Ad Valvas 1982 - 1983 - pagina 151
3
AD VALVAS — 12 NOVEMBER 1982
Prof. J. van Cuilenburg, hoogleraar massacommunicatie in inaugurele rede:
,,Hang herkenbaar prijskaartje aan nieuwe media" Van tijd tot tijd is op de televisie een filmpje van Postbus 51 te zien dat de kijkers oproept naar de bibliotheek te gaan. We zien een gezin thuis knus om een televisiescherm gezeten, zich te goed doen aan op aanvraag beschikbare informatie die, ongetwijfeld per kabel, elektronisch naar binnen komt. Als de camera uitzoomt blijkt dit alles slechts een studioopname te zijn, de spelers zitten in een decor. „Zover is het nog niet", horen we een stem zeggen, „maar tot die tijd kimnen we nog in de openbare bibliotheek terecht." Blijkbaar wordt ook door de overheid ervan uitgegaan dat we op een samenleving afstevenen die wat kennis verwerving betreft ons nog veel meer te bieden heeft dan de huidige. Sommigen menen dat we de hui dige economische malaise pas weer te boven komen als èr nieu we groei ontstaat. Die groei wordt vooral tegemoetgezien in de informatieindustrie. Veel wordt in dit verband verwacht van nieuwe media als Teletekst, Viewdata, PayTV etc. Deze me dia hebben als belangrijkste ken merk dat de gebruiker' zelf in staat is het informatieaanbod te bepalen. Anders dan bij krant, radio en televisie, kan de consu ment vanuit zijn stoel individu eel bepalen wat hem aangeboden wordt. Een belangrijke rol in dit geheel speelt de kabel. Vooral in Nederland, één van de dichtst bekabelde landen, zijn de moge lijkheden groot. De kabel kan nog een factor zijn in een ander verschijnsel dat men een grote toekomst voorspelt: de regionale en lokale omroep. Kortom, de technische mogelijkheden zijn er om de gewenste groei van infor matiestromen mogelijk te ma ken. Zoals dat bij alle technische ver nieuwingen het geval is, gaan er ook nu stemmen op die zeggen dat deze vernieuwingen met de nodige reserve bekeken moeten worden. De omroepen zijn doods benauwd hun monopoliepositie kwijt te raken, de kranten vrezen teruglopende advertentieop brengsten. De overheid wacht af. De in het regeerakkoord opgeno men mediaparagrafen houden zich bezig met zaken waarover zeventien jaar geleden al eens een kabinet is gevallen en niet met de mogelijkheden die over zeventien jaar gerealiseerd kun nen zijn.
SlBen in wij ver Wie zich daarmee wel bezig houdt, is prof dr. Jan van Cuilen burg, sinds 1 september 1981 hoogleraar in de communicatie wetenschap aan de Vrije Univer siteit. Op vrijdag 5 november hield hij zijn inaugurele oratie, getiteld „Zuinig met, zuinig op informatie". In zijn rede wilde Van CuUenburg, zoals hij in een gesprek met Ad Valvas zei, een steen in de vijver gooien waar het het vaak gehanteerde dogma „Informatie is altijd goed, meer informatie is altijd beter" betrof Een illustratie van de groeiende informatiestroom in de wereld is de toename van het aantal gepu bliceerde boeken. In 1960 was die produktie 314.000 titels, in 1975 was dat aantal bijna verdubbeld: 568.000 titels. En voor wie meent met een wetenschappelijke pu blikatie een opzienbarend de buut te maken: In 1964 versche nen 800.000 wetenschappelijke artikelen, tien jaar later waren dat er al 1,6 miljoen. De grootste groeier is echter de internationa le telecommunicatie. Deze groeit jaarlijks met 18%, wat neerkomt op een verdubbeling eens in de vier jaar. Dat er in Nederland 5000 tijdschriften verschijnen, zal voor velen een verrassing zijn, maar wie ziet niet nog een gaatje in de markt?
Hidde van der Veen Met deze vormen van informatie houdt zich de communicatiewe tenschap bezig. Van Cuilenburg ging in zijn rede even in op het onderscheid tussen deze weten schap en de informatica, wier naam zou kunnen doen vermoe den dat zij zich eveneens met informatie bezighoudt. Nee, zo betoogde hy, het gaat er in de informatica om hoe je met data, gegevens, omgaat en de begrip pen gegeven en informatie dui den twee principieel verschillen de zaken aan. Gegevens kunnen informatie opleveren, maar of er sprake is van informatie hangt af van het al dan niet bestaan van een ontvanger en of de gegevens voor die gebruiker bruikbaar zijn. Juist daarom liggen de be grippen informatie en communi catie zo dicht bij elkaar.
naar de politieke berichtgeving in Nederland. Daaruit bleek dat de meeste kranten hetzelfde nieuws uit Den Haag brachten. Uit het oogpunt van informatie voorzieijing zouden we dus wel met minder toekunnen. Nu zul je mij geen pleidooi voor minder kranten horen uitspreken, want vanuit een ander standpunt is de pluriformiteit een heel groot goed, maar zuiver vanuit de in formatieverlening zie je ook hier dat meer informatieproduktie niet leidt tot meer kennis in de samenleving. De tweede stelling ging op de toekomst van de informatievoor ziening in: Steeds meer informa tie zal worden aangeboden die geen antwoord is op iemands vraag, maar een antwoord op een vraag die nog bedacht moet wor den. Dit verschijnsel is nu al waar te nemen: de brievenbus ligt vol met ongevraagd drukwerk, de ra dio biedt ons „eindeloze voor, tussen en nabeschouwingen bij sportevenementen en een tussen doorweerbericht op Hilversum III". Van Cuilenburg signaleerde deze ontwikkehng ook in de we tenschap. Veel onderzoek ver schijnt in publicaties waarvan grote gedeelten waarschijnlijk nooit meer door iemand geraad
leh niet per generatie. Toch zal de drang bestaan de ruimte die er is, vol te maken. Een planningaf deling zal dus altijd informatie blijven produceren, ook al wordt daarom door de bestuurders nau welijks, of in mindere mate, ge vraagd. Datzelfde geldt ook voor voorlichtingsdiensten, voor jour nalisten en voor de omroep." „Wat de consument betreft, moet je ervan uitgaan dat de mensen geen aktieve informatiezoekers zijn en dat ze, zeker waar het de massamedia betreft, zich liever laten amuseren dan informeren. Dat is ook gebleken bij de invoe ring van de kabel: Voorzover men naar buitenlandse zenders kijkt, volgt men hetzelfde patroon ver der: meer amusement. De tempi van de technologische groei en die van de ontwikkeling van de creativiteit verschillen nu een maal sterk." Hoe nu verder met de invoering van nieuwe media? Van Cuilenburg heeft in een voor studie van het WRRrapport over de media betoogd dat er in Ne derland op alle niveaus en in alle sectoren een aanvaardbare me diapluriformiteit is. Zijn uit gangspunt is dan ook dat de overheid, gegeven deze situatie, terughoudend moet zijn bij de sturing van de nieuwe media.
Stellingen Centraal in Van Cuilenburgs be toog stonden twee stellingen die ingingen op effecten die informa tie heeft. De eerste stelling luidde^ vrij vertaald: De hoeveelheid ge gevens en berichten in de samen leving neemt exponentieel toe, de in de samenleving aanwezige kennis minder dan proportio neel en de effecten van deze toe name van de produktie van gege vens en berichten op het hande len is zo goed als nihil. Een extreem voorbeeld hiervan is de procedure die in de Verenig de Staten geldt voor toelating van geneesmiddelen. In 1950 moest een fabrikant per aanvra ge ongeveer 100 pagina's docu mentatie leveren, tegenwoordig zijn 72.000 pagina's nodig. De beslissing is echter nog steeds dezelfde: ja of nee toelaten. Een zelfde ontwikkeling ziet Van Cui lenborg in Nederlandse over heidsorganen, of om dichter bij huis te blijven, binnen de univer siteit. De toename van de interne informatiestromen laat zich afle zen uit de groei van diensten als organisatie en planning. De vraag is, of na zoveel informa tieuitwisseling betere besluiten worden genomen dan twintig jaar geleden, toen dat alles nog niet in die mate bestond. Van Cuilenburg: „Waar het om gaat is, dat in de jaren vijftig een besluit werd genomen en dat nu eenzelfde soort besluit genomen wordt. Heeft die toename van informatie ook een kwaliteitsver hoging van de besluitvorming opgeleverd? Hoewel we nooit precies zullen kunnen bepalen wat de kwaliteit van besluitvor ming is, durf ik toch de stelling aan dat die kwaliteit niet of nau welijks is toegenomen, althans niet met dezelfde factor als het informatieaanbod. Om kwalita tief betere besluitvorming te krij gen wordt onevenredig veel meer informatie geproduceerd. Dat zie je overal." „Wij hebben binneh onze subfa culteit veel onderzoek gedaan
pl'eegd zullen worden. De vraag stelling van'sommig onderzoek is zo vaag, dat niet duidelijk is, waarop dat onderzoek eigenlijk een antwoord tracht te geven.
Overcapaciteit Belangrijke oorzaak van dit ver schijnsel is de autonome drang tot capaciteitsv\illing. Er ont staat door de toenemende moge lijkheden een overcapaciteit. Te denken valt o.m. aan de recente zendtyduitbreiding in Hilver sum. Wie verwacht had dat daar nieuwe, sprankelende program ma's uit zouden voortvloeien, is bedrogen uitgekomen: de extra zendtijd wordt gevuld met herha lingen. Van CuUenburg: „Het aantal mensen dat zich in de technische en personele sfeer bezighoudt met informatie is zo enorm toege nomen, dat je je moet afvragen wat daartegenover staat aan groei van creativiteit. Nou, die creativiteit is niet navenant toe genomen. In de tweede plaats is de informatiebehoefte van de mensen, dus ook van managers, niet evenredig toegenomen. En in de derde plaats is het vermo gen om de juiste vragen te stellen evenmin in diezelfde mate toege nomen. Zulke factoren verdubbe
Voorkbmen moet worden dat door middel van collectieve stu ring een situatie ontstaat als in Amsterdam, waar de 97% niet luisteraars meebetalen aan een lokale omroep. Juist nu er zich zoveel nieuwe technische mogelijkheden voor doen en nu er sprake lijkt te zijn van verzadigingsverschijnselen, verdient het in de ogen van Van Cuilenburg aanbeveling een her kenbaar prijskaartje aan de voor zieningen te hangen. Interessant in dit verband is de kabelprak tijk, zoals die bestaat in Zaltbom mel. Er zijn in het Bommelse kabelnet mogelijkheden opgeno men verder te gaan dan alleen het doorgeven van omroeppro gramma's. Echter, wie gebruik maakt van de mogelijkheden, moet daarvoor ook betalen. Zoiets geldt ook voor Viditel, een informatienet dat door de PTT geëxploiteerd wordt. Onlangs werd besloten het experiment voort te zetten, ondanks de te leurstellende resultaten. Als dat experiment eerder uitsluitend op kostprijsbasis was uitgevoerd be stond het nu niet meer.
Vraagzijde Nu al is 75% van de informatie sector gebaseerd op het particu
lier initiatief Dat particulier ini tiatief heeft in het verleden de pluriformiteit niet in de weg ge staan. Voor Van Cuilenburg is dit een reden om de deelname van uitgevers aan teletekst en vidi telachtige media niet uit te slui ten. Dat alles betekent dat het media aanbod meer dan nu het geval is, door de vraagzijde van de markt bepaald zal gaan worden. Dus nieuwe ontwikkelingen zijn pas dan levensvatbaar als de afne mers er voor willen of kunnen betalen. De overheid zal in de toekomst duidelijk moeten aangeven wat ze wil. Als een experiment ge start wordt, moet dat gebeuren onder duidelijk omschreven voorwaarden, zodat aan het eind van het experiment voor ieder een duidelijk is ofer sprake is van een succes of van een misluk king. Te veel heerst naar Van Cuilenburgs mening daarover nu nog verwarring. Nieuwe media zullen vooral een zoekkarakter hebben. Dat bete kent dat men pas een optimaal gebruik kan maken van die me dia als men het vermogen heeft de juiste vragen te stellen. Ze hebben een doehetzelf karakter. Van Cuilenburg trok in zijn rede een parallel met de knutselwe reld: Velen hebben een keur aan gereedschap in huis, maar slechts weinigen zijn ook uitver koren om daarmee te kunnen omgaan. Toch is het inmiddels zover gekomen, dat een vakbe kwame loodgieter nauwelijks meer te vinden is. Als men deze vergeUjking door trekt naar de media, rijst de vraag of daar niet het gevaar dreigt van informatieongelijk heid, vooral als de hulpverleners voor het zoeken naar informatie (bibliothecaris en journalist bij voorbeeld) verdwenen zullen zijn. Van Cuilenburg hield dan ook een warm pleidooi voor het vak „burgerinformatieleer" op de middelbare scholen. Dat vak zal, ruimer dan de burgerinformati ca, die nu vaak bepleit wordt, jongeren vooral informatiebe wustheid moeten bijbrengen en mag zich niet beperken tot het leren „omdraaien van de knop". Tot slot kwam Van Cuilenburg met de motivatie van de titel van zijn rede. In de jaren zestig, zo betoogde hij, werd ervan uitge gaan dat er voldoende energie voor generaties zou zijn. In de jaren zeyentig moesten wij daar over noodgedwongen anders gaan denken. Futurologen voor spellen dat informatie straks be langrijker zal zijn dan energie. Bovendien heeft informatie het prettige voordeel dat het nooit opraakt en nooit schaars zal wor den. Tot zover alles goed, maar er dreigt wat betreft de informatie een andere schaarste: gebrek aan vraag en gebrek aan opname capaciteit. „Er lijkt mij alle reden voor een campagne als zuinig met, zuinig op informatie. Zuinig met informatie: omdat informati seruig kan leiden tot verzadiging, overload en een overvloed aan blindgaande informatie. Zuinig op informatie: want informatie en communicatie zyn voor ons voortbestaan net zo wezenlijk als lucht, water, voedsel en ener^e."
Buurtcentrum BOC Het buurtcentnmi BOC, Van Leijenberghlaan 89 in Buitenvel dert organiseert de volgende cur sussen: „Hoe zeg je wat je denkt", voor vrouwen van 18 tot 40 jaar, dins dag van 13.30 tot 15.30 uur. Kos ten: ƒ25,-. Een klussenciusus, dinsdag van 14.00 tot 16.00 uur, kosten ƒ50,- per acht keer. De cursus Haarknippen wordt bij voldoende belangstelling iedere dinsdagmorgen gestart. Ook op dinsdag de Do-in cursus. Do-in heeft de bedoeling de levensenergie te beheersen, niet alleen fysiek maar ook die van de aura. Start van deze cursus: dinsdag 16 november. Dinsdagmorgens van 10.00 tot 11.00 uur een cursus Hati-Yoga voor vrouwen, waarin verschillende ademhalingstechnieken en ontspanningsoefeningen aan de orde zullen komen. Kosten: ƒ 50,- voor acht lessen. Informatie tel. 446262 van buurtcentnmi B >C.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1982
Ad Valvas | 490 Pagina's