Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 138

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 138

9 minuten leestijd

AD VALVAS — 13 NOVEMBER 1981

Leids jurist schreef proefschrift over rechtspositie onderwijsvolgenden iti

'Studenten hebben recbt op inspanning docenten ii

"Hoewel in onze samenleving de controle op machtsuitoefening als belangrijk democratisch beginsel is erkend en op tal van terreinen doorgevoerd, moeten wij vaststellen d a t op het terrein van h e t onderwijs dit beginsel nauwelijks toepassing vindt. Het is waar d a t de wetgever a a n de onderwij sge ver niveau-eisen stelt en eveneens d a t er in tal van onderwijssektoren inspekties b e s t a a n die toezicht houden op de realisering van ondenvijsdoelen, m a a r diegenen om wie het allemaal begormen is en die om deze reden de rol van controleur voortreffelijk zouden kunnen vervullen, nemen in vrijwel het gehele Nederlandse onderwijsbestel de positie van onmondigen in." Zo typeert de jurist Job Cohen de positie van leerlingen en studenten tegenover hun onderwijsverstrekkers in zün proefschrift „Studierechten in het wetenschappeUjk onderwijs", waarop hij in juni dit jaar promoveerde aan de Leidse universiteit. Behalve juridisch heeft Cohen ook onderwijskundige pylen op zijn boog: vóór zijn komst naar Maastricht, waar hij is ingehuurd als kwartiermaker voor de juridische opleiding, was hij medewerker van het Bureau Onderzoek van Onderwijs in Leiden. De WUB heeft een aanmerkelijke verbetering van de mondigheid van de student meegebracht, maar geldt alleen binnen het wetenschappelijk onderwijs. Een andere belangrijke beperking is dat zij alleen/ormeZe rechten heeft toegekend. Om die vorm inhoud te geven zijn materiele, normen nodig. Wat dat betreft laat de WUB het grandioos afweten. De wegen die iemand moet bewandelen om zijn recht te halen worden wel aangegeven, maar wat iemands recht precies inhoudt wordt aan zijn vindingrijkheid overgelaten. Ook de WWO'81 heeft op dat terrein weinig te bieden. Enerzijds wordt het beroepsrecht verbeterd door de invoering van beroepsgronden, maar aan de andere kant wordt invloed, die studenten via de bestuurlijke organen kunnen uitoefenen, op het beleid van de universiteit, ingeperkt. Cohen merkt overigens op, dat de invloed van studenten op onderwijs en de onderwijsprogramma's overeind bUjven in de nieuwe wet. Dat het numerieke aandeel teruggebracht wordt vindt hij van weinig belang omdat studenten onder de WUB altijd al een minderheidspositie in vertegenwoordigende organen hebben bekleed.

den machtigingswet, die overigens door de rechter restriktief wordt toegepast. Dat wü zeggen dat de rechter het recht op toelating zoveel mogelijk ongeschonden laat. Toch stelt het beroepsrecht tegen niet-toelating volgens Cohen niet veel

Voor de uitwerking van het recht op kwalitatief behoorlijk onderwijs en Jacques Herraets het recht op inspanning van de docenten heeft Cohen een aantal „algemene voor. De beroepskommissie kan na- beginselen van behoorlijk onderwijs" melijk wel overtuigd zijn van het ge- opgesteld, naar analogie van de „algelijk van de appellant, maar zal toch mene beginselen van behoorlijk bemoeten besluiten het beroep af te stuur" die een belangrijke rol spelen wijzen, omdat inmiddels alle plaat- in het administratief recht. stngsbewüzen zijn uitgegeven. Coben Cohen maakt onderscheid tussen bewijst erop dat in de tweefasenstruk- ginselen die betrekking hebben op de tuur dat probleem nog veel groter inhoud van het onderwijs, op de vorm, wordt, omdat alle tweede fase-oplei- op de overdracht en op de omgang dingen in feite numerus fixus-studies tussen de instelling en de student. De zijn. De beslissingen van de fakultaire inhoud moet relevant zijn en aan kommissies over toelating zullen bij- eisen van kwaliteit voldoen, de vorm na per defenitie arbitrair zijn en het moet doeltreffend zijn; de overdracht KoUege van Beroep handenvol werk moet voldoen aan het doceervaardigbezorgen. Cohen vreest dat het KoUe- heidsbeginsel en het beginsel van tege rechtvaardig geachte beslissingen rugkoppeling; de omgang moet een niet kan nemen omdat het aantal onbelemmerde studievoortgang gabeschikbare plaatsen niet toereikend randeren en het prolongatiebeginsel respekteren. is.

Het recht op deelname is vrij nauwkeurig in de wet omschreven, met name het toelatingsrecht. Beperking van de toelating is in algemene zin mogeüjk door qua vooropleiding eisen te stellen voor toegang tot imiversltaire examens. De enige andere beperking van de toelating Is de instelling van een numerus fixus voor bepaalde studierichtingen. De Inbreuk is mogelijk gemaakt door de omstre-

Vervolg op pag. 9

Tweede serie Dromen overJava. Verhaal van de maand 3.

Meisje uit de dessa. DOOR IZAÄK OUWEHAND.

Tweehsenstniktuur Bij lezing van Cohens dissertatie wordt duidelijk dat de rechtspositie van de student duidelijk onder druk komt te staan door recente ontwikkelingen op het gebied van de wetgeving. Met name de invoering van de tweefasenstruktuur onderwerpt de student aan beslissingen, waarvan allerminst vaststaat of zij altijd even rationeel zullen zijn. Men denke daarbij aan de beperking van de inschrijvingsduur en aan de toelating tot de tweede fase. By zijn poging om de rechtspositie van de student met materiële normen te onderbouwen beperkt Cohen zich tot drie aspekten op het onderwijs: de toelating, de rechten ten aanzien van het onderwijs en de examens. Bij het opstellen van die normen heeft Cohen zich laten inspireren door onderwijskundige beginselen, rechtsbeginselen en jurisprudentie. Dat heeft tot mteenlopende resultaten geleid: by examens, waar de bestaande regelingen door een ruime jurisprudentie zijn verfijnd, kOn hij gedetailleerde regels formuleren, terwijl hiJ bij het onderwijsproces moest volstaan met het uitwerken van drie algemene beginselen, omdat dat terrein nog niet door de wetgever en de rechter is betreden. De drie algemene beginselen zijn: de student heeft recht op deelname aan het onderwijs, hij heeft recht op kwalitatief behoorlijk onderwijs en hij heeft recht op inspanning van de docenten.

Het grootste deel van deze beginselen is vrij konkreet uit te werken (Cohen heeft dat ook gedaan) en dus gemakkelijk hanteerbaar. Andere z^n tamelijk vaag en moeilijk te konkretiseren, zoals de eis van doceervaardigheid. Als een student de doceervaardigheid van een docent aanvecht, moet hij de negatieve uitwerking daarvan op zijn studieresultaten kunnen aantonen. Tamelijk nieuw is het prolongatiebeginsel, dat inhoudt dat een docent niet te snel zijn pogingen mag opgeven om de student op het vereiste niveau te helpen. Cohen beveelt aan de beroepskommissie ex art. 40 van de WUB op te laten treden als beroepsinstantie. Daartoe zouden haar bevoegdheden verder moeten worden uitgebreid.

W a t wist ik als Hollandse polderjongen van J a v a of al die andere eilanden dciarginds onder de tropenzon? Ik wist er niets van omdat in mijn zesde levensjaar Duitse soldaten zo nodig in onze school kwartier moesten maken. Toen kwam het keerpunt. Ik ging van school en werd volontair bij een van de mooiste botanische tuinen in ons land. Daar groeien de zwarte peper, de kininestruik, de kaneelbast en de papaya. Er zijn kleine bassins m e t rijstsoorten, er staat ook suikerriet. In een ouderwetse pot bloeit de melatty van Java, die m e t haar kleine bloesem de ganse kas in een fijne geur zet. Een waterschildpad zwemt er in de putten m e t gietwater of schcirrelt onder de kweektafels. V a n tijd tot tijd kwamen er kisten met planten aan uit Batavia, die bij het uitpakken naast de stekken en zaailingen ook snel wegrennende kakkerlakken, zich schijndood houdende wandelende takken en boomkikkertjes prijsgaven. Dat alles leerde j e het een en ander over de mooie Oost, over J a v a . J a r e n later kreeg ik mijn tweede levensles, in diezelfde hortus. Ik leerde een vrouw kennen, een fijne dame, die wel onze taal sprak maar met een vreemd accent. H e t was op zondag en zij was op haar zondags - mantelpak, handschoenen, hoedje, tasje en hoge hakjes. Ik was verliefd op het eerste gezicht en waagde een afspraak. D e volgende zondag stapte zij gedecideerd achter mij aan de tropenkas binnen en gewoontegetrouw begon ik vingerwijzend en namen noemend aan de rondleiding. Zij onderbrak mij echter steeds m e t uitroepen en kreten van herkerming, die blijk gaven van haar vertrouwdheid met klimaat, planten en kruiden. Binnen tien minuten hingen hoedje, tasje en hoge hakjes

aan een verwarmingspijp. Barrevoets ging zij mij voor tussen varens en andere struiken, snuffelend aan blaadjes, proevend van zaden en bessen. O p g e w o n d e n en telkens vervallend in het Maleis, vertelde zij allerlei nieuwe dingen over deze mij zo vertrouwde omgeving. Toen zag zij de waterschildpad, hurkte bij hem neer en aaide h e m als was het een konijntje. Tranen liepen over haar wangen, terwijl zij herinneringen ophaalde aan het huis van haar jeugd. D e atlas met de kaart van J a v a ging open. Een zendingspost aan een baai met een voor mij onuitspreekbare naam. In die baai speelde zij met schildpadden, zo groot d a t j e er paardje op kon rijden. Zij verhcialde van de m o o r d op haar ouders en d e bedienden, van haar jarenlange zwerftocht langs de sawa's en in de bushbush. Daar had ze geleerd wat eetbaar was en wat niet. H e t zendingsinstituut h a d haar n a de oorlog gezocht, gevonden, en in ons kille moederland heropgevoed, een dametje gemaakt van een dessameisje - warm, lief en kruidig als J a v a zelf. O p één zondagmiddag in dat kunstmatige klimaat tussen heuse palmen werd zij weer zichzelf Ik b e n precies acht weken m e t haar getrouwd geweest. Toen verzuchtte de arts: 'Alweer zo'n verlaat slachtoffer van het Jappenkamp.' Dit is een Verkaal van de Maand zoals u dat misschien ook wel zou kunnen schrijven. Stuur het dan voor 14 december naar: Kon. Bedr. Theodorvs Niemeyer BV, afd. JavaanseJongens, Postbus 480, 9700 AL Groningen. Alle verhalen worden ons eigendom. ledere inzender krijgt op z'n minst een pakjeJavaanse Jongens. Vindt de jury. Bob den Uyl, Hans Verhagen en Hans Sleutelaar, uw verhaal uitstekend dan ontvangt uf250, -. Wordt het een ' Verbaal van de Maand' dojKontvangt ufSOO, - extra. U kunt zo vaak meedoen als u wilt.

Javaansejongens.Je moet 't gerookt hebben om erover mee te kunnen praten. Luchtdichte verpakking. Lange flap. Blijft lang vers.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981

Ad Valvas | 434 Pagina's

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 138

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981

Ad Valvas | 434 Pagina's