mocht hij weer optreden. Maar opnieuw ging het mis. In 1978 hield hij een voordracht voor een zaal met 3000 studenten. Rendra identificeerde zich met hun acties. Na afloop vonden enkele incidenten plaats. Rendra werd beticht van opruiing en gevangen genomen. Pas tien maanden later kwam hij weer op vrije voeten. Als Rendra over deze gebeurtenissen praat, raakt hij steeds meer geagiteerd. Hij praat sneller en sneller en wordt daardoor, helaas, steeds minder verstaanbaar. 'Wat ik doe in mijn gedichten is pleiten voor een gezond politiek klimaat, waarin mensen vrij hun mening kunnen vormen en uiten. De autoriteiten denken dat ik directe politieke invloed heb. Ik betwijfel het. Ik geloof niet dat ik door mijn werk iets kan veranderen. Wat ik wel kan is inspiratie geven. Wat opvalt: in Indonesië zijn mijn politieke gedichten lang zo populair niet als mijn liefdesgedichten of mijn religieuze gedichten. Mij gaat
Maar verschillende overheden treden steeds harder op tegen vredeswetenschappers die proberen objectieve gegevens aan te dragen. Steeds vaker komt het voor dat onderzoekers zich voor de rechter moeten verantwoorden wegens publikaties die in de ogen van de staat de veiligheid ondermijnen. Het pijnlijke is, dat het hier gaat om informatie die uit allerlei openbare bronnen, zoals boeken, verslagen en dergelijke bijeengebracht is. In Amerika probeerde de overheid te voorkomen dat het blad The Progressive Magazine een artikel zou publiceren over hoe een waterstofbom gemaakt kan worden. De gegevens waren bij elkaar gehaald uit allerlei vaktijdschriften en bevatte geen enkel geheim stuk. In Engeland werden een aantal wetenschappers beschuldigd van overtreding van de wet op staatsgeheimen in 1978. Eén van hen was een zekere Cambell. Hij had aantekeningen verzameld over radiozenders van de Britse PTT op bepaalde golflengten. Ook verzamelde hij informatie over de waarschijnlijk geheime bedoelingen van deze zenders. Deze gegevens waren door CambeU nog niet eens gepubliceerd, maar volgens een deskundig militair waren de verzamelde gegevens rechtstreeks voor de vijand bruikbaar. Ook in Noorwegen kwamen récent wetenschappers in aanraking met de justitie. Zij werden beschuldigd van spionage omdat zij een onderzoek hadden gedaan naar de technische installaties van de Noorse geheime dienst en of deze wel op legale wijze tot stand waren gekomen. Deze studie werd nota bene
medegefinancierd door een officiële subsidiegever. Volgens Bamaby is het een hoogst verontrustende ontwikkeUng dat de overheid tussenbeide komt in het onderzoek dat slechts uitgaat van voor iedereen openbare informatie en de verspreiding van wetenschappelijke resultaten. Naast het bieden van objektieve informatie is volgens Bamaby voor de vredeswetenschappen de rol weggelegd om alternatieve verdedigingstrategiën te ontwikkelen. Dat zal een voorwaarde zijn volgens hem om de kernwapens Europa uit te krijgen. Hijzelf gaat samen met de vu-natuurkundige Boeker onderzoek doen naar louter defensieve elektronische beveiUgingssystemen die mogelijk een alternatief kunnen zijn voor de huidige desastreuze bewapeningswedloop. Vanaf 26 januari gaat Bamaby een kursus verzorgen over het vredesonderzoek. Aan de orde komen zaken als de wapenwedloop, verspreiding van atoomwapens, structureel en rechtstreeks geweld en dergelijke. De colleges van deze kursus zijn elke dinsdagmiddag tot en met 25 mei. Maar ook de komende tijd zullen op de VU nog een aantal vredeszaken aan de orde zijn. De vakgroep Sociale Geneeskunde heeft Helen Caldicott uitgenodigd om vrijdag 16 oktober een lezing te komen houden over de kemwapenwedloop en gezondheidszorg. En een aantal vredesgroepen zijn gestart met de voorbereiding van een grote manifestatie op 12 november onder het motto 'de VU tegen de kemwapenwedloop.' (DdH)
het er ook niet in de eerste plaats om dat mijn werk een politieke functie heeft. Het culturele en het esthetische aspect vind ik belangrijker. Altijd zijn er critici, die mijn gedichten lezen en dan zeggen: aaaii, dat kunnen de mensen niet begrijpen. Dit is moeilijk, dit is abstract. Maar het is niet waar. Mensen lézen mijn werk toch. Dat is het probleem met critici: ze willen altijd alles maar categoriseren. Ik verafschuw dat. En kijk eens wat voor een effect dat categoriseren heeft. Neeneenee, ik kan absoluut niet met mijn buurman praten, want hij is lid van de zus-en-zo-partij.' 'Ik ben destijds opgekomen voor de studenten. Maar ik ben niet gelukkig met de manier waarop zij nu naar mij kijken. Ze maken van mij een exclusief persoon. Natuurlijk, de regering oefent druk uit op studenten. Maar die studenten moeten zelf hun problemen oplossen en daarbij niet mijn charisma gebruiken. Dat doen ze wel en dat neem ik ze kwalijk. Ik word geen lid van hun organisaties, ik kan dat niet. Ik heb geen politieke instincten.' Wat vindt u van de Derde Sprekersdriedaagse? 'Ach, ik weet het niet. Ze zeggen dat het voor jullie Hollanders heel nuttig is. Ik geloof ook wel dat het belangrijk is dat jullie meer te weten komen van de gevoelens, de inspiratiebronnen van de kunstenaars van de derde wereld. Het is goed dat julUe meer werkelijk begrip willen tonen voor onze culturen. Maar dan moet het ook jullie handelen beïnvloeden. Kijk, ontwikkeUngssamenwerking op gelijkwaardige basis is nooit echt mogelijk. Derde wereldlanden moeten altijd de ideologieën van hun donorlanden overnemen. Het is links of rechts. Je bent óf satelliet van Amerika óf van Rusland. En moetje kyken in Indonesië wat voor resultaat die ontwikkelingssamenwerking heeft: in Djakarta staan wereldbanken, de multinationale ondernemingen hebben er de grootste kantoren. Maar de winsten?' Willy Rendra maakt in zyn poëzie veelvuldig gebruik van beeldspraak. Sterker nog: zijn gedichten zijn dikwijls metaforen. Rendra raakt enthousiast als we dit onderwerp aansnijden. Alweer speelt zijn
gebrekkige kennis van het Engels hem parten. Om zijn emoties toch te luchten, zingt hij ter illustratie oude Indonesische liebes voor ons. 'De metafoor is voor mij het voornaamste middel om mij uit te drukken. Maar metaforen moeten zelf niet direct zichtbaar zijn. Objecten moeten zelf metaforen worden. Een banaal voorbeeld: deze bloem hier is geen beeld voor liefde, deze bloem is liefde. Metaforen zijn voor my symbolen voor poetische waarheden. Ze moeten het hele scala van gevoelens en indrukken die ze in zich hebben zelf, als een organisme, naar buiten dragen. Mijn beelden moeten door wat zij zijn zelfstandig gevoelens bij de lezer kunnen oproepen.' 'Metaforische gedichten kun je niet interpreteren. Je moet ze aanvaarden zoals ze zijn en ze op je in laten werken. Dan doen ze hun werk vanzelf. Ik vergelijk metaforische gedichten vaak met dromen. Dromen staan ook op zichzelf. Die kun je niet uitleggen, al vindt Freud van wel.' 'Maar oooh, om alles wat ik voel te persen in woorden, dat is een gevecht. Taal is een gevangenis, nee, de hél voor iedere dichter. Hoe moet ik de mensen vertellen wat ik zie? Ik word doodmoe van dichten. Dan kijk ik in de spiegel... ai. Mijn vrouw zegt: je ziet grauw. Ik Ujd eronder, maar ik wil, ik wil me uitspreken.' Het biyft een tijd stil. Rendra kijkt op z'n horloge en zegt dat hij weg moet. w y bezitten ieder een bundel van hem en op ons verzoek schrijft hy daar een gedichtje in. Dan begint hy te vertellen dat dit eigeniyk geen echte ontmoeting met hem is. 'Jullie zien my als dé dichter Rendra, als een idee, als een begrip. Misschien zelfs als ideaal. Dat verstoort de communicatie. Echte communicatie tussen kunstenaar en publiek ontstaat pas als de kunstenaar anoniem biyft. M a a r . . . nee, ik moet gaan.' Zonder te groeten, zyn ogen naar beneden gericht, maakt Rendra zich uit de voeten, ons in lichte verwarring achterlatend. Rendra 'Pamfletten van een dichter' is voor / 16,90 te koop by o.a. de VU boekhandel. Aan deze bundel gedichten gaat een inleiding van A. Teeuw vooraf.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981
Ad Valvas | 434 Pagina's