Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 87
3
AD V A L V A S — 8 O K T O B E R ' I 982
Proefproces over werktijden co-assistenten aanbevolen in scriptie
,,Lang werken voor artsen is helemaal niet normaal" Wie geneeskunde studeert moet in de laatste twee jaren van de studie zogenaamde co-(assistent)schappen lopen. Dat betekent dat de student een periode onder leiding van een specialist en meestal een arts-assistent in een ziekenhuis werkt om een specialisme te leren kennen. De tijd die men daaraan besteedt verschilt per specialisme. Bovendien verschilt de lengte van de stage van imiversiteit tot imiversiteit. Aan de Vrije Universiteit beloopt deze stage-periode ongeveer 72 weken. Dat het in deze periode niet allemaal rozegeur en maneschijn is, bleek in de afgelopen jaren. In juni 1981 begon de eerste aktie in het academisch ziekenhuis van de VU(AZVU). Enkele coassistenten weigerden tijdens hun co-schappen Verloskunde nog langer de tijdrovende CTGmetingen (het meten van de hartslag van een ongeboren kind) te verrichten. Men beschouwde deze handeling uit onderwijskundig
Bidde van der Veen De lange werktijden waren uitgangspunt voor hun studie, omdat daarin de problematiek van de (aankomende) artsen het duidelijkst naar bulten treedt. Nettie Blankenstein: „In Nijmegen
per dag te laten werken, maar het gebeurt gewoon niet. Wij proberen artsen die nu afstuderen duidelijk te maken dat het lange werken helemaal niet normaal is, maar eerder een belemmering voor het goed funktioneren." Hein Raat: „Een arts beperlct zich nu maar al te vaak tot het voorschrijven van een geneesmiddel. Als je meer tijd hebt, kim je de mensen individueel benaderen en ook aandacht ge'en aan de sociale achtergronde i van de patiënt."
Mentalitettsverandp Ing Raat en Blankenstein zoeken de oplossing dus vooral in een mentaliteitsverandering. N.a.v. de akties in het afgelopen jaar werd door de co-groep, het overlegorgaan van de co-assistenten, een stuk gemaakt dat nu aan het begin van de stage wordt uitgereikt en waarin de rechten en
sche studenten en er is daarom een Landelijk Overleg van coassistenten (LOKO) opaericht, Nijmeegse studenten hebben een concept-werktijdenbesluit opgesteld en het LOKO is van plan om dat stuk op alle universiteiten te gaan bespreken. Naast het LOKO houdt ook de Landelijke Aktiegroep Medische DeeltijdOpleidingen en -Arbeid (LAMDOA) zich bezig met werktijden van artsen. Deze tweede organisatie probeert ook afgestudeerde artsen en specialisten voor werktijdverkorting te interesseren. Hein Raat: „Het belangrijkste resultaat van de tot nu toe gevoerde akties is, dat er een diskussie op gang gekomen is. Het grote gevaar is nu dat dat weer wegebt als men niet doorgaat. Het is moeiiyk om dat proces gaande te houden en daarom hoop je dat een nieuwe Uchting de draad weer opneemt. Tot op heden is dat goed gegaan." Nettie Blankenstein: „Het weigeren van diensten komt nu veel meer voor dan vroeger, juist omdat men weet dat het al eens gebeurd is en omdat men beter geïnformeerd is."
Angst voor sankües Eén van de belenomeringen voor het eensgezind optreden van de studenten is de angst voor sankties. Ook al werd niemand tot nu toe getroffen, het weerhoudt velen van verzet tegen de hxiidige gang van zaken. Nettie Blankenstein: „Dat speelt zelfs al bij studenten die zich alleen maar willen beroepen op de reglementen die er nu al bestaan. Zij hebben in hun achterhoofd: ik kan een goede werksfeer dan wel vergeten, ik word weggepest of ik Mjg een slecht cijfer." Hein Raat: „Er bestaat ook een misplaatst gevoel van solidariteit. „Het werk moet gedaan worden en als jü het niet doet dan moeten wij het doen", zegt men dan. Daarop probeert men in te haken en zo de co-assistenten tegen elkaar uit te spelen.
Macht oogpunt van nul en generlei waarde. In december belegden Nijmeegse co-assistenten een aktievergadering, waar voorstelling ter verbetering van de werksituatie werden geformuleerd. En in april van dit jaar organiseerden VU-studenten een prikaktie: één maand lang hielden zij het iedere maandag na tien uur werken (de reglementaire dagtaak) voor gezien. De belangrijkste oorzaak van de ontevredenheid die aan deze akties ten grondslag ligt is de systematische overbelasting van de co-assistenten. Werkweken van zeventig uvu: zijn eerder regel dan uitzondering. Verder wordt het vervullen van nacht- en weekenddiensten op geen enkele wijze gecompenseerd en tenslotte moet de co-assistent vaak administratieve werkzaamheden verrichten, zoals het invullen van statussen en het doen van interne boodschappen. Hein Raat en Nettie Blankenstein, indertijd betrokken bij de akties in het AZVU, inventariseerden de arbeidsomstandigheden van co-assistenten en schreven daarover hun eindscriptie „Alles op zijn tijd". Als onderdeel van hun onderzoek zochten ze uit welke wettelijke regelingen er bestaan. Omdat er nogal wat onduidelijkheid bestaat over de juridische kanten van het co-assistenschap (Valt een co-assistent onder de bepalingen van de Arbeidswet?) is een van hun aanbevelingen een proefproces over de werktyden te gaan voeren.
kwam het tot voor kort voor dat je bij bepaalde co-schappen chirurgie in de week waarin je nachtdienst had, de hele week in het ziekenhuis moest bivakkeren, ledere nacht kon je dan uitje bed gebeld worden. Daarna had je twee weken nodig om bij te komen, maar in die twee weken moest j ? wel weer co-schappen lopen." Dit voorbeeld toont aan in welk een vreemde positie de aankomende artsen nog verkeren. In de verpleging is het al lang zo, dat er in ploegen gewerkt wordt, een gewoonte die bij artsen slechts sporadisch voorkomt. De klachten van de co-assistenten staan niet op zichzelf. Nettie Blankenstein: „Wat er in de medische wereld mis is, is het idee dat een dokter iemand is die ontzettend lang moet werken. In andere groepen wordt zoiets als een nadeel ervaren. De gedachte dat van dat lange werken je prestige, identiteit en vakbekwaamheid afhangt, is nog sterk verbreid onder artsen." Juist deze gedachtengang is er volgens Blankenstein en Raat de oorzaak van dat co-assistenten de lange werktijden van nu min of meer gelaten over zich heen laten komen. De meeste studenten gaan er van uit dat het een normale gang van zaken is, datje later als arts een werkweek van zo'n zeventig uur zult hebben. En de opleiding is er ook op gericht dat de student zich een instelling eigen maakt, waarin dit mogelijk is. Nettie Blankenstein: „Er hoeft helemaal niet zoveel te veranderen om co-assistenten acht uur
plichten van de co-assistent worden beschreven. Dat is hard nodig, want onlangs bleek dat de door Ad Valvas al in mei van het vorige jaar gesignaleerde misstanden bij de co-schappen Verloskunde (Het desbetreffende artikel leidde zelfs tot Kamervragen), ondanks gemaakte afspraken, nog steeds bestaan. De problemen raken alle medi-
„Het is zo dat arts-assistenten, die dus al afgestudeerd zijn, in een stadium verkeren waarin ze geen kik meer durven te geven. Het zijn juist de co-assistenten die dat nog wel kimnen, maar ze moeten die positie natuurlijk wel gebruiken. Co-assistenten hebben uiteindelijk heel wat macht, veel meer dan ze denken. Nadat ze over het gevoel heen zijn dat ze
zich moeten aanpassen aan de bestaande praktijk, kunnen ze heel wat invloed uitoefenen." Deze scriptie zou volgens Blankenstein en Raat het begin moeten worden van een lange reeks, waarin de positie van de arts ter I diskussie gesteld wordt. Hein Raat: „We hopen dat de co-assistenten d.m.v.-hun scripties aan de opleiding gaan werken. De tien weken die je daarvoor in je studie hebt Inm je gebruiken om over je eigen opleiding na te denken en op basis van je eigen ervaringen iets te doen. Er is tenslotte nog genoeg om uit te zoeken." • Nettie Blankenstein: „En je hoeft helemaal niet door té drammen. Als je, zoals wij gedaan hebben, de feiten op een rijtje zet, zie je vanzelf dat er wat mis is." In de ziekenhuizen werken op dit moment weinig mensen die dergelijke ideeën over werktijden hebben. De werksituatie is niet stimulerend en bovendien zijn studenten die er anders over denken weinig geneigd een baan in •een ziekerüiuis te accepteren. Hein Raat: „Jarenlang zeiden we als we in de bibliotheek zaten te werken: „Daar staat het ziekenhuis waar ik wil komen te werken". Dat is in de loop van de tijd veranderd. Op die manier wil Ik niet meer werken. Toch. is het wel belangrijk dat kritische mensen op den duvur ook in het ziekenhuis hun baan vinden. En de artsen bij wie je zou komen te werken zijn wat dat betreft ook wel redeiyk, redelijker dan men denkt."
Popstudio Henderili in Brooke Cuituur Op 12 oktober treedt in de hal van het hoofdgebouw in Broodje Cultuur De Popstudio Henderik met dat kistje uit China op. Een spel van poppen, mensen en dingen. Korte inhoud: ,MiJn vader was ontdekkingsreiziger; mijn ene vader, want ik had er twee. Hij bracht uit China een houten kistje voor me mee. Made in Germany, stond erop. Het aardige van dat kistje was dat ik met geen mogelijkheid kon ontdekken hoe het open moest en dus ook niet wist wat er in zat..." Dat zegt de verteller. Maar popstudio Henderik laat zien wat hij er vroeger, als kind, in fantaseerde. Een tweede vader bijvoorbeeld. En de gekste gebeurtenissen die je maar kunt bedenken. Want het is maandag en wasdag en een grote ouderwetse „wringer" speelt dan ook een belangrijk rol. Het spel wordt ondersteund door een geluidsband met verhalende tekst en veel muziek.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982
Ad Valvas | 490 Pagina's