Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 341
AD VALVAS — 18 MAART 1983
Grote kloof tussen onderzoeker en publiek
Wetenschap heeft vertaling nodig Wetenschappers hebben vaak grote moeite met het op duidelijke wijze aan het publiek vertellen waarmee ze bezig zijn en wat nut en betekenis van hun bezigheden is. Ze missen in veel gevallen de capaciteiten om hun werkzaamheden voor een groter publiek te vertalen. Dat vertalen moet in een letterlijke betekenis opgevat worden, want Produkten als Becel en Johnson's Dental Floss bewijzen dat wetenschappelijk onderzoek de huishoudens wel moeiteloos in niet-tekstuele vorm bereikt. Voor de kloof in kennis tussen wetenschapper en publiek bedachten Delftse studenten de term Wetenschaps-analfabetisme. Op vrijdag 10 maart stond een symposium ter gelegenheid van het tiende lustrum van de vereniging voor technische physica in het teken van dit verschijnsel. Van twee kanten kan de kloof tussen wetenschapper en publiek bezien worden. Enerzijds is er het gebrek aan kennis van het publiek, anderzijds het bovengenoemde gebrek aan uitdrukkingsvaardigheden van onderzoekers. Tot op zekere hoogte is het laatste verschijnsel debet aan het eerste. Wie moet en kan de bevindingen van de wetenschap op de beste wijze aan het publiek bekend maken? De wetenschappers zelf? Zij zijn het best op de hoogte van de stand van hun onderzoek. De universiteiten, in het bijzonder hun wetenschapsvoorlichters? zy mogen geacht worden grotere verbanden te kunnen zien en beter op de hoogte te zijn van de mogelijkheden van de publiciteit. Of is het de pers, met name de wetenschapsjournalisten? Van hen mag verwacht worden dat ze ten minste leesbaar en begrijpelijk Nederlands kunnen produceren. Slechts twee dagbladen hebben een wetenschapsredaktie van enige omvang: de Volkskrant en NRC-Handelsblad. Andere bladen laten dit gebied voor wat het IS. Landelijk dieptepunt van wetenschapsjoumalistiek is het ochtendblad de Telegraaf. De lezers van die krant moeten al enige tijd van mening zijn dat de beide Amsterdamse universiteiten zijn gefuseerd en nu opereren onder de naam Vrije Universiteit van Amsterdam. Simon Rozendaal, redakteur van het NRC-Handelsblad katern Wetenschap Onderwijs, was een van de sprekers tijdens het symposium. Zijn ervaring is, dat wetenschappers meestal niet in staat zijn hup werk zelf op een begrijpelijke wijze voor het voetlicht van de pubUeke opinie te brengen. Ze zijn over het algemeen niet in staat enige afstand van hun eigen onderzoek te nemen en hebben vaak geen benul van de plaats van hun werk in de samenleving. Verder staan hoge eisen van wetenschappelijkheid de leesbaarheid van hun stukken in de weg. Wetenschappers ontberen het vermogen, zo zei hiJ, „de
Hidde van der Veen Nederlandse taal te gebruiken op een manier die zij verdient."
Humaniteit
Het is niet verwonderlijk dat de laatste jaren een toename is te bespeuren in de aandacht die de universiteiten voor de media hebben. De geldstroom uit Den Haag wordt minder groot en het ligt voor de hand dat men door middel van voorlichting het belang van universiteiten tracht duidelijk te maken. Aan het eind van de jaren zestig stonden universiteiten bekend als broedplaatsen van revolutionairen, in de jaren zeventig werden het opleidingsinstituten voor werklozen, nu is het zaak de pubUeke opinie ervan te overtuigen dat het centres of excellence zijn. Professor S. J. Doorman, filosoof te Delft, voegde aan deze pragmatische overwegingen twee morele toe. Het is, zo betoogde hij, in een democratie vanzelfsprekend dat instituten die door de samenleving gefinancierd worden, aan die samenleving rekenschap van hun daden afleggen. Verder noemde hij het een dure pUcht van de universiteiten om in de openbaarheid te treden vanuit overwegingen van humaniteit. Als wü in onze cultuur de waarden die de wetenschap zegt te verdedigen serieus nemen, dan moeten wij die ook naar buiten brengen. Wetenschappers behoren een groot inlevingsvermogen te hebben in de mensen voor wie zij uiteindelijk werken. Ir. H. L. Beckers, research-coördinator bij Shell, noemde het voor het bedrijfsleven noodzakelijk in een vroeg stadium in contact te treden met het publiek. In het geval van de Kernenergie, die in de jaren vijftig en zestig op onverantwoord positieve wijze in de media gepropageerd werd, heeft het bedrijfsleven veel te veel geïnvesteerd in een uiteindelijk door de publieke opinie niet geaccepteerde technologie. Een goede voorlichting zou dat hebben voorkomen. Het bedrijfsleven had eerder een punt achter de ontwikkeling kunnen zetten als het publiek eerder in voldoende mate op de hoogte was gebracht.
Wetenscliapsvoorlichters' In het naar buiten brengen van
Vrijdag 18 maart
21.00 uur: Filmhuis Uilenstede, Uilenstede 108. „Unsere Leichen leben noch" van Rosa von Praunheim.
Zondag 20 maart
12.00 uur: Paradiso, Weteringschans 6-8. Protestmanifestatie door het El Salvador Komitee Amsterdam, een jaar na de moord op de Nederlandse journalisten. Spreker o.a.: Jan van der Putten. 19.00 uur: Keizersgrachtkerk, Keizersgracht 566. In de reeks avonddiensten „Vrede is de weg" Lodewijk Rtngnalda: „met de anti-neutronenbom-aktie". 20.15 uuK Waalse Kerk. „Johannes Passion" van J. S. Bach. De Amsterdamse Cantorij. Toegang: ƒ 15,- of ƒ 12,50 (CJP).
Dinsdag 22 maart
20.00 uur: Het Overleg Vrouwen VU-wetenschappers komt weer bijeen.
het wetenschappelijk werk spelen de media een belangrijke rol. Die media moeten gevoed worden met relevante informatie. Het ligt voor de hand dat dat door de universiteiten gebeurt. Naar aanleiding van de nota Wetenschapsbeleid van minister Van Trier in 1974 is aan de Nederlandse universiteiten wetenschapsvoorlichting van de grond gekomen. Deze diensten moeten de eerste fase in het verduidelijken van wetenschappelijke informatie gestalte geven. Moeilijkheid daarbij is, dat specialistische informatie vaak alleen door specialisten kan worden begrepen. J. J. M. Beijersbergen, wetenschapsvoorlichter aan de Katholieke Universiteit in Nijmegen, pleitte in een boek over dit onderwerp enige tijd geleden voor nauwe samenwerking met die specialisten. In gedeelde verantwoorde-
in de Delftse aula behandelde voornamelijk het gebrek aan voorlichting over de natuurwetenschappen. Delftenaren wordt vaak verweten te weinig voeling met de maatschappij te hebben, men zou al in de studietijd te veel op elkaar aangewezen zijn en te weinig aktiviteiten buiten het traditionele studentenleven ontwikkelen. Tot voor kort werd een Delftenaar meewarig bekeken, zodra hij politieke ambities bleek te bezitten. Typerend voor deze eenzijdigheid was de samenstelling van forum en sprekerslijst waarop ook de namen van dr. E. van Spiegel, directeur-generaal wetenschapsbeleid, en ir. A. P. Gele, commissaris van de koningin in Drenthe, stonden. Voorzover de heren niet aan de TH werkzaam waren, waren zij in het verleden aan de TH verbonden geweest.
mU GOED. UOG EBU KEER:ER w a s EENS EEN PROBLEEM..'
Hjkheid zou informatie naar buiten gebracht moeten worden. De wetenschapper is verantwoordelijk voor de inhoud, de voorlichter voor de redactionele gang van zaken. Hij pleitte bovendien voor een selektieve benadering van de media. Vaak worden nu nog de persberichten linea recta in de prullenmand gedeponeerd. Velen zien door de bomen het (wetenschappelijke) bos niet meer. Het zijn vooral de bèta-wetenschappen die door hun hoge kosten, hun ver doorgevoerde specialisaties en hun abstracte vaktaal belang hebben bij een goede voorlichting. Toch is het niet ondenkbaar dat ook de sociale wetenschappen gebaat zouden zijn bij een meer gestroomlijnde gang naar het pubUek. De bijeenkomst
( z ^
Onderwijs Wat zijn nu de oorzaken van het gebrek aan openheid bij (natuur) wetenschappers? Bijna alle sprekers hekelden het peil van het Nederlandse onderwijs. Daar, zo betoogde men, wordt niet meer geleerd hoe men een leesbaar stuk moet schrijven. Beckers contrasteerde dit gebrek met de re^ sultaten van het Angelsaksische onderwijssysteem, waar men drie ä vier papers per week schrijft en zo ervaring opdoet die in rapportage in wetenschap en bedrijfsleven haar vruchten afwerpt. Wat betreft het onderwijs in de natuurwetenschappendurfde men de stelling aan, dat het te weinig aanschouwelijk is en te
Bij Wiep Vrieling. Spinozastraat 9. Tel. 226958. Onderwerp: arbeidstijdverkorting aan de VU. 20.00 uur: Grent, Nije Leeijestijitte 170. Praatrünte Prisia Resurgens komt wer gear. Lezing: „(Thi)alve-stêde-tocht en (hurd)riderij op redens oer 't generaal". Ynljochtings: till. 250433. 20.30 uur: De Balie, Kleine Gartmanplantsoen 10. In de SLAA-lezingenreeks: „De brandende kwestie van Louis Perron". Toegang: ƒ 5,-. 20.30 uun BOC, Van Leijenberghlaan 89. Theatergroep Panter met: „Het spijt me, maar...?" De vrouwenemancipatie centraal. Toegang: / 5,- en alleen voor vrouwen. 21.00 uur: Filmhuis Uilenstede, Uilenstede 108. „Het Afscheid", Tuija Mija Niskanen. 21.00 uur: Filmhuis De Lange Adem, Tilanusstraat 60A. „De Moed van het Volk." Sanjines' reconstructie van „de nacht van San Juan", de bloedige onderdrukking van het Boliviaans mijnwerkersverzet.
Woensdag 23 maart
12.30 uun vu-hoofdgebouw, 8A-00. Broodje Film: „Tre PratelU" van Francesco Rosi. 12.45 uur: Aula van het VU-hoofdgebouw: Ewald Kooiman bespeelt het orgel. 20.00 UUK vu-hoofdgebouw, lA-05. „Is God een illusie?" Spreker: drs. W. G. Rietkerk. Bestaat de autentieke religieuze ervaring? Lezing met discussie. 20.00 uur: PH'31, Prins Hendriklaan 31. „Straks werkeloos, nou èn?!". Een inleiding van Martin Terpstra over academici en arbeidsmoraal. Inl. 5484524, Greetje. 20.00 UUK VE 90, Van Eeghenstraat 90. Muziekgroep „Trammelant" .
weinig aansluit bij de dagelijkse werkelijkheid. Doorman signaleerde een verregaande vorm van zorgeloosheid in het gemak waarmee wij incapabele leerkrachten hun gang laten gaan. Hoe vaak, zo wist men, zei een leraar niet: dat is te moeilijk voor jullie, bijvoorbeeld waar het om wiskunde gaat. Beter ware het deze berusting niet te tolereren en het didaktisch program om te gooien. Doorman citeerde in dit verband een uitspraak van de fysicus Mach, die al in 1886 ervoor waarschuwde in het onderwijs geen kleine natuurwetenschappertjes op te leiden. Men moest trachten jonge mensen te leren inzien hoe de manier van denken, zoals die in de natuurwetenschappen vigeert, kan bijdragen in een vrije wijze van meningsvorming. Het gebrek aan opleiding gaat echter verder dan het voortgezet onderwijs. Rozendaal hekelde het gebrek aan scholing in redactionele vaardigheden binnen de universiteiten. In een inleiding op het symposium had een van de organisatoren geschreven dat het wetenschappers niet kwalijk te nemen is, dat ze hun informatie niet altijd even adequaat naar het publiek kunnen overbrengen, omdat ziJ daartoe niet opgeleid zijn. Deze berusting was Rozendaal een doom in het oog.
Wantrouwen Professor Doorman verwoordde de bezwaren die wetenschappers tegen het werk van journalisten hebben. Men verwijt journalisten zich te veel te laten leiden door ideologie. Verder drukken zij de echte deskundigen weg, ze passen het principe van hoor en wederhoor niet toe, leggen verkeerde accenten en zijn, ten slotte, alleen geïnteresseerd in de incidentele sensatiewaarde van hun onderwerp. Als voorbeeld van deze praktijken werd de behandeling van het recombinant DNA-onderzoek in Nederland genoemd. Mede door de onnauwkeurige berichtgeving daarover in de media, mede veroorzaakt door onderlinge naijver van wetenschappers, is veel overdreven bezorgdheid bij het publiek ontstaan. Rozendaal behandelde het verwijt aan de journalisten als zouden zij niet kritisch genoeg zijn. Hi) blikte terug naar het begin van de jaren zeventig, toen men een trend inzette die leidde tot wat men nu een journalistiek noemt die te kritisch was. Wellicht mede als reactie zou men nu minder, mischien zelfs te weinig, kritisch zijn. Hij tekende overigens wel aan dat het gebruik van de term kritisch nogal ondoorzichtig was. Meestal wordt hü lichtvaardig gebruikt en hij staat in veel gevallen voor het beoordelen van gegevens op basis van een toevallig aan de orde zijnde moderichting. Samenvattend kan geconstateerd worden dat men in het algemeen pleitte voor een uitbouw van de wetenschapsjoumalistiek, een verbetering van het universitair onderwijs in de richting van redactionele vaardigheden en een houding van de wetenschapper die een nauwe relatie met de samenleving inhoudt.
Flipo: een zwoele lenteavond Ook voor VU-flikkers en potten is er weer een nieuwe lente aangebroken. Het PLIPO-café gaät dan ook met frisse moed verder: vrijdag 25 maart is de volgende FLIPO-avond in PH 31 (Pnns Hendriklaan 31). We gaan van start met „Een vriendin", de Nederlandse première van de laatste voorstelling van vrouwentheater LAVA, over de relatie homofilie/heterofilie. Daarna gaat het doek op voor de mannen: een nieuwe flikkergroep, de Aftershaves, met een variéte-achtig programma over mannen, flikkers en fascisme. Nadere bijzonderheden: zie de affiches.
Vervolg op pag. 9
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982
Ad Valvas | 490 Pagina's