Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 166

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 166

11 minuten leestijd

6

AD VALVAS — 19 NOVEMBER 1982

Taakverdeliüg Taakverdeling biocliemle biochemie

VU hoogleraar vindt dat huiswerk moet worde worden overgedaan Taakverdeling in de Biochemie is niet nodig. Aan de Vrije Universiteit moeten twee vakgroepen worden samengevoegd. Voor Wageningen en Nijmegen geldt hetzelfde. (De betrokkenen moesten dit bericht uit de kranten vernemen.) De vakgroep Biochemie aan de TH Delft is eigenlijk te klein en heeft in ieder geval de afgelopen vijf jaar een zeer geringe wetenschappelijke produktie gehad. Dit zijn enige conclusies van de Verkenningscommissie Biochemie. De betrokken vakgroepen moesten deze conclusies overigens uit de kranten vernemen. De commissie werd twee jaar geleden door de Minister van Wetenschapsbeleid ingesteld. Toen was nog nauwelijks te voorzien dat de bovenstaande conclusie belangrijk kon worden voor de onderwijspolitiek. De landelijke taakverdelers kunnen nog meer gegevens uit het rapport putten. Gezien de omvang en kwaliteit van het biochemisch onderzoek aan de Nederlandse universiteiten, is het gewenst de huidige omvang te handhaven, zo schrijft de Verkermingscommissie. Rekent men echter vanuit de maatschappelijke behoefte aan gepromoveerde biochemici, dan is een stafreductie van 25% aan de universiteiten mogelijk. Samengevoegd komen beide conclusies er in het huidige politieke bestel op neer dat de biochemici zeer snel een forse aanslag op de middelen uit de voorwaardelijke financiering moeten plegen. Op 28 oktober overhandigde commlssie-

voorzitter prof. dr. E.C. Slater het rapport aan minister drs. W.J. Deetman van OW. In een toespraakje wees Deetman op een ander heet hangijzer in het rapport leeftijdopbouw van de biochemici in vaste dienst van de universiteiten en hogescholen. Ongeveer 65% is jonger dan 45 jaar. Slechts drie procent is ouder dan 59. Op grond van pensionering komen er daardoor de komende zes jaar slechts vijf plaatsen voor vast aangestelde biochemici vrij. Biimen het biochemisch onderzoek is het verschijnsel van de doorstromer wel redelijk ingevoerd, maar deze mensen kuimen na hun vierjarige aanstelling en hun promotie nauwelijks aan de slag in Nederland. Ook Deetman sprak in dit verband van de „verloren generatie", maar had geen oplossing en merkte op dat Wj de aanbeveling van de Verkermingscommissie op dat pimt zou overwegen. De

stelt ze op) zouden door dergelijke centra's geregeld moeten worden.

Te kort aan anesthesiologen

ComputeroBdem^s nog nergens gelukt Bij de introductie van computeronderwijs doen zich allerlei problemen voor, onder andere bü de opleiding van docenten en de - voorzieningen van scholen en andere opleidingsinstituten met goede apparatuur en programma's. Een beleid in deze is gewenst, om schadelijke gevolgen voor het onderwijs te voorkomen. Dit staat in een rapport van het directoraat voor wetenschapsbeleid van het ministerie voor O W. Hierin wordt de situatie in zes landen met betrekking tot het computeronderwijs bekeken. De landen zijn: de Verenigde Staten, Frankrijk, West-Duitsland, Denemarken, Engeland / Wales en Schotland. Het gaat hier om een eindverslag van het Europees instituut voor onderwijs en sociale politiek en de Europese culturele stichting in Parijs. In het rapport rijst de vraag of computeronderwijs wel kan worden verwezenlijkt in de bestaande schoolsystemen. Dat de computer op korte termijn het onderwijs totaal zal veranderen wordt niet verwacht. In de praktijk van de zes onderzochte landen is gebleken dat de organisatie en coördinatie van computeronderwijs speciale centra vereisen. Deze centra moeten een sleutehrol in het nationale beleid gaan spelen. Vragen met betrekking tot de prioriteiten (basischool, voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs), de opleiding van docenten (hoe en door wie worden zij opgeleid) en de te gebruiken programma's (wie

Momenteel zijn er in Nederland 685 anesthesiologen. Dit aantal is onvoldoende om alle werkzaamheden verantwoord te kurmen verrichten. Dit tekort zal de komende jaren toenemen. Uitbreiding van de opleiding is noodzakelijk, aldus dr. L.H.D.J. Booij, benoemd tot hoogleraar in de anesthesiologie aan de faculteit der geneeskunde op de VU in zijn inaugurele rede. De ontwikkelingen in de anesthesiologie hebben geleid tot het tot stand komen van Intensive Care afdelingen en pijnbestrijdingsklinieken. De anesthesiologen in Nederland zijn hier, in tegenstelling tot het buitenland weinig bij betrokken. Door een tekort aan anesthesiologen bestaat een achterstand in het wetenschappelijk onderzoek. Dit valt onder andere op te maken uit het geringe aantal gepromoveerden en de weinige internationale publikaties. Dr. Booij stelt birmen zyn eigen instituut aan de VU de instelling van een pijnbestrijdingscentnmi voor, waarin in samenwerking met andere specialisten patiënten zullen worden behandeld. Ook de instelling van een co-assistentschap anesthesiologie zal worden nagestreefd om alle artsen bepaalde, vaak levensreddende, handelingen by te brengen.

Medische specialisten weigeren bonoreringsregeling De medische speciaUsten weigeren mee te werken aan de honoreringsregeling die ex-minister Van Kemenade 'eind vorig jaar heeft afgekondigd. Datzelfde geldt voor de centrale iiming van de honoraria die de specialisten ontvangen uit de vrije praktijkvoering in de academische ziekenhuizen. De specialisten baseren zich op juridische gronden. Van

commissie pleit voor vijQaiige aanstellingen als post-doc voor de besten onder de doorstromers. Het eerste jaar van die vijflarige aanstelling zou in het buitenland moeten worden doorgebracht.

KwaUteit Veel lof kreeg de commissie van Deetman toegezwaaid voor de grondige analyse van de kwantiteit van de onderzoeksresultaten en de daar, met enige slagen om de arm, uit af te leiden kwaliteit. Het rapport bevat uitgebreide pubUcatietellingen en citatieanalyses. Ook werd de uitwisseling van onderzoekers in Europees verband bekeken, werden de spreekbeurten en ingezonden papers van Europese bijeenkomsten geteld en de bijdragen van Nederlanders aan biochemische standaardwerken geregistreerd. Alle gegevens werden zoveel mogelijk gerelateerd aan het aantal vast aangestelde wetenschappelijke medewerkers. De beste Nederlandse vakgroepen kupnen zich ruimschoots meten met de beste Europese biochemische groepen. Het betreft twee groepen, één aan de Universiteit van Amsterdam en één aan de RU Utrecht. In een reaktie op het rapport zegt prof. R. J. Planta van de vakgroep Biochemie van de VU dat hij een zekere geamuseerdheid in de wereld van de biochemici heeft geconstateerd. De reden van de Kemenade's regeling beoogde onder meer de afschaffing van het voeren van een particuliere praktijk van de overigens fulltime in dienst zijnde speciaUsten en het treffen van een definitieve regeling voor de wijze waarop zij worden gesalarieerd. In een uitgebreid advies van him juridisch adviseur maken de specialisten vooral bezwaar tegen het feit dat Minister Deetman de honoreringsregeling dit voorjaar als richtlijn heeft afgekondigd en op die manier de regeling er doordrukt. Volgens artikel 73, lid 3 van de wet op het wetenschappelijk onderwijs, mag de minister „richtlijnen en aanwijzingen geven met betrekking tot het personeelsbeleid". De Colleges van Bestuur van de universiteiten van Leiden en Rotterdam onderkennen de door de specialisten naar voren gebrachte bezwaren. De zeven andere universiteiten waaraan een medische faculteit verbonden is, ondersteimen de actie. Los van de reactie van de minister, signaleren diverse colleges, dat een centrale iiming van de honoraria van de specialisten en een sluitende inkomensregeling noodzakelijk is.

HBO: weinig buitenlanders Aan de 244 instellingen voor hoger beroepsonderwijs zijn slechts 2641 studenten uit culturele minderheden verbonden tegenover 114.561 Nederlandse studenten. Dit geringe aantal heeft direct te maken met het doorstromingsbeleid. Bijna alle buitenlandse leerlingen worden doorverwezen naar het lager beroepsonderijs, waardoor de kans op een studie aan een hbo-instelling is verkeken. De kermis van de Nederlandse taal is een groot struikelblok bij de studie. Daarnaast kampen de studenten ook met het Nederlandse klimaat en het tijdsbegrip. Afepraken zijn in Nederland erg punctueel en formeel. Dit vergt een grote omschakeling. De meeste buiten-

geamuseerdheid is de wijze waarop de commissie de ranglijst van vakgroepen heeft opgesteld. De citatielijsten vertekenen de werkelijke stand van zaken. Deze lijsten laten namelijk niet zien of een artikel in negatieve of in positieve zin wordt geciteerd. Het blijkt in de praktijk dat een artikel met duidelijke fouten het in de citatielysten over het algemeeen heel aardig doet. In de beschouwingen van de commissie is bovendien ook geen irekening gehouden met de leeftijd van de vakgroepen. Eveiraiin heeft men de specialisaties meegewogen. De vakgroep Biochemie aan de VU is bezig met een relatief weinig ontwikkeld vakgebied en dat kan de lage score van Planta's vakgroep op de citatielijsten verklaren. Planta, die het feit dat hij het nieuws over de aanbevolen fusie van de vakgroep Medische Chemie en de vakgroep Biochemie uit de krant moest vernemen een ernstige misser van de commissie noemt, vindt de wijze waarop het rapport is uitgebracht ook minder geslaagd. De enorme omvang, het rapport beslaat 276 pagina's, staat een goed overzicht in de weg en geeft de instanties die het rode potlood bedienen een kans voor open doel. Prof. G.J.W. Hooghwinkel, Medische Chemie, was voor commentaar onbereikbaar.

Industrie De biochemische onderzoekers hebben in een paar jaar tijd hun contacten met de indtistrie sterk geïntensiveerd. De doorbraak van de recombinant-DNA -techniek, gevolgd door de ontwikkelingen in de celbiologie zijn daar de oorzaak van. Met spiJt constateert de Verkenningscommissie nog eens dat het werken met recombinant-DNA in Nederland zeer is vertraagd door de belemmeringen die de overheid opwierp. Eveneens met spijt ziet de conMnissie dat de contacten tussen de biochemie en de biologie te wensen over laten. De landse studenten in het hoger beroepsonderwijs bezoeken een hts of een sociale academie.

572 studenten voor Umbw^ De Rijksuniversiteit Limburg mag komend jaar 572 studenten toelaten! 150 voor Geneeskunde en 211 voor zowel Sociale Gezondheidskunde als Nederlands Recht. Het toegelaten aantal is overigens een derde van het aantal belangstellenden. Er meldden zich 1600 kandidaat-studenten aan. Over een eventuele uitbouw van de RL is nog geen beslissing gevallen. In een overleg tussen vertegenwoordigers van het Ministerie voor Onderwijs en Wetenschappen en van de RL is duidelijk geworden, dat de beslissingen over de door de universiteit voorgestelde nieuwe studierichtingen op de achtergrond geschoven zijn. Pas na 1 maart 1983 zijn besluiten van het ministerie in die richting te verwachten. Een hernieuwde toezegging dat met Economie in 1984 gestart kan worden stak de RL een hart onder de riem en ook het feit dat over Lichamelijke Opvoeding / Bewegingsleer op afzienbare termijn een besluit verwacht kan worden. Het ministerie wil, vooruitlopend op de uitbouw in de studierichtingen, nog geen toezeggingen doen in verband met de bouw van nieuwe voorzieningen. Deze zijn pas te verwachten na een verdere besluitvorming over concrete studierichtingen.

EG-geld voor Antillen De Nederlandse Antillen delen mee in de 3,64 miljoen gulden die de EG-commissie heeft toegewezen aan een aantal ontwikkelingslanden. Het geld is bestemd om er studiebeurzen en stages mee te bekostigen en komt uit het vyfde Europees Ontwikkelingsfonds. Het geld gaat naar de Nederlandse Antillen, Nigeria,

revolutie in de celbiologie, met de mogelijkheden van weefselkweken en het manipuleren met het erfelijk materiaal van de cel, is voornamelijk vanuit de biochemie afkomstig. De voeding vanuit de biologie ontbreekt, zo constateert de commissie. De Verkenningscomihissie vindt dat Nederland zich vooral moet richten op de fermentieve productieprocessen. Gist-Brocades heeft wat dat betreft een naam hoog te houden. Daarnaast is de land- en tuinbouwtraditie In Nederland een gezonde basis om voortvarend aan de DNA-recombinatie van planten te werken. Binnen de universiteit noemt de commissie de biochemie van de voedingsmiddelentechnologie een onderontwikkeld gebied. Wat betreft de wisselwerking tussen industrie en universiteit denkt de Verkermingscommissie, ook na gesprekken met industriëlen, eerder aan contact- dan aan contract-research. De commissie pleit ervoor de industrie dusdanige belastin^aciUteiten te verschaffen dat het aantrekkelijk wordt wetenschappelijke onderzoekers bij de industrie te detacheren, of andersom, industriële onderzoekers bü de universiteit te laten werken. In Engeland hebben overheid en indusie een paar jaar geleden de onderneming Celltech opgericht. Die maatschappij probeert universitaire vindingen bü industrieën in productie te brengen en bemiddelt in de licentieverleningen. De Verkenningscommissie Biochemie stelt voor dat de Nederlandse overheid zich daar inkoopt om ook de Produkten van Nederlandse biochemici te laten bemiddelen. Voor een beter contact met de industrie verwees Minister Deetman de Verkenningscommissie naar de Stichting voor de Technische Wetenschappen, die, naar zijn zeggen, de biochemici met open armen zal ontvangen als zü samen met de industrie onderzoeksvoorstellen indienen. (UP, UK Groningen, H. v.d. V.) Kenia, Antigua / Barbados, Belize, de Salamons en Fidji. Deze landen behoren tot de ontwikkelingslanden waarmee de EG via de Conventie van Rome een speciale band heeft.

Innovatie en Technologie naar Economische Zaken Iimovatie en technologiebeleid, dat tot nu toe onder de minister van Onderwijs en Wetenschappen ressorteerde, die de zorg voor het Wetenschapsbeleid erbij had, is in het nieuwe regeerakkoord onder Economische Zaken (Van Aarderme) komen te vallen. Dit ondanks de tendenzen in de volksvertegenwoordiging om Wetenschapsbeleid meer zelfstandigheid te geven. Eind vorig jaar dienden CDA en PvdA nog een motie in om een versterking van Economische Zaken ten koste van Wetenschapsbeleid tegen te gaan. Samen met de W D is het CDA blijkbaar een andere mening toegedaan. De WI> heeft een sterkere invloed gehad dan D'66 voorheen, zo blijkt. Ex-D'66voorman Jan Terlouw heeft als minister van Economische Zaken steeds geprobeerd Wetenschapsbeleid naar zich toe te halen, met als resultaat de instelling van een projectgroep, die voorstellen zou moeten doen voor de verdeling van taken tussen de minister van Wetenschapsbeleid en een van Technologie. Nog voordat deze projectgroep met resultaten op tafel zijn kurmen komen, is met het regeerakkoord de knoop doorgehakt. Dat deze beslissing een weerspiegeling is van de sfeer van het gehele regeerakkoord, blijkt uit het feit dat het bedrijfsleven daarin erg veel ruimte tot ontwikkeling wordt gegeven. Het risico bestaat echter dat de financiering van Wetenschapsbeleid te veel afhankelijk wordt van de marktsector, terwijl maatschappelijke en fundamentele aspecten vergeten worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982

Ad Valvas | 490 Pagina's

Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 166

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982

Ad Valvas | 490 Pagina's