Ad Valvas 1981-1982 - pagina 419
ADVALVAS —18 JUNI 1982
9
VU'Onderzoek naar invloed overheidop verpakkingsmiddelenindustrie
Overheidsregulering brengt teveel rompslomp met zich mee Veel problemen in het bedrijfsleven worden veroorzaakt door een slecht management. Nogal wat managers zijn in feite mooi weer-managers, die als het ekonomisch wat slechter gaat door de mand vallen en rare bokkesprongen maken. De sociale kosten van een foute bedrijfsvoering worden afgewenteld op de gemeenschap. Vraag politici naar de toestand in de Nederlandse nijverheid en je kunt bovenstaand antwoord verwachten. Politici zeggen binnenskamers wel begrip te hebben voor de problemen van het bedrijfsleven, maar eenmaal in de Tweede Kamer laten ze een heel ander geluid horen. Bovendien zijn de stimulerings- en reguleringsmaatregelen van de overheid veel te ingewikkeld en gaan er tijden overheen voordat men knopen doorhakt. Vraag een ondernemer naar de kwaliteit van de politiek en er is een dikke kans dat je dit antwoord krijgt. Er is kortom sprake van een „kommunikatiekloof tussen overheid en bedrijfsleven. De VU-onderzoeksgroep „Management Politiek" wil enkele bruggen bouwen.
„Het Projekt wil wetenschappeUJk nieuwe mzichten geven m de verwevenheid van handelingen van overheid en bedrijfsleven. Maatschappelijk wil dit onderzoek een bijdrage leveren aan een beter samenspel van ondernemingen en overheden, waar mogelijk, en een beter tegenspel waar nodig." Deze schone doelstelling staat vermeld in elke externe publikatie van de onderzoeksgroep ,Management Politiek". Bij nadere bestudering blijkt het, als het gaat om de
l¥im Crezee maatschappelijke betekenis, toch met name te gaan om het eerste gedeelte van de doelstelling, bijdrage aan een beter samenspel. Prof. dr. ir. A. Tvnjnstra, als bedrijfshuishoudkundige verbonden aan de ekonomische fakulteit van de VU, stuitte in zjjn adviespraktijk (Twijnstra Gudde is in Nederland na
Onderwijs kan in i984 beginnen
Democratischer opzet voor Open Universiteit De Open Universiteit zal een democratischer opzet krijgen dan in het voorontwerp van de wet op de Open Universiteit was voorzien. Het onderwijs in de Open Universiteit zal in 1984 kunnen beginnen. Dit zijn twee van de belangrijkste wijzigingen in het concept-wetsontwerp op de Open Universiteit, zoals dat op vrijdag 14 mei jl. naar de Onderwijsraad voor advies is gezonden. Minister dr. J.A. van Kemenade (onderwijs en wetenschappen) stelt in het conceptrwetsontwerp voor meer personeelsleden en studenten in de bestuursraad op te nemen dan aanvankelijk was voorzien. Bovendien is afgezien van de instelUng van een aparte personeelsraad en studentenraad. In dit concept-wetsontwerp is een regehng opgenomen die zoveel mogelijk aansluit bij de Wet medezeggenschap onderwys. Er komt één medezeggenschapsraad, waarin evenveel studenten als personeelsleden zitting hebben. De medezeggenschapsraad heeft een aantal algemene bevoegdheden, zoals het recht van overleg met het college van bestuur, het recht op informatie en het recht over alle aangelegenheden, de Open Universiteit betreffend, voorstellen te doen aan het college en de bestuursraad. In het medezeggenschapsreglement dient te worden geregeld welke besluiten de instemming van de medezeggenschapsraad behoeven en over welke zaken de raad advies moet uitbrengen. Een andere belangryke wijzigmg in het concept-wetsontwerp is de plaats van de regionale studiecentra. Deze centra waar een deel van het onderwijs zal moeten plaatsvinden, zuUen worden ingepast m het geheel van de volwassenen-educatie. „Er moet naar gestreefd worden", zo schrijft Van Ke
menade in de toelichting, „dat volwassenen binnen het regionale studiecentrum zich ruim kunnen oriënteren en deskundig worden voorgelicht over de studiemogelijkheden, niet alleen binnen de Open Universiteit, maar ook over de andere sectoren van de volwassenen-educatie." De Open Universiteit zal een instelling worden van hoger onderwijs, waar studerenden diploma's kunnen verwerven die gelijk of gelijkwaardig ztJn aan de diploma's van de bestaande instellingen van hoger beroepsondrwijs en van wetenschappelijk onderwijs. Uitgangspunt is dat studerenden kunnen kiezen voor hoger onderwijs dat aansluit bij hun persoonlijke situatie. Dit geldt in het bijzonder voor die mensen die vroeger niet de kans hadden hoger onderwijs te volgen. Het gaat hierbij voor een belangrijk deel om vrouwen. Zo kan de Open Universiteit met name ook bevorderend werken voor de emancipatie. De Open Universiteit zal een open toelating kennen en studerenden de mogelijkheid bieden zelf plaats en tempo van de studie te kiezen. Hti of zij heeft een grote vrijheid in het samenstellen van het studieprogramma. De toelating is niet aan diploma's gebonden. Iedereen van achttien jaar en ouder kan worden toegelaten. Het onderwijs wordt gegeven in cursussen, die worden afgesloten met een tentamen. Voor het behalen van diploma's met een bepaald civiel effect, zullen voorwaarden worden gesteld voor het aantal en het niveau van de curussen. Wie een aantal curussen met succes heeft doorlopen, krijgt een dossierdiploma. Het is ook mogelijk om de bestaande titels van het hoger onderwijs te behalen en ook om te promoveren.
Berenschot het grootste organisatieadviesbureau) regelmatig op de vaak problematische verhouding tussen overheid en bedryfsleven. Dat was voor hem de aanleiding om m 1980 een onderzoeksgroep te formeren waarin ook het Ekonomisch en Sociaal Instituut van de VU en de VUpolitikoloog prof. dr. G. Kuypers by betrokken werden. Na een verkennend onderzoek (getiteld „Topfiguren spreken zich uit", maart 1981) was het tijd voor een meer gedetailleerd empirisch onderzoek. Onlangs is daarvan het eerste resultaat gepubliceerd: „Produktbeleid en overheid, een onderzoek naar de invloed van de overheid op het produktbeleid in de verpakkingsmiddelenindustrie." Onderzoeker drs. Piet van Helsdingen heeft achtentachtig managers uit deze industrietak door middel van enquêtes en interviews ondervraagd op hun ervanngen met, opvattingen en kennis van het overheidsbeleid. Daaruit blukt onder andere dat managers tegenstanders zijn van overheidssteun aan slecht renderende bedrijven, want individuele steun werkt volgens hen konkurrentievervalsend en verplaatst de problemen naar „gezonde" bednjven. De verpakkingsmanagers zijn daarentegen van subsidies voor produktmnovaties een warm voorstander: 81% van de ondervraagden vmdt dat hiervoor de overheid de beurs moet openknippen, want „produktinnovaties is niet langer alleen een zaak van het individuele bedryf, maar in het belang van de gehele samenleving." Bijna unamem zijn de respondenten van menmg dat de overheid btj het oplossen van milieuproblemen regulerend moet optreden. De overheid moet een duidelijke norm stellen bij vervuiling. Want anders spuit konkurrent X al zijn afvalprodukten m de sloot achter de fabnek, terwijl ik net zo'n duur vuilverwerkingsapparaat heb aangeschaft, moet menig manager bij beantwoording van de vraag gedacht hebben. Eén direkteur was zo eerlijk de onderzoeker toe te vertrouwen dat zijn bedrijf zich „in Nederland in alle opzichten aan milieuregels houdt, maar m een ander land de rotzooi in de zee laat lopen."
In de pas lopen De arbeidsintensieve verpakkingsindustrie blijkt de overheid goed in de gaten te houden als het gaat om het door haar gevoerde loon- en inkomstenbeleid. De gedeelten van de verpakkingsindustrie die op de binnenlandse markt georiënteerd zijn, willen met de produktiekosten, en dus met de loonkosten, niet uit de pas lopen met de buitenlandse konkurrenten. En de verpakkmgsindustnelen die georiënteerd zijn op de binnenlandse markt zijn beducht voor landen als
Korea die momenteel met grote hoeveelheden hun verpakkingsprodukten m ons land afzetten. Wanneer men managers vraagt naar de belangrijkste gebieden van overheidsbeleid als het gaat om de produktie van verpakkingsmiddelen, scoort het energiebeleid als goede tweede. Niet alleen het algemene beleid van de overheid heeft invloed op de verpakkingsmiddelenindustrie, maar ook diverse wettelijke regulenngsmaatregelen voorschriften die de produktie en de verkoop van een produkt raken, terwUle van de bescherming van de konsument, de veiligheid, milieu, etc De in 1980 m werking getreden nieuwe Warenwet wordt door de respondenten als belangrijkste overheidsmaatregel gezien in verband met het produktiebeleid van verpakkingsmateriaal. Overigens niet tot ieders tevredenheid. Een manager. „De doos, waarin chocolade verpakt wordt, mag een bepaalde stof niet bevatten die wel m de chocolade zelf voorkomt." Een andere gemterviewde „Wat moet men doen als twee afzonderlyke hulpstoffen elkaar met verdragen' Elke leverancier afzonderlijk kan wel een verklaring afgeven dat zijn produkt voldoet aan de eisen uit de Warenwet, maar daar schiet men als fabrikant van verpakkingsmiddelen in zo'n geval weinig mee op."
Onbekend Naast dwingende voorschriften (reguleringsmaatregelen) kent de overheid voor het totale bedrijfsleven maar liefst 128 verschillende regehngen voor subsidies, premies en garanties Het verschijnsel „subsidioloog" en uitgaven als „Wegwijs m premieland" duiden al enigszins op het voor het bedrijfsleven mterst ingewikkelde torrein van stimuleringsmaatregelen. Ook managers uit de verpakkmgsindustrie blijken vaak slecht de weg te kunnen vinden in het woud van overheidsfacUiteiten. De Wet op de Investenngsregeling (WIR) geniet nog wel grote bekendheid, en ook de innovatie-stimuleringsregeling en subsidies voor energiebespanng zijn niet onbekend. Maar voor het overige (bijvoorbeeld subsidies bü het verwerven van licenties en oktrooien, subsidies voor advieskosten bij toepassing van mikro-elektronika in het produktieproces) is onbekendheid troef Onderscheiden naar bedrijfsgrootte blijkt uit het onderzoeksrapport dat managers uit grote bedrijven beter op de hoogte zijn van stimulenngsmaatregelen dan hun kollega's van klemere bedrijven. Grotere bedrijven zijn dan ook de grootste faciliteitengenieters. Daarnaast blykt dat managers, die aktief participeren m een brancheof ondernemersorganisatie goed op de hoogte zyn van de mogelijkheid te
profiteren van de door de overheid beschikbaar gestelde fondsen en subsidies, konstateert het onderzoeksrapport. Maar ook als men bekend is met de regelingen, dan heeft men zijn twijfels over de gedetailleerde regelgeving van de overheid. Een mterview met een verpakkmgsmiddelenondememer spreekt voor zich: „Voor een recente toepassing van elektronika in het produktieproces ä ƒ 2 000,- heb ik geen subsidie aangevraagd. Te veel kosten en administratieve rompslomp, allerlei mensen komen kijken. Ik vind zo'n subsidie zelf overbodig Bovendien heb ik angst voor al die formulieren. Er zijn toch al genoeg verplichte en onverplichte formulieren voor ons ondernemers in te vullen. Daarnaast wil ik er prmcipieel niet aan meewerken om voor een paar honderd gulden subsidie, ambtenaren voor een paar duizend gulden aan het werk te zetten " Het is natuurlijk niet alles kommer en kwel, want op de volgende bladzijde van het onderzoeksrapport IS een ondernemer zeer enthousiast over een landely k projekt voor bedrijfsontwikkeling waar zyn bednjf aan mee heeft gedaan. In dit geval kreeg hij ƒ 25 000,- subsidie op een bedrag van ƒ 30 000,-."
Stage In de aanbevelingen pleit Van Helsdmgen ervoor dat ondernemersorganisaties en Kamers van Koophandel hun voorlichtingsaktiviteiten onderling beter koordineren om te voorkomen dat de manager voorlichtlngsgeschriften van de overheid dubbel m de bus knjgt en deze ongelezen m de prullenmand laat glijden De overheid zelf moet meer „proiektambtenaren" aanstellen die de ondernemers moeten begeleiden op de vaak moeizame weg langs de diverse overheidsinstanties waar zij vergunningen en subsidies moeten halen. Bovendien dient bekeken te worden m hoeverre de stimulermgsmaatregelen vereenvoudigd kunnen worden. Dat een en ander niet één, twee, dne gerealiseerd zal worden, heeft volgens Van Helsdingen onder meer te maken met de ondervertegenwoordiging van ondernemers in de Tweede Kamer. Van Helsdingen, desgevraagd ,.De overheid heeft zelf ook belang bij een grotere vertegenwoordiging- als de overheid wil dat haar maatregelen beter opgepikt worden in het bedryfsleven, dan moetje meer informatie en gewicht uit die hoek in de Tweede Kamer hebben. Het is maar éen van de middelen. Een andere mogelijkheid is dat politici „stages" lopen in bedrijven. Zo verklaarde Ane van der Hek van de PvdA onlangs dat de „stage" die hij bij DAF gelopen had, voor hem als een soort eye-opener voor de problemen van het bedrijfsleven funktioneerde. Niet dat hij nou het beleid van het bedrijfsleven gaat zitten verdedigen, maar hij heeft meer inzicht gekregen. Er gebeuren nog steeds gekke dingen in de relatie overheid en bedrijfsleven Zo wilde een benzinepomphouder wilde een LPG-mstallatie bij z'n bedrijf hebben en hij diende een aanvraag voor een vergunning in Volgens de provincie moest die gasmstallatie boven de grond komen en x-meters van de pomp verwijderd zijn, en volgens de gemeente moest die installatie juist onder de grond worden aangelegd. Die pomphouder heeft maanden op z'n vergunnmg moeten wachten, omdat die twee overheden met elkaar in de klinch lagen! Zo heb ik meerdere voorbeelden gehoord.'
De kartonnen doos: een van de konventionele Produkten van de verpakkingsmiddelenindustrie. Ekonoom Van Helsdingen deed een onderzoek naar de invloed van de overheid op de produktie van bestaande en nieuwe verpakkingsmiddelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1981
Ad Valvas | 434 Pagina's