Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 254
ADVALVASAR
I
p
0
'.,*
„Vrouwenstudies zijn een wetenschapsterrein dat gericht is op het verwerven van kennis en inzicht in de positie en ervaringen van vrouwen, met het doel een bijdrage te leveren aan (het scheppen van voorwaarden voor) het opheffen van de machtsongelijkheid tussen vrouwen en mannen en de daarmee samenhangende maatschappelijke opvattingen en verhoudingen." Met dit in het achterhoofd kunnen nu negen medewerksters vrouwenstudies aan de slag. Deze negen vrouwen zijn in het najaar van 1982 benoemd in het kader van de pool vrouwenstudies, voor een periode van maximaal vier jaar. De totstandkoming van de pool vrouwenstudies (in totaal vijf formatieplaatsen omvattend) is niet zonder slag of stoot gegaan. Met het ontstaan van verschillende vrouwenoverleggen aan het eind van de zeventiger jaren kwam al spoedig de behoefte aan het expliciet aandacht besteden aan de positie van de vrouw binnen de wetenschap naar boven. Dit resulteerde onder andere in een congres over vrouwenstudies in juni 1979, georganiseerd door het Interfacultair Vrouwen Overleg. Het beknibbelen op de subsidie en de organisatorische tegenwerking was voor veel vrouwen toen al een teken dat hun ideeën door niet iedereen met gejuich zouden worden ontvangen. Dat de pool vrouwenstudies er uiteindelijk toch gekomen is is zeker niet in de laatste plaats te danken aan de ijver van de Adviescommissie Emancipatiebeleid VU. Reeds in november 1980 sprak deze commissie zich uit voor het instellen van een universitaire onderzoekspool. Aan dit verzoek werd toen geen gevolg gegeven door het CvB en de UR, maar in maart deed men weer een verzoek. Dit keer met succes, want in augustus besloot de UR in principe tot de instelling van een speciale pool voor vrouwenstudies. In november volgde toen een uitgewerkt plan op basis van een voorstel van de Adviescommissie. Het CvB sputterde nog wat tegen - de adviescommissie zou te vrouwgericht bezig zijn - maar in januari 1982 kon een adviescommissie benoemd worden welke voorstellen van fakulteiten moest beoordelen. Op advies van deze commissie besloot de UR eind juni acht aanvragen te honoreren. Met het instellen van de pool vrouwenstudies werd beoogd „een tijdelijke, gedecentraliseerde stimulering van vrouwenstudies, zowel in onderwijs als in onderzoek, zoveel mogelijk over de gehele breedte van de universiteit". Criteria voor toewijzing van aanvragen waren onder andere de vraag of het projekt paste binnen de omschrijving van het hierboven geformuleerde begrip vrouwenstudies; de vraag of voldoende waarborgen aanwezig waren voor integratie van het projekt in het fakultaire onderwijs en onderzoek, en voor continuering na de toewijzingsperiode; de vraag of het projekt met een bepaalde formatie te realiseren viel. Nu er negen vrouwen benoemd en inmiddels één of meerdere maanden werkzaam zijn, leek het Ad Valvas goed hen afzonderlijk min of meer voor te stellen en in een gezamenlijk gesprek naar hun ideeën over vrouwenstudies te vragen.
Denise Dijk Tbeolo0e Denise Dijk studeerde theologie aan de Universiteit van Amsterdam. Kerkelijk examen deed ze bij dé Nederlands Hervormde Kerk. Na een tijdelijke baan bij de Erasmus Universiteit (vrouwenstudiesonderzoek filosofie) werkte zij twee jaar als emancipatiewerkster bij Vrouwen en Hun Belangen. Als medewerkster vrouwenstudies bij theologie houdt Denise Dijk zich nu bezig met feministische theologie: „Vanuit een feministische visie bekritiseer ik de gangbare theologie, vanuit een analyse van de positie van vrouwen in onze samenleving bestudeer ik de theologie en de uitspraken van kerkelijke leiders en organisaties over zaken die de maatschappelijke en/of kerkelijke positie van de vrouw betreffen." Dit jaar geeft Denise een bijvakcollege voor doctoraalstudenten. Met ingang van het volgend studiejaar wordt een inleidingscollege feministische theologie voor alle derdejaars gegeven. Voor vijfdejaars komt er een samenwerkingscollege: met een docent van ieder jaar een andere vakgroep geeft Denise een college vakgeorienteerde feministische theologie. Daarnaast werkt Denise Dijk met leden van de werkgroep feministische theologie aan het fakultaire onderzoeksprojekt ,Mcm- en vrouwbeelden in de christelijke traditie".
Thea Dukkers van Emden Geneeskunde Na haar medicijnenstudie in Leiden heeft Thea Dukkers van Emden eerst als huisarts gewerkt, daarna de opleidig Sociale Geneeskunde (jeugdgezondheidszorg). Later was ze verbonden aan de Rutgerstichting en heeft ze meegewerkt aan het Vrouwengezondheidscentrum Amsterdam in 19801 '81. Thea is momenteel medisch medewerkMer van de Volkskrant met speciale belangstelling voor het terrein van de vrouwengezondheidszorg. Sinds november 1982 werkt Thea Dukkers van Emden aan het projekt „VrouwIPatient en Man/ Huisarts" van geneeskunde (vakgroep Huisartsengeneeskunde). Haar werkzaamheden richten zich voornamelijk op het onderwijs. Zo komt er een themagroep in het basiscurriculum voor vierdejaars studenten medicijnen met als onderwerp „de vrouw als hulpverleenster en als hulpvraagster in de gezondheidszorg". Daarnaast werkt Thea mee aan het opzetten van onderunjsprogramma's in het kader van de herprogrammering. Met Kathy Davis, de tweede medewerkster die aan het projekt verbonden is, doet Thea tevens onderzoek naar de machtsongelijkheid in het contact tussen vrouw (patient) en man (huisarts).
In feministische kringen wordt al enige jaren gediskussieerd over de verhouding van de vrouwenbeweging tot de wetenschap. Het is in feite de aloude relatie tussen wetenschap en politiek die zich hier manifesteert. Kan en mag een politiek probleem, in dit geval de onderdrukking van vrouwen, met behulp van de wetenschap opgelost worden? En zo ja, hoe autonoom mag de wetenschap dan nog zijn? Medewerksters vrouwenstudies moeten dus vaak een relatie zien te leggen tussen hun wens een bijdrage te leveren aan het opheffen van de onderdrukking van vrouwen, en de wetenschappelijke eisen van vakgebied en fakulteit. Over de problemen die hiermee kunnen samenhangen hadden wij een gesprek met de negen medewerksters die zijn aangesteld op de pool vrouwenstudies. Gespreksonderwerpen waren allereerst de ervaringen op de VU en reakties van - meest maimelijke - medewerkers op de komst van een medewerkster vrouwenstudies. Een ander onderwerp was de vrijwel constante overbelasting van medewerksters vrouwenstudies. En daarmee samenhangend: is het nog wel realistisch om te streven naar integratie van vrouwenstudies, een doelstelling van de begeleidingscommissie vrouwenstudies. De v u staat niet bepaald bekend als een vrouwvriendelijke universiteit. Een aantal ontwikkeUngen die op andere imiversiteiten al gemeengoed is, worden hier nu pas erkend. Op 1 februari wordt eindelijk de crèche geopend, en er studeren en werken minder vrouwen aan de VU dan aan andere universiteiten. We vroegen naar de situatie bij de verschillende fakulteiten. Margriet Nieuwenhuis: „Bij onze vakgroep sociale geografie van ontwikkelingslanden werken twee vrouwen. Dat zijn tegelijkertijd ook de enige twee deeltijdwerkers binnen de vakgroep." Ook bij de bèta-wetenschappen is de situatie somber. Marta Kirejezyk: „sy mijn vakgroep algemene vorming zijn we met twee vrouwen, maar we hebben allebei tijdelijke banen en werken in deeltijd. Al onze mannelijke collega's zijn in vaste dienst." Deze situatie doet zich helaas aan meer fakulteiten voor. Bij politikologie, nws / ca en theologie werken ook heel weinig vrouwen. De situatie bij geschiedenis is wat anders: ook hier werken weinig vrouwen, maar een aantal mannen houdt zich ook bezig
Roeleke Vunderink LeoEndedijk met vrouwenstudies. De situatie bij PAW lijkt voorbeeldig: er werken veel vrouwen van wie een aantal zich ook met vrouwenstudies bezighoudt. Ook bij het huisartseninstituut lijkt het wat beter. Thea Dukkers van Emden: „Er zijn onlangs twee vrouwelijke huisartsen aangenomen, weliswaar tijdelijk en parttime, die "zich bezighouden met de beroepsopleiding en hoe vrouwenstudies daarin verwerkt kunnen worden. In de basisopleiding zijn geen vrouweUjke artsen. Wel enkele vrouwelijke gedragswetenschappers." Kathy Davis: „Bij de vakgroep gedragswetenschappen werken drie maimen en drie vrouwen, die ook in gelijke mate in deeltijd werken. Het is dus heel mooi verdeeld, maar aan de andere kant kun je zeggen dat gedragswetenschappen een nogal marginale positie inneemt."
Nieuwe secretaresse Een weinig positief beeld: een werksituatie waar weinig vrouwen werken die bovendien nog in een onzekere positie zitten. Want met de huidige bezuinigingsgolf is het niet waarschijnlijk dat tijdelijke arbeidskontrakten verlengd zullen worden. Maar ook de op vaste plaatsen zittende medewerkers zijn lang niet allemaal zeker van hun baan. En dat maakt het klimaat voor iets „nieuws" als vrouwenstudies niet bij voorbaat goed.
Kathy Davis Geneeskunde Kathy Davis studeerde klinische psychologie aan de VU. Haar afstudeerscriptie was getiteld: „Probleem(her)formulering, een aspekt van de individualisering van vrouwenproblemen in psychotherapie". Kathy nam deel aan de Zomeruniversiteit Vrouwenstudies alwaar ze verslag van haar scriptie deed. Ze is ruim tien jaar aktiefin de vrouwenbeweging en heeft zich onder andere met zelfhulp van vrouwen beziggehouden. In maart verschijnt een artikel van haar hand in Psychologie en Maatschappij. Kathy Davis werkt met Thea Dukkers van Emden aan het projekt „Vrouw/Patient en Man/ Huisarts", maar dan vanuit de vakgroep Gedragswetenschappen. Zij richt zich voornamelijk op het onderzoeksgedeelte. De nadruk ligt daarbij op de gedragswetenschappelijke aspecten van de geneeskunde. Binnen het onderzoek staat centraal: „op welke wijze de positie van vrouwen doorwerkt en hoe hun klachten in het consult met de huisarts benoemd en benaderd worden". Kathy Davis is pas sinds 1 december 1982 benoemd. Ze is nog bezig een werkplan te maken waardoor concrete aktiviteiten nog niet bekend zijn.
Marta Kirejezyk Bèta-wetenschappen
Na haar studie natuurkunde aü{ de Universiteit van Warschainy^ heeft Marta Kirejezyk cultureWerü antropologie aan de RijksuniveLer siteit van Utrecht gestudeerd eL" een postdoctorale opleiding mLr 1 de universiteiten van Londen «L < Durham gevolgd. Als antropolMi ge heeft ze onderzoek gedaaLnc naar de sociaal-economischLes veranderingsprocessen in armmc boerengemeenschappen in iofes-i tijns Amerika waarbij ook de mun van plattelandsvrouwen aan dier orde kwam. Ljg Marta Kirejezyk is medewerksters vrouwenstudies bij Wis- en Nüin £ tuurkunde (vakgroep Algememocü Vorming, voorheen de vakgroetram GMAN). In haar eerste jaar gm .en, ze een onderzoeksprojekt met be zge trekking tot de positie van bek 'pa vrouwen en een onderwijsplai voor het bijvak vrouwenstudm sto' in de natuurwetenschappei an voorbereiden. Beide planna l^rc moeten in de resterende jara f.. uitgevoerd worden. •m.n Voor Marta staat centraal „ivM samenwerking met studentes a m medewerksters van de verschi atie lende subfaculteiten een perrm TOU nente, volwaardige plaats vooiaat vrouwenstudies dusdanig op Urn bouwen, dat vrouwen gestimuoor leerd en gemotiveerd zullen wor n pi den om meer inzicht te verwei en c ven in de eigen positie als studen exe, te en (toekomstig) natuurweten oen schapster en om zich voor duare verbetering daarvan in te unllet 'jd u zetten". 'en.'
Medewerksters vrouwenstudim
Waar de wereld i Op onze vraag naar de ontvangst van de medewerksters op de diverse fakulteiten kwamen verschillende reakties, zowel positief als negatief. Iedereen was het er wel over eens dat dit voor veel vakgroepen een mooie gelegenheid was het aantal formatieplaatsen te vergroten. Ook werkt het als reklame: het trekt studenten, en kijk eens hoe progressief wij zijn, we hebben zowaar een medewerkster vrouwenstudies! Hoewel de meeste stafleden heel welwillend zijn, merkte een aantal vrouwen dat zij soms zeer stereotiep behandeld werden. Jolande Withuis: „Toen de hoogleraar, die mij begeleidt, mij op de eerste dag voorstelde aan anderen, werd er gezegd: „Goh, ik wist niet dat we een nieuwe secretaresse hadden!" Waarmee, naar we aaimemen, niets slechts ten aanzien van de secretaressen op de v u bedoeld wordt. Dergelijke stereotiepe reakties waren gelukkig uitzondering, en deden zich alleen voor bij die fakulteiten waar weinig tot geen vrouwen als wetenschappelijk medewerksters werkzaam zijn. Het is blijkbaar even wennen om vrouwen op een gelijke positie als die je zelf bekleedt, te zien. Maar er blijkt gelukkig wel wat veranderd te zijn. Mia Euverman: „Onder invloed van zoveel jaar vrouwenbeweging kom je bijna geen mannen meer tegen die zullen zeggen: „vrouwenstudies, dat is allemaal onzin". Maar dat betekent dat het moeilijker wordt om in diskussies over de positie van vrouwen door argumenten heen te prikken en achterliggende weerstanden boven tafel te krijgen. Want die zijn er natuurlijk wel. Het gaat tenslotte om machtsverhoudingen."
Overbelast Ook is er soms sprake van een alibifunktie. Daarmee wordt bedoeld dat de overige stafleden niets aan vrouwenstudies hoeven te doen omdat er toch een medewerksters is die zich daarmee
bezighoudt. Margriet Nieuwen\exa. huis: „Voordat ik er kwam werdje de er eigenlijk nog niets aan vroupou wenstudies gedaan. Er was eer lat j' groepje vrouwen dat zich ermee irob' bezighield, maar dan onofHcieel ;opp En nu ik er zit, moet ik al het mor onderwijs op dit gebied begelei iet s den. AUes wat met vrouwenstu iij h dies te maken heeft, wordt naai ip e mij toegeschoven. En dat is best roui wel zwaar." iies Een zelfde ervaring heeft Dentst wari Dijk: „Ik ben al door het vrou Ie b^^ wenoverleg gewaarschuwd: „pas ies. op dat je geen alibi wordt". Ik ing begeleid nu scripties en doe dat [ath samen met de hoogleraar ueidi. kwestie. Inhoudelijk komt het; or wel op mij neer. Als het zo wordt ehe^ dat hij geen ervaring krijgt in het egä beoordelen van scripties ovei ebit vrouwenstudies, dan kan dat na o'n tuurlijk problemen geven." nüe De alibifunktie kan dus eigenlijl! iteit naar twee kanten toewerken eel Aan de ene kant wordt aUes naai ;oed de medewerkster toegeschoven ?el b omdat de andere stafleden nietiii ier j vrouwenstudies gemteresseerd, zijn of denken er niets mee t« flR maken te hebben. Dat leidt t^t, een overbelaste medewerkster T^ die meer werkt dan volgens haaiu ^?' deeltijdbaan zou moeten. En om .ïïj' dat ze studentes/n niet teleui';, wil stellen, neemt ze vaak de'^^p extra scriptie of het extra tenta '?-; men ook nog even op haar nek ^ ^
De andere kant van de zaak istoks dat, waimeer stafleden aUes waten ds met vrouwenstudies te maken nin c heeft, afschuiven op de mede-Oe Is werltster, deze stafleden door-watt gaan wetenschap te bedrijven die^ede sexistische voorondersteUingendle al in zich draagt. Er zijn dan mis mx'kr schien wel vrouwenstudies, maaigat ii dat neemt niet weg dat er ook mZij k de bestaande wetenschap veran een t deringen ziiUen moeten komen filijve Gelukkig zijn er ook positieve pters ervaringen te melden. Annektmt Ribberink: „Ik ben een bij akals r vrouwengeschiedenis aan het op idies zetten, en wel zodanig dat detenr reguliere stafleden het bijvalt Set ' dragen. Ik ben vanaf het begin al 5oed bezig om het iedere keer naai 3oms
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982
Ad Valvas | 490 Pagina's