Ad Valvas 1981-1982 - pagina 391
AD VALVAS — 28 MEI 1982 zichten van het vakgebied bij inaugu rele oraties.
Brieven H o u d uw reakties kort. Over bijdragen langer d a n 300 tiijdragen woorden is k o n t a k t m e t de re daktie nodig. De redaktie k a n bijdragen bekorten.
Psychologen of journalist door de mand gevallen? Onder de kop „Psychologen vallen door de mand: veel werk al eerder gedaan", brengt Rob Mioch in Ad Valvas van 7 mei een verslag van een studiedag aan de VU over de theoreti sche psychologie. Deze dag was door de vakgroep Theoretische psycholo gie van de VU georganiseerd, waar voor een groot aantal sprekers van binnen en buiten de VU uitgenodigd waren. Dr. L.KA. Eisenga reageert op het verslag. „De kop boven het verslag biykt te slaan op Miochs indruk dat op deze studiedag duidelijk naar voren geko men is dat het binnen de psychologie maar een rommeltje is. Ondanks alle verzekeringen van het tegendeel, zou gebleken zjjn dat psychologen het over vrijwel niets met elkaar eens zijn. Een blik in de psychologische keuken zou leren dat geen enkele psycholoog weet wat zyn collega's doen, dat ie dere psycholoog zijn hoogst persoon lijke hobbies beoefent, dat veel psy chologische theorieën zo lek zijn als een mandje en tenslotte, dat de voor naamste bezigheid van psychologen bestaat uit het óverschenken van ou de wijn in nieuwe zakken; Kortom, een treurig beeld, zodat Mioch uitein deiyk Vroon instemmend citeert als deze hoogleraar in de psychologie zegt medelijden met studenten te hebben die voor hun psychologieten tamens zakken, omdat ze te stom zijn om de vele krakkemikkige theorieën uit elkaar te houden. Als deelnemer aan deze studiedag heb ik dit verslag met verbazing gelezen. Zou Mioch soms een andere studiedag verslagen hebben dan waar ik ge weest ben? Want waar haalt hij het vandaan dat de daar aanwezige hoog leraren en andere deskundigen in het openbaar beleden hebben dat zelfs zij het overzicht over hun vak kwijt zijn? En waar komt Vroon als spreker op deze dag vandaan? Hy was weliswaar tot twee keer toe uitgenodigd, maar was niet als spreker komen opdagen. Als ik het verslag echter lees, lijkt het wel alsof hij de voornaamste bijdrage aan het geheel geleverd heeft. Ik vraag me dan ook af wie nu precies door de mand gevallen is: de psycho logie of de verslaggeving. Maar goed, het verslag is geschreven en vraagt om een weerwoord. Want ook al heb ik geen enkele moeite om het falen en feilen van psychologen te erkermen, het gaat mij te ver hen vergeleken te zien met kwakzalvers. Allereerst: waarover ging deze studie dag? Hoofdonderwerp was de inhoud en de plaats van de theoretische psy
Vakantiegeld per kind De dienst personeelszaken deelt het volgende mee: De vakantieuitkering wordt uit betaald geiyktijdig met de salaris betaling over de maand mei 1982. De vakantieuitkering per kind kan echter nog niet worden uitbe taald. Dit als gevolg van de wijzi ging van de kinderbijslagwet, waardoor sinds 1 j anuari 1982 de kinderbijslag aan de verzorgende ouder, meestal de moeder wordt toegekend. In verband hiermede dient ieder medewerk(st)er een formulier in te vullen, hetgeen per interne post wordt toegezon den. Wanneer u het formulier vóór 15 .lul! 1982 terugzendt, wordt het vakantiegeld per kind zo mogelijk uitbetaald gelijktijdig met het sa laris over de maand juli 1982.
chologie in het opleidingsprogramma. De laatste jaren is de belangstelling voor dit vak sterk toegenomen, zodat aan diverse subfaculteiten in het land plaimen bestaan het een vaste plaats te geven. Aan sommige universiteiten is dat al gerealiseerd, aan andere is men ermee bezig. Daarbij stuit men vaak op twee problemen. In de eerste plaats dat over de inhoud van het vak diverse denkbeelden de ronde dóen. Soms wordt gedacht aan een semi wijsgerig vak waarin de doorlichting van de grondslagen van de psycholo gie centraal staat. Daarnaast wordt ook gedacht aan een soort theoreti sche natuurkunde, waarin dan de di verse psychologische theorieën en in zichten in één overkoepelend systeem worden samengevoegd. Maar het vak wordt ook wel in verband gebracht met zulke uiteenlopende onderwer pen als de psychologische methoden leer, het brede gebied van psychologie en maatschappij, theorievorming in de psychologie, of het beter op elkaar doen aansluiten van onderzoeksacti viteiten en praktykbezigheden. Deze verschillende zienswijzen op het vak leiden tot het tweede probleem, namelijk hoe dit in de bestaande orga nisatiestructuur van de psychologie ingepast moet worden. Moeten aparte vakgroepen opgencht worden, of moet juist voorkomen worden het theoretisch bezigzijn te isoleren van de andere activiteiten? . Moeten er afzonderlijke opleidingsprogramma's komen voor theoretische psychologen of moet iedere student een theoreti sche vorming knjgen? Kortom, stof te over om de koppen eens bij elkaar te steken om te bezien of enige stroomlij ning mogelijk was in de vele menin gen .en plannen. Zoals dat op soortgelijke studiedagen van andere wetenschapsgebieden wel vaker voorkomt (Smalhout over de anaesthesiologie, of tijdens een recent congres over de econometrie), werden ook op deze studiedag de manco's in de psychologie belicht. Naar mijn be sef lijkt dit gebeuren evenzeer tot de academische folklore te gaan horen als het geven van optimistische over
Op zichzelf valt daar weinig tegenin te brengen, mits men de redelijkheid daarbij in het oog houdt. Dat er bi)v. wel 250 tot 300 verschillende psycho therapieën ztjn, zoals Vroon zegt, is misschien wel leuk voor de buiten wacht, maar heeft binnenskamers niet meer te betekenen dan een losse flodder. Als men alle medische geneeswijzen bij elkaar optelt, zal er ook wel een indrukwekkend getal volgen, maar het is nog maar de vraag of men daaraan de conclusie wil verbinden dat de geneeskunde dus door de mand valt. Ook de tandheelkimde valt niet door de mand door het on derzoek dat de Consumentengids en kelejaren geleden hield btj een aantal nietsvermoedende tandartsen. Daar bij bleken zü tot soms heel verschil lende diagnoses en adviezen te komen over het gebit van een proefpersoon. Dit aUes betekent natuurlijk niet dat men aan dergelijke gegevens schou derophalend voorbij kan gaan. Maar het is wat al te simplistisch om op grond van een aantal doublures de psychologie te verwijten oude wijn in nieuwe zakken te doen. Ook de wijze van geschiedschrijving van het vak draagt hierbij schuld. Immers, veelal wordt slechts de opvatting die uitein delijk het pleit gewonnen heeft in de geschiedschrijving vermeld, maar niet de talloze andere opvattingen die in dezelfde periode leefden. De over winnaar krijgt een standbeeld, de ver liezer verdwijnt van het toneel. Wie het gebrek aan eenheid in de psychologie vermeldt, moet ook het gebrek aan eenstemmigheid vermel den over wat dit gebrek nu precies inhoudt. Ligt dit op het niveau van de grondslagen, op het niveau van het conceptualiseren van problemen, of op het niveau van de concrete onder zoeksopzetten? Eerst als dit niveau waarop het gebrek aan eenheid zich afspeelt duidelijk omschreven is, kan beoordeeld worden of dit een pro bleem is of niet. Het naast elkaar bestaan van de psychoanalyse en de gedragstherapie behoeft op het ni veau van concrete cliënten geen enkel probleem te vormen. Sommige klach ten zijn nu eenmaal beter met de ene vorm van therapie te behandelen dan met een andere. Maar op het niveau van de theoretische grondslagen van beide therapieën Uggen er wel dege lijk problemen, omdat zij uitgaan van geheel verschillende mensvisies. Tenslotte nog het volgende. Zolang het psychologen zelf zijn die hun eigen feilen en falen in het openbaar aan de orde stellen, lijken mij weinig redenen aanwezig hen te verwijten door de mand te vallen. Het lijkt mij eerder een teken voor de volwassenheid van het vak dat zij de tekortkomingen ervan openlijk bespreken."
In memoriam dr. J.Mac Lean Dr. ir. J. Mac Lean, verbonden aan de vakgroep „Geschiedenis en maat schappelijke aspecten der natuurwe tenschappen" (G.M.A.N.) van de fa culteit wiskunde en natuurweten schappen, is veertien dagen geleden plotseling overleden. Van zijn vak groep ontvingen wij een „In memo riam" dat wil hieronder afdrukken: „Van de ontelbare bètastudenten die bij dr. ir. Mac Lean het mondelinge tentamen „Geschiedenis en Maat schappelijke Aspecten der Natuurwe tenschappen" hebben afgelegd zullen velen zich hem herinneren als iemand die met veelal wonderbaarlijke nauw keurigheid de streek kon opnoemen waarvandaan hun voorgeslacht af komstig was en de godsdienst die het aanhing. Dr. Mac Lean was niet alleen een groot genealoog, maar ook een toegewijd wetenschapsman. Op belde werkterreinen is nauwgezetheid en verantwoord omgaan met primaire bronnen een eerste vereiste. En hier aan voldeed hij ten voUe. Johannes Mac Lean, geboren in 1923, promoveerde in 1959 bij R. Hooykaas op de historische ontwikkeling der stootwetten van Aristoteles tot Huy gens. Niemand minder dan de hoog bejaarde J. Volgraff, de oudste toen levende pionier van het vak geschie denis der natuurwetenschappen, be sprak dit proefschrift in het vaktijd schrift Janus. Dr. Mac Lean heeft verscheidene van deze pioniers, waar toe behalve genoemde Volgraff en Hooykaas ook E.J. Dtjksterhuis be hoort, persoonlijk gekend. Zelf heeft hij het zijne bijgedragen om het vak hier in Nederland tot volle wasdom te laten komen. Sinds 1970 was hij werk zaam aan de VU. Tevens was luj al die jaren als natuurkundeleraar verbon den aan het ChristeUjk Gymnasium te Den Haag. Het hoofdaccent van zijn veelomvat^ tend oeuvre, dat hij tijdens zijn dienstverband aan de VU heeft opge bouwd, Ugt bij de ontsluiting van allerlei primaire bronnen, waar voor heen nauwelijks iemand kennis van genomen heeft. Gezien zijn voorliefde voor de genea logie is het niet verwonderlijk dat al zijn publicaties gekenmerkt worden door een sterk biografische inslag. ZiJn opleiding als Delfts ingenieur bepaalde mede zijn grote belangstel ling voor de geschiedenis van de tech niek en de ontwikkeling van het tech nisch onderwijs in Nederland. Dank zij ziJn geduldig graafwerk in de ar chieven hebben de historici een beter beeld kunnen krijgen van zowel de
'
irtnjp^
+
technologische als sociale ontwikke ling van diverse industrietakken in de Nederlanden, zoals gasverlichting, glas, rijtuigen, zwavelzuur, mee krap, loodwitfabrieken, kaarsemake rijen en brandspultmakerijen. In onze tijd actuele invalshoeken, zoals ar beidskonflikten, milieuproblemen en wetenschapsbeleid werden door hem geenszins verwaarloosd. Eveneens be steedde hij grote aandacht aan de geschiedenis der natuurwetenschap en techniek in nietwesterse gebieden, zoals Japan. Ghana en Nederlands Indie. Bezien wij dit op zich al omvangrijke wetenschappelijk werk, dap is het haast onbegrijpeüjk dat hij bulten zijn werkuren op de VU nog tijd en moed vond om omvangrijke genealo gische pubUcaties te verzorgen. Hier van vervulde zijn handboek over de Schotse Brigade in Nederland en zijn werk over het geslacht Mac Lean hem terecht met trots. In zijn omgang met collega's toonde dr. Mac Lean zich een godvruchtig en integer mens. In deze tijd van iiorm verschuivingen en heroriënteringen schroomde hij niet om de bijbel en het christelijk geloof als uitgangspunt voor al zijn denken en handelen ken baar te maken. Ook had hij begrip voor noodzakelijke vernieuwingen in wetenschappelijk en beleidsmatig op zicht en werkte hieraan loyaal mee indien hij zich vergewist had van de zin ervan. Zijn karaktervastheid en christeüjke deemoed, die zijn levensstijl zo ken merkten, hebben inspirerend gewerkt op zijn naaste omgeving. Hü is zoge zegd „in het harnas gestorven", op weg naar zijn werk aan de VU. De VU heeft in hem een goed wetenschapper en integer mens verloren.
Vervolg vanpag. 1
Rectificatie artikellMGOs Door een misverstand ter drukkerij zijn in het artikel over de Instituten van Maatschappelijk Gericht Onder zoek (Ad Valvas 14 mei 1982, pag. 5) enkele alinea's weggevallen. Daar door is het tweede gedeelte van het artikel enigszins onbegrijpelijk ge worden. Wanneer men tussen de der de en vierde alinea van de derde kolom het volgende tekstgedeelte leest, loopt het verhaal weer als een trein: Voordat Van Trier een beslissing wil de nemen, moest er eerst een onder zoek komen naar het huidige en toe komstige funktioneren van de IMGO's. Is er behoefte aan een wetenschappe lijke expertise bij kansarme groepe ringen, en zoja, zyn de IMGO's de juiste instanties om daaraan tege moet te komen? De onderzoekers drs. T. van Oostrum en drs. R. Fortuin dienden op deze vragen van de be windsman binnen zes maanden een bevredigend antwoord te geven. In hun onlangs verschenen evaluatierap port „een stap vooruit", (Staatsuitge verij) komen ze, na een beschrijving van de geschiedenis, het werkterrem, de organisatie en de werkwijze, tot de konklusie dat „de IMGO's een begin (hebben) gemaakt met het vergroten van toegangs en gebruiksmogelijkhe den van wetenschap voor kansarme groepen. Uit het onderzoek blijkt'dat de IMGO's op een aantal punten
(doelgroeporientatie, bestuurlijke en inhoudelijke zeggenschap van de klant, kosteloosheid) een voor kansar me groepen specifieke werkwijze heb ben. Een werkwijze die volgens het rapport elders ontbreekt. Als een van de knel punten in het fimktioneren van de IMGO's noemt het rapport het vrij wll ligerskarakter. Daardoor komt men niet toe aan het opzetten van een systematische dokumentatie, en daardoor ontbreekt de mogelijkheid van een evaluatie van eigen ervarin gen en ontwikkelingen, aldus het on derzoeksrapport. Eindkonklusie van het rapport: „De onderzoekers beve len subsidiering, in fasen opgebouwd en met evaluatieonderzoek begeleid, van de IMGO's ten zeerste aan." Of een en ander spoedig gehonoreerd zal worden is de vraag, want de kom missie die het onderzoek begeleidde heeft een uiterst kritisch kommentaar op het evaluatierapport van het twee tal onderzoekers geschreven. Zo stelt de Leidse hoogleraar C .P. Bertels voorzitter van de begeleidingskom missie dat „het rapport niet het wen selijk geacht niveau heeft gehaald". Hoewel de kommissie „gaandeweg zelf sympathiek is gaan staan ten opzichte van de IMGO's gecocreti seerde initiatieven';, verwijt ze de on derzoekers een „te weinig kritische houding ten aanzien van de IMGO praktijk."
Hanne Obbink: „Een lage opkomst is altijd ongunstig voor de PKV, de thuisblijvers zijn in doorsnee PKV gezind". Een kermelijke PKVsympa thisant: „Je blijft öf thuis óf je stemt PKV". Noch bij PKV noch bij de VUSO leefde het idee dat het bewust niet stemmen dit jaar sterk om zich heen heeft gegrepen. Voor zover wel zou dat trouwens vooral ten nadele van de PKV hebben gewerkt, meende Haime. VUSOvoorman Hans Haring kon geen verklaring bedenken voor het VUSOverlies vorig jaar en de winst nu. „We hebben het gewoon goed gedaan." Een andere VUSO'er: „We hebben dit keer vooral de eerstejaars goed bereikt via een aparte folder en verder stelt natuurlijk ook de SR VU weinig meer voor. De aktielauwheid bij links en een VUSOziektekosten rapport ten gerieve van eerstejaars zou de rest hebben gedaan. Zelf herinneren we ons echter het zogeheten Jan van Zaaneneffect dat vorig jaar moet zijn opgetreden en dat dit keer niet zal hebben gewerkt. In het verkiezingsnummer van Ad Val vas van vorig jaar immers het de wat eigenzinnige jongliberaal Van Zaanen openlyk en tot schrik van veel VUSO aanhangers de studenten van het po litieke centrum een stevige ruk naar rechts maken. De VUSO zou zich meer naar rechts moeten profileren noteerden onze verslaggevers. De rus tiger verkiezingscampagne van dit jaar heeft de VUSO waarschijnlijk geen windeieren opgelegd. (J.K.)
Redaktieadres De Boelelaan 1105 of postbus 7161, 1007 MC Amsterdam, tel 0205484330, b.gg. 5486930. Redaktiebureel: kamer OD01, hoofd gebouw VU Redaktie: Jan van der Veen (hoofdre dakteur). Jaap Kamerling, Dirk de Hoog, Wim Crezee, Mariaraie Creutz berg (redactieassistente). Medewerkers: Rob Mioch, Harry En dendijk, Margreet Onrust, Peter van Eijk, Bemardine Mac Lean en (niet red.) dienst Pers en Voorlichting. Fotografen Mark van Dorp, Peter Wolters, Kees Keuch, (Audiovisueel Centrum VU), Bram den Hollander. Tekenaar: Aad Meijer. Umversüaire Pers: Ad Valvas werkt met andere unlversiteiiB en hoge schoolbladen samen in de „Universi taire Pers", Coordlnatieadres: Wage nings Hogeschoolblad. Salverdaplem 11, 6701 DB Wagemngen. Beleidsraad. mevr. T.A. van Botten burg (vrz.), drs. C.J.M, van Gerven, P. Haring, G.H. de Jong, J. Paardekoper, prof J. van Putten, F. Stoffels, dr J.N. Zaal. Sekretanaat beleidsraad: ir. B.G.K. Kryger, Kamer 2D05, hoofdgebouw VU, tel. 0205482696. Advertenties: opgave bij Bureau Van Vliet B.V., postbus 20, 2040 AA Zand voort, tel. 0250714745, behalve ,Ad jes". Ae^es'max 30woorden kosten/7,50, ä kontant. Alleen voor VUpersoneel en studenten. Opgave vóór maandag 10 00 uur t.b.v. nr. diezelfde week. Produktie: RandstadHandelsdruk kert) B V. (Perscombmatie;, Stations weg 38, 1431 EG Aalsmeer, tel. 02977 25141.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981
Ad Valvas | 434 Pagina's