Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 90
AD VALVAS — 8 OKTOBER 1982
6
Proefschrift roept felle reaktie van VNO op
„Ondernemers ontlopen hun verantwoordelijkheden" Shell Tankers b.v. lapte het Nederlandse regeringsbeleid aan z'n laars door van 1967 tot 1977 olie te leveren aan het blanke minderheidsregime van Rhodesië en verlengde daarmee de bloedige bevrijdingsoorlog in dat land. Nestle voert met andere melkpoederfabrikanten al jarenlang promotiecampagnes voor flesvoeding in ontwikkelingslanden. Daardoor sterven jaarlijks een miljoen kinderen. Twee voorbeelden van bedrijfsvoering van mioltinationale ondernemingen waarbij fundamentele mensenrechten in het gedrang komen. Volgens dr. CA. Verburg (41), werkzaam aan de subfakulteit sociologie, gaat het hier niet om uitzonderingen. In zijn proefschrift „De maatschappelijke verantwoordelijkheid van het grootbedrijf' (verdedigd aan de TH Twente) onderzoekt hij waarom ondernemingen zich bijna als vanzelfsprekend distantiëren van de politieke en morele eflekten van hun ekonomisch handelen. Maatschappelijke vervuiling noemt Verburg dat. Het Verbond van Nederlandse Ondernemingen voelde zich aangesproken en bestempelde het proefschrift prompt tot wetenschapsvervuiling. We lazen het boek en spraken met de auteur. Rond Verburgs proefschrift is de afgelopen maanden via diverse media een kleine doch warmbloedige pennenstrijd gevoerd. De eerste zet daarin deden de werkgeversbonden VNO en NCW. Deze bonden produceerden afgelopen juni een brochure getiteld „Ekonomische sankties en de rechten van de mens". Centraal in deze brochure staat de stelling dat door handel te drijven, ook met regimes die de mensenrechten schenden, de welvaart zowel hier als daar bevorderd wordt. Welvaart maakt de mensen mondiger, waardoor zy beter in staat zijn om voor hun rechten op te komen. Geen enkel regime - hoe repressief ook - kan die invloed blyvend negeren, menen de werkgevers. Verburg neemt vlak voor zijn promotie, in juli, kennis van de brochure en ziet daarin terug wat hij in zijn proefschrift geanalyseerd heeft als pragmatisch-ekonomische moraal; een moraal waarin beleden wordt dat het najagen van het partikuliere eigenbelang het algemene belang ten goede komt: „Wat goed is voor de organisatie, is goed voor de maatschappij." Aansluiten bij de aktuaUteit is voor een socioloog een groot goed, dus laat Verburg in een persbericht over de promotie zijn kommentaar op de dan zojuist verschenen brochure van de werkgeversbonden opnemen: ze staat vol met halve waarheden en geschiedkimdige enormiteiten; men sluit de ogen voor de feitelijke efifekten van multinationals in landen van de Derde Wereld (zie het begin van dit artikel) en men schuift de verantwoordelijkheid hiervoor door naar de politiek. Via het Ekonomisch- Dagblad (30.6.82) laat het VNO, bij monde van mr. J. Hollander, (Ürekteur arbeidsverhoudingen, daarop weten dat het bij het ondernemen gaat om het leveren van goederen en diensten. „Daarbij dienen zij non-diskriminatoir te werk te gaan. Het maakt voor een bedrijf niet uit of er nu aan België dan wel aan Zuid-Afrika wordt geleverd", aldus de VNOman, die er nog op wijst dat de overheid vooral in de gaten moet blijven houden dat het verbreken van handelsbetrekkingen aanzienlijke konsekwenties heeft voor het bedrijfeleven. In het buitenland wordt men steeds voorzichter om met Nederland handel te drijven, want hier lijden we aan „ethische aanvallen". Kennelijk heeft het proefschrift een gevoeUge snaar geraakt,
De stelling die Verburg in zijn proefschrift verdedigt, is dat de moderne tijd gekenmerkt wordt door een verorganisering van de maatschappij de spelregels uit de sfeer van de organisatie worden ook dominant in de sfeer van de maatschappij.
Casus Mét deze ontwikkeling wordt ook de ekonomische, pragmatische moraal steeds invloedrijker. Centraal onderdeel van deze moraal vormt xie gedachte dat de aktiviteiten van de organisatie ten goede komen aan de maatschappij
wel vanuit zijn opdracht globale regels stellen." Legitimeert Verburg met deze opvatting juist niet het standpunt van de ondernemer die zegt: business is business, waar dan ook ter wereld, want winstmaken is de spelregel van de sfeer waarin ik handel? Verburg: „Dat is mijn bedoeling niet. Het probleem is dat als er maatschappelijke protesten zijn tegen investeringen van bijvoorbeeld de Amro in Zuld-AMka, deze bank bij de overheid aandringt op het stellen van regels. Maar dät moet nou juist niet gebeuren! Want onder-
Wim Crezee want enkele maanden later (26 augustus) haalt de huissocioog van het VNO, dr. A.E. van Niekerk, in de open forum-rubriek van de Volkskrant nog eens stevig uit naar Verburg. Van Niekerk heeft „als vakgenoot" met gêne kemiisgenomen van het proefschrift; een „uit de hand gelopen schotschrift": de auteur „heeft 525 pagina's nodig om zijn uiterst partikuUere onvrede met de maatschappij te etaleren"; „onstuitbare brij van woorden en gedachtenspinsels". De diskussie is nog niet afgelopen. Een dezer dagen zullen enkele geestverwanten van Verburg via de volkskrant reageren op de kritiek van VNO-zijde.
Spelregels Terug naar het proefschrift. Daarin staat de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de organisatie (de onderneming) centraal. Of liever gezegd: de afwezigheid daarvan. Want door de arbeidsdeling in onze maatschappij hanteert de organisatie slechts technische en ekonomische kriteria bij het bepalen van haar beleid. De vraag wat op morele, sociale, etische of rechtvaardigheidsgronden moet gebeuren, wordt gedelegeerd aan bijvoorbeeld de kerk, de overheid of de Verenigde Naties. De funktie van de organisatie is primair het efBciènt produceren voor de markt en zij moet zich zo min mogelijk gelegen laten liggen aan de maatschappelijk effekten van het bedrijfsbeleid. Dat zijn als het ware de spelregels in de organisatie: er bestaat een kontrakt waarin overeengekomen is welke beloning wordt uitgekeerd tegen welke prestatie, de sankties op het niet nakomen zijn duidelijk, verdiensten zijn individueel en verschillend, want er is een geaccepteerde funktionele hiërarchie lopend van direkteur tot werknemer. Een andere fundamentele vorm van sociaal verband is volgens Verburg de samenleving die „gerunned" wordt door de overheid. Daarin gelden andere beginselen of spelregels: de overheid is er voor de bescherming van het algemeen maatschappelijk welzijn, de mensen ziJn in de maatschappij gelijk gerechtigd en gelijkwaardig. Er is geen direkteur en een werknemer; er zijn alleen maar burgers die gelijkelijk in hun basisbehoeften worden voorzien.
Arjen Verburg: Vertrouwen? Ik denk dat het noodzakelijk is! als geheel. Of konkreter gesteld: investeren in Zuid-Afrika zet de apartheid aldaar onder druk. Verburg heeft namelijk, bij wijze van casus, een groot gedeelte van zijn proefechrift ingeruimd om deze stelling te onderzoeken voor wat betreft de rol van banken in Zuid-Afrika. Het materiaal voor deze casus bestaat uit briefwisseUngen tussen onder meer de Amro-bank, de ABN en de Wereldraad van Kerken, naar aanleiding van een desinvesteringsresolutie van laatstgenoemde organisatie. Verburg, gevraagd naar zijn bevindingen: „Als je al de argumenten die werkgevers naar voren brengen en die legitimaties zijn voor hun handelen op een rij zet, dan kom je tot de konklusie dat ze feitelijk geen ondersteuning bieden voor die stelling; ze hebben het karakter van een geloof, waardoor men daar geen kritisch onderzoek naar doet, maar elke keer alleen maar herhaalt."
Souvereinlteit In zijn kritiek op de verorganisering van de maatschappij en bij de uitwerking van het begrip maatschappelijke verantwoordelijkheid vindt Verburg steun bij Abraham Kuypers leer van de souvereinlteit in eigen kring en bij de calvinistische wijsbegeerte der wetsidee. „Het is belangrijk te onderkennen dat er verschillende sociale verbanden zijn die heel eigen en legitieme spelregels kennen, spelregels die niet ondergeschikt gemaakt kurmen worden aan andere spelregels. De staat kan bijvoorbeeld niet tegen een gezin zeggen „wij hebben computerwetenschappers nodig, dus jouw kinderen moeten naar een TH". De staat kan natuurlijk
nemers moeten zelf verantwoordelijk zijn; zii zitten het dichst bij het vuur. "Os. kritiseer in m'n proefechrift juist deze „omwegethiek" (een begrip dat Verburg leent van zyn promotor prof. Goudzwaard, red.), dus ethiek via de staat. Ondernemers zelf blijven dan de oogkleppen ophouden voor de maatschappelijke effekten van hun handelen, voor het feit dat ze met hun investeringen bijdragen aan de instandhouding van de apartheid." Heb je er vertrouwen in dat ondernemers uit het grootbedrijf de verantwoordelijkheid voor de maatschappelijke effekten van hun produktie op zich nemen? „Nee, ik spreek niet in termen van vertrouwen. Ik denk dat het de grootste noodzaak is, omdat niet alle problemen via de staat zijn op te lossen. Want dan zou de staat een gigantisch kontroleapparaat in het leven moeten roepen. Dat zou bijna per definitie een totalitaire politiemacht worden die zou moeten nagaan of iedereen de regeltjes nakomt. Dat kim je niet maken." „Daarmee bedoel ik niet dat je bedrijven het bos in moet sturen, want de overheid en de gehele samenleving hebben als taak om het wettelijk kader voor misschien de helft af te breken en op een heel andere manier uit te bouwen, zodanig dat een ondernemer, die verantwoord handelt niet geUjk failliet gaat, maar juist beloond wordt." Terwijl de maatschappelijke verviiiling volgens Verburg hand over hand toeneemt, zijn het momenteel ekonomisch moeilijke tijden voor een maatschappeUjkverantwoordelyk gedrag van ondernemers. „Als vroeger bijvoorbeeld een aktiegroepje ageerde tegen een bepaald element van de bedrijfsvoering en het kwam ook maar een beetje in de krant, dan was het voor een organisatie goedkoper "het beleid te wijzigen. Nu moet elke order worden binnengehaald." Wat was je eerste reaktie op de VNO-kritiek op je proefschrift in de Volkskrant? „Laster, (lachend) Ach ja, sommigen denken dat het een radikaal proefschrift is. 't Is in feite een braaf christelijk, fundamentaUstisch utopietje. Zullen we een kop thee gaan drinken?" C A Verburg, De maatschappelijke verantwoordeltjkheid van het grootbednjf, pleidooi voor een politieke organisatie sociologie. Uitg. vu-boekhandel ƒ45,—.
2il>iiiiiiiitttigia>uüiiMB'i"»g^iiiu«i^^
Maandag 11 oktober
20.00 uur: In sociëteit Uilenstede, Uilenstede 180. Een CDJA-vergadering. Hoe was het CDA in de verkiezingen en hoe is het nu in de formatie? Spreekster: mevr. Evenhuis, CDA Tweede-Kamerlid. 21.00 uur: In PH'31, Prins Hendriklaan 31. De film „Faustrecht und Freiheit" van Reiner Werner Fassbinder, uit 1974. In het kader van de maandelijkse flikker- en pottenavond.
Dinsdag 12 oktober
20.30 uur: In Filmhuis De Lange Adem, Tilanusstraat, AmsterdamOost. „Aan mij de wraak" van de Japanse regisseur Shohei Imamura.
Woensdag 13 oktober
12.45 uur: In de aula van het VU-hoofdgebouw. Orgelconcert. Ewald Kooiman speelt werken van C.F. Hvu-lebusch, Nie. de Gringy en Matthias van den Gheyn. Toegang vrij.
Donderdag 14 oktober
19.15 uur: In het Quakercentrum, Vossiusstraat 20. Een discussie met als onderwerp „Quaker zijn in de DDR". Vanaf 18.15 uur kan men tegen een geringe vergoeding een maaltijd gebruiken. 20.00 uur: In het studentenpastoraat. Van Eegbenstraat 90. In de serie „Omvorming van de Wetenschap" Huib Maas over Wetenschap? Werkelijkheid? in de renaissance. Inl. 548522.
Zondag 17 oktober
15.00 uur: In PH'31, Prins Hendriklaan 31. Zondagmiddagsalon met theaterachtige activiteiten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982
Ad Valvas | 490 Pagina's