Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 401

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 401

11 minuten leestijd

AD VALVAS — 11 JUNI 1982

Sociologen en sociaalfilosofen debatteerden over de markt van welzijn ongeluk

Het marktdenken Vergeef de morele dimensie Verzorging is in toenemende mate een zaak van geld, van deskundigheid en van de staat geworden. Mensen zorgen niet meer voor elkaar, maar betalen geld om via de staat de verzorging aan nieuwe professionele hulpverleners uit te besteden. Een kritisch studierapport over deze ontwikkeling sprak zelfs de verwachting uit dat de kwartaire sektor in de toekomst uitgebreid zal worden met hulpverleners die gespecialiseerd zijn in het tonen van belangstelling. Er is, kortom, een ware markt van welzijn en geluk ontstaan. De vakgroep sociologie van de hulpverlening en de vakgroep sociale filosofie organiseerden onlangs een diskussiedag over het toenemende marktdenken over het welzijnswerk. De dag had een gevarieerd karakter. Zo kwamen zowel de ontwikkelingen in de vleesexport van Argentinië, als het onderhandelingskarakter van moderne intieme relaties aan de orde. Maar, zo zou men welwillend kurmen stellen, het is de taak van sociologen en filosofen om verbanden tussen zaken te zien, die onttrokken worden aan het oog van de leek. De professionele hulpverleners hebben het de laatste jaren zwaar te verduren. Er wordt getwijfeld aan het nut van hun werk („kwartaire zeiktorren", aldus Van Kooten en De Bie). En zeker nu het met „lands ekonomie slechter gaat, wordt de welzUnszorg uitgekozen als een schoolvoorbeeld van wildgroei in de koUektieve sektor. Die wUdgroei bestaat onder andere uit het feit dat hulpverleners er belang bij hebben zoveel mogelijk mensen de gedachte aan te praten dat zij het niet kurmen stellen zonder het door hen verstrekt artikel („verhoogd welzijn"), waardoor de werkel^ke behoeftes van de gebruikers van welzflnsvoorzienlngen in het gedrang komen. Althans, zo wordt geredeneerd door mensen die zich bij hun analyse van het welzijnswerk oriënteren op het ekonomisch marktdenken. Dat denkkader is echter, volgens de organisatoren van de diskussiedag, om verschillende redenen te beperkt. Twee opvallende representanten van het marktdenken werden dan ook door de sociologen en sociaal filosofen onder kntiek gesteld. De ene, Hans Achterhuis, schreef onder de ironische titel ,JDe markt van welzijn en geluk" een geruchtmakend boek over de affliankeiykheldsrelatles die professionele hulpverlening met zich meebrengt. Hij beriep zich in zijn boek op gezaghebbende linkse denkers en dat maakte de verwarring groot. Was imlaers de verzorgingsstaat niet een verworvenheid van progressieve krachten en speelt zijn boek dan niet de rechtse aanvallen op de kollektieve voorzieningen in de kaart? Achterhuls moest van een dergelijke defensieve houding niets weten: „Links durft nog nauwelijks kritisch te kijken naar het falen van wat zij als haar geesteskind beschouwt".

Autonomie Achterhuis meent dat het huidige geprofessionaliseerde welzijnswerk de mens machteloos maakt en onwelzijn produceert. Hij tracht in zijn boek aan te tonen dat veel probleemgroepen en welzynsbehoeften regelrecht worden geschapen en waar dat niet lukt dienen termen als „verdringing" en „maskering door afweermechanismen" als excuus. De noden en behoeften moeten worden opgespoord, - ook als de mensen deze niet als zodanig herkeimen, is het credo van de mordeme welzijnswerker. Onderzoek naar de effektiviteit van de hulpverlening wordt zelden verricht, en waar dat is gebeurd wijst men met name tekortkomingen aan, die op hun beurt bestreden dienen te worden door nog meer hulp te verlenen. De professionele hulpverlening gaat volgens Achterhuis niet in de eerste plaats uit van de vrager, maar van degenen die hulp aanbieden. Voor dat

doel worden meerdaagse kursussen welzijnsmarketing voor een bedrag van duizenden gulden aangeraden die mikken op bewustwording. Aldus worden er meer problemen in het leven geroepen dan opgelost en wordt de autonomie van de welzij nskonsument aangetast. Met deze analyse bevindt Achterhuis zich ongewild in het gezelschap van de Amerikaanse ekonoom en Nobelprijswinnaar Milton Friedman. Hij was de andere representant van het marktdenken die op de diskussiedag aan de orde kwam. Friedman vindt dat door de toenemende aktiviteiten van de overheid onze vrije samenleving dreigt af te glijden naar een totalitaire maatschappij, waarin de vrijheid van het autonome individu niet meer aanwezig is. Zijn recept is simpel: houd de overheidstaken klein en herstel het marktmechanisme, waardoor de kopers vrij zijn in het aanschaffen van goederen en diensten waar zij behoefte aan hebben voor zo weinig mogelijk geld. Zo komen alle problemen automatisch op hun pootjes terecht, want het algemeen belang is er het meeste mee gediend wanneer ieder individu vrijgelaten wordt zijn eigen belangen na te jagen. En door de staat gefinancierd welzijnswerk is natuurlijk uit den boze, want dat is mooi weer spelen met andermans geld.

Demagogisch Na een video-vertoning van een selektie van de Tros-serie „Free to choose", trok de ekonoom dr. Roelf Haan op de diskussiedag fel van leer tegen de ideeën van Friedman. Hij verweet hem een ontkenning van de ekonomlsche geschiedenis en ontwikkeling van landen: „Het is toch volstrekt belachelijk als Friedman zegt: India heeft geen marktsysteem en kijk eens wat voor armoede daarvan het gevolg Is. Als iemand met een dergelijk Intellekt zo spreekt, dan moet hij wel bewust demagogisch te werk gaan." Friedman kan zich volgens Haan staande houden met zijn verhaal dank zij het gebrek aan en het weren van informatie over de sociale werkelijkheid. De Verenigde Staten is volgens Friedman een „succesland". waar de zegeningen van de vrije ruil zich zouden tonen. Er wordt door hem echter geen woord gerept over de toestand van de Indianen in dit land. „Maar in het gelaat van de Indiaan ligt het antwoord besloten op het hele ideologische systeem van Friedman". Er is in de ekonomische ontwikkeling voor Friedman eigenlijk maar één boosdoener. Dat is de staat, die zich niet behoort te bemoeien met zaken die niet van de staat zijn. In zijn theorie ontbreekt volgens Haan echter volstrekt een begrip van afhankel^kheid in ruHverhoudtngen. Daardoor gaat hij voorbij aan de ongelijk-

Prof. H. van den Berg: de morele dimensie van het welzijnswerk verbleekt ten bate van de ekonomische dimensie.

mr im Crezee heden die op de markt bestaan: monopolies, prijsafspraken en andere machtsongelijkheden maken de gedachte aan een vrije markt, waarop iedereen naar believen kan ruilen tot een fiktie. Hij zag wat dit betreft weinig verschillen tussen de rechtse Chicago-school van Friedman en de gangbare neo-klassleke ekonomie: „Als ik in de index van Samuelson (een standaardwerk in de neo-klassieke ekonomie - w.c.) het woord afhankelijkheid opzoek, zal ik dat niet aantreffen: men heeft dat ideologisch uitgebannen, -vooraf. Het is voor hen ook niet nodig om naar de sociale realiteit te kijken. Dat is in die theorieën hypothetisch uitgesloten en het komt er later dan ook niet meer hi. Dat is het tautologische karakter van dit soort theorieën", stelde Haan vast. Haan pleitte ervoor om in de dlskussie de liberale ekonomen te houden aan hun bedoelingen, namelijk het uitsluiten van marktverstorende machten en de gedachte dat op de markt de winst tendeert tot nul. Zodra deze zaken in de realiteit niet opgaan, zouden de liberale ekonomen hun verhaal moeten herzien. „Dat doet men echter niet, want men heeft het markt-concept als zodanig verabsoluteerd: het Is een grondstruktuur en een totaalvisie geworden van de gehele sociale werkelijkheid. Daaraan zit noodgedwongen een scheppingstheologie aan vast: het kapitalisme is volgens Friedman een oplossing van de problemen van goed en kwaad.

Speifulatie Voor Haan is Friedman verantwoordelijk voor de tienduizenden mensen die op dit moment in de wereld gemarteld en gedood worden. Eén van de gevolgen van de ekonomische therapien van Friedman in ontwikkelingslanden is repressie, want onder het mom van ekonomisch noodzakelijke politieke stabiliteit, wordt door hem in feite een militaire junta aanbevolen. De prijzen moeten in het Friedman-recept worden vrijgelaten en de rente mag oplopen tot tientallen procenten. Zo onstond in Argentinië (waar Haan zes jaar lang gewerkt heeft) een geweldige financiële sektor die zich bezighield met spukulatie. Dat gebeurt ten nadele van de produktie, want wie gaat er nog geld in produktie steken als er veertig procent rente op kapitaal verkregen kan worden? Maar spekulatie blijft voor Friedman een van de geweldigste aktiviteiten in dit marktsysteem: als olie die de motoriek van het marktmechanisme smeert. Het consept van Friedman behelst volgens Haan een geplande krisis in de nationale ekonomieèn van Zuidamerikaanse landen om zodoende de weg vrij te maken voor multinationale ondernemingen die de failliete natio-

nale bedrijven voor een prikje opkopen. Het betekent, in tegenstelling tot wat Friedman zegt na te streven, een volkomen verwoesting van de demokratie: een ontmanteling van de werk• nemers- en werkgeversorganisaties, het apparaat van kollektieve voorzieningen en de volledige vernietiging van het nationale kapitaal en de nationale markt. Deze ontmanteling van de biimenlandse markt en de overheldssektor maakt op haar beurt de ekonomie weer zeer kwetsbaar. Er bestaat dan Immers geen mogelijkheid meer om een Keynesiaanse antl-cyclysche politiek te voeren en men Is volledig afhankelijk geworden van de toch al instabiele wereldmarkt. Aldus worden de proeftuinen van Friedman en zijn leerlingen volgens Haan gestort in een „blijvende misère" en hebben een „uitbuitingsgraad van de arbeidersklasse die in de historie zonder precedent is". Dat dit geen „sweeping statements" zijn, zag Haan bevestigd in het feit dat momenteel 2,5 miijoen Argentijnen in het buitenland verblijven. „Dat zijn niet allemaal politieke vluchtelingen, maar dat zijn ook ondernemers, intellectuelen, technici, enzovoort." Het ekonomisch model van Friedman is in politieke zin niet anders denkbaar dan onder een diktatuur die zelfe niet meer gedragen wordt door het nationale kapitaal. Haan: „Het moeten mensen ziJn die daar totaal geen boodschap aan hebben: het is een militaire dictatuur, die haar positie ontleent aan internationale betrekkingen en kontakten. Haan trok daarom lijnen door naar onze vaderlandse ekonomische poUtiek: „WiJ helpen aan deze toestand mee als we de oplossing voor onze ekonomische problemen zoeken in een vergroting van de export. Het nationale ekonomische systeem van Argentinië wordt immers met militaire middelen onder de voet gelopen om aan onze ekonomie de ruimte te geven zich te herstellen. De politiek die Van Agt voert, stoelt volgens Haan op de gedachte van: als je tijdens het kabinetsberaad gaat fietsen in New York doe je meer dan erbij zitten: laat het maar aansudderen, want de ekonomische problematiek lost zichzelf wel op volgens de logika van het marktsysteem dat verder geen ingrijpen behoeft.

Normatief In de middaguren van de diskussiedag ging de socioloog pro/. H. van den Berg meer specifiek in op de konsekwenties van het marktdenken in het welzijnswerk. Hij onderkende dat het welzijnswerk de afgelopen jaren is uitgegroeid tot een sektor van eminent ekonomisch belang. Het is dan ook niet onbegrijpelijk dat het welzijnswerk in termen van het marktdenken wordt geanalyseerd: namelijk als een markt waarop de vragende partij (de welzijnskonsumenten) moet nadenken of de offers die men eventueel brengt in verhouding staan tot wat men zelf als de eigen behoefte ziet. Op

basis van dat afwegingsproces, zo redeneert de marktdenker, wordt het vonnis geveld over het aanbod van het welzijnswerk: het marktmechanisme als graad van verdienste van het aanbod. De aanbodzijde dient zich dan ook bij haar optreden op de markt te onthouden van dwang of bedreiging, omdat anders de individuele vrijheid van de konsument wordt aangetast. Deze vrijheid komt echter in het gedrang, zo valt bij marktdenkers te beluisteren, omdat de professie van welzijnswerkers meer oog zou hebben voor haar eigen hachje dan voor de belangen van de konsument. Het marktdenken vond echter geen genade in de ogen van Van den Berg: „Dit denken staat onkritisch tegenover de behoeften van de konsumenten. Die worden niet nader ondervraagd en worden als gegeven gezien." Ook al bestaan die behoeften bij wijze van spreken uit pornografie, hard drugs, ziekelijke goklust, etc. dan heeft het marktdenken daar geen boodschap aan: een morele of normatieve beoordeling van de behoeften die zich op de „vrije markt" aandienen, blijft achterwege en dient ook achterwege te blijven, want anders wordt de markt in haar werking verstoord, en dat is zo ongeveer het ergste, wat volgens de liberale marktdenkers kan gebeuren. Van den Berg: „ledere vorm van invloed op de konsument wordt in dit denken opgevat als dwang, macht, bedreiging, als „tyranny of controls" zoals Friedman zegt. Het vrijheidsbegrip van het ekonomisch liberalisme doet het repertolr aan bemvloedingsmogelijkheden inschrompelen tot „dwangmacht". Van den Berg zag andere „kwaliteiten van macht" tot de mogelijkheid behoren: bijvoorbeeld „normatieve macht" waardoor een „morele disciplinering" mogelijk is. Naarmate het welzijnswerk is uitgegroeid tot een bedrijfstak is volgens Van den Berg de morele dimensie ervan verbleekt ten bate van de ekonomische dimensie. Het welzijnswerk is bijvoorbeeld een werkverschaffinginstrument geworden in plaats van een arbeid ter leniging van behoeften aan welzijn. „Wat overbleef is nog het best te karakteriseren als een handel in morele flkties, en dat is het welzijnswerk slecht bekomen. Want van allerlei kanten werd het welzijnswerk de maat aangemeten die men in het ekonomisch leven gewend is te hanteren: efBciéntie en effektiviteit." Van den Berg, enige tijd later in een diskussie met de aanwezigen, lichtelijk geëmotioneerd: „Ik heb wel eens de neiging gehad bij het bestuderen van het marktdenken, m'n pen te pakken en op papier te schrijven: godbetert dat deze manier van begripsvorming toegepast wordt op het welzijnswerk!

Vervolg op pag. 10

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981

Ad Valvas | 434 Pagina's

Ad Valvas 1981-1982 - pagina 401

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981

Ad Valvas | 434 Pagina's